Fusies |
Berichten uit 2006 |
Begin februari blijkt dat Nuon en Essent met elkaar in gesprek zijn over hun overlevingskansen op de toekomstige energiemarkt. Een eventuele fusie hangt af van de uitkomst van het binnenkort te houden splitsingsdebat in de Tweede Kamer. Gaat de Kamer akkoord met de door EZ-minister Brinkhorst voorgestelde afsplitsing van de netwerkbedrijven - die in overheidshanden blijven - dan is fusie onontkoombaar, aldus woordvoerders van de 2 grootste energiebedrijven in Nederland. Kenners van de energiemarkt stellen dat een fusie tussen Nuon en Essent met daarbij Eneco en Delta logisch lijkt. Een andere voorwaarde is toestemming van kartelwaakhond NMa. Die staat tot dusver op het standpunt dat met een fusie tussen Nuon en Essent de bedrijven een te groot marktaandeel (circa 65%) zouden krijgen in Nederland. Samen voorzien zij 5 miljoen klanten van stroom.
De energiebedrijven Intergas en NRE, beide actief in Noord-Brabant, melden begin maart dat ze hun netwerkbedrijven willen samenvoegen. Het samengaan biedt volgens de ondernemingen naast synergie- en efficiëncyvoordelen ook meer dan voldoende waarborgen voor de leveringszekerheid als de energiebedrijven mogelijk gedeeltelijk worden geprivatiseerd. NRE beschikt over een gasnetwerk met ruim 180.000 aansluitingen en een elektriciteitsnetwerk met ruim 100.000 aansluitingen. Daarnaast is het bedrijf ook actief in openbare verlichting en verkeerssystemen. Intergas Energie heeft een gasdistributienetwerk van meer dan 3000 kilometer leidingen met 145.000 aansluitingen. NRE is in handen van een participatiemaatschappij waarin twaalf Brabantse gemeenten meedoen. Het wil een minderheidsbelang aan het Australische Macquarie verkopen. Daarvoor moet het ministerie van Economische Zaken nog toestemming verlenen. In Intergas participeren 22 Brabantse gemeenten en de Gasunie.
Half maart laat Eneco bij de presentatie van de jaarcijfers weten dat het wil samengaan met Essent, Nuon, Delta en Gasunie om zo een groot nationaal energieconcern te bewerkstelligen. Eerder stelde Essent al een fusie voor en pleitte Nuon voor grensoverschrijdende overnames. Eneco denkt dat schaalgrootte noodzakelijk is om de voorziening van energie in Nederland te garanderen. De Tweede Kamer is vooralsnog tegen fusies en voor splitsing.
In juni stelt de NMa een consultatiedocument over concentraties in de energiesector beschikbaar, waarin wordt verkend onder welke voorwaarden nationale en grensoverschrijdende concentraties kunnen worden toegestaan. De reacties zullen door de NMa worden verwerkt in een visiedocument dat na de zomer wordt gepubliceerd. De toezichthouder maakt onderscheid tussen drie elektriciteitsmarkten: de markt voor de productie en groothandel van elektriciteit, de markt voor het transport en de distributie van elektriciteit en de markt voor consumenten (‘retail’). Hoewel er ontwikkelingen gaande zijn die duiden op het ontstaan van een Noordwest-Europese markt, constateert de NMa dat tijdens piekuren nog niet gesproken kan worden van deze markt. De prijsverschillen tussen Nederland, Duitsland en België zijn aanzienlijk. De huidige effectief beschikbare importcapaciteit (3600 MW) is nog niet groot genoeg om de Nederlandse (industriële) grootverbruiker en consumenten van het lagere prijspeil in het buitenland te laten profiteren. Er dient circa 3000 MW effectief beschikbare importcapaciteit bij te komen om te kunnen spreken van een Noordwest-Europese markt tijdens piekuren. De NMa heeft drie denkbare fusievoorbeelden uitgewerkt, waaronder de casus van twee grote Nederlandse spelers en de casus van een Duits/Nederlandse combinatie. Daaruit blijkt vooralsnog dat een fusie tussen twee grote Nederlandse energiebedrijven zonder nadere voorwaarden kan leiden tot hogere prijzen voor zowel grootverbruikers als consumenten. Bij het consultatiedocument is een onderzoeksrapport gevoegd, dat in opdracht van de NMa is opgesteld door The Brattle Group.
