Prijzen |
Berichten uit 2006 |
De Europese organisatie voor elektriciteitsbedrijven heeft KEMA verzocht om over de periode 1995-2004 gegevens te verzamelen over de. Uit de resultaten van het onderzoek, blijkt dat de prijzen voor elektriciteit de afgelopen tien jaar binnen Europa met ongeveer 15% zijn gedaald, waarbij gecorrigeerd is voor de inflatie. Wel zijn er grote verschillen tussen landen en tussen industrie en huishoudens. Zo is de energieprijs voor huishoudens in Nederland met 50% gestegen. Bovendien wijkt het patroon in de industrie nogal af van huishoudens: aanvankelijk kreeg de industrie te maken met grote prijsdalingen gevolgd door een fikse stijging in de laatste jaren. Voor huishoudens bleven deze schommelingen uit. Bij industriële klanten domineren de kosten van energie die van de netwerktarieven, terwijl dat bij huishoudens gelijkelijk verdeeld is. Verder ligt bij huishoudens de belasting verhoudingsgewijs twee tot drie keer hoger dan bij de industrie. Het aandeel van de kosten die het gevolg zijn van overheidsbesluiten, is voor huishoudens met 30% gestegen en voor de industrie bijna verdrievoudigd.
Eind januari dringen verschillende werkgeversorganisaties er bij de regering op aan om de energiebelasting te verlagen voor energie-intensieve bedrijven. Deze bedrijven gaan gebukt onder de hoge elektriciteitsprijzen. Volgens de organisaties is de kans reëel dat deze bedrijven ten onder gaan als het kabinet geen compenserende maatregelen neemt. Een consortium van energie-intensieve bedrijven voert al enige tijd onderhandelingen met energieleveranciers over een nieuwe energieprijs. Vooralsnog zonder bevredigend resultaat. Eind 2005 demonstreerden al werknemers in de Eemsmond en Den Haag om te protesteren tegen de hoge stroomprijs die hun werkgelegenheid in gevaar brengt. Op 9 februari zal de Tweede Kamer zich over de kwestie buigen.
Begin februari brengt het Europese bureau voor statistiek Eurostat een overzicht uit van energieprijzen in Europa waaruit blijkt dat de kosten voor elektriciteit in Nederland relatief duur is. Consumenten betalen in Nederland de op 2 na hoogste prijs van alle 25 EU-landen. In 2005 waren de prijzen gemiddeld € 19,60 per 100 kWh. Het gemiddelde in de EU ligt op € 13,60, inclusief belastingen en bij een gemiddeld verbruik van 3500 kWh/jaar. Grieken krijgen veruit de goedkoopste stroom in de hele EU: € 6,94/kWh. De consumentenprijzen voor stroom in de EU zijn gemiddeld 3% hoger dan een jaar eerder. In Nederland was dat ongeveer het dubbele. In het algemeen daalde de prijs in landen met veel kerncentrales.
Voor een huishouden met een gemiddeld energieverbruik stijgt de energierekening per 1 januari 2006 met 7,5% ten opzichte van december 2005. Dat is een gevolg van hogere leveringstarieven van gas en elektriciteit per 1 januari vanwege de sterk gestegen olieprijzen op de wereldmarkt. Op basis van de tarieven in januari 2006 en het energieverbruik van 2000 zijn de kosten voor een huishouden met een gemiddeld gas- en elektriciteitsverbruik ruim € 1800 per jaar, waarvan € 1400 aan de levering en het transport van energie. De rest is voor energiebelasting en de MEP-heffing. Via een heffingskorting worden de MEP-heffing en een deel van de energiebelasting door de overheid weer gecompenseerd. De gasrekening is tussen 2000 en januari 2006 met 85% gestegen, elektriciteit is in dezelfde periode 40% duurder geworden. De prijs van energie steeg relatief sterker dan de prijs van andere goederen en diensten. De consumentenprijsindex nam tussen 2000 en januari 2006 met 12,9% toe. 2,4%punt daarvan is toe te schrijven aan de gestegen energieprijzen.
