CO2- en NOx-emissiehandel

Berichten uit
2006

Begin januari publiceert de Europese Commissie (EC) het Guidance Document bedoeld voor het opstellen van de nationale allocatieplannen (NAP) voor de emissiehandel in de periode 2008-2012. De richtlijnen zijn vooral bedoeld om de allocatieplannen van de lidstaten eenduidig te laten zijn. Bijvoorbeeld m.b.t. de door de EC onderschreven ‘brede’ definitie van een ‘verbrandingsinstallatie’. Daarmee vallen m.i.v. 2008 ook krakers onder het Emission Trading System (ETS). Over de discussie om de kleinere bedrijven (bijvoorbeeld minder dan 25.000 ton/jaar CO2-uitstoot) buiten de handel te houden is het Guidance Document echter minder eenduidig. Het totale Europese overschot aan CO2-uitstoot dat nog voor 2012 moet worden weggewerkt, is 296 miljoen ton. Twaalf lidstaten, waaronder Nederland, blijken niet voldoende op schema te liggen. De aankondiging van de Europese Commissie dat de uitstoot van CO2 verder omlaag moet, heeft niet geleid tot een spectaculaire stijging van de CO2-prijzen. Ondanks de strenge richtlijnen in het Guidance document is nog niet iedereen overtuigd in hoeverre de nieuwe NAP’s zullen zijn geharmoniseerd.

Begin februari vindt overleg plaats tussen LTO (ondernemers- en werkgeversorganisatie voor de agrarische sector), Glaskracht (organisatie voor ondernemers in de glastuinbouw) en het Productschap Tuinbouw (PT) en de ministeries van VROM en LNV. De overheid wil dat glastuinders verplicht investeringen doen om zo te voldoen aan het CO2-emissieplafond. Daartoe moet de sector zelf een CO2-emissiehandel opzetten en financieren om de maximale toegestane CO2-uitstoot onder de telers te kunnen verdelen. LTO, PT en Glaskracht voelen echter niets voor de verplichte investeringen om zelf een CO2-emissiehandel op te zetten.

EZ-minister Brinkhorst schrijft half maart in een brief aan de Tweede Kamer dat hij van plan is de zogenaamde windfall profits van de elektriciteitsbedrijven aan te zullen pakken. De windfall profits ontstaan doordat energiebedrijven de prijs van gratis verkregen emissierechten doorberekenen in hun tarieven. Dit bleek vorig jaar uit onderzoeksrapporten van ECN en DTe. De verwachting is bovendien dat de omvang van de windfall profits in de toekomst zal toenemen door prijsstijging van de CO2- rechten. Op de korte termijn wil de minister ervoor zorgen dat de elektriciteitsbedrijven minder rechten krijgen dan alleen op basis van hun historische emissies het geval zou zijn. Op de langere termijn pleit Brinkhorst voor verdere harmonisatie tussen Europese lidstaten op dit terrein. De EZ-minister acht het noodzakelijk dat de discussie op Europees niveau wordt opgestart om een ‘level playing field’ te creëren.

Uit het in april gepubliceerde jaarlijkse rapport van Pricewaterhousecoopers (PWC) over de energiesector (The Big Leap) blijkt dat een meerderheid van de topmanagers (61%) van energieconcerns verwacht dat het systeem van emissiehandel na 2012 wordt voortgezet en mogelijk ook uitgebreid. Vooral in Amerika, dat een dergelijk systeem kent op het gebied van SO2, is die verwachting erg sterk. De Aziatische energiesector ziet geen uitbreiding van emissiehandel in de toekomst. In Europa ziet slechts 10% van de ondervraagden een toekomst zonder enige vorm van emissiehandel. Nu het systeem een jaar werkt, zegt 53% van de leidinggevenden in Europa dat het heeft uitgepakt zoals verwacht. Voor 17% is dit gunstiger dan verwacht en voor 30% minder gunstig. Als gevolg van het ETS investeren meer bedrijven in hernieuwbare energie (47%) of wordt meer werk gemaakt van de schone kolentechnologie (37%). 12% Geeft aan dat met investeringen wordt gewacht als gevolg van de invoering van de uitstootrechten. De huidige prijzen voor emissierechten zullen de komende tijd waarschijnlijk niet dalen. Slechts 3% voorziet in de loop van 2006 een daling in de prijs, 52% voorspelt stijgende koersen.

