Energiemarkt |
Berichten uit 2006 |
De Europese Commissie (EC) laat begin april weten dat de voortgang van de liberalisering van de stroom- en gasmarkten onvoldoende is en start daarom meer dan 40 juridische procedures om landen te bewegen haast te maken met de vrijmaking van de markt voor energie. Een en ander is een reactie op klachten dat de voormalige nutssector in veel landen nog altijd niet voluit concurreert. Daardoor blijven de prijzen van gas en stroom hoger dan nodig is. Nederland is, naast Denemarken en Malta, één van de 3 EU-landen die geen aanmaning krijgen. Ondanks dit feit wil EZ-minister Brinkhorst verder gaan. Hij houdt vast aan de omstreden splitsing van energiebedrijven in een publiek netwerkbedrijf en een commerciële leverancier. Binnenkort debatteert de Tweede Kamer daarover.
De eerste conclusie van een onderzoek van de APX Group naar de gasmarkt is dat ontvlechting, markttransparantie en uitgebreidere toegang voor derden tot transmissie en opslagfaciliteiten de belangrijkste stappen zijn op weg naar een effectieve Europese gasmarkt. De marktpeiling van APX onderzocht de mening van marktparticipanten in Europa over de liquiditeit van de ‘wholesale’ gasmarkt. Andere belangrijke conclusies van het marktonderzoek zijn: (1) de respondenten waren bijna unaniem in het geloof dat de mogelijkheden voor gashandel zullen toenemen in de komende vijf jaar; (2) Liberalisering wordt gezien als een sleutelbeweging voor de toename van handelsmogelijkheden, net als verbeteringen in infrastructuur en optreden van toezichthouders; (3) Praktisch gezien waren de respondenten over het algemeen meer pessimistisch over wat er nodig is om de liquiditeit te verbeteren; en (4) Respondenten waren positief over de rol van energiebeurzen.
Half december publiceren het Centraal Planbureau (CPB) en het Duitse onderzoeksinstituut ZEW de resultaten van een gemeenschappelijke studie: ‘Liberalisation of European energy markets: challenges and policy options’. Er wordt geconcludeerd dat liberalisering van de Europese energiemarkt bedrijven prikkelt om kostenefficient te opereren. Door marktmacht van grote spelers dreigen echter niet alle bereikte efficiëntievoordelen doorgegeven te worden aan eindgebruikers. Volgens de beide instituten leert internationale ervaring dat, als gevolg van liberalisering, elektriciteitsproductie gepaard gaat met lager brandstofgebruik, lagere operationele kosten en een hogere benuttingsgraad van centrales. Waar markten nog niet voldoende concurrerend zijn komen deze voordelen echter niet ten goede aan de consument. Overheidsingrijpen kan dan nodig zijn om concurrentie te bevorderen.