Luchtverontreiniging

Berichten uit
2005

In een uitzending van het tv-programma Zembla in februari beweert een woordvoerder van een Oostenrijks onderzoeksbureau dat Nederlanders 1 tot 3 jaar korter leven door luchtvervuiling in Nederland. De Europese Commissie had opdracht gegeven voor het onderzoek. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM, bevestigt de resultaten, maar zegt ook dat er nog weinig bekend is over de effecten op lange termijn. De verminderde levensverwachting geldt voor bijna heel het land, omdat Nederland dichtbevolkt is met veel autoverkeer. In een groot deel van Nederland bevat de lucht meer fijn stof dan volgens de normen is toegestaan. Langs veel snelwegen zit bovendien te veel stikstofdioxide in de lucht. Enkele honderdduizenden mensen hebben daar last van. Het RIVM verwacht dat, ondanks veel geplande milieumaatregelen, in 2010 nog steeds in delen van ons land de normen overschreden zullen worden.

Vanaf 1 juni wordt de aankoop van een nieuwe dieselauto met een ultra lage roetuitstoot fiscaal gestimuleerd met een korting van € 600 op de Belasting Personenauto’s Motorrijwielen (BPM). Zo’n ultra lage roetuitstoot voor dieselauto’s kan alleen bereikt worden met een roetfilter (Roteb). Nederland is hiermee het eerste Europese land waar de roetfilter fiscaal wordt gestimuleerd. Naar verwachting zullen meerdere EU-landen dit voorbeeld volgen. Roetdeeltjes uit dieselauto’s vervuilen de lucht en zijn schadelijk voor de gezondheid, waardoor er jaarlijks meer dan 4000 mensen vervroegd overlijden. Roetfilters vangen meer dan 90% van het schadelijk roet af. Daarmee is het een hele effectieve maatregel om de luchtkwaliteit te verbeteren. De regeling was vorig jaar al aangekondigd door VROM-staatssecretaris Van Geel in de Nota Verkeersemissies.

Nederland moet voldoen aan Europese normen voor luchtkwaliteit: voor stikstofdioxide (NO2) moet de norm uiterlijk in 2010 bereikt worden, voor fijn stof al in 2005. Uit het Nationaal Luchtkwaliteitsplan van begin 2005 blijkt dat Nederland dat met de huidige maatregelen niet haalt. Het kabinet heeft naar aanleiding van dit plan al besloten dat extra maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren noodzakelijk zijn. VROM-staatssecretaris Van Geel heeft begin april de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin hij meldt dat er voorlopig geen aangepaste ministeriële regeling voor luchtkwaliteit wordt voorgelegd. De aanleiding van de kamerbrief is een reactie van de Raad van State op het Nationaal Luchtkwaliteitsplan. Nederland wilde nagaan of de Europese eisen voor luchtkwaliteit niet voor alle gebieden hoeven te gelden. Er zou onderscheid gemaakt kunnen worden tussen gebieden waar wel en gebieden waar geen mensen wonen. Het blijkt echter dat een dergelijk interpretatie niet goedgekeurd kan worden zonder toestemming van de Europese Commissie. Verder blijkt uit het Luchtkwaliteitsplan dat de normen voor fijn stof niet tijdig gehaald kunnen worden. Belangrijke reden hiervoor is dat dit stof voor het overgrote deel van natuurlijke oorsprong is of vanuit het buitenland komt. Eind april spreekt de staatssecretaris met de Tweede Kamer over het onderwerp luchtkwaliteit.

ECN bericht eind april over een bijdrage aan milieuvriendelijke innovaties. ECN-onderzoekers werken aan een uniek systeem (de Steam Jet Aerosol Collector) dat de emissie van deeltjes in uitlaatgassen van dieselmotoren ongeveer halveert. Deze deeltjes zijn zo klein dat ze met de ingeademde lucht meekomen en met schadelijke gevolgen kunnen achterblijven in de longen. Deze deeltjes hebben ook invloed op het klimaat omdat zij warmte opslaan en zo bijdragen aan een atmosferische instabiliteit. Het betekent dat er een grote noodzaak bestaat de uitstoot van deeltjes te reduceren.

