Voorzieningszekerheid |
Berichten uit 2006 |
Half januari brengen de Algemene Energieraad (AER) en de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) hun gezamenlijk advies ‘Energie Buitenlands Beleid’ uit. Daarin stellen ze raden dat het thema energievoorzieningszekerheid een belangrijker plaats moet gaan innemen in het buitenlands beleid van Nederland. Energie wordt door meerdere landen al strategisch gebruikt en ingezet als instrument van buitenlands beleid. Naast een samenhangend Europees beleid gericht op energievoorzieningszekerheid moet ook een nationaal buitenlands beleid gericht op de versterking van bilaterale relaties met olie- en gasproducerende landen tot stand komen. De AER en de AIV wijzen er op dat de omvang van de nog resterende Nederlandse aardgasreserves zodanig beperkt zijn, dat Nederland nog binnen de zichtperiode van dit advies (25 jaar) afhankelijk zal worden van gasimporten.
Uit het begin maart verschenen Groenboek over de Europese energiemarkt blijkt dat de Europese Commissie (EC) toe wil naar een Europa-brede netcode. Deze code is bedoeld als middel om tot één interne Europese gas- en elektriciteitsmarkt te komen. De Commissie wil eenduidige regels op het gebied van cross-border trade en nettoegang. Verder wil de Commissie de interconnectiecapaciteit tussen de EU-lidstaten versterken en de EU-regels op het gebied van leveringszekerheid bijstellen. Er zou jaarlijks een voortgangsrapport moeten worden uitgebracht m.b.t. de leveringszekerheid van energie ten einde het beleid hiervoor een meer gemeenschappelijke basis te geven en bij te dragen aan discussies over het potentieel en de rol van duurzame energie. In het rapport wordt tevens voorgesteld dat lidstaten solidair moeten zijn ten opzichte van elkaar als de aardgastoevoer opeens stokt. Het groenboek gaat niet alleen over milieu en leveringszekerheid, maar ook over meer concurrentie op de markt voor energie. De inhoud van het Groenboek lijkt op de inhoud van het recente rapport van de Algemene Energieraad (AER) en de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) over de leveringszekerheid. Beide rapporten roepen op om leveringzekerheid tot een kernpunt te maken van het buitenlands energiebeleid, en om de onafhankelijkheid van bijvoorbeeld Rusland te verminderen.
In een verklaring van de G8-top in Sint-Petersburg wordt half juli gemeld dat de landen van de G8 willen werken aan een open en transparante energiemarkt. Die is nodig om de risico's het hoofd te bieden die de hoge olieprijs en de toenemende vraag naar energie met zich meebrengen. Diverse landen vrezen dat de energieproductie in toenemende mate wordt misbruikt als politiek drukmiddel. Een open wereldwijde energiemarkt zal ervoor zorgen dat alle landen erop kunnen vertrouwen dat hun energietoevoer gewaarborgd blijft. Volgens de Russische president Poetin is de verhouding tussen Rusland en Europa echter scheef, omdat Rusland grote voorraden gas en olie heeft, en Europa niet. Ook het Russische transportnetwerk voor energie is veel uitgebreider. Europese landen moeten daarom meer bereidheid tonen om Russische investeringen in de Europese economie toe te staan.
Half oktober presenteert de Federatie van Energiebedrijven in Nederland (EnergieNed) het rapport De Noordwest-Europese en Nederlandse gasmarkt 2012 2015 aan aan de Europees Commissaris voor energie Piebalgs en EZ-minister Wijn. Voor een goed werkende gasmarkt moet het accent niet alleen liggen op bevordering van de marktwerking zelf. De belangrijkste voorwaarde is dat de markt zo wordt ingericht dat er op lange termijn voldoende aanbod is van gas – de gasvoorraden in Europa raken immers op termijn uitgeput. Om dat mogelijk te maken pleit EnergieNed er voor bij de regulering een duidelijk onderscheid te maken tussen de Europese binnenmarkt en de wereldmarkt. EnergieNed wil op basis van deze visie de dialoog aangaan met marktpartijen, belangenorganisaties en landen in de Europese Unie over de verdere ontwikkeling van de Europese gasmarkt.
De energietoezichthouders uit de regio’s Noordwest Europa (Nederland, België, Frankrijk, Groot Britannie en Ierland) en Noord- Europa (Nederland, Duitsland, Denemarken en Zweden) hebben acties geformuleerd die nodig zijn om één Noordwest Europese gasmarkt te realiseren. Het project maakt onderdeel uit van het ‘Gas Regional Initiative’ van ERGEG, The European Regulators Group for Electricity and Gas. De toezichthouders uit beide regio’s hebben in de eerste RCC (Regional Coordination Committee) een aantal prioriteiten aangewezen waar volgens hen actie op moet worden ondernomen. De meest in het oog springende zijn: Transparantie oftewel facilitering van marktinformatie; Efficiënte handel van gas tussen ‘hubs’ (o.a. liquiditeit); en Toegang tot primaire netwerkcapaciteit en het bevorderen van efficiënte investeringen in primaire netwerkcapaciteit. Bij de keuze van prioriteiten, de bijbehorende acties en implementatie hiervan wordt nauw samengewerkt met de Europese Commissie, Ministeries, netwerkbedrijven en andere relevante (markt)partijen.