Biomassa

Berichten uit
2006
Emissie

Naar aanleiding van een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature in januari worden Kamervragen gesteld aan VROM-staatssecretaris Van Geel over de veronderstelde milieuvriendelijkheid van biomassa. Uit het artikel in Nature blijkt dat bomen en planten methaan uitstoten, een veel sterker broeikasgas dan het bekende koolstofdioxide. Tot nu toe werd aangenomen dat biomassa ‘broeikasgasneutraal’ is, aangezien er bij verbranding alleen CO2 vrijkomt die bomen en planten eerder zelf opnamen uit de atmosfeer. Daarbij is echter geen rekening gehouden met de methaanuitstoot. Biomassa als energiebron lijkt dus minder milieuvriendelijk dan vaak wordt gedacht. De verbranding van bijvoorbeeld houtrestproducten is ‘mogelijk niet strikt broeikasgasneutraal’, aldus de staatssecretaris. Van Geel erkent dat deze kennis nieuw licht op de zaak werpt. Juist deze week publiceerde het CBS cijfers die een verdubbeling van het meestoken van biomassa in Nederlandse elektriciteitscentrales laat zien. Van Geel blijft biomassa beschouwen als een duurzame energiebron en wijst er op dat biomassa in vergelijking met fossiele brandstoffen nog altijd leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen.

Biomassacentrales

Begin maart meldt Biomassa Holding dat het verwacht in Nederland op termijn 150 vergistingsinstallaties te kunnen bouwen die draaien op varkens- en kippenmest en voedselresten. Er zijn 6 projecten in voorbereiding die een investering vergen van € 110 miljoen. Dit jaar begint de bouw van de biomassacentrales in Terneuzen, Drachten en het Belgische Ieper. In Nederweert, Waalwijk en Zaltbommel zijn de plannen in een vergevorderd stadium. De Holding beschikt over een patent voor een nieuw concept dat in de vergistinginstallaties wordt gebruikt. Daarbij wordt meer van het ammonium uit de mest in nitraat omgezet. De centrale die Biomassa Holding heeft ontworpen kan 120.000 tot 240.000 ton biomassa per jaar verwerken waarmee 2,4-4,8 MW elektriciteit kan worden geproduceerd. De elektriciteit verkoopt het Eneco.

In een samenwerkingsverband van de zakenbank NIBC, Siemens Nederland, het Zeeuwse energiebedrijf Delta, de coöperatie Duurzame Energieproductie Pluimveehouderij, de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie ZLTO, en Austrian Energy and Environment wordt op het industrieterrein Moerdijk een 36 MW biomassacentrale gebouwd, die wordt gestookt op kippenmest. In april zijn daarvoor de definitieve contracten getekend. De plannen voor een kippenmestcentrale werden ruim een jaar geleden naar buiten gebracht. De nieuwe centrale moet begin 2008 operationeel zijn en per jaar 400.000 ton kippenmest omzetten in elektriciteit. Daarmee kunnen 90.000 huishoudens van energie worden voorzien.

Het afval en milieuconcern AVR uit Rotterdam investeert in een nieuwe biomassacentrale. Op de locatie Rozenburg bouwt het bedrijf binnen twee jaar een installatie die sloophout omzet in groene stroom. De installatie vergt een investering van circa € 87 miljoen. De bouw wordt verzorgd door het Duitse StandardKessel uit Duisburg. AVR ontvangt een MEP-subsidie voor de elektriciteit die de centrale gaat opwekken. Volgens AVR zal de nieuwe centrale jaarlijks 150.000 ton hout kunnen verwerken. AVR is straks één van de drie afvalbedrijven in Nederland die sloophout omzet in energie. Ook Twence en HVC hebben plannen ontwikkeld voor biomassacentrales op sloophout. AVR heeft in Duiven al een afvalinstallatie die biomassa omzet in stroom. Die installatie werkt met papierslib als grondstof.

