Milieubeleid |
Berichten uit 2005 |
De ministerraad heeft er in januari op voorstel van VROM-staatssecretaris Van Geel mee ingestemd wettelijke kwaliteitseisen te stellen aan de milieuhandhaving. De introductie van wettelijke kwaliteitseisen voor de handhaving hangt nauw samen met het project Professionalisering van de milieuwethandhaving, dat begin 2002 is gestart ter verbetering van de milieuwethandhaving. In een bestuurlijk overleg zijn in november 2002 door de betrokken partijen, het ministerie van VROM, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen kwaliteitscriteria opgesteld, die nu zijn vastgelegd in wettelijke kwaliteitseisen. De kwaliteitseisen schrijven voor dat handhavingorganisaties vastleggen welke milieuproblemen worden aangepakt, wat de effecten van overtredingen zijn, hoe de handhavingdoelen moeten worden bereikt en hoe de monitoring en evaluatie moet plaatsvinden. Vanaf 1 januari 2005 vindt de ‘eindmeting’ plaats die moet aantonen of wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria milieuhandhaving. De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het ontwerpbesluit voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. Het besluit wordt op 18 januari 2005 in de Staatscourant gepubliceerd en is voorgelegd aan de Tweede Kamer.
Sinds 2002 loopt een succesvolle proef met een 80-kilometerzone op de A13 bij Rotterdam-Overschie. De VenW-minister Peijs wil daarnaast in februari de maximumsnelheid op 4 punten rond Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht van 100 naar 80 km/uur verlagen. Volgens Milieudefensie moet er meer gebeuren en wil de minister via een rechtszaak dwingen voor alle stadssnelwegen de snelheid tot 80 km te verlagen. Een lagere maximumsnelheid levert volgens de milieuorganisatie minder lawaai en luchtvervuiling voor de omwonenden op. Milieudefensie denkt succes te boeken met een rechtszaak, omdat langs veel snelwegen de normen voor de luchtvervuiling worden overschreden. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft becijferd dat enkele honderdduizenden mensen last hebben van te veel stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Het kabinet heeft onlangs nog de aanleg van een aantal spitsstroken moeten uitstellen. De Raad van State wilde dat er eerst nader onderzoek naar de gevolgen voor het milieu wordt gedaan.
Uit een enquête van een in februari uitgezonden aflevering van het televisieprogramma Twee Vandaag blijkt dat een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt dat het milieubeleid van het kabinet tekortschiet. 60% van de ondervraagden meent dat de regering te weinig doet tegen opwarming van de aarde. Van de D66-stemmers vindt maar 17% dat de regering genoeg doet tegen het broeikaseffect. Van de CDA-aanhang keurt 31% het beleid goed en bij de VVD is dat 34%.
10 mei wordt de Milieubalans 2005 van het Milieu- en Natuurplanbureau gepubliceerd. Het uitvoeren van de Europese emissie-eisen leidt tot forse vermindering van uitstoot van vervuilende stoffen in Nederland. Maar door de specifieke situatie in Nederland is dat niet genoeg om te voldoen aan de milieukwaliteitseisen die de Europese Unie stelt. Nederland is dichter bevolkt en bebouwd dan veel andere Europese landen. Daardoor kampen we met meer uitstoot van vervuilende stoffen per km2. Bovendien heeft Nederland te maken met veel vervuiling uit het buitenland. Om de wettelijk vastgelegde milieukwaliteit te halen heeft Nederland daarom extra maatregelen nodig, bovenop het Europese emissiebeleid. Nederland heeft de Europese luchtkwaliteitrichtlijn relatief strikt ingevoerd in het Besluit Luchtkwaliteit, vooral door de koppeling met het ruimtelijk ordeningsbeleid. Met het vastgestelde beleid zal Nederland meer stikstofdioxide uitstoten dan toegestaan en de luchtkwaliteitsnormen voor stikstofoxide en fijn stof waarschijnlijk niet halen, ondanks het verdergaande bronbeleid dat Nederland voert vergeleken met andere lidstaten. Overigens zullen ook verschillende andere lidstaten het emissieplafond voor stikstofdioxide waarschijnlijk niet halen, en is de stedelijke luchtkwaliteit in Nederland vergelijkbaar met die in andere Europese steden. Nederland zet in op aanvullend Europees emissiebeleid. Dit kan er toe bijdragen dat Nederland in de toekomst de luchtkwaliteitsnormen minder overschrijdt. Het is echter maar de vraag of ook andere lidstaten het Europese emissiebeleid willen aanscherpen, als zij zonder aanscherping ook al kunnen voldoen aan de Europese luchtkwaliteitseisen. Ondanks het Nederlandse energiebeleid en het beleid voor overige broeikasgassen, neemt de binnenlandse uitstoot van broeikasgassen toe met bijna 3%. De doelen voor energiebesparing en duurzame energie worden niet gehaald.
