Glastuinbouw |
Berichten uit 2005 |
Het Productschap Tuinbouw (PT) en LTO Nederland hebben in 2002 de verduurzaming van de energievoorziening in de glastuinbouw hoog op de agenda gezet. Stijgende energieprijzen, zorg over de aardgasvoorraden en de afspraak met de overheid over energiebesparing waren toentertijd belangrijke motieven om in de toekomst minder afhankelijk te zijn van fossiele energie. Twee jaar geleden was de ambitie van de Nederlandse glastuinbouw om in 2020 in nieuwe kassen geen fossiele energie (aardgas) meer te gebruiken. PT en LTO waren het over eens dat er ‘doorbraken’ moesten komen om deze ambitieuze doelstelling te halen. Om die doorbraken te bereiken werd een ‘transitieprogramma’ opgezet met een jaarlijks budget van circa € 4 miljoen. Financiering gebeurt door overheid en bedrijfsleven (PT) op basis van fifty-fifty. Voor 2005 bedraagt het totale budget voor deze zogenoemde energietransitie een kleine € 5,8 mln, waarvan het PT € 2,22 mln voor zijn rekening neemt. De rest draagt de overheid (voornamelijk LNV) bij. De Sectorcommissie energie van het productschap is verantwoordelijk voor het programma van de energietransitie en voor de financiering van het deel van het bedrijfsleven. De voorbereidingen voor een eerste kas zijn in gang. Met behulp van een speciaal dak winnen de kassen zomerse (zonne-)warmte die ze in de bodem opslaan en aan andere gebouwen kunnen leveren. Het opvangen van zonnewarmte gebeurt in een kas met zigzagdek en met zogenoemde fiwihex warmtewisselaars. De warmte wordt van het dak de bodem ingeleid. In eerste instantie is de warmte bedoeld om de kassen in de winter te verwarmen. Maar men verwacht zoveel warmte te produceren dat het restant aan anderen, zoals kantoorgebouwen, kan worden geleverd. Naast de energiearme en energieproducerende kas gaat de glastuinbouw volgend jaar onderzoeken of het oppompen van bestaande aardwarmte ook een optie is om de kassen te verwarmen. Ook is er een plan om groene stroom op te wekken via zogenoemde warmtekrachtinstallaties die draaien op biobrandstoffen. Een andere mogelijkheid om energie te besparen is het toepassen van LED’s in plaats van de huidige assimilatielampen.
Uit het LEI-rapport ‘Duurzame landbouw in beeld‘ van januari blijkt dat de glastuinbouw in de afgelopen 20 jaar het energiegebruik per eenheid product wist te halveren, waardoor de teelt duurzamer is geworden. Toch neemt het energieverbruik de laatste jaren weer iets toe. De daling van het energiegebruik in de afgelopen 20 jaar hangt samen met het gebruik van warmte van derden, in de vorm van restwarmte en WKK-warmte van energiebedrijven. Sinds de liberalisering van de energiemarkt in 2001 is het aandeel warmte van derden gedaald. Sindsdien profiteert de glastuinbouw minder van de voordelen hiervan en verstoken tuinders meer gas, waardoor het energiegebruik de laatste jaren toeneemt. De energie-efficiencyindex (de mate waarin bedrijven efficiënt energie gebruiken) daalt niet zo hard als de sector zich tot doel heeft gesteld. De oorzaken zijn te vinden in de toenemende belichting en het achterblijvende gebruik van duurzame energiebronnen. Dat het gebruik van belichting toeneemt, vergroot de noodzaak om te komen tot energiebesparing via bijvoorbeeld gesloten kassen, beter energiemanagement, duurzame energie en WKK.
LTO Nederland en het Productschap Tuinbouw (PT) melden eind april dat ze een zwartboek willen maken over het gebrek aan marktwerking in de Nederlandse gasmarkt. Het zwartboek spitst zich toe op de gasprijs bij onregelmatig verbruik over het jaar. Ook de gevolgen voor de concurrentiepositie van de glastuinbouw komen aan de orde. LTO en PT willen dat de DTe en de NMa een eind maken aan de situatie waarbij te veel wordt betaald voor het verwarmen van ruimtes als huizen, kantoren en ook kassen. Sinds de invoering van de Gaswet ageren LTO en PT al tegen de machtspositie van Gasunie en de hoge flexibiliteitkosten die er het gevolg van zijn. Overleg met de overheid en de Tweede Kamer, procedures bij de DTe, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven en bij de NMa hebben niet tot het gewenste resultaat geleid. Al die ervaringen met het ontbreken van een kordate aanpak bij deze instanties zullen in het zwartboek worden opgetekend.
Het Warmtebedrijf Rotterdam wil restwarmte vanuit de industrie in het havengebied gaan verkopen aan glastuinders en huishoudens in de zuidelijke Randstad. Voor de glastuinbouw zou levering met name plaats kunnen vinden naar de gebieden Voorne-Putten, het Westland, de Zuidplaspolder en de B-driehoek. De industrie in de Rijnmond loost jaarlijks meer dan 2400 MW aan restwarmte. De restwarmte komt vanaf olieraffinaderij Nerefco, gelegen op 5 kilometer afstand van het glastuinbouwgebied. Wanneer de deelnemende bedrijven niet meer stoken zijn ze afhankelijk van een alternatieve CO2-bron. Daarom hangt de doorgang van het project ook samen met het van de grond komen van het OCAP-project (‘organic CO2 for the assimilation in plants’), waarbij Shell CO2 naar tuinders wil gaan transporteren. Ook de ontwikkeling van de gasprijs en het succes van koude- en warmteopslag, kunnen bepalend zijn of het project slaagt of niet.
