Biobrandstoffen

Berichten uit
2006
Europees beleid

In de eerste week van februari heeft de Europese Commissie een ambitieuze EU-strategie inzake biobrandstoffen goedgekeurd met tal van mogelijke op de markt gebaseerde, wetgevings-, en onderzoeksmaatregelen om de productie van brandstoffen uit landbouwproducten te bevorderen. Het document, dat is gebaseerd op het actieplan voor biomassa dat in december 2005 is vastgesteld, zet drie hoofddoelstellingen uiteen: bevordering van biobrandstoffen in zowel de EU als in ontwikkelingslanden, voorbereiding van het grootschalige gebruik van biobrandstoffen door deze qua kosten concurrerender te maken, en onderzoeksinspanningen naar brandstoffen van de tweede generatie te versterken en ondersteuning van ontwikkelingslanden waar de productie van biobrandstoffen een duurzame economische groei zou kunnen stimuleren. Een toenemend gebruik van biobrandstoffen zal talrijke voordelen met zich meebrengen doordat Europa dan minder afhankelijk is van ingevoerde fossiele brandstoffen, broeikasgasemissies worden teruggedrongen, er in nieuwe afzetmogelijkheden voor landbouwers wordt voorzien en er in diverse ontwikkelingslanden nieuwe economische perspectieven worden gecreëerd.

Nederlands beleid

In 2010 moet minimaal 5,75% van de benzine en diesel uit biobrandstoffen bestaan. Ook wil het kabinet innovatie en duurzame biobrandstoffen stimuleren. Dit staat in de beleidsbrief biobrandstoffen, die VROM-staatssecretaris Van Geel half maart mede namens EZ-minister Brinkhorst Zaken aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De staatssecretaris wil leveranciers van benzine en diesel verplichten om het aandeel biobrandstoffen te vergroten. In 2007 moet 2% van de op de Nederlandse markt gebrachte benzine en diesel uit biobrandstoffen bestaan. In 2010 moet dit percentage zijn opgehoogd tot 5,75%. Om een start te maken wordt dit jaar het bijmengen van 2% biobrandstoffen fiscaal gestimuleerd. Door de verplichting van 5,75% biobrandstoffen wordt de uitstoot van broeikasgassen uit het verkeer met 1.4 Mton gereduceerd. Dit komt boven de te verwachte 0,7 Mton reductie door het verplichte aandeel van 2% biobrandstoffen in 2007. Om op duurzaamheidseisen te kunnen sturen wil de staatssecretaris een Europees afgestemd certificatiesysteem opzetten. Dit certificaat moet onder andere informatie verschaffen over de CO2-uitstoot. Ook wil hij de ontwikkeling en de marktintroductie van innovatieve biobrandstoffen versterken. Biobrandstoffen reduceren de uitstoot van broeikasgassen en bieden bovendien kansen voor de economie en verminderen de afhankelijkheid van olieproducerende landen. Naast Nederland hebben ook Oostenrijk, Slovenië, Zweden en Litouwen een aandeel biobrandstoffen in benzine en diesel verplicht gesteld. In andere EU-landen, zoals Duitsland, Frankrijk, Tsjechië en Verenigd Koninkrijk, wordt een verplichtstelling overwogen.

Accijnsheffing

Staatssecretaris Wijn van Financiën zegt in maart de Tweede Kamer toe dat de een voorgenomen accijnsheffing van 5 ct/liter voor puur plantaardige olie (PPO) niet doorgaat. Vooropgesteld dat de Europese Commissie daarin toestemt. Hiermee wordt een motie uit 2001 toch onverkort uitgevoerd. De motie hield in dat 3 projecten, goed voor in totaal 7 miljoen liter PPO per jaar, tot 2010 vrijgesteld zouden worden van accijns. Uitbreiding van het aantal PPO-projecten met accijnsvrijstelling zit er echter niet in. Om Europese en mondiale doelen te halen voor het gebruik van biobrandstoffen en vermindering van CO2-uitstoot, wil het kabinet een verplichte bijmenging van biobrandstoffen in diesel en benzine van 2% in 2007 tot 5,75% in 2010. Het kabinet wil geen apart fiscaal stimuleringsbeleid voor 100% biobrandstof. Volgens Wijn biedt de bijmengverplichting voldoende kansen en zekerheid voor de teelt van koolzaad.

Biodiesel

De brancheorganisatie Europees Biodiesel Bestuur meldt begin mei dat de productie van biodiesel in de EU in 2005 met 65% is toegenomen. Het mengsel van diesel met koolzaadolie of zonnebloemolie groeide van 1,9 miljoen ton naar bijna 3,2 miljoen ton in 2005. De biobrandstoffen vormen nu ongeveer 1,5% van alle dieselbrandstoffen. Dat is 0,5% minder dan de doelstelling van de Europese Commissie voor 2005. Duitsland is de grootste producent van biodiesel (1,6 miljoen ton), gevolgd door Frankrijk (0,5 miljoen ton). Nederland komt in de top twintig van EU-landen niet voor.

