Micro-WKK

Berichten uit
2006

Enatec, een internationaal opererend dochterbedrijf van het Energieonderzoek Centrum Nederland en Eneco, en MTS Group, Merloni Termo Sanitari S.p.A., hebben op 6 juni 2006 een samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor de ontwikkeling van micro-WKK toestellen voor de Europese markt. De toestellen zullen gebaseerd zijn op Enatec's micro-WKK technologie, op basis van vrije-zuiger Stirlingmotoren, die door Rinnai Corporation worden geproduceerd. Door de overeenkomst kan MTS Group nu over de door Enatec ontwikkelde Stirlingmotoren beschikken en in cv-ketels gaan inbouwen. De Stirlingmotor produceert zowel warmte als elektriciteit. Tevens is de motor onderhoudsvrij omdat er geen contact is tussen bewegende en stationaire onderdelen. Binnen het samenwerkingsverband tussen Enatec, het Japanse Rinnai en het Amerikaanse Infinia Corporation is afgesproken dat zij uiterlijk eind 2007 een serieproductie van stirlingmotoren operationeel zullen hebben.

Het ministerie van Economische Zaken heeft eind augustus de regeling voor MEP-subsidie ten behoeve van WKK gepubliceerd. De regeling, die geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2006, stelt nadere eisen aan de afgifte van certificaten die nodig zijn voor het verkrijgen van MEP-subsidie. Totaal is in 2006 voor de MEP-subsidie voor WKK € 55 miljoen beschikbaar. Alleen WKKinstallaties die op of na 1 januari 1997 in gebruik zijn genomen komen in aanmerking voor MEP-subsidie. Een uitzondering hierop is gemaakt voor oudere installaties waarvan de krachtbron (gasmotor, stoom- of gasturbine) ingrijpend is gerenoveerd. De regeling is nu pas gepubliceerd omdat de Europese Commissie eerst moest onderzoeken of aan de bepalingen van het milieukaderregeling is voldaan. De late beschikking maakt een aantal overgangsbepalingen noodzakelijk om er voor te zorgen dat alle WKK-producenten, die recht op subsidie hebben over het jaar 2006, ook in staat zijn deze te verkrijgen. Met de MEP-subsidie wordt beoogt om 50% van de onrendabele top van WKK-installaties te ondersteunen. Het vaste bedrag voor de elektriciteitsproductie opgewekt met een WKK bedraagt in 2006: 3,3 cent per kWh voor gasmotoren; 3,3 cent per kWh voor overige installaties met een vermogen van minder dan 120 MWe, en 1,8 cent per kWh voor overige installaties met een vermogen groter dan of gelijk aan 120 MWe. De genoemde klassen zijn nieuw in het subsidiesysteem. Uit berekeningen van onderzoeksinstituut ECN blijkt dat de verschillen van de onrendabele toppen in de WKK-exploitatie zijn toegenomen. Deze verschillen hebben geleid tot de differentiatie in drie groepen.

Tijdens het Cogen Nederland Symposium ‘Power Politics in de Polder’, dat 10 november in Zeist werd gehouden en georganiseerd door de Stichting Peakoil Nederland, blijkt dat WKK onmisbaar is in de overgang naar een duurzame energiehuishouding. In een presentatie van de Greenpeace studie ‘Energy Revolution: a pathway to a clean energy future for the Netherlands’ bleek dat ook in het jaar 2050 gas en WKK nog een belangrijke rol spelen in onze energievoorziening. Uit een studie van Ecofys blijkt dat het overgrote deel van energiebesparing moet komen uit vier sectoren, te weten WKK, brandstofbesparing in de zware industrie, isolatie van woningen en efficiëntere personenauto’s. In een debat tussen de Tweede Kamerleden van de grootste partijen werd duidelijk dat men het op hoofdlijnen wel eens is over de inzet van duurzame energietechnologie, maar dat de meningen verschillen over de wijze van invulling en ondersteuning. De meeste kamerleden erkennen de noodzaak voor steun aan de energieintensieve industrie. Er werd aangegeven dat deze industrie beter efficiënt en duurzaam actief in Nederland kan blijven dan minder ‘state of the art’ en vervuilender elders in de wereld.



Terug naar thema Energiebesparing 2006