Splitsing |
Berichten uit 2006 |
TNS NIPO heeft in opdracht van Essent een onderzoek uitgevoerd naar de mening van Nederlandse consumenten over de splitsing van energiebedrijven. Het onderzoek is uitgevoerd onder 1127 respondenten van 18 jaar of ouder. Uit het onderzoek blijkt dat een meerderheid van de respondenten het niet eens is met EZ-minister Brinkhorst dat energiebedrijven gesplitst moeten worden. Eens 23%; Oneens 54%; Geen mening 23%. Nadat respondenten meer informatie wordt voorgelegd uit de Memorie van Toelichting bij het Wetsvoorstel Splitsing over de voor- en nadelen die de splitsing met zich meebrengt, zoals de kosten en baten van splitsing, het feit dat Nederland de enige in Europa is die tot splitsing over zal gaan, en het mogelijke verlies van banen, zijn nog veel meer Nederlanders het oneens met de minister: Eens 8%; Oneens 82%; Geen mening 10%.
Begin februari concludeert EZ-minister Brinkhorst uit onderzoek van CAP Gemini dat splitsing van de energiebedrijven niet leidt tot verlies van werkgelegenheid. De Tweede Kamer had om het onderzoek gevraagd. De werkgelegenheid in de energiesector zal wel dalen, maar dat ligt volgens Brinkhorst aan de liberalisering en de privatisering. Weliswaar moet een en ander leiden tot een verbetering van de efficiency in de bedrijven, maar daardoor zal de werkgelegenheid dalen. In 2015 zullen er 5000-6000 minder banen zijn dan in 2004. Brinkhorst wijst erop dat de keuze om te privatiseren niet bij hem ligt, maar bij de aandeelhouders van de energiebedrijven: provincies en gemeenten. Na de splitsing mag het deel van bedrijf dat de energie levert, worden geprivatiseerd. De netwerken moeten publiek eigendom blijven.
De resultaten van een onderzoek van energiebedrijven en vakbonden naar de gevolgen van de splitsing van energiebedrijven voor de werkgelegenheid laten zien dat tot 2011 het aantal banen bij energiebedrijven met 5% zal afnemen. De werkgeversorganisatie WENb en de bonden Abvakabo FNV, CNV Publieke Zaak en VMHP-N gaan samen een plan bedenken om de afname van de werkgelegenheid op te vangen. De werkgelegenheid daalt de komende jaren door efficiencyverbeteringen in de sector. Bovendien komt werk dat nodig was voor de liberalisering van de energiemarkt te vervallen door de voltooiing daarvan. Om overbodige werknemers goed te begeleiden naar een baan buiten de energiesector, storten de energiebedrijven de komende vijf jaar ongeveer € 10 miljoen extra in een speciaal opleidingsfonds. De sector biedt nu nog werk aan 28.000 mensen.
De commissie Kist, o.l.v. voormalig NMa-voorzitter Anne Willem Kist, die eind maart haar steun uitsprak voor de omstreden Splitsingswet, stuit op grote kritiek van energiebedrijven Essent, Nuon, Eneco en Delta. Half april publiceerden deze bedrijven een dossier waarin ze kritiek leveren op het rapport van de commissie. De conclusie zou niet met argumenten en cijfermateriaal zijn onderbouwd, het rapport schiet fundamenteel tekort en de theoretische beweringen gaan voor de Nederlandse praktijk niet op. Volgens de commissie Kist levert splitsing en privatisering van de energiebedrijven een netto welvaartseffect op van maximaal € 1,5 miljard, en schat het effect van een splitsing zonder privatisering op ruim € 1 miljard. De Tweede Kamer stemt binnenkort waarschijnlijk vóór de Splitsingswet. De betrokken energiebedrijven voeren echter een felle lobby tegen dit voorstel en vinden dat de Tweede Kamer geen genoegen moet nemen met het rapport.
Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer steunt het splitsingsvoorstel van EZ-minister Brinkhorst, zo blijkt uit het half april gevoerde debat over de splitsingswet in de Tweede Kamer. De Kamer uitte wel haar bezorgdheid over snelle privatisering van de eenmaal gesplitste commerciële bedrijfsonderdelen. Vooral CDA, PvdA en Groen Links willen grip blijven houden op de energieproductiesector, en voorkomen dat de relatief kleine Nederlandse bedrijven op korte termijn worden overgenomen door buitenlandse giganten. Het debat over de splitsing van energiebedrijven zal eind april nog worden voortgezet en pas daarna zal de Tweede Kamer stemmen.
Vlak voor de behandeling van de Splitsingswet in juli in de Eerste Kamer, moet EZ-minister Brinkhorst het veld ruimen omdat het kabinet demissionair lijkt te worden en kan hij de afhandeling van dit omvangrijke dossier niet meemaken. De mede door hem ontworpen Splitsingswet is voor de energiesector een moeilijk te verteren onderwerp hoewel er wel degelijk ook grote voorstanders van deze wet zijn. In maart 2004 kwam Brinkhorst met het plan om de energiebedrijven op te splitsen in een netwerkgedeelte en een commercieel deel. Het verzet van bedrijven als Nuon, Essent, Eneco en Delta was, en is nog steeds, heftig en de lobbycampagne tegen het plan was ongekend hard. Het voorstel werd in april van dit jaar door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer zou er later dit jaar over stemmen, maar het is onzeker of dat doorgang kan vinden. Eén van zijn eerste daden na zijn aantreden in mei 2003 was het uitstellen van de vrijmaking van de energiemarkten voor consumenten naar 1 juli 2004. Niet lang daarna kwam Brinkhorst met de Implementatie en Interventiewet (I&I-wet). In die wet werd onder meer het toezicht op de energiesector geregeld. Verder is onder leiding van Brinkhorst de Gasunie gesplitst in een leveringsdeel en een transportpoot. Brinkhorst heeft twee keer de energiebedrijven ter verantwoording geroepen op momenten dat een en ander dreigde mis te gaan: in 2003 aan de vooravond van de opening van de markten waarin hij de bedrijven liet beloven om er geen chaos van te maken, en in januari 2005 toen bleek dat de bedrijven grote administratieve achterstanden hadden die z.s.m. moesten worden opgelost.
Begin juni publiceert SEO Economisch Onderzoek een rapport met de resultaten van een in opdracht van Eneco uitgevoerde maatschappelijke kosten-batenanalyse van het splitsingsvoorstel van de recent afgetreden minister van Economische Zaken Brinkhorst. In deze studie plaatst SEO diverse kritische kanttekeningen bij de door het CPB gemaakte kwantitatieve verkenning van de kosten en baten van de splitsing. Een van de kritiekpunten van SEO is dat ze de resultaten van het CPB niet heeft kunnen reproduceren. Alleen als de baten aan de bovenkant van de bandbreedte én de kosten aan de onderkant van de bandbreedte liggen dan kan het wetsvoorstel de maatschappelijke welvaart vergroten, mits de negatieve (en sterk betwiste) kostenpost met betrekking tot de afkoopsommen van de Cross Border Leases (CBL) niet toch erg hoog blijkt te zijn. In de berekeningen is deze CBL-post niet in geld uitgedrukt (op nul gezet). De analyse van welvaartseffecten van het splitsingsvoorstel gaat gepaard met onzekerheid. Om rekening te houden met de onzekerheid rond de inschatting van de baten en kosten zijn drie scenario’s onderscheiden: een waarschijnlijk scenario (de meest waarschijnlijke kosten en baten), een positief scenario (de kosten zijn dan laag, of de baten zijn hoog) en een negatief scenario (de kosten zijn dan hoog, of de baten zijn laag). Het maatschappelijk rendement varieert sterk tussen deze drie scenario’s. Uit gevoeligheidsanalyses blijkt dat de meeste aannames kunnen worden gewijzigd zonder gevolgen voor de conclusies in termen van de netto welvaartseffecten. Hierdoor zijn de resultaten robuust te noemen. Om het splitsingsbeleid te onderbouwen, dienen verschillende beleidsalternatieven in ogenschouw te worden genomen. Bij het in