VROM-staatssecretaris Van Geel (Milieu) opent half augustus de biocentrale op bedrijfsterrein Zenkeldamshoek in Goor. Het is de eerste centrale in Nederland die duurzame energie opwekt door verbranding van geschilderd en gelakt resthout. De centrale is in handen van de onderneming BioEnergie Twente. Jaarlijks wordt 17.000 ton afvalhout gebruikt en omgezet in 14 miljoen kWh elektriciteit, goed voor 4300 huishoudens.

16 oktober wordt door minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de 1000ste paal geslagen voor Moerdijk biomassacentrale (BMC). De 36 MW biomassacentrale kan per jaar ruim 400.000 ton pluimveemest omzetten in elektriciteit voor 90.000 huishoudens en produceert mineralen die kunnen worden gebruikt in de landbouw. Aandeelhouders van de BMC Moerdijk zijn DELTA N.V., de coöperatie DEP, ZLTO, Austrian Energy & Environment A.G. en het gecontracteerde bouwconsortium bestaande uit Siemens Nederland N.V. en Austrian Energy & Environment A.G. De biomassacentrale gaat in het voorjaar van 2008 draaien en wordt gezien als een toonaangevend voorbeeld van duurzame energieopwekking. Voor pluimveehouders uit Nederland biedt de centrale zowel een milieuvriendelijk als een economisch kanaal om hun pluimveemest af te zetten.

Bio-Energie Realisatie Koepel

De pogingen van EZ-minister Brinkhorst om tot een snellere ontwikkeling van energie uit afval en biomassa te komen zijn op niets uitgelopen. Overheid, bedrijfsleven en milieubeweging, verenigd in de stuurgroep BERK (Bio-Energie Realisatie Koepel), konden geen oplossing vinden voor de vergunningproblemen bij kolencentrales en afvalverbrandingsinstallaties (avi’s). Kern van de zaak is dat de milieubeweging het verbranden van een aantal biomassastromen zoals afval of kippenmest niet als duurzaam wenst te beschouwen. Doel van de BERK was om tot een afsprakenpakket te komen waarbij dergelijke discussiepunten buiten beschouwing zouden blijven. De milieubeweging zou dan niet langer naar de Raad van State stappen om vergunningen tegen te houden voor centrales die op breed geaccepteerde biomassastromen zouden werken. Nu de partijen niet tot een soepel vergunningenstelsel zijn gekomen dreigt de ontwikkeling van bio-energie in 2006 te stagneren. Daar komt bij dat de minister de MEP-subsidie voor palmoliestook drastisch heeft teruggebracht. Daardoor heeft Electrabel zijn plannen voor de bijstook in de centrales bij Nijmegen en Harculo bij Zwolle geschrapt.

BIVKIN-OLGA

Begin maart heeft ECN met goed resultaat een duurtest afgerond waarin de productie van elektriciteit en warmte uit biomassa gedemonstreerd werd in de zogenaamde BIVKIN-OLGA biomassavergassingsinstallatie (BIVKIN staat voor Biomassa Vergassings Karakteriserings Installatie en OLGA is de Nederlandse afkorting voor ‘oil-based gas washer’). De 500 kW testinstallatie bestond uit een wervelbedvergasser waarin hout werd omgezet in gas, een reinigingsinstallatie waarin het houtgas ontdaan werd van vervuilende componenten en een gasmotor die met hoog rendement elektriciteit en warmte produceerde. Vooral het nieuwste onderdeel van de installatie, de geavanceerde OLGA-gasreiniging, waarmee teren uit het gas worden verwijderd, heeft uitstekend gefunctioneerd. Op basis van dit systeem kan ook het onderzoek naar de productie van ‘groen aardgas’, of synthetic natural gas (SNG) uit biomassa gestart kan worden. Een installatie, waarmee uit biomassa ‘groen aardgas’ wordt gemaakt dat direct aan het aardgasnet kan worden geleverd, is geen toekomstmuziek meer. Met de duurtest is een nieuwe schakel in de biomassa conversieketen gedemonstreerd. De partners waarmee ECN de duurtest heeft uitgevoerd zijn HoSt, waarmee de Circulerende Wervelbed Vergassingstechnologie is ontwikkeld, Dahlman, waarmee de OLGA-technologie is ontwikkeld, Essent, die een gasmotor beschikbaar heeft gesteld en HABO, die de gasmotor zo heeft aangepast dat hij geschikt is om op houtgas te draaien.