Shell mengt vanaf 1 juni tot 2% biocomponent (FAME of ‘fatty acid methyl ester’) bij in een deel van haar dieselbrandstof. De kwaliteit van deze ‘biodiesel’ is volledig vergelijkbaar met Shell’s reguliere diesel en ook de prijs van beide brandstoffen aan de pomp is gelijk. Pas in januari 2007 wordt het bijmengen van biocomponenten in brandstoffen verplicht. Shell loopt met de introductie van ‘biodiesel’ dus vooruit op deze wetgeving. Sinds januari 2006 mengt Shell ook al een biocomponent bij in een deel van haar Euro 95 benzine (ETBE of ‘ethyl tertiar butyl ether’). Dankzij de accijnsverlaging in 2006 van de Nederlandse overheid kunnen de brandstoffen met biocomponent zonder meerprijs worden aangeboden aan de klant.

Biovalue, een meerderheidsdeelneming van het energiebedrijf Delta, start in juni met de realisatie van de eerste biodieselfabriek in de Eemshaven in Groningen. De biodiesel wordt gegenereerd uit plantaardige oliën die Biovalue zelf produceert door het persen van koolzaad. Via een chemisch proces wordt de olie omgezet in biodiesel. Het gepatenteerde productieproces van Biovalue kent geen afval en vergt ook minder energie en chemicaliën dan bestaande productieprocessen. De biodieselfabriek zal tachtig miljoen liter biodiesel per jaar produceren. De verwachting is dat de eerste paal begin juli de grond in gaat en dat de biodieselfabriek medio 2007 in productie kan worden genomen.

Koolzaadolie

De Nederlandse associatie voor puur plantaardige olie (NPPOA) meldt half mei dat het gebied voor de Nederlandse koolzaadteelt in drie jaar tijd is gegroeid van enkele honderden naar ongeveer 3000 hectare. Voor 2006 wordt een groei verwacht naar meer dan 5000 hectare. Koolzaadvelden komen nu voor in delen van Nederland, waar het gewas van oorsprong nauwelijks voorkomt. Hoewel het areaal in Nederland snel groeit, blijft die groei volgens de woordvoerder van de NPPOA achter bij de groei in Denemarken en Zweden, en zeker bij die in Duitsland, Frankrijk en Italië. De associatie dringt er bij de overheid op aan om een ruimere accijnsvrijstelling voor PPO toe te staan en daarmee de sector de kans te geven zich te ontwikkelen.

De hoge dieselprijs zorgt voor een enorme toename van de vraag naar koolzaadolie. Het bedrijf Solar Oil Systems in Delfzijl beweert eind mei aanvragen te hebben voor 75 miljoen liter. De leverancier wil dat de overheid de regels aanpast, omdat het bedrijf maar 3,5 miljoen liter mag verkopen. Die beperking zou er zijn, omdat de overheid anders te veel accijnsinkomsten misloopt. Oliemaatschappijen mengen de koolzaadolie in hun diesel. Deze biodiesel is geschikt voor alle dieselmotoren. Ook pure koolzaadolie kan als brandstof worden gebruikt, maar dan moet het voertuig wel worden aangepast. In Nederland rijden zo’n 150 vrachtwagens op pure plantaardige olie (PPO). Verder willen verscheidene gemeenten hun bussen op koolzaad laten rijden. Nederland loopt wat gebruik van schone brandstof achter bij landen als Duitsland en Oostenrijk. Daar zijn al honderden auto’s omgebouwd om op koolzaadolie te kunnen rijden.

