MEP |
Berichten uit 2006 |
Bijna alle fracties in de Tweede Kamer gaan half maart akkoord met de belangrijkste punten voor de vernieuwing van de milieusubsidie elektriciteitsproductie (MEP) die EZ-minister Brinkhorst heeft ontworpen. De vernieuwde MEP-regeling maakt het de regering mogelijk om de subsidies voor verschillende vormen van duurzame opwekking van stroom te maximeren. Op die manier kunnen de kosten in de hand worden gehouden. In de vorige Mep was het subsidiebedrag voor windenergie, zonne-energie en andere duurzame energievormen gegarandeerd, ongeacht de hoogte van de productie. Daarnaast is de regering nu in staat om tenders uit te schrijven om zo de meest kansrijke en goedkope aanvragen voor een bepaald project te kunnen selecteren. Verschillende moties en amendementen zijn ingediend die nog in behandeling moeten worden genomen.
Uit een half augustus gepubliceerd persbericht van EZ blijkt dat op basis van recente gegevens kan worden vastgesteld dat door de subsidieregeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) de Europese doelstelling van 9% duurzame elektriciteit in 2010 wordt gehaald. Daarom heeft EZ-minister Wijn met ingang van 18 augustus besloten om geen subsidie meer te verlenen aan nieuwe projecten. Het kabinet wil wel blijvend investeren in innovatie van duurzame elektriciteitsproductie. Hiervoor trekt het kabinet op voorstel van de minister € 150 miljoen extra uit. Zo kan ook in de toekomst het aandeel duurzame energie blijven groeien. Verder is voor 2006, en indien nodig ook voor 2007, extra subsidie uitgetrokken voor warmtekrachtinstallaties, waarmee meer energiebesparing wordt gerealiseerd. De subsidieregeling MEP is in 2003 in het leven geroepen om de duurzaamheid van de Nederlandse elektriciteitsproductie te verbeteren. De MEP moest bijdragen aan het halen van de Europese doelstelling van 9% duurzame elektriciteit in 2010. Omdat de productie van duurzame elektriciteit duurder is dan de conventionele elektriciteitsopwekking met kolen- of gascentrales worden de meerkosten gesubsidieerd.
Naast het feit dat de doelstelling van 9% gehaald wordt, is een andere reden dat de huidige MEP-regeling te duur is om te worden gehandhaafd. De kosten van de MEP bedragen in 2006 naar schatting € 685 miljoen. Dat is veel meer dan het begrootte bedrag van € 509 miljoen. Om die reden is de subsidie voor offshore windenergie en grootschalige biomassa vorig jaar al op nul gesteld. In 2007 zal het MEP-budget terugvallen naar € 538 miljoen en daarna weer stijgen: naar € 628 miljoen in 2008, € 670 miljoen in 2009 en € 640 miljoen in 2010. De subsidieregeling MEP is in 2003 in het leven geroepen om de duurzaamheid van de Nederlandse elektriciteitsproductie te verbeteren. Omdat de productie van duurzame elektriciteit duurder is dan de conventionele elektriciteitsopwekking met kolenof gascentrales worden de meerkosten, de zogenaamde onrendabele top, gesubsidieerd. De stopzetting van de MEP-regeling heeft veel boze reacties uitgelokt van energiespecialisten van politieke partijen, energiebedrijven, brancheorganisaties als EnergieNed, LTO Nederland, Uneto-VNI, investeerders van duurzame energie projecten in de agrarische sector, Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA). De beslissing van de EZ-minister krijgt echter ook steun van VVD en het CDA, de ondernemersorganisatie VNO-NCW. Minister Wijn wijst alle kritiek tot nu toe van de hand. De lopende subsidies lopen gewoon de afgesproken tijd van tien jaar door. Wel wordt er geluisterd naar wat er allemaal wordt gezegd en zal naar verwachting binnenkort ook een Kamerdebat over het onderwerp worden gehouden.
De Tweede Kamer heeft eind september de motie Staaij (SGP) verworpen om de MEP-subsidieregeling voor duurzame energie te handhaven tot er een nieuwe steunregeling is. Daarmee ging de Kamer feitelijk akkoord met de 18 augustus door EZ-minister beëindigde MEP. Onder druk van de Kamer kwam Wijn met een overgangsregeling én met een regeling voor vergoeding van schade voor mensen die projecten in voorbereiding hadden. De Tweede Kamer zal in een procedurevergadering nog bezien of de voorgestelde overgangsregeling voldoende is. Veel kamerfracties vinden de € 270 miljoen, die Wijn daarvoor over 10 jaar uittrekt te weinig, maar het lijkt er desalniettemin op dat een Kamermeerderheid met dat bedrag genoegen neemt.
Op voorstel van de vaste commissie voor Economische Zaken heeft de Tweede Kamer op 31 oktober besloten onderzoek te laten doen naar de uitvoering en de resultaten van de subsidieregeling Milieukwaliteit Electriciteitsproductie (MEP). Op basis van deze regeling krijgen projecten waarbij op een milieuvriendelijke manier elektriciteit wordt opgewekt subsidie van de overheid. Het onderzoek valt uiteen in twee delen. De Tweede Kamer heeft de Algemene Rekenkamer gevraagd om het onderzoek te doen naar de beoogde en gerealiseerde resultaten en de doelmatigheid van de MEP-subsidieregeling. Het onderzoek naar de mate waarin de MEP-subsidieregeling heeft bijgedragen aan innovatie- en technologieontwikkeling zal door de Kamer worden uitbesteed. De procedure hiervoor is gestart. De Tweede Kamer wil de resultaten van de onderzoeken gebruiken bij de voorbereiding van het nieuwe stimuleringsbeleid voor duurzame elektriciteit dat begin volgend jaar moet plaatsvinden. Het streven is op 1 april 2007 te beschikken over de uitkomsten van beide onderzoeken.
Op 5 december zijn de Beleidsregels kostenvergoeding MEP en de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistinginstallaties gepubliceerd. Beide regelingen vloeien voort uit het feit dat minister Wijn op 18 augustus 2006 de MEP-subsidies voor nieuwe projecten per direct heeft stopgezet. Aanleiding daartoe was dat de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit gerealiseerd kan worden met bestaande projecten en projecten waarvoor MEP-subsidie is beschikt. De kostenvergoedingsregeling is bedoeld voor gedupeerden die directe kosten hebben gemaakt voor de aanvraag van MEP-subsidie, maar de aanvraag nu niet meer kunnen indienen. De subsidieregeling vergisters is bedoeld om alsnog onder voorwaarden subsidie te verlenen aan initiatiefnemers voor covergistingsinstallaties van mest en maïs. Deze doelgroep werd extra getroffen door het stopzetten van de MEP, omdat men vanwege verruimde mestwetgeving nog maar pas in aanmerking gekomen was voor MEP. Beide regelingen worden uitgevoerd door SenterNovem. Het totale budget voor de regeling is € 270 miljoen voor een periode van 10 jaar.