Stroomstoringen |
Berichten uit 2006 |
Uit cijfers van EnergieNed blijkt eind februari dat een Nederlands huishouden in 2005 gemiddeld 27 minuten geen elektriciteit had. In 2004 was dat nog 24 minuten langer, maar iets korter dan het langjarig gemiddelde van 28 minuten. Graafwerk van aannemers is verantwoordelijk voor bijna een derde van de storingen. Een huishouden in Nederland had in 2005 gemiddeld ruim 1 minuut en een paar seconden geen gas en dat is gemiddeld 1 minuut langer dan in 2004. De stroomstoringen als gevolg van het extreme winterweer op 25 en 26 november zijn van grote invloed geweest op het landelijk jaargemiddelde. Zonder deze storingen, zou het jaargemiddelde 5 minuten lager zijn uitgekomen. Op basis van de statistieken over 2005 wordt een huishouden gemiddeld eens in de 3,3 jaar door een stroomstoring getroffen. Als een huishouden door een stroomstoring wordt getroffen duurt dat gemiddeld 90 minuten. De toename is vrijwel geheel toe te schrijven aan één gasstoring in Deventer die zo’n 8000 huishoudens trof en waarbij pas na bijna 12 uur de gaslevering kon worden hervat.
Uit het in april gepubliceerde jaarlijkse rapport van Pricewaterhousecoopers (PWC) over de energiesector (The Big Leap) blijkt dat de meeste leidinggevenden van grote energieconcerns in Europa de kans op storingen in de elektriciteits- en gasvoorziening groter acht dan vijf jaar geleden.
Begin juni blijkt uit een onderzoek van het sociaal-economisch beleidsonderzoekinstituut EIM dat het MKB in 2005 in totaal € 135 miljoen schade ondervond door stroomstoringen. In totaal hebben de netbeheerders aan gedupeerde klanten in 2004 € 1,8 miljoen uitgekeerd. Volgens EIM dwingt de minimale compensatie het MKB tot het nemen van maatregelen. Ondernemers kunnen eigenlijk maar op één manier hun afhankelijkheid van stroom verminderen, namelijk door noodaggregaten aan te schaffen die bij een eventuele stroomstoring geactiveerd kunnen worden. Uit het onderzoek blijkt 13% van de ondernemers in het MKB over een noodaggregaat beschikt. Een andere mogelijkheid is zich verzekeren tegen de bedrijfsschade die een stroomstoring met zich mee kan brengen. Van alle MKB-ondernemers geeft 11% aan zich hiervoor te hebben verzekerd. Wanneer de gegevens over verzekeren en noodaggregaten bij elkaar worden gezet dan blijkt dat 22% van de MKB-ondernemers actie heeft genomen om de gevolgen van stroomuitval te reduceren. De horeca is het verst met 33%, terwijl de overige dienstverlening achterblijft met 12%.
In september oordeelt de DTe dat het door EnergieNed voorgestelde nieuwe compensatiemodel voor stroomstoringen op bijna alle belangrijke punten moet worden aangepast. In de huidige regeling keren energiebedrijven nog één bedrag uit, ongeacht hoe lang de storing duurde. De basisgedachte achter het plan van EnergieNed is dat de compensatie voortaan wordt 'gestaffeld': hoe langer iemand zonder elektriciteit zit, hoe hoger de compensatie. Dat principe is zo'n beetje het enige waar de DTe zich wel in kan vinden. EnergieNed wil geen verschil in de voorgeschreven hersteltijd aanbrengen voor storingen aan het hoog-, midden- of laagspanningsnet. Volgens de branche-organisatie is het niet uit te leggen als iemand voor een stroomstoring van drie uur geen compensatie krijgt en anderen voor een storing van drie uur wel, omdat de problemen in een ander net zaten. De DTe geeft grootverbruikersorganisatie VEMW en windmolenexploitantenorganisatie Pawex echter gelijk in hun kritiek dat EnergieNed daarmee voorbij gaat aan een ministeriële regeling die voorschrijft dat er wel onderscheid moet worden gemaakt. Een storing aan het hoogspanningsnet is doorgaans binnen een half uur verholpen. Als je dan de drempel van vier uur hanteert voordat compensatie wordt uitgekeerd, haal je de prikkel weg om het probleem snel op te lossen. EnergieNed wil voor een storing van 4-8 uur een compensatie van € 21 voor kleinverbruikers invoeren, voor een storing van 8-16 uur € 42, voor 16-32 uur € 63 en voor een langere storing € 84. De DTE wil dat EnergieNed in de categorie kleinverbruikers onderscheid maakt tussen huishoudens en MKB-bedrijven.
