Wind op zee |
Berichten uit 2006 |
Binnen het Europese project DOWNVInD neemt ECN deel aan de realisatie van een uniek windturbinepark, waarin wordt geprobeerd om windturbines dieper te plaatsen dan circa 25 meter, zoals in het Nederlandse Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ) dat in de komende jaren voor de kust bij Egmond zal verrijzen. Het project wordt gerealiseerd in het Schotse Beatrice Windpark voor de kust van Inverness. ECN heeft de opdracht gekregen om bij de eerste windturbine van 5 MW die geplaatst wordt, data te verzamelen en te evalueren. Deze turbine geldt als testcase voor het uiteindelijke park van ongeveer 200 MW. In de windturbine worden twee meetsystemen DANTE, Data Acquisitie Netwerk voor Turbine Evaluatie, ingebouwd die ieder maximaal 32 meetsignalen kunnen verwerken. Bijvoorbeeld de mechanische belastingen op de mast en de rotorbladen, het toerental van de rotor en de versnelling van de gondel. Dit geldt ook voor belastingen op de ondersteuningsconstructie, die niet alleen ontstaan door de windbelastingen, maar ook door golven en stroming. De meetgegevens worden door ECN verzameld, geėvalueerd, en gerapporteerd. De tests zijn mede bedoeld om aan te tonen dat offshore windturbines net zo kosteneffectief zijn als de huidige, op land geplaatste windturbines. Het doel van het ECN meetprogramma is data opleveren aan Talisman en REpower waarmee zij hun ontwerpaannames kunnen verifiėren. Indien de resultaten positief zijn, dan zal een uitbreiding van het aantal turbines plaats vinden.
Jan van der Tempel promoveert 26 april op onderzoek naar een nieuwe kostenbesparende rekenmethode voor het optimaliseren van ondersteuningsconstructies voor offshore windturbines. Hij onderzocht daarvoor vier bestaande parken en constateerde dat er in de praktijk een kloof bestaat tussen enerzijds de offshore-industrie, die verantwoordelijk is voor de ondersteuningsconstructie en anderzijds de windturbinebouwers, die de turbine voor hun rekening nemen. In de offshore wordt vermoeiingsschade berekend aan de hand van de frequenties van de schommelingen die de constructies ondergaan. Dit leidt tot relatief eenvoudige berekeningen. In windindustrie is het echter gebruikelijk om vermoeiingsberekeningen aan de hand van de parameter tijd uit te voeren. Dit leidt tot moeilijke en voor de offshore-sector ondoorzichtige berekeningen. Van der Tempel heeft een rekenmethode ontwikkeld die uitgaat van frequenties en het genoemde probleem ondervangt. Het uitwisselen van informatie over de turbine is hierbij beperkt zodat de turbinefabrikant geen gevoelige informatie over de turbine hoeft prijs te geven. De offshore-ontwerper kan vervolgens de ondersteuningsconstructie optimaliseren met behulp van zijn eigen vertrouwde software. Volgens de promovendus leidt deze methode uiteindelijk tot kostenbesparingen op de constructie van 10%. Van der Tempel geniet ook bekendheid als de uitvinder van de zogenoemde Ampelmann, een constructie die het onderhoud van offshore-turbines vergemakkelijkt. De Ampelmann maakt gebruik van dezelfde techniek als de simulatoren die onder meer toegepast worden om de bewegingen van vliegtuigen na te bootsen: een mechaniek met zes grote cilinders. Door de bewegingen van het schip nauwkeurig te meten en direct door te sturen naar de zes cilinders, kan het platform stil gehouden worden ten opzichte van de windturbine. Hierna kan via een loopplank makkelijk en veilig overgestapt worden naar de windturbine. De windmolens zijn hierdoor veel beter bereikbaar voor onderhoudspersoneel. Van der Tempel en zijn team zijn bezig met het bouwen van een prototype dat dit najaar wordt getest op zee, in samenwerking met de bedrijven Shell, Heerema en Smit. In januari 2007 moet de productie van de Ampelmann van start gaan.
Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) maakt in juli bekend dat het voornemens is op het Windturbine Testpark in de Wieringermeer tien 'mini'-windturbines te plaatsen, waarvan twee exemplaren in een 'verrijdbare variant', in een windparkopstelling. Dit 'schaalpark' met kleine windmolens van het type Aircon, met elk een rotordiameter van 7,6 meter, een tiphoogte van 11,3 meter en een vermogen van 10 kW zal worden gebruikt om te onderzoeken hoe windmolens in grote offshore windparken op elkaar reageren. De verminderde windsnelheid en veranderde windstructuur (zog) achter een windturbine, is met de huidige technieken niet goed te berekenen. Ook is het niet goed mogelijk om deze te beproeven in windtunnels. Begin 2007 worden de overige turbines geplaatst op het bestaande testveld in de Wieringermeer.
Econcern, Energy Investments Holding en ENECO Energie, de eigenaren van het Q7 project, hebben 11 juli de financieringsovereenkomst met Rabobank en Dexia getekend voor het Offshore Windpark Q7. Het bouwcontract werd reeds eerder gegund aan Van Oord, terwijl Vestas de turbines zal leveren en installeren. De verzekering van het windpark wordt door Delta Lloyd verzorgd. Met de ontwikkeling van het offshore windpark is een belangrijke krachtenbundeling tot stand gebracht van bedrijven met een grote expertise op het gebied van projectontwikkeling, waterbouw, windtechnologie, duurzame energieproductie en financiering. Het Offshore Windpark Q7 wordt circa 23 kilometer uit de kust bij IJmuiden, in blok Q7 van het Nederlands continentaal plat, gebouwd. De zestig Vestas V80 windturbines van elk 2 MW worden in een waterdiepte van 19 tot 24 meter geplaatst. Q7 is daarmee het windpark dat, wereldwijd, het verst uit de kust en in het diepste water gebouwd wordt. Het windpark zal naar verwachting begin 2008 operationeel zijn en dan ruim 400 GW-uur elektriciteit per jaar gaan produceren, waarmee ENECO Energie duurzame energie kan leveren aan 125.000 huishoudens. Het windpark zal een besparing van CO2 uitstoot van 240 duizend ton per jaar opleveren.
Begin oktober maken de eigenaren Nuon en Shell van het offshore windpark Noordzeewind bij Egmond aan Zee bekend dat het wind park sinds eind september, weliswaar nog in een testfase, stroom levert aan het net. Noordzeewind is het eerste, zogenaamde near-shore windpark op zee in Nederland. Het begrip near-shore duidt op het feit dat het park veel dichter bij de kust ligt dan de locaties van andere geplande windparken. Noordzeewind is een demonstratieproject, waarbij op initiatief van de regering de mogelijkheden en de problemen van de aanleg van een windpark op zee in kaart worden gebracht. De twee Nederlandse windparken op zee gaan de overheid tot en met 2011 een subsidiebedrag kosten 352 mln. Tot en met 2011 wordt de realisatie van twee windparken verwacht: het Offshore Windpark Egmond aan Zee (NSW) en het project Q7. Op dit moment zijn 65 startnotities en negen vergunningaanvragen ingediend voor windparken op zee. Het nieuwe kabinet beslist over de middelen voor de verdere ontwikkeling van offshore windenergie.