Begin publiceren TNO en de Milieudienst Rijnmond DCMR de resultaten van een onderzoek naar de luchtkwaliteit in het Rijnmondgebied. De luchtverontreiniging door uitstoot van het scheepvaartverkeer blijkt ongeveer even groot te zijn als de luchtverontreiniging door autoverkeer. Op de meest belaste locaties is de concentratie stikstofdioxide in de lucht voor een kwart afkomstig van de scheepvaart. De uitkomsten van het onderzoek bevestigen uitkomsten van eerdere metingen dat het scheepvaartverkeer een belangrijke bron van luchtverontreiniging vormt. Verder concluderen de onderzoekers dat de concentratie fijn stof in de onderzochte gebieden ongeveer de helft lager is dan werd aangenomen. Er zijn alleen concentraties van de kleinste fracties fijn stof gemeten, de gevaarlijkste vorm. Er komt een vervolgonderzoek om de precieze concentraties luchtverontreiniging per locatie waar veel scheepvaartverkeer komt, vast te kunnen stellen. Aan de hand daarvan zullen aanbevelingen gedaan worden om de uitstoot van fijn stof en stikstofdioxide terug te dringen. De uitkomsten van het vervolgonderzoek worden eind dit jaar verwacht.

Half juni worden plannen van het kabinet om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren bekend. Er wordt tot 2010 € 300 mln besteed bovenop de reeds aangekondigde maatregelen uit de Nota Verkeersemissies en de Nota Mobiliteit. In totaal gaat het om een investering van € 800 mln in de periode 2005 tot 2015. Met de geplande maatregelen moeten gezondheidsbedreigende emissies worden aangepakt en de onderhandelingspositie in Brussel worden ververbeterd. Maar ook de scheepvaart en de binnenvaart dragen bij aan de problemen met de luchtkwaliteit. Daarvoor komen scherpere emissie-eisen voor schepen en strengere eisen aan brandstoffen in de Internationale Maritieme Organisatie en in de EU. Ook andere sectoren zullen moeten bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Het kabinet wil bijvoorbeeld de intensieve veehouderij stimuleren om minder fijn stof uit te stoten. Gemeenten en provincies inventariseren welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn die hun beslag moeten krijgen in gemeentelijke en provinciale luchtkwaliteitplannen. VROM heeft een ‘taskforce’ ingesteld om samen met andere overheden onder meer een onderzoek te doen naar de precieze omvang van de knelpunten voor ruimtelijke projecten. Gemeenten en provincies kunnen binnenkort met hun vragen over ruimtelijke plannen en maatregelen terecht bij één loket bij Infomil – een uitvoeringsorganisatie van het Rijk. Alle extra maatregelen worden eind 2005 opgenomen in een aanvulling op het Nationaal Luchtkwaliteitplan, en vervolgens naar de Europese Commissie gestuurd. Nederland pleit er echter wel voor om de uitvoeringseisen aan te passen ten einde te kunnen voldoen aan de normen voor fijn stof. Daarnaast wil Nederland uitstel van de NO2-norm tot 2015. Ook de nationale regelgeving wordt gewijzigd. Het Besluit Luchtkwaliteit wordt aangepast, vooruitlopend op een nieuwe Wet Luchtkwaliteit.