Milieueffecten

VROM-staatssecretaris Van Geel (Milieu) heeft in augustus het rapport Criteria voor duurzame biomassa productie van de Commissie Cramer in ontvangst genomen. Het rapport, dat in opdracht van de Interdepartementale Programmadirectie Energietransitie tot stand is gekomen, geeft aan hoe voorkomen kan worden dat de productie van biobrandstof en groene stroom schade toebrengt aan natuur en milieu. Om dit te bereiken wil de overheid op korte termijn duurzaamheidscriteria opnemen in de verplichting voor biobrandstoffen voor wegtransport en de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP). De afgelopen jaren leverden milieuorganisaties forse kritiek op onder meer het gebruik van palmolie in energiecentrales. Hiervoor zou in ontwikkelingslanden tropisch regenwoud gekapt worden. Omdat de biomassa ook geconsumeerd kan worden, zou bovendien de voedselvoorziening in die landen in gevaar komen. Daarnaast wordt erop gewezen dat de milieuwinst van bepaalde biobrandstoffen beperkt is. De commissie wil daarom dat het gebruik van biomassa beloond wordt op basis van de duurzaamheid ervan: hoe meer de uitstoot van broeikasgas wordt teruggebracht door de biomassa, hoe meer de inzet ervan door subsidie moet worden ondersteund. De commissie wil dat vanaf 2007 alleen nog biomassa gebruikt wordt die de totale CO2 uitstoot met minimaal 30% terugbrengt. In 2011 moet dit minimum reductiepercentage verhoogd worden tot 50%. Ook moet vanaf 2007 gerapporteerd worden of mensenrechten, het milieu, en of de lokale economie in de knel kunnen komen bij de productie van biomassa voor de Nederlandse markt. De projectgroep is eind 2005 onder voorzitterschap van prof. dr. Jacqueline Cramer gestart om de criteria te formuleren. Bedrijven, milieuorganisaties en universiteiten hebben aan deze projectgroep deelgenomen. De eerste fase van het project is nu afgerond. Het resultaat van de projectgroep zijn criteria en indicatoren om biomassa te toetsen op alle aspecten van duurzaamheid: milieu, welzijn en welvaart. De projectgroep gaat in een vervolgtraject deze duurzaamheidcriteria nader uitwerken voor toepassing in beleid.

Palmolie

Prof. dr. K. Blok, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht en Managing Director van Ecofys, is in december benoemd tot voorzitter van de commissie die voor het energiebedrijf Essent onderzoek gaat doen naar de mogelijkheden van een internationaal certificeringsysteem voor palmolie en palmoliederivaten. Op nationaal en internationaal niveau gaat Essent zich inspannen om de traceerbaarheid en de toetsing van de duurzaamheid van biomassa te vergroten. Essent kreeg begin december zware kritiek te verduren nadat de Reclame Code Commissie had besloten dat het bedrijf consumenten misleidt over groene stroom uit palmolie. Die blijkt volgens aanklager milieuorganisatie Milieudefensie niet zo groen te zijn als men wil doen geloven. Een goed certificeringsysteem voor palmolie en palmoliederivaten moet leiden tot duidelijkheid over de herkomst van palmolie en uitsluiten dat er sprake is van het kappen van tropisch regenwoud, het ontwateren van veengebieden of misstanden bij de verwerking.

Productie

Half juli presenteert het Internationaal Energie Agentschap (IEA) de conclusies uit een onderzoek naar de ontwikkelingen m.b.t. biobrandstoffen in de laatste vijf jaar. De komende vijf jaar verdubbelt de mondiale aanvoer van biobrandstof van 650.000 vaten nu naar ruim 1,2 miljoen vaten per dag. De vraag naar olie zal in 2011 zijn gestegen naar 93,7 miljoen vaten per dag. De verdubbeling van de productie van brandstof uit gewassen en afval is volgens het IEA mede het gevolg van de hoge olieprijs. Die is sinds 2002 verdubbeld en recent werd een recordprijs bereikt van $ 75,78 per vat (van 159 liter). Het IEA signaleert een aanzienlijk grotere bereidheid om te investeren in biobrandstoffen en een toename van financiële prikkels van overheden daarvoor. Verder meldt het IEA dat in de komende 1 ½ jaar in de VS 50 fabrieken voor onder meer ethanol verrijzen, samen goed voor 47.000 vaten per dag. In Europa zal de beschikbaarheid van biodiesel in 2008 zijn verdubbeld. In 2005 werden 65.000 vaten biodiesel afgeleverd. De aanvoer van ethanol stijgt in dezelfde periode van 14.000 naar 71.000 vaten.

Wagenscans

Half juli werden in Leeuwarden tijdens een bijeenkomst van Energy Valley, de drie noordelijke provincies en de gemeente Leeuwarden, de eerste resultaten gepresenteerd van een grote serie zogenaamde wagenparkscans. Door Ecofys en Van Hall Larenstein wordt onderzocht of het voor wagenparkbeheerders economisch en ecologisch aantrekkelijk is om over te stappen op duurzame brandstoffen. De scans lopen nog door tot het najaar 2006 en betreft ongeveer  4500 auto’s. Veel ondernemers gaven aan concreet en serieus te overwegen hun wagenpark geschikt te maken voor duurzaam rijden. Voorwaarde is wel dat er voldoende tankpunten zijn (Noord-Nederland beschikt eind 2007 over tien CNG tankstations) en dat de kosten gelijk blijven. Rijden op CNG (aardgas) en biodiesel blijkt op korte termijn het meest aantrekkelijk. Voor 500 tot 1000 van de 1100 gescande voertuigen kan de overstap op CNG of biodiesel rendabel zijn.



Terug naar thema Duurzame energie 2006