Half september brengt de Commissie Duurzame Ontwikkeling van de Sociaal-Economische Raad (SER) een ontwerpadvies uit (‘Milieu als kans’) dat het kabinet steunt in zijn voornemen innovaties te bevorderen die economische kansen bieden en tegelijkertijd milieuwinst opleveren. Deze ‘eco-efficiënte innovaties’ moeten via Europese en nationale maatregelen een krachtige impuls krijgen. Het onderwerp ‘Milieu als kans’ is vorig jaar door het Nederlandse voorzitterschap op de politieke agenda van de EU gezet. Naast gedragsverandering is ook het technologiespoor een van de hoofdroutes naar een meer duurzame economie. Een voorbeeld van een eco-efficiënte innovatie is de CO2-uitstoot van olieraffinaderijen in Pernis, die als meststof aan glastuinders wordt verkocht. De SER-commissie is ook voorstander van een weloverwogen fiscale vergroening op Europees niveau en van het terugdringen van milieuschadelijke subsidies. Op nationaal niveau verwacht de commissie veel van een verdere differentiatie naar vervuilingsintensiteit in bestaande belastingen. Hier kan het ‘vervuiler per gebruiker betaalt’-beginsel worden gehanteerd door fiscale kortingen of vrijstellingen voor tal van milieuvriendelijke activiteiten of producten. De beschikbaarheid van risicokapitaal is, volgens de commissie, een punt van zorg. Door gebrek aan voldoende financiële middelen komen veel innovatieprojecten nooit van de grond. Dit probleem geldt ook voor eco-efficiënte innovaties en raakt zowel grote als kleine bedrijven. De SER roept het kabinet daarom op hier iets aan te doen. De overheid zelf (rijk, provincies, gemeenten) dient als innovatieve aanbesteder duurzaamheidseisen te stellen aan leveranciers. Het ontwerpadvies is een reactie op een adviesaanvraag van VROM-staatssecretaris Van Geel en EZ-minister Brinkhorst. De SER zal het advies ‘Milieu als kans‘ op 21 oktober vaststellen.
Begin oktober stuurt VROM-staatssecretaris Van Geel de Hoofdlijnennotitie Toekomstagenda Milieu naar de Tweede Kamer stuurt. De Toekomstagenda Milieu moet in februari 2006 klaar zijn, zodat Nederland binnen Europa opnieuw koploper op het gebied van milieubeleid kan worden. Een nieuw milieubeleid is volgens de staatssecretaris hard nodig omdat de milieudruk in Nederland bijna twee keer zo hoog is als gemiddeld in Europa. Van Geel heeft ter voorbereiding op zijn Toekomstagenda een uitgebreid en representatief onderzoek laten doen naar de acceptatie van het milieubeleid. Uit het onderzoek ‘Wat is het milieu ons waard?’ van TNS-NIPO blijkt dat slechts een beperkt aantal milieumaatregelen kan rekenen op de instemming van de bevolking. Mensen vinden milieu wel belangrijk, maar andere onderwerpen als inkomen, werk en gezondheidszorg, worden belangrijker gevonden.