Duurzame elektriciteit |
Berichten uit 2006 |
Uit de resultaten van een eind januari gepubliceerde enquête, die werd uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie, zegt 54% geen cent over te hebben voor hernieuwbare, milieuvriendelijke energie. 27% vindt dat een hogere prijs voor groene stroom beperkt moet blijven tot 5% en 11% van de ondervraagden accepteert een prijsverhoging met 10%. In Nederland heeft 45% niks over voor groenere energie. Vooral in de armere landen van de EU zien consumenten een hogere energierekening niet zitten. De houding van Europeanen tegenover hernieuwbare energie is daarmee niet verbeterd ten opzichte van een soortgelijke enquête enkele jaren geleden. Volgens Eurocommissaris Piebalgs (Energie) is de conclusie dat ‘nieuwe technieken gebaseerd moeten zijn op de markt’. Opmerkelijk genoeg vindt 48% van de ondervraagden zonne-energie de meest ideale vorm van hernieuwbare energie, terwijl slechts 31% windenergie noemt, terwijl elektriciteit uit zonnepanelen flink duurder is dan stroom uit windmolens. Veel Europeanen geven verder aan dat energiebeleid op EU-niveau moet worden aangepakt. Europa is volgens 47% van de EU-burgers (en zelfs 59% van de Nederlanders) het aangewezen niveau om oplossingen voor energieproblemen te bedenken. Voor 37% is de nationale regering het juiste niveau.
Het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft namens de 12 provincies in een brief aan de Tweede Kamer opgeroepen tot een ruimhartiger overgangsregeling. Voor de regeling, die de gevolgen van een subsidiestop moet verzachten, heeft EZ-minister Wijn € 340 miljoen uitgetrokken. Wijn kwam vorige week de Tweede Kamer tegemoet door de subsidie op groene stroom gedeeltelijk te handhaven. Hij legde € 270 miljoen opzij voor de kleine boerenbedrijven die duurzame energie produceren en € 70 miljoen euro voor andere bedrijven. Aanvankelijk wilde de bewindsman vorige maand de subsidie onmiddellijk beëindigen. Met € 270 miljoen zouden niet meer dan achttien projecten voor windenergie te betalen zijn, terwijl in de noordelijke provincies (Groningen, Friesland, Drenthe en Noord-Holland) al ongeveer honderd projecten lopen. De petitie is ook ondertekend door verschillende energiebedrijven in Noord-Nederland. Organisaties als Natuur en Milieu, LTO Nederland en VNO-NCW hebben de afgelopen weken ook geprotesteerd tegen de aangekondigde subsidiestop. De subsidie was door de minister stopgezet omdat Nederland volgens Wijn de Europese doelstelling voor duurzame energie al had gehaald. Volgens de Europese doelstelling moet 9% van de geleverde energie in 2010 duurzaam zijn geproduceerd.
Uit cijfers van het CBS blijkt dat de duurzame elektriciteitsproductie in Nederland is gestegen van amper 3% van het verbruik in 2000 naar ruim 6% in 2005. Ondanks deze stijging is de duurzame elektriciteitsproductie nog steeds fors lager dan het gemiddelde in de EU-15 van 14% in 2005. Een verklaring voor de relatief geringe bijdrage van duurzame elektriciteit aan de Nederlandse elektriciteitsvoorziening is het ontbreken van de mogelijkheid tot grootschalige opwekking van elektriciteit uit waterkracht, zoals in Zweden en Oostenrijk. Hoewel in de EU-15 waterkracht de belangrijkste bijdrage levert aan de productie van duurzame elektriciteit, worden biomassa en windenergie steeds belangrijker. In Denemarken is 17% van het elektriciteitsverbruik in 2005 opgewekt met windturbines. In Duitsland wordt in absolute zin de meeste elektriciteit uit windenergie geproduceerd: 26,5 miljard kWh, goed voor bijna 40% van alle windenergie in de EU-15. Ook Spanje produceert veel elektriciteit uit windenergie. Elektriciteit uit windenergie neemt vooral toe in Ierland, Portugal en Spanje. In Duitsland neemt de groei van de opwekkingscapaciteit van de windmolens de laatste jaren echter wat af en in Denemarken is de groei zelfs bijna tot stilstand gekomen. In Nederland is het gebruik van biomassa in 2005 relatief het sterkst toegenomen. Het gaat hier vooral om het meestoken van biomassa in grote elektriciteitscentrales. De grootste groei in absolute zin vond plaats in Duitsland, vooral door nieuwe, kleine en middelgrote installaties die volledig op biomassa draaien. De elektriciteitsproductie uit waterkracht varieert van jaar tot jaar vanwege de invloed van het weer. Structureel is de bijdrage van waterkracht aan de Europese elektriciteitsvoorziening echter gedaald. Vanwege de grote geografische verschillen zijn de EU-doelstellingen voor duurzame elektriciteit in 2010 per land anders. Voor Nederland is deze doelstelling 9% en voor de EU-15 22%.
Uit in december gepubliceerde resultaten van onderzoek door Ecofys (Energieprijzen.nl) blijkt dat Nederlanders minder interesse hebben in het gebruik van groene stroom. In december 2004 waren er nog 3 miljoen huishoudens met groene stroom. Nu is dat aantal gedaald tot 2,4 miljoen. De daling lijkt het gevolg van de afschaffing van stimuleringsmaatregelen voor groene energie en het opengaan van de energiemarkt in de zomer van 2004. Als het nieuwe kabinet geen maatregelen neemt om het gebruik te stimuleren, is het niet uitgesloten dat het marktaandeel van groene stroom nog verder zal dalen. Toen in juli 2004 de gehele energiemarkt openging, werden de prijzen van groene en grijze energie steeds meer gelijkgetrokken.