In de eerste week van november is in acht Europese landen de elektriciteit uitgevallen waardoor ongeveer tien miljoen mensen tijdelijk zonder stroom kwamen te zitten. Het Duitse energiebedrijf E.ON weet de grootschalige storing aan de uitschakeling van een hoogspanningslijn in Nedersaksen. De hoogspanningslijn over de rivier de Ems werd uitgeschakeld om een Noors cruise-schip veilig te laten passeren. Dat gebeurt wel vaker, gemiddeld 2x per jaar. Echter, waarom daardoor de stroom tot in in Portugal uitviel was niet direct duidelijk. Op het moment van uitschakelen was de consumptie in het E.ON-gebied 13.500 MW. Er was 3.300 MW aan windenergiecapaciteit die werd ingevoed. Na enige tijd nam de spanning op het net echter toe, met name in zuid-Duitsland, waar het Eon-netwerk wordt verbonden met dat van RWE. Door het te hoge spanningsniveau schakelde deze lijn automatisch af, waardoor ook andere lijnen overbelast raakten en uitvielen. Dit leidde tot de splitsing van het Europese netwerk. Het eerste eiland werd gevormd door het westelijke deel van Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, Spanje, Portugal, Zwitserland, Italië, en delen van Oostenrijk en Slovenië. Eiland twee bestond uit het oostelijke deel van Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en een deel van Oostenrijk. Het derde eiland werd gevormd door Zuidoost-Europa. Het oostelijke deel van het systeem kende een productieoverschot van ongeveer 6.000 MW. De windenergie van het noordwesten van Duitsland kwam nog in dit deel terecht. Het westelijke deel had een tekort aan stroom, waardoor de spanning naar 49 hertz daalde. Daarom besloten de landelijke netbeheerders van dat laatste gebied om af te schakelen, zodat de vraag zou verminderen. Na ruim een half uur was de balans op het Europese net hersteld en werd de stroomvoorziening voor getroffen klanten geleidelijk weer hersteld. Na een uur tot anderhalf uur had iedereen in Europa weer stroom. Een commissie van de UCTE, de Europese federatie van nationale netbeheerders, heeft gezegd onderzoek te zullen doen naar de stroomstoring. Bij een dergelijke grote internationale stroomstoring kan landelijk netbeheerder TenneT niet sturen welke delen van Nederland worden afgeschakeld en welke niet. Terugkijkend op de stroomstoring concludeert Tennet dat het Europese systeem zijn werking heeft bewezen. Toch zijn er in Europa reacties losgebarsten op de stroomstoring. Eurocommissaris Piebalgs van Energie noemde de stroomstoring ‘onaanvaardbaar’ en heeft een spoedvergadering belegd van de toezichthouders op de stroomnetten. Piebalgs pleit voor grote investeringen in extra stroomverbindingen tussen de EU-landen. Tegelijk wil hij dat de Europese netbeheerders zoals Tennet in Nederland verplichte EU-standaarden opstellen voor uitwisseling van stroom. In de marge van een al geplande EU-vergadering van energieministers in Brussel vergaderen de energieministers van vijf Noordwest-Europese landen 23 november over de stroomstoring. De Europese Raad van toezichthouders op de energiemarkten (CEER) pleit voor nieuwe wetgeving nodig waarmee TSO’s formeel worden gedwongen grensoverschrijdend samen te werken. De storing zwengelt de discussie aan over de betrouwbaarheid van de Europese energievoorziening. Naast de vraag in hoeverre het een Europees probleem dan wel een nationaal probleem is, wordt er gedebatteerd of energie een staatsaangelegenheid is of overgelaten kan worden aan de vrije markt. De Europese Commissie, bij monde van Eurocommissaris Piebalgs, komt met maatregelen om veiligheid en doorgiftezekerheid van het EU-elektriciteitsnetwerk te vergroten. Verder presenteert ze dan een prioriteitenplan voor de bouw van nieuwe, grensoverschrijdende stroomverbindingen. Piebalgs wil onder meer op Europees niveau een groep van netwerkoperatoren vormen, die besluiten kan nemen ter verbetering van het Europese stroomnet. Bovendien komt hij met een plan waar de aanleg van nieuwe, grensoverschrijdende stroomnetwerken het meest urgent is.
De Europese organisatie voor stroomnetbeheerders (Union for the Coordination of Transmission of Electricity of UCTE) heeft in december een gedetailleerd voorlopig rapport uitgebracht over de stroomstoring die op 4 november half Europa in het donker zette. De UCTE spreekt van de ernstigste storing in de geschiedenis van de organisatie vanwege het grote aantal betrokken netbeheerders en de grootte van de frequentiedaling. Het rapport spreekt van twee basisoorzaken en vijf kritische factoren. Zo was bijvoorbeeld de coördinatie tussen de verschillende system operators (TSO’s) niet goed en waren er opwekkingsaspecten niet op orde. De TSO’s hadden verder geen ‘real time’ opwekkingsinformatie beschikbaar. De praktische handelingsvrijheid van ‘dispatchers’ om ‘stroomfiles’ op de netten op te vangen voldeed niet. De coördinatie tussen TSO’s en distributienetbeheerders was niet optimaal. Bij het opnieuw synchroniseren waren de procedures niet voldoende op elkaar afgestemd. Tenslotte moet de training van ‘dispatchers’ versterkt worden. De storing zette 15 miljoen huishoudens in het donker, maar binnen twee uur was de situatie overal weer normaal. In gebieden met onderfrequente maakte het inschakelen van reservevermogen en het afschakelen van belasting een snel herstel mogelijk. In regio’s met overfrequentie verslechterde het tekort aan sturing van de opwekkingseenheden de toestand en leidde tot zware overbelasting van de transportverbindingen.