Begin juli moet VROM-staatssecretaris Van Geel als antwoord op Kamervragen bekennen dat het kabinet de huidige problemen met de Europese normen voor luchtkwaliteit niet heeft zien aankomen. Uitspraken hierover van de Raad van State hebben het kabinet verrast. Volgens Van Geel is een geheel nieuwe situatie ontstaan, waarmee geen rekening is gehouden. De verrassing was vooral dat de normen voor schone lucht overal van toepassing werden verklaard. Het kabinet was er vanuit gegaan dat de grenswaarden alleen zouden gelden voor plekken waar mensen daadwerkelijk blootstaan aan vuile lucht. Bovendien heeft de Europese evaluatie van de normen vertraging opgelopen. Deze herziening was aanvankelijk gepland voor 2003 en het kabinet hoopte dat daarbij de normen zouden worden aangepast. Door die onvoorziene omstandigheden zijn nu diverse bouwprojecten stil komen te liggen. Volgens de vragenstellers (PvdA en GroenLinks) waren de problemen met de luchtkwaliteit bij de aanvang van dit kabinet bekend, of hadden op zijn minst bekend kunnen zijn uit diverse studies en departementale stukken van het ministerie van VROM. Volgens het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) is er weinig animo voor aanpassing van de Europese normen. Volgens onder meer de werkgeversorganisaties moet Nederland zelf juist de normen versoepelen, omdat ze hier te strikt zijn geïnterpreteerd.

Onderzoeker René Otjes van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft medio mei de Nederlandse EEP-Award 2005 ontvangen uit handen van VROM-staatssecretaris Van Geel (Milieu). Hij kreeg als één van de drie winnaars deze award voor zijn onderzoek naar ‘MARGA’; het meetsysteem voor luchtverontreiniging. Het meetsysteem ‘MARGA’ signaleert verzurende gassen zoals ammoniak, salpeterzuur, zwaveldioxide en zoutzuur, maar ook schadelijke stofdeeltjes. Deze aërosolconcentraties zoals van sulfaat, nitraat, ammonium en natrium, vormen in toenemende mate een bedreiging van de volksgezondheid. Wereldwijd bestaat veel belangstelling voor ‘MARGA’. Inmiddels zijn drie prototypen verkocht aan de Environmental Protection Agency (EPA), het Amerikaanse ministerie van milieu, dat verantwoordelijk is voor de implementatie en handhaving van regelgeving op het gebied van milieuzaken. De prototypes, die medio 2005 in de Verenigde Staten zijn geplaatst, vormen een onderdeel van een meetnet voor de bepaling van de depositie van verzurende en vermestende stoffen op ecosystemen. Het meetsysteem is tevens geschikt voor de bepaling van de samenstelling van fijn stof en kan hiermee een bijdrage leveren aan het onderzoek naar de oorzaken en effecten van fijn stof. De EPA wil op den duur in totaal dertig systemen plaatsen in de VS. In samenwerking met het bedrijf Applikon in Schiedam wordt de apparatuur nu mondiaal in de markt geïntroduceerd. Applikon is gespecialiseerd in de ontwikkeling en bouw van online analysesystemen en is wereldwijd actief. ECN ontwikkelt ondertussen nieuwe modules voor dit systeem, waarbij ook roet en zware metalen kunnen worden gemeten.

In de 1e week van augustus wordt het rapport ‘Fijn stof nader bekeken’ van het Milieu en Natuur Planbureau gepubliceerd. In het rapport staat dat Nederland 3 keer zoveel fijn stof exporteert, dan dat het vanuit het buitenland binnenkrijgt. Volgens de studie is het beleid nog omgeven met veel onzekerheden. VROM-Staatssecretaris Van Geel wil eind dit jaar duidelijkheid hebben over het te voeren beleid op het gebied van luchtkwaliteit. Hij zal nog deze maand een wetsontwerp indienen in de ministerraad. Het wetsontwerp moet voorzien in de mogelijkheid om projecten die leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit, te salderen met maatregelen die een verbetering van de luchtkwaliteit tot gevolg hebben. Vooruitlopend op deze nieuwe wet wil Van Geel proefprojecten starten om met deze saldering te experimenteren. Ook wil hij vòòr het eind van het jaar een ‘integraal beleidsplan luchtkwaliteit’ gereed hebben, dat is afgestemd met gemeenten en provincies en moet dienen als basis voor overleg met de Europese Commissie.

