ECN

Berichten uit
2006
Bezoek Eurocommissaris

Op 20 januari brengt de Eurocommissaris voor Energie, Andris Piebalgs, een bezoek aan het ECN. In een toespraak onderstreept hij de noodzaak om nú actie te ondernemen ten einde de energievoorziening van Europa zeker te stellen. In ogenschouw nemende dat de EU op dit moment 50% van de energie importeert (binnen 25 jaar kan dit stijgen tot zelfs 70%), bepleit hij het onderzoek naar alle energievormen en roept op tot meer energiebesparing en efficiënter gebruik van energie. De landen in de EU kunnen naar schatting ten minste 20% besparen op hun huidige energiegebruik per jaar.

Create Acceptance

Hoe worden nieuwe energietechnologieën door de maatschappij beoordeeld en welke factoren beïnvloeden hoe men deze technologieën oppakt en inzet? Dit is de vraagstelling van het in januari 2006 gestarte onderzoek naar de beoordeling en bevordering van maatschappelijke acceptatie van energietechnologieën door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Het doel van het onderzoek is het ontwikkelen van een instrument dat bij concrete projecten, het proces van maatschappelijke acceptatie kan vergemakkelijken. De huidige kennis over maatschappelijke processen die van invloed zijn op de acceptatie van energie technologieën, is nog beperkt. Projectmanagers en innovatoren gaan er, vaak onbewust, van uit dat belanghebbenden zonder meer mee zullen gaan in de maatschappelijke veranderingen die bij grootschalige introductie van energietechnologieën vereist zijn. In de praktijk echter hebben belanghebbenden zoals gebruikers, niet gouvernementele organisaties (NGO’s), politici of locale overheden vaak andere, en soms conflicterende, visies op de technologie én de maatschappelijke context waarin deze toegepast zal worden. Als deze conflicterende visies worden genegeerd kan dit leiden tot grote maatschappelijke weerstand in de implementatiefase. Er is dus behoefte aan onderzoek naar de rol van én interacties tussen belanghebbenden, en de manier waarop deze twee zaken op de maatschappelijke acceptatie van invloed zijn. Het project Create Acceptance bouwt voort op het Socrobust-project dat eerder in Europees verband is uitgevoerd en waar ECN ook bij betrokken was. In het Socrobust-project is een instrument ontwikkeld dat innovatoren helpt om binnen innovatieprojecten beter rekening te houden met de mogelijke maatschappelijke gevolgen van de innovatie. Het instrument gaat uit van een enkelvoudig-belanghebbend perspectief: de innovator. In Create Acceptance zal eerst de bruikbaarheid van dit instrument worden bepaald voor het beoordelen en bevorderen van maatschappelijke acceptatie vanuit het perspectief van meerdere belanghebbende dan alleen de innovator. De tweede stap is het bepalen van de belangrijkste processen die een rol spelen bij maatschappelijke acceptatie, door deze empirisch te onderzoeken in verschillende Europese regio’s. Op basis hiervan kan dan in een derde stap het Socrobust-instrument geschikt worden gemaakt voor het beoordelen en bevorderen van maatschappelijke acceptatie, waarbij de interactie tussen innovator en belanghebbenden een belangrijke toevoeging zal zijn. De laatste stap is het toetsen van het instrument in vijf demonstratieprojecten in verschillende Europese regio’s. De voorlopige selectie bestaat uit een waterstof project in IJsland, een biomassa project in Duitsland, een CO2-opslag project in Nederland, een windproject in Hongarije en een zon-thermisch project in Italië. Na beëindiging van het project begin 2008, zal het instrument op het internet beschikbaar gesteld worden voor energiemanagers, beleidsmakers, technologieontwikkelaars, intermediaire organisaties and andere geïnteresseerden. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Europese Commissie en uitgevoerd in samenwerking met tien organisaties in tien verschillende landen.

Jaarverslag

In het eind juni verschenen jaarverslag over 2005 wordt onder meer gemeld dat in 2006 de door ECN ontwikkelde energietechnologieën meer bij het bedrijfsleven moeten worden geïmplementeerd. Daarvoor betrekt ECN in een vroeg stadium het bedrijfsleven bij het onderzoek en blijft het langer betrokken bij de implementatie van technologie. ECN wil zich meer gaan richten op internationale opdrachtgevers en is ook steeds meer een deelnemer in netwerken op het gebied van energietransities en technologietransfers, zoals bijvoorbeeld de Energie Transitie Taskforce.

Kennisinstituut voor scheidingstechnologie

ECN in Petten is één van de ruim 40 kennisinstituten en bedrijven die gaan deelnemen in het Dutch Separation Technology Institute (DSTI). Op 6 april heeft de ministerraad haar goedkeuring gegeven voor de opzet van een nieuw onderzoeksinstituut op het gebied van scheidingstechnologie. ECN brengt haar expertise in op het gebied van keramische membranen, membraanprocessen, geavanceerde, energiezuinige, destillatie en optimalisatie van het energiegebruik door scheidingsprocessen. Scheidingstechnologie is van groot belang voor diverse sectoren in de procesindustrie. Bij scheidingstechnologie gaat het onder andere om het energie-efficiënt destilleren van grondstoffen voor de procesindustrie, het op kwaliteit brengen van aardgas of het ontwateren van oplosmiddelen door membraanfiltratie. DSTI wordt met een klein coördinatieteam gevestigd in Amersfoort en gaat zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande laboratoria en faciliteiten bij de verschillende partners. Resultaten worden zichtbaar door toepassing in de deelnemende bedrijven, spin-offs, patenten, wetenschappelijke publicaties en demo’s. In 2006 zullen ongeveer 100 onderzoekers werken aan projecten voor DSTI, dit aantal groeit in 2010 naar verwachting naar 250.

OLGA

Op woensdag 22 november hebben het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en Dahlman Industrial Group een licentieovereenkomst voor de OLGA-gasreinigingstechnologie in Petten getekend. In nauwe samenwerking met Dahlman uit Maassluis is bij ECN te Petten een gasreinigingsinstallatie ontwikkeld op basis van olie: de OLGA olie-gaswasser. Het partnerschap werd bezegeld op 22 november met het tekenen van de licentieovereenkomst. Hiermee krijgt Dahlman officieel een wereldwijde licentie voor de bouw van de OLGA-technologie per 18 juli 2006.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2006