Splitsing

Berichten uit
2005
Elektriciteit

Uit een bericht in Het Financieel Dagblad in februari blijkt dat Essent, Nuon en Eneco niet veel steun zullen krijgen van hun aandeelhouders voor juridisch verzet als de Tweede Kamer akkoord gaat met splitsing van de energiebedrijven. EZ-minister Brinkhorst stuurt eind februari een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Een brede meerderheid in het parlement steunt het beleidsvoornemen van de minister. De meeste provincies en gemeenten zijn tegen splitsing. Alleen de provincie Friesland en de gemeente Amsterdam, die samen een belang van 22,2% in Nuon hebben, zijn voorstanders. Zij vinden dat de energiebedrijven hun verzet moeten staken als de Tweede Kamer de splitsingswet aanneemt.

Aardgas

De Tweede Kamer plaatst in januari vraagtekens bij het bedrag van € 2,78 mld dat de staat wil neertellen om het netwerkbedrijf van de Gasunie volledig in handen te krijgen. De Kamerleden zijn er nog niet uit of ze de Algemene Rekenkamer zullen vragen om onderzoek of dat ze genoegen nemen met meer vertrouwelijk overleg met EZ-minister Brinkhorst. Die heeft echter laten weten zijn onderhandelingsstrategie niet openbaar te willen maken, omdat hij mogelijk ook nog zal onderhandelen over het opsplitsen van het overblijvende deel van de Gasunie: handel in en levering van gas. En daar heeft de Algemene Energieraad een negatief advies over uitgebracht. Gasunie, waarin de Nederlandse staat, Shell en ExxonMobil participeren, moet zijn netwerkbedrijf overdragen aan de overheid. Daardoor wordt het mogelijk dat in een vrije energiemarkt concurrerende leveranciers toegang krijgen tot het netwerk. Het onderzoek van de Rekenkamer moet uitwijzen of de oliemaatschappijen niet teveel ontvangen. De waarde van het gasnetwerk hangt samen met de prijs die in de toekomst betaald moet worden voor het gebruik van de leidingen. DTe, de toezichthouder van de energiemarkt, controleert die transporttarieven. De Europese Commissie ziet volgens Brinkhorst in het bedrag van € 2,78 mld geen verboden staatssteun.

Energieconcerns

De vier grootste energieconcerns in Nederland (Delta, Eneco, Essent en Nuon), sturen in maart een vertrouwelijke brief naar het kabinet waarin zij de ministerraad vragen om niet in te stemmen met het wetsvoorstel van EZ-minister Brinkhorst om de bedrijven op te splitsen. Volgens de bedrijven negeert de minister een eerder bereikte akkoord dat was gesloten met twee topambtenaren (1 van EZ en 1 van DTe) en dat een alternatief biedt voor het splitsingsplan. Het alternatieve plan komt er op neer dat de bedrijven in de praktijk weliswaar gesplitst worden, maar juridisch gezien één geheel blijven. Bovendien zou er zelfs een aanvullend programma gemaakt zijn om bijvoorbeeld de factureringsproblemen aan te pakken. Brinkhorst houdt echter, daarin gesteund door de Tweede Kamer, vast aan het splitsen van de concerns in een onderneming die de netwerken beheert en een onderneming die de energie levert. DTe en EZ ontkennen dat er sprake is van een akkoord is. De brandbrief lijkt weinig effect te sorteren. De meest betrokken bewindslieden hebben inmiddels het splitsingswetsvoorstel goedgekeurd tijdens een vergadering van de Raad voor Economische Aangelegenheden, een onderraad van de voltallige Ministerraad. Brinkhorst eist garanties voor de onafhankelijkheid van het netbeheer. De minister wil voorkomen dat de energiebedrijven de monopoliewinsten uit netten gebruiken voor ‘avonturen in het buitenland’. Brinkhorst distantieert zich van de opvatting van de energiebedrijven dat onafhankelijk netbeheer ook kan worden bereikt door goede regulering.