Het kabinet heeft half augustus het wetsvoorstel luchtkwaliteit voor spoedadvies naar de Raad van State gestuurd. De nieuwe wet moet er voor zorgen dat de luchtkwaliteit in Nederland verbetert. Met het wetsvoorstel wordt het Besluit luchtkwaliteit 2005 op verzoek van de Tweede Kamer bij wet geregeld. Hierin zijn verschillende Europese richtlijnen op het gebied van luchtkwaliteit verwerkt. Het Besluit luchtkwaliteit 2005 biedt al de mogelijkheid om compenserende maatregelen te nemen bij infrastructurele en woningbouwprojecten die de luchtkwaliteit verslechteren. De extra inspanningen voor verbetering van de luchtkwaliteit voorkomen dan stagnatie bij de projecten. In het wetsvoorstel wordt deze aanpak verder uitgewerkt.

In september ontvangt de Tweede Kamer van de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat een brief over de integrale aanpak van de luchtkwaliteitsproblematiek. Het kabinet stelt voor de periode 2005-2015 in totaal € 900 mln beschikbaar (afkomstig uit de aardgasbaten) om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren. Het gaat vooral om de uitstoot van fijn stof en NO2 door het verkeer, de landbouw en de industrie. Nederland voldoet nu namelijk op veel plaatsen niet aan de Europese normen voor fijn stof en NO2. Dat heeft zowel effecten op de volksgezondheid als op de eis dat Nederland aan Europese regels moet voldoen. Naast deze investering zal ook worden gewerkt aan een integraal beleidspakket dat de risico’s van luchtvervuiling voor de gezondheid moet terugdringen en moet voorkomen dat Nederland economisch en ruimtelijk ‘op slot’ gaat.

Eind september krijgt de Nederlandse overheid toestemming van de Europese Commissie (EC) verder te gaan met de bouw van ongeveer 390.000 woningen en tientallen kilometers spitsstroken. De huidige strenge Europese luchtkwaliteitregels maakten deze bouwplannen onmogelijk, maar de EC is bereid een uitzondering te maken voor probleemgebieden zoals Nederland. In combinatie met de begrotingsmaatregelen van Prinsjesdag kunnen in 2010 negen van de tien geplande bouwplannen gewoon doorgaan. Problemen blijven vooral bestaan in de Rijnmond, Haaglanden, Amsterdam en Utrecht. 26 grote bouw. Wel presenteerde de EC onlangs juist strengere luchtregels, maar VROM-staatssecretaris Van Geel is bereid deze voorstellen desnoods te blokkeren, als dit Nederland uit de problemen helpt. De Europese voorstellen voorzien in een harde aanpak van ultrakleine deeltjes fijn stof, die diep doordringen in de longen. Daaraan overlijden jaarlijks 370.000 mensen in Europa. De Commissie wil dat terugbrengen naar 230.000 doden.

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de trein in vergelijking met de auto, het vliegtuig en de scheepvaart het milieuvriendelijkste vervoermiddel. Per reizigers-kilometer stoot de trein de kleinste hoeveelheid CO2 uit. Treinen, auto’s, vliegtuigen en schepen stoten jaarlijks in Nederland 59 miljard kilo CO2 uit. Auto’s nemen daarvan eenderde deel voor hun rekening en zijn volgens het CBS het meest vervuilend. Per reizigerskilometer zijn auto’s ook vervuilender dan vliegtuigen, omdat slechts de helft van de automobilisten een passagier meeneemt.

VROM-staatssecretaris van Geel heeft bij de Raad van State een wetsvoorstel ingediend, waarin hij pleit voor een ruimere interpretatie van de Europese milieunormen. Dat zou bouwprojecten, die de afgelopen jaren werden stilgelegd omdat ze te veel milieuschade opleverden, de kans geven om te worden voortgezet. Het voorstel behelst onder meer een verruiming van de regels voor ‘saldering’. Bijvoorbeeld dat een vervuilend bouwproject mag doorgaan als in de regio de maximumsnelheid wordt verlaagd. Daarmee wordt de milieuvervuiling per saldo niet groter. Wel blijft het ruimtelijke-ordeningsbeleid gebonden aan milieueisen, maar binnen die beperking komt er meer ruimte voor creatieve oplossingen.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2005