Half maart is door de energie-ministers van de Europese lidstaten in de Europese Energieraad het groenboek over energie besproken. EZ-minister Brinkhorst stelde na de Energieraad bijeenkomst dat de prijs van elektriciteit in Nederland tot 10% kan dalen als de nationale energienetwerken in Europa meer zouden samenwerken. Het groenboek bevat onder meer een plan om de interconnectiecapaciteit te vergroten, waardoor de nationale netwerken beter op elkaar aansluiten. De Europese Commissie noemt daarvoor als mogelijke maatregel de splitsing van de netwerken en de commerciële leveringsbedrijven. Brinkhorst wil vooral inzetten op samenwerking tussen lidstaten die aan elkaar grenzen. Volgens hem zijn ook Groot-Brittannië, België en Luxemburg te vinden voor zijn eigen plan om het beheer van de netwerken en de productie en levering van energie te splitsen. Door de netwerken in publieke handen te houden wordt de leveringszekerheid niet in gevaar gebracht door commerciële activiteiten van de energieproducenten en leveranciers.
Shell Nederland meldt half maart dat het stopt met het bekendmaken van zijn actuele adviesprijzen voor autobrandstoffen. De oliemaatschappij vindt dat deze prijzen geen juist beeld geven van wat er daadwerkelijk aan de pomp moet worden betaald. Volgens een Shell-woordvoerder zit 80% van de 550 Shell-benzinestations in Nederland onder de adviesprijzen. Door de adviesprijzen te publiceren, ontstaat volgens de woordvoerder bovendien de indruk dat Shell als marktleider in Nederland exclusief de hoogte van de benzine- en dieselprijs bepaalt. Op de site van Shell vindt men nog wel informatie over de gemiddelde pompprijzen op weekbasis.
De tarieven voor regionaal gastransport voor afnemers met een gasverbruik groter dan 170.000 m3/jaar zullen in 2007 extra verlaagd worden. Deze afnemersgroep is de jaarlijkse efficiëntie-korting in 2005 misgelopen, zo blijkt uit navraag van de Vereniging voor Energie en Milieu (VEMW) bij toezichthouder DTe. In de Gaswet is bepaald dat DTe, na overleg met de gezamenlijke netbeheerders en met representatieve organisaties van netgebruikers op de gasmarkt (waaronder VEMW), een doelmatigheidskorting (de zgn. x-factor) vaststelt. DTe stelt deze korting telkens vast voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vijf jaren. Omdat de x-factoren voor de regionale gasnetten voor de genoemde groep afnemers pas zijn vastgesteld in augustus 2005, zijn deze niet meegenomen in de tarieven voor 2005. DTe heeft aangegeven dat de tarieven voor gastransport in 2007 extra naar beneden worden bijgesteld indien een netbeheerder met de gehanteerde tarieven in 2005 een te hoge omzet heeft behaald.
De elektriciteitsprijzen voor Nederlandse huishoudens behoren tot de hoogste in Europa. Alleen Denen en Italianen betalen nog meer. Dat blijkt uit een overzicht van het CBS dat begin mei is gepubliceerd. Het CBS vergeleek de elektriciteitsprijs bij verbruik van 3500 kWh op 1 januari 2006. In Griekenland is de prijs bijna drieëneenhalf keer zo laag als in Denemarken. Nederland heeft een elektriciteitsprijs van ruim € 0,20/kWh. In de meeste onderzochte landen ligt de prijs tussen € 0,10 en € 0,15/kWh. De prijsverschillen worden volgens het CBS veroorzaakt door lokale marktomstandigheden, de opwekkingswijzen van elektriciteit en de energie- en milieubelastingen en BTW. Het aandeel van energiebelasting en BTW in de prijs is in Denemarken 60%, in Nederland 40%. In veel andere landen, met name de nieuwe lidstaten van de EU, ligt dit percentage ruim de helft lager. Het CBS zette ook de prijsverhoging van elektriciteit in de afgelopen zes jaar op een rijtje. Ierland komt er dan%ueel gezien het slechtst van af met een prijsstijging van ruim 65%. Zweden en Noorwegen liggen rond de 50%, Nederland kende met ruim 40% de op drie na grootste stijging. De elektriciteitsprijzen in Nederland stijgen daarmee sneller dan de inflatie, concludeert het CBS. België staat helemaal onderaan in de vergelijking met de prijzen uit januari 2006. Een Belgisch huishouden betaalt nu slechts een fractie meer voor een kWh dan op 1 januari 2000.