De NMa publiceert half juni de resultaten van een onderzoek naar de energiemarkt in Nederland en omringende landen. Daaruit blijkt dat de NMa voorlopig afwijzend staat tegenover een fusie van Nederlandse energiebedrijven, zoals bijvoorbeeld Essent en Nuon. Volgens de NMa zal een dergelijke fusie kunnen leiden tot hogere energieprijzen. Energiebedrijven zouden de mededingingsbezwaren weg kunnen nemen door een deel van hun productiecapaciteit of klantenbestand (tijdelijk) af te stoten. De energiesector kan op het rapport reageren, waarna na de zomer de NMa met een definitieve visie van het rapport zal komen. Het standpunt van de mededingingsautoriteit is slecht nieuws voor Essent en Nuon, die al eerder hebben laten weten wel voor een fusie voelen.
De naam van het handelsbedrijf Gasunie Trade & Supply (GT&S) wordt per 1 september GasTerra B.V.. GT&S is ontstaan uit de splitsing van Gasunie in het leveringsdeel GT&S en het transport- en infrastructuurdeel Gasunie op 1 juli 2005. Aanleiding voor de nieuwe naam is de onduidelijkheid die in de naamgeving optrad, doordat beide bedrijven het woord Gasunie in hun naam voerden. De activiteiten van beide niet meer gerelateerde bedrijven blijven onveranderd. Op 1 september treedt G.J. Lankhorst aan als Chief Executive Officer van GasTerra.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) meldt eind november bereid te zijn akkoord te gaan met een fusie tussen Essent en Nuon onder de voorwaarde dat de combinatie een deel van zijn elektriciteitscentrales en een miljoen klanten afstoot. De belangrijkste boodschap is volgens de NMa dat de elektriciteitsmarkt grotendeels een nationale markt is. Een fusie van twee grote Nederlandse energiebedrijven leidt dan tot mededingingsproblemen. Wel ziet de NMa een Europese energiemarkt ontstaan. In dat kader is een Essent- Nuon niet te groot. Nuon wil wel centrales afstoten, maar geen klanten afstaan. Essent is blij met de erkenning dat de plannen een Europese dimensie hebben en zegt met verschillende mogelijke partners te praten, waaronder Nuon. Toch is het enthousiasme bij beide bedrijven voor een fusie een stuk minder geworden. Vooral de eis klanten te moeten afstoten valt niet goed bij de aandeelhouders (vooral gemeenten en provincies). Ook is door de wijziging en aanpassingen van de Splitsingswet een fusie minder noodzakelijk geworden.
Eind november publiceert de NMa het visiedocument Concentraties Energiemarkten. Hierin wordt aangegeven hoe nationale en grensoverschrijdende fusies en overnames in de elektriciteitssector worden beoordeeld. Het document laat zien dat mogelijke toekomstige concentraties waarbij tenminste twee grote Nederlandse energiebedrijven betrokken zijn, voor een mededingingsprobleem kunnen zorgen op de markt voor de productie en groothandel van elektriciteit tijdens piekuren (tussen 07.00 en 23.00 uur) en op de consumentenmarkt voor de levering van elektriciteit. De marktmacht van de betrokken ondernemingen zou te groot worden en de internationale concurrentie is op deze markten vooralsnog onvoldoende om de gefuseerde partijen te disciplineren. Hoewel bepaalde ontwikkelingen duiden op het ontstaan van een Noordwest-Europese markt, constateert de NMa dat de elektriciteitsmarkten in Europa nog overwegend nationaal van aard zijn. De prijsverschillen tussen Nederland, Duitsland en België zijn aanzienlijk. De huidige effectief beschikbare importcapaciteit (tussen de 3600 en 3850 Megawatt) is nog niet groot genoeg om de Nederlandse (industriële) grootverbruiker en kleinverbruiker (consument) van het lagere prijspeil in het buitenland te laten profiteren. Deze bevinding heeft gevolgen voor de toekomstige beoordeling van fusies en overnames. Er dient tenminste 3000 Megawatt effectief beschikbare importcapaciteit bij te komen om te kunnen spreken van een Noordwest-Europese markt. Bij de beoordeling van de gevolgen van fusies op de Nederlandse markten, zal de NMa de dynamiek van de nationale én internationale marktontwikkelingen betrekken. Daarbij sluit de NMa niet uit dat tijdelijke vormen van voorwaarden aan fusies, waarvan de periode gekoppeld wordt aan het daadwerkelijk ontstaan van een Noordwest-Europese markt, geaccepteerd kunnen worden. Hierbij valt te denken aan een tijdelijke veiling van productiecapaciteit, aldus de NMa.