Eind april blijkt uit emissiecijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) dat de Nederlandse bedrijven die meedoen met het Europese CO2 emissiehandelssysteem gezamenlijk in 2005 80,4 Mton CO2 hebben uitgestoten. Dat is bijna 8% lager dan de totale hoeveelheid CO2-rechten die de bedrijven voor het jaar 2005 hebben gekregen. In de eerste handelsperiode (2005-2007) is er voor gekozen om de energie-efficiënte industrie in Nederland niet te bestraffen door heel strikt emissierechten toe te wijzen. Het Kabinet heeft besloten dat voor de tweede handelsperiode (2008-2012) de totale hoeveelheid CO2-rechten vergelijkbaar zal zijn met de eerste handelsperiode. Het ligt in de verwachting dat het voor bedrijven in de komend handelsperiode moeilijker zal worden om binnen het toegewezen CO2-plafond te blijven. Door de aantrekkende economie stijgt de productie en daarmee ook de CO2-uitstoot. In de tweede handelsperiode moet ook rekening worden gehouden met de internationale verplichtingen uit het Kyoto-protocol.

In de tweede helft van april blijkt dat op de markt voor CO2-emissierechten (European Climate Exchange in Amsterdam) de prijzen snel dalen. Grote bedrijven uit onder meer Nederland, België, Tsjechië en Frankrijk maken bekend dat ze in 2005 niet alle rechten hebben verbruikt die hun door de Europese Unie waren toegewezen. Hierdoor daalde de prijs voor een ton CO2 met tientallen%en tot een niveau van rond de € 15. Eerder noteerden de emissierechten nog meer dan € 30. Gevolg van de prijsdaling in de emissierechten zijn lagere prijzen op de elektriciteitsmarkt omdat het verbranden van fossiele brandstoffen in centrales goedkoper wordt. Energiebedrijven voelen de ‘emissie-crash’ in hun aandelenkoers, omdat ze hun stroom minder duur kunnen verkopen. Op alle grote beurzen daalden de aandelen van producenten zoals EDF, RWE en E.ON met 3-5%. Handelaren hopen dat de landen die binnenkort hun CO2-balans moeten melden (onder meer het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië) een flink tekort rapporteren. Anders zou de emissiemarkt geheel instorten en overbodig worden. En dat zou ook het failliet betekenen van de wijze waarop de Europese Unie de doelstellingen van het Kyoto-verdrag probeert te halen.

EZ-minister Brinkhorst heeft CO2-emissierechten overgenomen van Roemenië. Het gaat om emissierechten over de periode van 2008 tot 2012. De Roemeense minister van economische zaken meent dat zijn land te veel rechten heeft gekregen en bracht een deel op de markt. De opbrengst, enkele tientallen miljoenen euro's, wordt door EZ geïnvesteerd in energiebesparing en duurzame energie.

Half mei wordt uit CO2-emissiecijfers van de Europese Commissie bekend dat de vier grote elektriciteitsbedrijven Nuon, Essent, Electrabel en E.ON in drie jaar tijd circa € 700-900 miljoen ‘overwinst’ hebben gerealiseerd op de handel in CO2-emissierechten. De overwinst vloeit voort uit het tegen marktprijs doorberekenen van de gratis verkregen emissierechten. Hoewel media-woordvoerders van de vier bedrijven het doorberekenen blijven ontkennen, bleek eerder al uit onderzoek van ECN dat de energiebedrijven de marktprijs van de gratis aan hen toegekende emissierechten voor een groot deel doorberekenen in de elektriciteitsprijs. ECN schat dat de energiebedrijven in 2005 € 75-100 miljoen en in 2006-2007 € 300-500 miljoen/jaar aan de CO2-rechten verdienen. Energietoezichthouder DTe schatte eerder dit jaar nog dat de bedrijven in 2005 voor zo'n € 50 miljoen aan rechten hebben moeten bijkopen. Minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken meldde in maart aan de Tweede Kamer dat de overwinsten van de energiebedrijven in 2005, mede vanwege deze kosten, beperkt zouden zijn gebleven tot zo'n € 90 miljoen.