Volgens een half mei gepubliceerd onderzoek van de belangenvereniging van grootverbruikers VEMW betalen energiegebruikers jaarlijks € 460 miljoen teveel voor het transport van gas en elektriciteit aan beheerders van regionale energienetten. Volgens VEMW zijn de financieringskosten van netbeheerders lager dan die van commerciële bedrijven. De tarieven zijn gereguleerd, waardoor de omzet van de netbeheerders is vastgelegd en zij een constant en voorspelbaar inkomen hebben. Daarnaast hoeven zij niet te concurreren om klanten te binden. VEMW meent dat toezichthouder DTe regionale netbeheerders een veel te hoge vermogenskostenvergoeding heeft toegewezen. De hoge vergoeding (6,6% voor elektriciteitsnetten en 6,8% voor gasnetten), is gezien het gebrek aan financiële risico’s en de lage kapitaalskosten, niet realistisch. Op basis van het onderzoek van VEMW denkt men een vermogenskostenvergoeding van 3,8% reëel zou zijn. EnergieNed, de federatie van energiebedrijven, liet het VEMW-onderzoek analyseren door Pricewaterhouse Coopers (PWC). Daaruit zou blijken dat VEMW uitgaat van verkeerde veronderstellingen en een onjuist beeld schetst van de werkelijke kosten voor transport van gas en elektriciteit. EnergieNed betreurt het dat de politiek en de klanten nu onterecht denken dat er teveel wordt betaald voor geleverde energie.
Zowel de tuinbouworganisaties LTO Nederland, Glaskracht Nederland en Productschap Tuinbouw (PT) als FME-CWM, de vereniging van ondernemers in de technologisch-industriële sector, hebben een klacht ingediend bij de Nederlandse Mededingsautoriteit (NMa). De organisaties stellen dat Gasunie Trade & Supply (GUTS) in strijd heeft gehandeld met artikel 24 van de Mededingingswet door misbruik te maken van haar economische machtspositie op de Nederlandse markt voor laagcalorisch aardgas. De organisaties hebben de NMa gevraagd een onderzoek in te stellen. GUTS heeft op een ondoorzichtige wijze de formules voor de berekening van de laagcalorische gasprijs gewijzigd waardoor afnemers van dit gas in de eerste helft van 2006 drie cent per kubieke meter te veel hebben betaald. Verder zijn er aanwijzingen dat GUTS haar economische machtspositie misbruikt door afwijkende prijsformules te hanteren voor verschillende verbruikers. De tuinbouworganisaties en FME vinden verder dat de prijsvorming op marktplaatsen waar gas wordt verhandeld zoals de Title Transfer Facility (TTF) voor GUTS geen aanknopingspunten geeft om de laagcalorische gasprijs, behalve vanwege de olieprijsstijgingen, nog eens extra te verhogen. TTF is een weinig transparante markt waar alleen relatief kleine hoeveelheden hoogcalorisch gas worden verhandeld. Daarnaast is GUTS als belangrijke speler in staat deze gasmarkt zelf te beïnvloeden. De economische machtspositie van GUTS op de laagcalorische gasmarkt is al eerder vastgesteld in rapporten van DTe en Frontier Economics. Verder is de toegang tot de conversieapparatuur (waarmee van hoogcalorisch laagcalorisch gas kan worden gemaakt) in handen van Gasunie Transport Services (GTS). GUTS heeft het grootste deel van de conversiecapaciteit voor lange tijd van GTS gecontracteerd. Nieuwe leveranciers op de laagcalorische gasmarkt zijn in de komende jaren ook niet te verwachten vanwege de grote investeringen die gemoeid zijn met het opzetten van nieuwe conversiecapaciteit.
