Klimaatverandering |
Berichten uit 2006 |
Het KNMI legt de laatste hand aan nieuwe klimaatscenario’s voor Nederland. De mogelijke veranderingen in het klimaat, die ons tot 2100 te wachten staan, worden op 29 mei bekend gemaakt. Het KNMI brengt dan ook een speciale website in de lucht met veel informatie over het toekomstige klimaat. De scenario’s geven een beeld van hoe het klimaat kan veranderen en wat dat betekent voor de risico’s op bijvoorbeeld overstromingen, droogte en hittegolven. Met informatie over de veranderingen in temperatuur-, neerslag- en windextremen kunnen overheden, bedrijven en burgers de gevolgen van de klimaatverandering in kaart brengen. Informatie over de gevolgen maakt het vervolgens mogelijk gerichte en efficiënte maatregelen te nemen. Voor de toetsing van de veiligheid van de kustverdediging wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van gegevens over de zeespiegelstijging en windextremen. Voor het aanleggen van rioleringsstelsels in nieuwe woonwijken is informatie over toekomstige extremen in de neerslag essentieel. De vorige klimaatscenario’s van het KNMI voor Nederland dateren van 6 jaar geleden.
Eind augustus worden de resultaten van een opinieonderzoek naar beleving en gedrag rondom klimaatverandering onder ruim duizend Nederlanders tussen 18 en 64 jaar bekend gemaakt. Het onderzoek is een deelonderzoek van de DuurzaamheidMonitor 2006. Een grote meerderheid van de Nederlanders vindt dat de overheid de eerst verantwoordelijke is om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. 68% van de ondervraagden vindt dat het gebruik van duurzame energiebronnen zou moeten worden beloond. Dat scoort aanzienlijk hoger dan extra heffingen op vervuilende auto's en vliegverkeer (15%), kernenergie (15%) en extra belasting van hoog energieverbruik in huis (2%). Volgens EZ-minister Wijn haalt Nederland in 2010 9% van zijn elektriciteit uit duurzame bronnen. Daarmee zou het doel van de MEP-regeling al gehaald zijn. Echter, liefst 80% van de ondervraagden vindt juist dat extra maatregelen nodig zijn om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Wel ziet slechts 20% zichzelf als eerst verantwoordelijke voor de bestrijding van het broeikaseffect. Van bedrijven en internationale organisaties wordt minder verwacht. 49% vindt dat de overheid de meeste invloed heeft op duurzame ontwikkeling. 67% van de ondervraagden is zelf bereid om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. 7% is niet bereid om daar iets aan te doen. De meeste mensen die dat niet willen zeggen dat zij betwijfelen of de mens invloed heeft op klimaatverandering. Mensen die wel zelf wat willen doen, besparen energie in huis, nemen minder vaak het vliegtuig en pakken niet zo snel de auto. Het onderzoek van OneWorld Nederland maakt deel uit van de DuurzaamheidMonitor 2006, uitgevoerd door onderzoeksbureau Flycatcher in opdracht van INSnet, het internetportaal voor duurzaamheid. Behalve OneWorld namen ook NCDO, MVO Nederland, Kleine Aarde en Planet2025 Network deel aan het onderzoek naar de beleving en het gedrag ten aanzien van duurzame ontwikkeling.
Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) beschikt over uitgebreide onderzoeksfaciliteiten voor testen, analyseren, ontwerp en productie. Eén van deze faciliteiten zijn de klimaatkamers. Hierin kunnen beproevingen m.b.t. temperatuur en luchtvochtigheid worden uitgevoerd. Onlangs heeft ECN een nieuwe klimaatkamer aangeschaft waarmee het de mogelijkheid heeft om ook voor derden zeer zware klimatologische beproevingen uit te voeren. Bijvoorbeeld een object binnen zeer korte tijd van -65°C tot +200°C brengen. De beproevingen kunnen zowel dynamisch als statisch worden uitgevoerd waarbij de klant kan aangeven of een apparaat of onderdeel de beproeving in rust of werkend moet doorstaan. Op deze manier hebben al meerdere lijmverbindingen, referentiepanelen en inverters hun beproevingen doorstaan. Als aanvulling op de bestaande klimaatkasten wordt een nieuwe, zogenoemde thermal shock kast geïnstalleerd. Met deze thermal shock kast kan volgens diverse standaarden getest worden zoals IEC-60068-2-14, MIL-202G e.a.