Op 23 mei wordt het ontwerp nationaal allocatieplan (NAP) voor de periode 2008-2012 gepubliceerd door EZ en VROM. Daaruit blijkt dat Nederlandse bedrijven voor die periode 99,2 Mton emissierechten per jaar krijgen. In het plan wordt ook de methode van verdeling over de bedrijven beschreven. De hoeveelheid emissierechten is vergelijkbaar met die in de eerste handelsperiode (2005 tot 2007). Door de verwachte groei van de industrie en de elektriciteitsproductiesector en doordat een deel van de rechten zal worden geveild, zal de uiteindelijke (gratis) toewijzing echter toch krapper zijn. Belanghebbenden kunnen tot 4 juli 2006 op het ontwerpplan reageren, waarna het definitieve toewijzingsplan aan de Europese Commissie (EC) wordt voorgelegd. Na beoordeling door de EC en eventuele aanpassingen legt de Nederlandse overheid de rechten per bedrijf vast in het toewijzingsbesluit. De reacties op het NAP-concept varieren van energiebedrijven die het te weinig vinden tot milieuorganisaties die het veel te veel vinden. In een recent gepubliceerd rapport van het Milieu- en Natuurplanbureau staat dat het nieuwe CO2-allocatieplan de internationale Kyoto-afspraken om het broeikasgas terug te dringen binnen bereik brengt. EnergieNed, de organisatie van de energiebedrijven, vreest dat ongelijke concurrentie ontstaat met het buitenland omdat de overheid nieuwe centrales geen korting geeft op de hoeveelheid CO2 die ze mogen uitstoten, terwijl dat in Duitsland wel zo is. Ook is het volgens EnergieNed maar de vraag of Frankrijk ook met kortingen gaat werken. EnergieNed vreest dat de bedrijven CO2-rechten moeten gaan kopen en dat zou weer kunnen leiden tot hogere energieprijzen voor de consument.

Begin juli publiceert de Europese Commissie de definitieve emissiecijfers, waaruit blijkt dat er in 2005 een overschot was van 81,9 Mton aan CO2-emissierechten in het Europese emissiehandelssysteem. Met Poolse emissiedata komt het totale volume voor de 23 lidstaten (exclusief Cyprus en Malta) op 1.983 Mton. De totale allocatie van emissierechten is in de eerste fase 2.065 Mton per jaar, wat een flink overschot betekent aan CO2-rechten. De handel in CO2-emissierechten is volgens de Energy Brokers Association de afgelopen maand met 40% ingezakt van 51,1 miljoen ton CO2 in mei naar 32 Mton in juni. Uit overheidsrapporten bleek medio mei dat de totale uitstoot in Europa lager ligt dan het aantal beschikbare emissierechten. Het gevolg was een daling van de prijs van ongeveer € 30 tot beneden de € 10. De prijs is inmiddels weer gestegen tot bijna € 17.

Volgens cijfers van PointCarbon heeft de wereldwijde handel in CO2-rechten in het eerste halfjaar van 2006 een recordvolume van 684 Mton bereikt, ruim 5x zo veel als in het eerste halfjaar van 2005 en 85% van het totale verhandelde volume van vorig jaar. Het Europese emissiehandelssysteem is verantwoordelijk voor 65% van het verhandelde volume. De flexibele mechanismen CDM (Clean Development Mechanism) en JI (Joint Implementation) zijn flink gegroeid in de eerste helft van 2006. Er werden 226 Mton ‘carbon credits’ verhandeld.