Vooronderzoeken van A&F en Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO), beide van Wageningen UR, naar warmteopslag in de grond hebben geleid tot het plan voor een energiezuinige testkas in glastuinbouwgebied Bergerden. Opslag van warmte in ondergrondse watervoerende zandlagen op ongeveer 100 meter diepte kan leiden tot ongeveer 30% energiebesparing. Het uitgangspunt van de kas als energiebron is dat er altijd meer energie door zonlicht de kas ingaat dan dat er gebruikt wordt. Ongeveer een derde van de inkomende warmte is nodig om kassen te verwarmen. De zonnewarmte wordt overdag met een warmtewisselaar opgeslagen in warm water, en vervolgens ‘s nachts geheel of gedeeltelijk gebruikt. De warmte kan voor langere tijd worden opgeslagen. De in de zomer geoogste warmte wordt gebruikt voor verwarming van de kas in de winter. De oorspronkelijke doelstelling - een kas die geen energie meer nodig heeft en zelfs energie kan leveren aan bijvoorbeeld woonwijken - is nog niet gehaald. Nader onderzoek is ook nog nodig naar eventuele nadelige effecten van warmteopslag in de grond. Zo eist de overheid dat er geen verzilting van zoet water optreedt, er geen netto warmtelozing plaatsvindt, en dat de warmteopslag geen biologische of chemische gevolgen heeft. De geavanceerde warmtewisselaars die worden gebruikt, zijn ook een forse investering voor tuinders. Pas na een jaar of 10 halen de tuinders de kosten van de installaties eruit.
De levering van CO2 uit de raffinaderij van Shell Pernis aan zo’n 400 tuinders is onzeker. Rond 15 augustus moet de eerste kooldioxide zijn weg vinden via de pijpleiding naar de kassen, maar de leverancier heeft momenteel nog steeds te kampen met de gevolgen van een stroomstoring op 14 juli. Daarbij is Shell Pernis buiten werking gesteld. Volgens een woordvoerder wordt er ‘hard gewerkt’ om de installatie op te starten. Wanneer dit gebeurt is onduidelijk. Of er straks wel de gasvormige planten-groeiversneller te leveren is, wil Shell niet meedelen. ‘Maar als Pernis niet werkt, wordt er geen CO2 aangemaakt’, aldus de Shell-zegsman. Robert Jan Pabon, woordvoerder van leverancier OCAP, is optimistischer. ‘We moeten maar afwachten of Shell op tijd de vestiging in Pernis op gang krijgt’. Hij laat weten dat inmiddels 400 telers een voorlopig contract hebben ondertekend. ‘Dat is boven verwachting. Het is een flink eind richting het maximum van 500 aansluitingen, want dat is op korte termijn de limiet’. Wel onderschrijft Pabon dat er nog niets definitief is vastgelegd. ‘We zitten nog met wat Engelsen de ‘gory details’ noemen: de kleine lettertjes in een contract. Er is nog steeds weinig bekend over de emissierechten, maar daar komt toch echt snel verandering in. Binnenkort verwachten we dat de eerste telers definitief instappen. En voor de rest geldt misschien dat ze het ook doen als ze het gas eenmaal horen stromen’. LTO laat weten het nog steeds onverstandig te vinden om contracten definitief te ondertekenen en verwacht dat de storing in Pernis gevolgen heeft voor de levering. ‘Onze laatste opmerking over de emissierechten is nog in beraad. Zodra dit is afgerond, zullen wij telers informeren over de stand van zaken. Pas daarna kunnen zij bepalen of ze deelnemen’, zegt Nico Stijger van de LTO.
Eind augustus maken LTO Nederland en CO2-leverancier OCAP (Organic Carbon dioxide for Assimilation of Plants) bekend dat de levering van door Shell geproduceerd CO2 aan tuinbouwbedrijven eindelijk van start zal gaan bij diverse tuinbouwbedrijven. De contracten hiervoor vereisten nogal wat studie (‘de kleine lettertjes’), maar dat is volgens de LTO grotendeels opgelost. Wel zijn de tuinbouw en Shell het strikt genomen nog lang niet eens over de verdeling van de emissierechten, wat in 2008 een grote rol gaat spelen omdat alle bedrijfstakken van de landelijke overheid een maximale uitstoot krijgen toegewezen. Er was onzekerheid over de prijs van 1 m³ kooldioxide. De tuinbouw wilde betere prijsafspraken om makkelijker vast te kunnen stellen of CO2 inkopen via OCAP goedkoper zou zijn dan het zelf aan te maken door gas te verstoken. Met het gebruik van de OCAP-CO2 besparen de tuinders gezamenlijk ongeveer 95 miljoen m3 aardgas per jaar. Shell zal door het nuttig gebruik van de CO2 haar reductie met 17% kunnen verlagen.
Oud-premier Ruud Lubbers heeft begin september samen met voorzitter Frans Hoogervorst van de Stuurgroep Kas als Energiebron het startsein gegeven voor de Ontwerpwedstrijd Energieproducerende kas. De initiatiefnemers van de wedstrijd (tuinbouwbedrijfsleven en de overheid) zijn op zoek naar ‘baanbrekende ideeën’ voor kassen die meer energie opleveren dan ze zelf gebruiken. Lubbers, sinds kort voorzitter van de raad van toezicht van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), laat weten dat het ‘hoog tijd is voor vernieuwing in het denken over energieverbruik in de glastuinbouw’. De kas moet volgens de oud-premier gezien worden als leverancier van duurzame energie en niet als gebruiker van fossiele energie. Met de wedstrijd willen zij zowel nationale als internationale bedrijven uitdagen om ‘praktijkgerichte en vernieuwende’ oplossingen te bedenken voor het toepassen van duurzame energie in de glastuinbouw. Tot 12 januari 2006 kunnen er ideeën voor de wedstrijd ingezonden worden.