Recent is de nieuwe groene elektriciteitscentrale, gebouwd in Moissanes, vlakbij Limoges in Frankrijk, met succes in bedrijf genomen. In biomassa-vergassingsinstallatie is de door ECN ontwikkelde OLGA-technologie ingebouwd. Deze technologie brengt de exploitatie van energiecentrales die volledig op biomassa kunnen draaien, weer een groot aantal stappen dichterbij. ECN is er namelijk in geslaagd een oplossing te vinden voor de teerproblemen bij het vergassen van biomassa. In nauwe samenwerking met Technisch bureau Dahlman in Maassluis werd een gasreinigingsinstallatie ontwikkeld op basis van olie: de OLGA olie-gaswasser. De bouw van de centrale in Limoges is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Franse overheid voor het realiseren van 6 centrales van 50 MWth die wijnresidu en afvalhout vergassen. De OLGA-installatie heeft in de eerste twee weken probleemloos 50 uur in dagbedrijf gedraaid. Het productgas uit de installatie was direct geschikt om toegepast te worden in de gasmotor die ‘standby’ stond.

Informatiebronnen

Het internationale samenwerkingsverband North Sea Bio Energy heeft een digitale bibliotheek ontwikkeld met een overzicht van informatiebronnen op Internet over bio-energie. Speciale aandacht wordt besteed aan informatie over het produceren van biogas uit (co-)vergisting van mest en energiegewassen en het kleinschalig verbranden van hout. De website richt zich op de landen rondom de Noordzee, vooral Nederland, België, Duitsland en Schotland en biedt informatie in het Nederlands, Duits en Engels.

Noord-Nederland heeft met ingang van heden een biomassa-expertisecentrum, genaamd Bio Energie Noord (BEN). Het doel van BEN is het beter en sneller van de grond krijgen van kleinschalige projecten op het gebied van biomassa. BEN wil daarmee een bijdrage leveren aan het oplossen van het energievraagstuk en nieuwe perspectieven bieden voor de landbouw in Noord-Nederland. Met de oprichting van BEN is een investering van € 500.000 gemoeid. BEN krijgt geen fysiek onderkomen, maar zal bestaan uit een netwerk van deskundigen, die zich vooral ten doel hebben gesteld om mensen bij elkaar te brengen en de aanwezige kennis op het gebied van biomassa te vergroten. BEN gaat zich onder meer bezig houden met het vergroten van de kennis op het gebied van mestvergisting, geavanceerde verbranding van hout en landbouwafval en het toevoegen van biogas aan de bestaande gasinfrastructuur. Ook technieken die nog in de kinderschoenen staan zullen verder onderzocht worden. BEN is een project van Energy Valley.

Bioraffinage

ECN en het Universiteit en Researchcentrum in Wageningen (WUR) hebben in maart het Nationaal Kennisnetwerk Bioraffinage opgericht. Door raffinage van biomassa is het mogelijk op een efficiënte en economische manier een bijdrage te leveren aan de Nederlandse duurzaamheidsdoelen. Bioraffinage is het scheiden van dierlijke of plantaardige grondstof in meerdere stoffen, die elk voor een ander product worden gebruikt. Bioraffinage biedt in de toekomst de kans om op een efficiënte manier, met zo min mogelijk verlies van onder andere energie, producten te vervaardigen die fossiele grondstoffen aanvullen of vervangen. Op de lange termijn bieden bioraffinageconcepten de mogelijkheid om op een efficiënte manier complexe halfproducten - zogenaamde platformchemicaliën - te isoleren. Deze kunnen als grondstof dienen voor diverse producten in de (petro-)chemische industrie, zoals polymeren, oplosmiddelen en schuimen. ECN en WUR werken programmatisch samen bij de ontwikkeling van bioraffinageconcepten en realiseren daarmee een belangrijke versterking van de marktpositie van Nederland op het gebied van de duurzame biomassaketens. ECN en de WUR zoeken nog marktpartijen om te participeren in het Nationaal Kennisnetwerk Bioraffinage.

