Gasconflict Oekraïne-Rusland

Berichten uit
2006

Begin januari levert Rusland minder gas aan Oekraïne, omdat dat land weigert er meer geld voor te betalen. Andere West-Europese landen dreigen hierdoor in de problemen te komen omdat ze veel gas importeren uit Rusland dat bovendien via leidingen in Oekraïne naar West-Europa wordt getransporteerd. Een woordvoerder van de Nederlandse Gasunie zegt dat er in Nederland op dit moment geen reden tot zorg is. Het grootste deel van wat ons land aan gas verbruikt komt uit Nederland zelf. Er wordt wel gas geïmporteerd uit Rusland, maar hierbij gaat het om een kleine hoeveelheid en die wordt bovendien niet via Oekraïne naar Nederland getransporteerd, maar via Wit-Rusland en Polen. Andere landen landen als België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Zwitserland zijn veel afhankelijker van het Russische gas. De kans bestaat dat deze landen bij andere leveranciers moeten aankloppen als de Russen de kraan dichthouden. In Nederland is weliswaar ruimte voor extra leveringen, maar die is niet onbeperkt.

Op 4 januari bereikten de Oekraïne en Rusland een akkoord over een prijsverhoging van het Russische gas. De overeenkomst geldt voor vijf jaar en betekent voor de Oekraïne bijna een verdubbeling van de oude prijs, maar nog steeds veel minder dan Rusland eerst had geëist. Het conflict tussen beide landen heeft in Europa geleid tot discussies over de betrouwbaarheid van Rusland als gasleverancier. Wel heeft Gazprom zijn afnemers in Midden- en West-Europa een schadeloosstelling toegezegd voor de leveringen die sinds begin dit jaar lager waren dan afgesproken. Volgens Nederlandse leden van het Europees Parlement verspeelt Rusland met de gascrisis zijn internationale aanzien en vertrouwen door machtspolitiek te voeren met energie. De Europese Unie wil lessen trekken uit het gasconflict. Door de afnemende gasvoorraad in de Noordzee, raakt de EU steeds afhankelijker van import. Europees Commissaris Piebalgs (Energie) zal een energienota opstellen voor de regeringsleiders van de EU-landen. De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VMEW) ziet in de gascrisis een extra signaal om de marktwerking in de gasmarkt verder te versterken. Volgens de VEMW is er geen tegenstelling tussen leveringszekerheid en marktwerking. Vanuit het Clingendael instituut en de Algemene Energieraad (AER) wordt gesteld dat geopolitieke veranderingen Europa dwingen tot een ‘strategische heroriëntatie’. Het accent in het EU-energiebeleid moet verschuiven van ‘marktwerking’ naar ‘versterking van de leveringszekerheid’.

1 week na het het gasconflict tussen Oekraïne en Rusland zegt de Europees Commissaris Piebalgs (Energie) dat Europese landen een gasvoorraad voor minstens twee maanden moeten hebben. Hij zal een nota uitbrengen die in maart in de Europese Energieraad kan worden besproken. EZ-minister Brinkhorst reageert door te zeggen dat hij weliswaar coördinatie van het Europees beleid wenselijk acht, maar dat dit dan wel moet gebeuren op basis van heldere afspraken. Nederland wil niet de zeggenschap over het aardgas opgeven. Afspraken over het aanhouden van voorraden en wederzijdse steun bij tekorten aan energie bestaan internationaal al in het kader van het Internationale Energie Agentschap, met name m.b.t. olievoorraden. De IEA-landen zijn daarin verplicht een olievoorraad van negentig dagen aan te houden.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2006