Restwarmte |
Berichten uit 2005 |
Half mei meldt het Warmtebedrijf dat er plannen zijn om ongeveer 50.000 woningen in Den Haag te verwarmen met restwarmte uit het Rotterdamse havengebied. In het Warmtebedrijf participeren onder meer enkele grote bedrijven uit de Botlek, Eneco en Nuon, de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland. Het Warmtebedrijf is al bezig om 5000 woningen in Hoogvliet aan te sluiten op restwarmte uit de Botlek (bijv. van Shell en de afvalverbranding AVR). De restwarmte kan over grote afstanden via waterleidingen worden getransporteerd. Het water verliest na een transport van tien kilometer door de leidingen slechts een graad warmte. Rotterdam neemt volgende maand het besluit om in totaal 50.000 woningen op dit warmtenet aan te sluiten. In Delft kan nog voor het eind van dit jaar begonnen worden om 20.000 woningen aan het warmtenet te koppelen. De bedoeling is uiteindelijk dat de hele Zuidvleugel van de Randstad op deze manier verwarmd wordt.
Half november legt VROM-staatssecretaris Van Geel in Rotterdam-Zuid de eerste pijp voor het systeem waarbij industriële restwarmte wordt gebruikt voor de verwarming van woningen en bedrijven, het zogenoemde restwarmtetracé. Voor de levering van restwarmte uit de industrie zijn onder meer Shell en afvalverwerkingsbedrijf AVR bij het project betrokken. De warmte die vrijkomt bij hun industriële processen verhit water dat in pijpleidingen naar de afnemers in Rotterdam en omstreken gaat. Zo wordt op den duur schone energie geleverd aan 500.000 huishoudens in de zuidvleugel van de Randstad. Ook het kassengebied in het Westland zal op het warmtenet worden aangesloten. Het warmtenet vergt een investering van € 600 tot 800 miljoen. Het is de bedoeling van het speciaal op te richten Warmtebedrijf om in 2006 klein te beginnen met de verwarming van Rotterdam-Zuid.