Kyoto |
Berichten uit 2005 |
Ruim 7 jaar nadat vertegenwoordigers van 140 landen het Verdrag van Kyoto ondertekenden (december 1997) en daarmee afspraken de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, wordt het verdrag op 16 februari eindelijk van kracht. Het aantal landen, dat het verdrag heeft geratificeerd, is goed voor 55% van de uitstoot van broeikasgassen, maar veel landen zullen de hen opgelegde maxima overschrijden. De VS hebben het verdrag wel ondertekend, maar de Amerikaanse Senaat weigerde het te ratificeren omdat het schadelijk zou zijn voor de economie. De Europese Unie moet als geheel voor 2012 de uitstoot hebben teruggebracht tot 8% onder het niveau van 1990, maar gaat dat hoogstwaarschijnlijk niet redden. Japan, de tweede economie ter wereld, moet voor 2012 6% onder het niveau van 1990 zitten, maar het land ligt ver achter op schema. De Japanse industrieën houden zich op het gebied van de uitstootreductie vooral bezig met de emissiehandel. Het verdrag van Kyoto staat toe dat landen schone lucht verkopen aan landen die te veel broeikasgas uitstoten. Een onderzoek van de Wereldbank heeft uitgewezen dat 41% van alle verhandelde emissierechten vorig jaar door Japan zijn gekocht.
De Staatssecretaris voor Milieu van VROM heeft op de VN-milieutop in Nairobi in februari een klimaatovereenkomst getekend met Indonesië om gezamenlijk de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Het gaat om een emissiereductie van tenminste 2 Mt CO2. De overeenkomst is onderdeel van het Clean Development Mechanism (CDM), zoals vastgelegd in het Kyoto-protocol over klimaatverandering. Volgens deze afspraken mag Nederland de uitstoot van CO2 voorkomen door in andere landen te investeren in projecten voor duurzame energie. Nederland mag deze uitgespaarde tonnen CO2 gebruiken om de Kyoto-doelstelling te realiseren. Investeerders in duurzame energie, energiebesparing of schone technologie kunnen projectvoorstellen indienen bij de door het ministerie van VROM gecontracteerde intermediairs: de Wereldbank, de International Finance Cooperation (IFC), de regionale ontwikkelingsbank van de Andes (CAF) en de Rabobank.
De Canadese milieuminister Dion heeft in september de VROM-Staatssecretaris Van Geel uitgenodigd mee te helpen bij de voorbereiding van de internationale VN-klimaatconferentie (United Nations Climate Change Conference, COP 11) die begin december in Montreal (Canada) zal worden gehouden. Tijdens de klimaatconferentie staan de inwerkingtreding van het Kyoto-protocol en het klimaatbeleid na 2012 (post-Kyoto) centraal. In de voorbereidende bijeenkomst in Ottawa zullen de milieuministers praten over de ervaringen met het uitvoeren van het Kyoto-protocol en een effectieve internationale aanpak van het klimaatprobleem in de toekomst.
VROM-staatssecretaris Van Geel heeft tijdens een vergadering van de Europese milieuministers in oktober gesteld dat de Europese Unie meer ambitie moet tonen en klimaatafspraken nakomen. Om temperatuurstijging tegen te gaan wil de Europese Unie dat uitstoot van broeikasgassen wereldwijd in 2050 tot mogelijk 50% teruggebracht moeten worden ten opzichte van 1990. Volgens Van Geel moeten de rijke landen het goede voorbeeld geven en verantwoordelijkheid nemen. Ook de snel groeiende ontwikkelingslanden, zoals China en India zullen in de toekomst een veel actiever klimaatbeleid moeten voeren. Om die landen erbij te betrekken is het volgens Van Geel van belang om ontwikkelingslanden te helpen met energiebesparing en meer duurzame energievoorziening. De Europese milieuministers hebben conclusies aangenomen ter voorbereiding van de grote VN klimaatconferentie, die van 28 november tot en met 9 december in Canada (Montreal) plaatsvindt. Op die klimaatconferentie moeten de onderhandelingen starten voor het klimaatbeleid na 2012, als het Kyoto-protocol afloopt.