Elektriciteits- en gasverbruik en productie

Berichten uit
2005

Uit in maart gepubliceerde cijfers van het CBS blijkt dat in 2004 het binnenlands verbruik van aardgas met 2% is gestegen, terwijl het verbruik van elektriciteit gelijk is gebleven. In totaal steeg het energieverbruik in 2004 met 1%, iets lager dan de economische groei van 1,3% bedroeg. De door afnemers verbruikte hoeveelheid elektriciteit was 91,9 miljoen MWh, waarvan 38% voor de industrie. In de industrie nam het elektriciteitsverbruik in 2004 met 1% toe, maar kleinverbruikers waren iets zuiniger. Ongeveer 23% van de in ons land verbruikte elektriciteit is in 2004 geïmporteerd. Bij de centrale productie van elektriciteit is 6% meer aardgas ingezet. Deze inzet kwam uit op 8,7 miljard m3 (8,2 in 2003). De toename van aardgas hangt samen met de verminderde inzet van steenkool en steenkoolproducten voor de elektriciteitsproductie van 4%. De inzet van biomassa verdubbelde in 2004. Opvallend is de sterke stijging van de netto uitvoer van gas. Die nam met 53% toe, van 21,5 naar 32,9 miljard. m3. Ook de winning van aardgas steeg significant en kwam uit op 81,5 miljard. m3; 18% meer dan in 2003. Met een geringe voorraadonttrekking resulteert dit in een binnenlands verbruik van 48,6 miljard. m3, een stijging van 2% ten opzichte van 2003.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt in juli dat in 2004 de productie van Nederlandse elektriciteitscentrales met 4% is gestegen tot 102 miljard kWh. Het is voor het eerst dat de productie boven de 100 miljard kWh komt. Het binnenlandse stroomverbruik steeg vorig jaar met 3% tot 108 miljard kWh. De groei van de stroomproductie, die al sinds 1999 plaatsvindt, is afkomstig van elektriciteitscentrales. De hoeveelheid stroom die door industriële bedrijven zelf werd opgewekt, steeg nauwelijks. Ruim 91% van de Nederlandse stroom wordt geproduceerd door verbranding van fossiele brandstoffen, waarvan een groot deel met aardgas.

De leden van brancheorganisatie EnergieNed pleiten voor een verdergaande transparantie in de beschikbare productiecapaciteit, welke moet worden vastgelegd in een gedragscode. Wanneer er nu uitval plaatsvindt van een eenheid die elektriciteit produceert, dan wordt dit het liefst zo lang mogelijk stilgehouden door de betrokken producent. Hij probeert de elektriciteit die hij nodig heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen via bilaterale contacten te kopen. Daarmee poogt hij, ook in zijn eigen belang, in een krappe markt te voorkomen dat schokgolven ontstaan in de elektriciteitsprijzen op de spotmarkt. De gedragscode wil bevorderen dat marktspelers ten principale over dezelfde informatie kunnen beschikken. De belangrijkste maatregel is om na 24 uur de uitval aan te geven op basis van de omvang en voorziene duur van de uitval alsmede de brandstofsoort van de uitgevallen eenheid. Dan is de kortetermijnproblematiek opgelost, bestaat zicht op de verwachte duur van de storing en kan er op de ‘day ahead’ markt en verder vooruitkijkende markten worden ingespeeld. De producenten komen met de gedragscode tegemoet aan de wensen van zowel de beheerder van het hoogspanningsnet TenneT, de elektriciteitsbeurs Endex als de toezichthouder op de energiemarkt NMa/DTe en de AFM (Autoriteit Financiële markten). Zij pleiten allen voor meer transparantie over de productie om de marktwerking te verbeteren.



Terug naar thema Elektriciteits- en gasmarkt 2005