Meestoken

Nuon start in maart met het grootschalig meestoken van biomassa in haar 250 MW elektriciteitscentrale in Buggenum (250 MW). Door een deel van de kolen te vervangen door biomassa beperkt Nuon de uitstoot van CO2 met 300.000 ton/jaar, vergelijkbaar met de uitstoot van 200.000 personenauto’s per jaar. De in Buggenum toegepaste vergassingstechnologie - ook wel ‘schone kolentechnologie’ genoemd - filtert een maximum aan schadelijke stoffen uit kolen. Door een deel daarvan te vervangen door biomassa neemt ook de CO2-uitstoot af. De volgende stap naar een verder verbeterde elektriciteitsproductie is de voorbereiding van een proef voor CO2-afvang in Buggenum.

Milieueffecten

Uit de resultaten van een in oktober gepubliceerd rapport van CE (‘Energieke natuur op en rond de Veluwe’) blijkt dat biomassa voor energiewinning niet alleen goed is voor de natuur op de Veluwe, maar ook voor de economie. In Cuijk staat vooralsnog de enige energiecentrale die gebruikt maakt van biomassa zoals houtsnippers. In de toekomst zou volgens onderzoek het aandeel van de biomassa kunnen groeien. Het project is gefinancierd door de Stichting Shell Research. Een belangrijke reden daarvoor is het inzicht dat de mondiale energievoorziening steeds meer van biomassa gebruik zal maken. Biomassa is de verzamelnaam van allerlei biologisch materiaal dat kan worden gebruikt om er energie (via warmtekrachtcentrales) mee op te wekken. De meest voorkomende vormen zijn: snoeihout, speciale gewassen (olifantsgras, wilgen en populieren), huishoudelijk afval en houtresten. Volgens de onderzoekers kan er meer biomassa gewonnen worden dan nu het geval is op een wijze die de natuur en de natuurontwikkeling kan versterken. Als dat slim wordt gecombineerd, zo wordt gesteld, kunnen biomassa en natuur hand in hand gaan. Er worden vervolgens twee opties genoemd. De eerste is het gebruik van biomassa uit bestaande natuur, in dit geval het natuurgebied de Veluwe. Op de Veluwe kan extra biomassa uit bestaande natuur per jaar zo’n 12.000-17.000 huishoudens van stroom voorzien en 1600-2300 huishoudens van warmte. De tweede optie is dat ontwikkeling van nieuwe natuur aan de randen van de Veluwe een vergelijkbare hoeveelheid energie kan opleveren. Op de Veluwe is ruimte voor 33.000 hectare nieuwe natuur en nog eens 3600 hectare voor de realisatie van verbindingszones. Bosaanleg wordt voorzien aan de randen van de Veluwe en de overgangen naar de valleien van IJssel, Veluwemeer en Gelderse Vallei. De Veluwse natuur wordt een bron van maatschappelijke welvaart voor Nederland genoemd. In financiële termen is de groene sector rond de Veluwe zelfs een van de belangrijkste pijlers van de regionale economie van Gelderland. Biomassa voor de energievoorziening zou in potentie een aardige bijverdienste kunnen vormen voor terreinbeheerders, zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het Geldersch Landschap, maar ook voor particuliere terreinbeheerders.

Onderzoek

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV) heeft € 1,2 miljoen gereserveerd voor haalbaarheidsonderzoeken en nieuwe businessplannen op het gebied van biomassa. Het budget is specifiek bedoeld voor bedrijven in de MKB-sector die biomassa willen omzetten in energie of grondstoffen voor de chemische industrie. Het programma gaat in de zomer van start. Het stimuleren van een ‘bio-based economy’ moet een bijdrage leveren aan zowel de transitie naar een duurzame energievoorziening als aan een duurzame landbouw.



Terug naar thema Duurzame energie 2006