Eind september stuurt de Minister van Economische Zaken (EZ) een rapport naar de Tweede Kamer, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de kostprijs van elektriciteit, de marktprijs en additionele belastingen en nettarieven (Onderzoek naar de structuur en het niveau van elektriciteitsprijzen voor Noordwest-Europese grootverbruikers). Volgens EZ wijken de productiekosten voor elektriciteit in Nederland en Duitsland weinig af van de marktprijzen in deze landen. Er wordt geconcludeerd dat de kostprijs in Nederland gelijk is aan € 53,7 per MWh en de marktprijs € 6,5 per MWh hoger ligt. De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) vindt dat Nederland wel degelijk een duurte-eiland is en van mening dat het rapport een slordige analyse van de ‘kostprijs’ laat zien. Het rapport kijkt niet naar de brandstofkosten, maar naar de brandstofprijzen op de weinig liquide TTF-markt (Title Transfer Facility). Verder worden de CO2-rechten als 100% ‘kostenpost’ meegerekend, waardoor de kostprijs met € 6 per MWh zou stijgen. Opvallend is dat hoge investeringskosten worden meegerekend terwijl een groot deel van het Nederlandse productiepark reeds grotendeels is afgeschreven. Daarnaast worden zeer hoge kosten aan ‘operatie en onderhoud’ berekend: € 8 per MWh, terwijl DTe in haar monitoringsrapportage uitgaat van € 2 per MWh. De conclusie dat de productiekosten en de marktprijs dicht bij elkaar liggen wordt dan ook niet door VEMW gedeeld. Volgens VEMW wordt het verschil tussen productiekosten en marktprijzen voor een groot deel veroorzaakt door de beperkte concurrentie. Verder krijgen Duitse ondernemers een lagere heffing van de energiebelasting. Zolang een juiste vergelijking inclusief belastingeffecten niet voorhanden is, kan alleen een eerlijke en zuivere vergelijking gemaakt worden door de belastingeffecten buiten beschouwing te laten. Dan blijkt dat de Nederlandse grootverbruikers veel duurder uit zijn dan hun Duitse collega’s. Het verschil bedraagt dan ongeveer € 15 per MWh.
Uit het resultaat van de jaarlijkse internationale studie van de gasprijzen die begin oktober is vrijgegeven door de NUS Consulting Group blijkt dat de gasprijzen voor bedrijven in de Nederlandse markt de laatste 12 maanden tot recordhoogtes zijn gestegen. De statistieken van NUS, gebaseerd op de prijzen van huidige afnemers in de onderzochte landen, geven aan dat de Nederlandse gasprijzen met gemiddeld 26,1% toenamen ten opzichte van 2005. De gemiddelde stijging van alle onderzochte bedrijven was 19.9%. Hoewel de opwaartse trend van de olieprijzen meestal verantwoordelijk wordt gesteld voor de stijging van de gasprijzen, is dit volgens NUS slechts een deel van het verhaal. NUS gelooft niet dat in de nabije toekomst de gasprijzen in de Nederlandse zullen dalen.
Begin november meldt gasleverancier Gasterra (voorheen Gasunie Trade & Supply of GTS) dat de tarieven voor grootverbruikers in 2007 met gemiddeld 11% (3,5 cent) zal worden verhoogd. Dat kan vervolgens weer leiden tot prijsverhogingen voor de consumenten door de gasdistributeurs omdat in de regel altijd de prijsbewegingen van Gasterra worden gevolgd. De landelijke gasleverancier spreekt van een na-ijlend effect van de olieprijsverhogingen van eerder in 2006 en de gasschaarste in Europa. Als energiebedrijven de prijsverhoging van Gasterra doorberekenen aan de consument, is een gemiddeld huishouden in 2007 € 75 meer kwijt voor gas bij een gemiddeld verbruik van 1820 m3. De gasprijzen zijn de afgelopen twee jaar voor een doorsnee huishouden al met circa € 200 gestegen. Nuon, Essent, Eneco en Delta hebben tot nog toe de prijsveranderingen altijd nauwgezet gevolgd. Per m3 rekent Gasterra vanaf 1 januari 3,5 cent extra. In 2008 zou de gasprijs wel weer kunnen dalen door de dalende olieprijs.
Uit de door Nuon in november aangekondigde prijzen voor 2007 blijkt dat energie per 1 januari fors duurder wordt. De jaarrekening voor een gemiddeld huishouden dat gas en elektriciteit afneemt bij Nuon gaat met € 117 omhoog. Dat is een prijsstijging van 5,6% met volgens het energiebedrijf als belangrijkste oorzaak de hoge olieprijs. Een gemiddeld huishouden gaat bij Essent zo’n € 45 per jaar meer betalen. De aandeelhouders van Essent vinden een grotere stijging ongewenst, gezien de grote winsten die het concern heeft behaald. Klanten van Eneco zullen voor stroom maandelijks €7,28 meer kwijt zijn. De prijs van gas stijgt gemiddeld € 6,57 per maand. Sinds 2004 is de prijs ruim 30% omhoog gegaan. De stijging in 2007 blijft relatief nog beperkt door de afschaffing van de MEP, de milieuheffing op de energie van € 52. Onlangs kregen huishoudens hun MEP-bijdrage over 2006 terug. Daarmee compenseert het kabinet de hogere energienota enigszins. De energievraag stijgt ondanks de hoge prijs nog steeds met 2% per jaar.