Half oktober stuurden de premiers Blair en Balkenende een open brief aan de Finse premier (Vanhanen), die het 2e halfjaar van 2006 voorzitter is van de Europese Raad  voor ministers, waarin ze een oproep doen om het Europese systeem voor emissiehandel (EU ETS) te versterken en uit te breiden. Met het ETS kunnen de potentiële catastrofale gevolgen van de klimaatverandering worden bestreden. De brief is in politiek Den Haag niet positief ontvangen.

In de Nieuwsbrief Emissiehandel wordt in november gemeld dat januari 2008 voor Nederland nieuwe EU-richtlijnen beschikbaar komen voor monitoring en rapportage van CO2-emissies. Het ministerie van VROM en de Nederlandse Emissieautoriteit (NeA) zijn bezig met de voorbereiding van de wijzigingen, die op 1 januari verwerkt moeten zijn in gevalideerde monitoringsplannen van nieuwe en bestaande bedrijfslocaties. In de tussenliggende tijd worden de Richtlijnen vertaald en worden interpretatieverschillen opgeruimd. Een voorbeeld is de toegestane marge bij de metingen en het indelen in emissieklassen van specifieke bedrijven. Hierover voert Nederland overleg met Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. In december krijgen Nederlandse bedrijven helderheid over de zekere en nog onzekere veranderingen in de monitoring vanaf 2008. Ook krijgen zij handvatten waarmee ze nu al nieuwe monitoringsplannen kunnen voorbereiden. Voor 2007 verandert er nog niets. Eind februari 2008 zal VROM na inspraakrondes de emissierechten toewijzen.

Volgens cijfers van PointCarbon in november heeft de CO2-emissiemarkt van het Europese systeem voor emissiehandel de mijlpaal gepasseerd van 1 miljard ton CO2. Die hoeveelheid is ongeveer gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van Duitsland. Omgerekend naar financiële waarde is de hoeveelheid CO2-rechten die tot nu toe verhandeld is gelijk aan zo’n € 18 miljard. De marktpartijen in het emissiehandelssysteem zijn grote utilities, grote investeringsbanken en Europa’s industriële bedrijven.

Begin december worden tijdens de laatste bijeenkomst in het kader van het TETRIS-project van de Europese Commissie, dat betrekking heeft op de overdracht van technologie en de risico’s van investeringen in de internationale emissiehandel, de resultaten bekend gemaakt. Het blijkt dat het bedrijfsleven in de Europese Unie als gevolg van het Kyoto-protocol technologie naar ontwikkelingslanden heeft geëxporteerd ter waarde van bijna € 400 miljoen. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en Natsource hebben de projecten onderzocht die op 1 januari 2006 zijn goedgekeurd door het VN-orgaan dat de leiding heeft over het Clean Development Mechanism (CDM). Op die datum waren er 63 projecten geregistreerd, waarbij technologieën zijn geïmplementeerd zoals waterkracht, windenergie, bio-energie en reductie van andere broeikasgassen dan CO2. Deze projecten zijn geïmplementeerd in twintig landen, met name naar India, China en Brazilië. CDM is het instrument voor de emissiehandel dat op projectbasis handel in de emissie van broeikasgassen zoals CO2 mogelijk maakt met ontwikkelingslanden die niet verplicht zijn om hun uitstoot te beperken. De grootste exporteurs van technologieën waren Spanje (235 miljoen euro), Frankrijk (92 miljoen euro) en Duitsland (35 miljoen euro). In totaal is er voor 470 miljoen euro geëxporteerd, waarvan 390 miljoen euro vanuit de EU. De andere landen waren Japan en Zwitserland.

