Groene stroom |
Berichten uit 2005 |
De beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, TenneT, heeft in 2004 de elektriciteit die de netverliezen moet compenseren (jaarlijks ongeveer 450 mln kWh, gelijk aan het gemiddelde verbruik van 150.000 huishoudens), groen ingekocht. In 2005 is TenneT van plan om ook alle netverliezen te ‘vergroenen’. Er is milieuvriendelijk ingekocht door de aankoop van groencertificaten via handelsplatform CertiChange. Het is beleid van TenneT om de inkoop van groene stroom een directe afspiegeling te laten zijn van de verschillende soorten groene energie die daadwerkelijk in Nederland worden geproduceerd.
Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten heeft een meetmethode ontwikkeld om bij elektriciteitscentrales te meten hoe ‘groen’ de stroom is die zij produceren, zo wordt gemeld in februari. De methode is afgeleid van de koolstofdateringsmethode en wordt uitgevoerd met behulp van een relatief eenvoudige bepaling van het C-14 gehalte in de brandstof. Groene stroom wordt in Nederland voor een groot deel opgewekt door verbranding van biomassa, bijvoorbeeld van bomen en groenafval. Groene energie uit biomassa is CO2-neutraal. Bij een experiment in juni 2004 is het rookgas in de schoorsteen van de NARGUS wervelbed verbrandingsinstallatie van de ECN-unit Biomassa met de C-14 methode de hoeveelheid ‘groene’ koolzuur gemeten. Op dat moment werden er ook bijstookproeven van steenkool met diermeel uitgevoerd. Er is een goede overeenkomst gevonden tussen de berekende en gemeten hoeveelheid groene bijstook. De C-14 methode is verder toegepast op vloeistoffen (mengsels van smeerolie en frituurvet) en vaste brandstoffen zoals huisvuilfracties en kantoorafval. Ook die resultaten waren veelbelovend.
De productie van duurzame elektriciteit is in het eerste half jaar van 2005 fors gestegen. De groene stroom was volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek goed voor 6,4% van het binnenlands verbruik. Een jaar eerder was dit nog 3,8%. De belangrijkste bijdrage aan de stijging van de productie van duurzame elektriciteit wordt geleverd door het meestoken van biomassa in de centrales: 1% aan het begin van het jaar 2004 naar 3% in de eerste helft van 2005. Windenergie laat een kleine groei zien van 0,2 procentpunt: 1,9% van het elektriciteitsverbruik. De import van groene stroom daalde van 9% van het elektriciteitsverbruik in 2004 naar ongeveer 6% in het eerste half jaar van 2005. Daarmee is de import nu ongeveer even groot als de binnenlandse productie. De daling is vooral te wijten aan het volledig vervallen van de overheidssteun voor de import van groene stroom per 1 januari 2005. De regering heeft als doel gesteld dat over 5 jaar 9% van de verbruikte elektriciteit uit duurzame bronnen komt.
Volgens Essent ontmoedigt het besluit van EZ-minister Brinkhorst in oktober om de afgesproken overheidssubsidie voor bio-olie te verlagen tot 2,5 ct/kWh de productie van groene stroom. Voor dat bedrag is de onrendabele top van de groene stroom productie in de door Essent beheerde Clauscentrale in Maasbracht niet meer te bekostigen. Als de plannen van de minister werkelijkheid worden, stopt Essent op 1 juli 2006 met de productie van duurzame elektriciteit in de Clauscentrale. Het besluit van de minister staat haaks op de eerder gemaakte afspraken dat de kosten voor de onrendabele top van de groene stroom productie door de overheid zouden worden gedragen. Na het wegvallen van de subsidie voor windenergie op zee, is deze verlaging al de tweede ingreep van het kabinet in 2005 op het gebied van duurzame energieproductie in Nederland.