beeld brengen van de verschillende beleidsopties zijn de verschillende doelen van het wetsvoorstel uiteengerafeld in (1) de splitsing, (2) de overdracht van het beheer van een deel van de netten aan TenneT, (3) de mogelijkheid van privatisering en (4) het creëren van een vette netbeheerder (een netbeheerder die taken zelf uitvoert in plaats van ze uit te besteden aan andere partijen, met name binnen de holding). Er zijn negen beleidsalternatieven doorgerekend. Als specifiek wordt gekeken naar de welvaartseffecten van splitsing kijken, kan men constateren dat de kosten van splitsing de baten waarschijnlijk met zo’n miljard euro overtreffen. Afhankelijk van het beleidsalternatief is het netto welvaartsverlies tussen de ongeveer € 0,7 en 1,3 miljard. In het positieve scenario is er een netto welvaartsvoordeel van tussen de circa € 1 en € 3 miljard. In het negatieve scenario zijn de kosten van splitsing tegen de € 5 miljard. De CBL claims zijn hierbij nog niet meegenomen. Enkele kosten- en batenposten domineren de analyse. De baten van splitsing bestaan vooral uit meer marktwerking op de groothandelsmarkt en efficiëntere netbeheerders. De kosten bestaan vooral uit de structurele reorganisatiekosten. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een notitie uitgebracht als reactie op de SEO-studie om uit te leggen hoe het CPB tot hun eerdere conclusies zijn gekomen en hoe ze geïnterpreteerd moeten worden.
De Eerste Kamer neemt half oktober een motie aan die de regering oproept de splitsingsartikelen niet in werking te laten treden. De motie werd gesteund door alle partijen, behalve de SP, en EZ-minister Wijn stemde hierin toe. De motie stelt dat de regering pas kan beslissen om de artikelen in werking te laten treden als er op Europees niveau een splitsingswet is aangenomen. Een andere reden voor de regering om de splitsing te effectueren is als het publiek en onafhankelijk netbeheer in gevaar komt. Als de minister de splitsing op enig moment in de toekomst in werking wil laten treden dan moet hij eerst met beide Kamers van het parlement overleggen. Bovendien moet de regering één keer per jaar, te beginnen op 1 november 2007, informatie overleggen over de stand van zaken in energieland en over de bevindingen van toezichthouder DTe. Volgens Wijn is nu duidelijk vastgelegd dat de netten in overheidshanden moeten blijven, dat zij geen buitenlandse activiteiten mogen ondernemen die een risico opleveren voor de netten, en dat iedereen onder gelijke voorwaarden toegang krijgt tot de netten. Niet iedereen is even enthousiast over het gesloten compromis, bijvoorbeeld werkgeversverenigingen MKB-Nederland en Metaalunie (te weinig aekerheid voor investeerders), de glastuinbouw (onduidelijkheid over tarieven voor netgebruik en gaslevering. De energiebedrijven zijn wel tevreden met de wijzigingen in de splitsingswet (voor iedereen in Noordwest-Europa dezelfde spelregels, keuzemogelijkheid om te splitsen of niet). Ook de aandeelhouders (gemeenten, provincies) en de werknemers van de energiebedrijven, verenigd in het platform van ondernemingsraden LME, zijn gelukkig met de uitkomst. TenneT juicht het toe dat de energiebedrijven de hoogspanningsnetten tot 110 kV moeten overdragen aan de landelijk netwerkbeheerder. DTe blijft echter kritisch en doet sinds de zomer uitgebreid onderzoek naar kruissubsidies bij de energiebedrijven. Als de DTe kruissubsidies vaststelt, moeten de energiebedrijven wel tot splitsing overgaan.
EZ-minister Wijn voelt zich in zijn beleid om energiebedrijven te splitsen gesteund door voorzitter Barroso van de Europese Commissie. De Eerste Kamer stemde onlangs in met het Splitsingswet voorstel om energiebedrijven, als die onvoldoende meewerken aan eerlijke concurrentie, op te splitsen in een publiek netwerkbedrijf en een commercieel leveringsbedrijf. Het is aan toezichthouder DTe om te beoordelen of de bedrijven zich aan de spelregels houden. Eerder kondigde Barroso al aan met nieuwe voorstellen te komen over ontvlechting van energiebedrijven en toezicht daarop.