Half december maakt de Europese Commissie bekend dat in eerste instantie alleen Europese luchtvaartmaatschappijen in het Europese systeem voor emissiehandel zullen worden opgenomen. De Europese maatschappijen worden vanaf 2011 verplicht om deel te nemen aan het emissiehandel. Niet-Europese luchtvaartmaatschappijen zullen pas in 2013 worden opgenomen. Politici en vertegenwoordigers van de luchtvaart vrezen concurrentienadelen voor Europese bedrijven als alleen zij worden belast met de CO2-emissiehandel.

Eind september is door EZ-minister Wijn en VROM-staatssecretaris Van Geel (Milieu) het Nederlands nationaal toewijzingsplan broeikasgasemissierechten 2008-2012 ter goedkeuring naar de Europese Commissie gestuurd. Het concept allocatieplan en een gewijzigd plan naar aanleiding van inspraak door belanghebbenden zijn eerder aan de Tweede Kamer aangeboden en met deze Kamer besproken. Volgens Wijn wordt in dit definitieve plan een gedegen afweging gemaakt tussen economie en milieu en is het plan een duidelijke aanscherping ten opzichte van de voorgaande periode. In het plan wordt bijna 80 Megaton CO2 emissierechten per jaar gratis verstrekt aan de inrichtingen die onder de emissiehandel vallen. In de vorige periode (2005-2007) was dat nog ruim 86 Megaton per jaar.

In opdracht van het Wereld Natuurfonds (WNF) heeft Ecofys de emissieplannen van negen Europese lidstaten bekeken. Begin oktober worden de resultaten gepresenteerd waaruit blijkt dat Europese lidstaten te kort schieten in hun plannen voor het toekennen van rechten voor de uitstoot van CO2 aan bedrijven. Het emissiehandelsysteem voor de periode 2008-2012 zal daardoor niet leiden tot een vermindering van vervuiling. De negen onderzochte landen, waaronder Nederland, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, zijn goed voor 80% van de totale emissie in de Europese Unie. Voor de eerste periode van de emissiehandel, die loopt van 2005 tot en met 2007, hebben EU-lidstaten hun bedrijven zo'n 2,5% meer uitstootrechten toegekend dan ze nodig hadden. Voor de tweede periode, 2008-2012, zou sprake moeten zijn van een reductie met 6%. Het WNF noemt Spanje, Ierland en Polen als voorbeelden van de tien 'zwaarste overtreders'. De Europese Commissie besluit op 12 oktober of ze de tien achterblijvers gaat aanpakken. Een van de zaken die Brussel nu tegen het licht houdt, is het voornemen van de Duitse regering om energieproducenten gratis emissierechten te verschaffen. Hierover is rumoer ontstaan, omdat de Duitse energieleveranciers met hun gratis rechten goedkopere tarieven kunnen hanteren dan concurrenten. Nederlandse grootverbruikers van energie hebben hierover geklaagd bij EZ-minister Wijn.

De Europese Commissie (EC) zet eind november een streep door Nationale Allocatieplannen (NAP) van tien EU-landen over het aantal CO2-uitstootrechten in de periode 2008-2012. De landen staan volgens de plannen te veel uitstoot toe, houden geen rekening met nieuwe technieken en maken te veel gebruik van projecten voor uitstootbeperking ver buiten Europa. De EC beslist later over de plannen van de vijftien andere EU-landen, waaronder Nederland. Het Verenigd Koninkrijk is het enige land dat geen aanpassingen hoeft door te voeren in het voorgestelde NAP. Een andere belangrijke beslissing van de Commissie betreft het vasthouden van emissierechten van de eerste periode, die dan in de tweede periode zouden kunnen worden gebruikt (‘banking’). De Commissie wil banking wel toestaan, maar alleen als dat niet de totale toegestane allocatie voor de tweede periode overschrijdt. Daarmee maakt de Commissie banking eigenlijk onmogelijk. Frankrijk heeft er daarom voor gekozen haar NAP in te trekken. De milieuorganisatie Greenpeace kan zich vinden in het strenge oordeel van de EC en verwacht dat Nederland ook kritiek krijgt voor het plan om jaarlijks 80 megaton CO2 toe te staan tussen 2008 en 2012.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2006