TenneT

In het wetsvoorstel splitsing energiebedrijven, waarmee de ministerraad in maart instemt, wordt duidelijk dat energiebedrijven de productie en verkoop van elektriciteit en gas moeten scheiden van het beheer van de energienetten. In maart is de situatie dat het beheer van de belangrijkste hoogspanningsnetten over gaat naar TenneT, de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet. Nu is het netwerkbeheer nog in handen van regionale energiebedrijven die ook verantwoordelijk zijn voor de productie en levering aan consumenten en bedrijven. Het wetsvoorstel regelt dat TenneT alle (regionale) elektriciteitsnetten met een spanningsniveau van 110 en 150 kV in beheer krijgt. Deze netten vormen de ruggengraat van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening. Hierdoor is TenneT beter in staat in te grijpen als dat nodig is in het belang van de leveringszekerheid.

Begin december verkoopt TenneT een belang van 25,5% in energiebeurs APX aan de Nederlandse Gasunie. Gasunie, eigenaar van een van Europa’s grootste transportnetten, legt daarvoor € 7,5 mln op tafel. Het resterende belang van 74,5% blijft in handen van Tennet. Zowel TenneT als de Gasunie zijn in handen van de Nederlandse Staat. Volgens een woordvoerder van TenneT is APX, dat een waarde vertegenwoordigt van circa € 50 mln, met de Gasunie aan boord beter in staat om zijn dienstverlening aan de Nederlandse en Noordwest-Europese energiemarkt verder uit te breiden. Naast een stroom- en gasbeurs in Amsterdam heeft APX ook dochterondernemingen in het Verenigd Koninkrijk en België. Op de beurzen wordt op jaarbasis voor € 3 mld aan energiecontracten verhandeld. APX draait zelf een omzet van € 15 mln en maakt naar verwachting dit jaar een bescheiden winst.

Gasunie

Per 22 maart wordt de N.V. Nederlandse Gasunie tijdelijk omgedoopt tot de B.V. Nederlandse Gasunie om daarmee de splitsing juridisch te realiseren. De omzetting maakt het mogelijk de aandelen die Shell, ExxonMobil en Energie Beheer Nederland (EBN) in Gasunie hebben, om te zetten in zogenoemde letteraandelen. Na intrekking van deze letteraandelen is de Staat de enige aandeelhouder van de B.V. Nederlandse Gasunie. De handelsonderneming krijgt na afsplitsing als volledige, juridische naam Gasunie Trade & Supply B.V. Deze handelsonderneming houdt dezelfde aandeelhouders als thans voor heel Gasunie het geval is, te weten: de Staat (50%), Shell en ExxonMobil (elk 25%). Zodra die splitsing heeft plaatsgevonden zal de transportonderneming B.V. Nederlandse Gasunie weer een N.V. worden.

Vanaf 1 juli 2005 zijn de onderdelen transport en handel van de N.V. Nederlandse Gasunie juridisch en economisch gesplitst. Gasunie bestaat nu uit het handelsbedrijf ‘Gasunie Trade & Supply’ en het transportbedrijf ‘Nederlandse Gasunie’. Door de splitsing maakt het transportbedrijf Gasunie niet langer deel uit van de samenwerking tussen de Staat, Shell en Esso in het zogeheten ‘gasgebouw’. Het transportbedrijf opereert volledig onafhankelijk van de belangen in productie, handel en levering van gas. Gasunie Trade & Supply heeft dezelfde aandeelhouders als de voormalige Gasunie: 40% Energie Beheer Nederland (EBN), 10% Staat, 25% Esso en 25% Shell. Het transportbedrijf ‘Nederlandse Gasunie’ komt geheel in handen van de Nederlandse Staat. In het kader van de splitsing betaalt de Staat per 1 januari 2005 ruim € 2,7 miljard voor de 50% van de aandelen in het transportbedrijf die de Staat nog niet in bezit had. De aandelen van de Staat worden beheerd door de minister van Financiën.



Terug naar thema Elektriciteits- en gasmarkt 2005