Waterstof

Berichten uit
2006

Eén van de conclusies uit rapport ‘ Assumption, Visions and Conclusions Phase 1’, dat in juni in het kader van het HyWays project is gepubliceerd, is dat Nederland een goede uitgangspositie heeft voor de transitie naar een waterstofeconomie binnen Europa. Mede door de reeds aanwezige waterstofinfrastructuur en productie-eenheden in de Rijnmond, de hoge kennisinfrastructuur en de sterke logistieke positie. Het Europese project HyWays, waarin ook ECN een belangrijke rol speelt, heeft tot doel een reële toekomstvisie voor de implementatie en acceptatie van waterstof binnen de EU te schetsen. Hiervoor zijn landenspecifieke analyses gemaakt, waarin zowel technologische aspecten aan bod komen als ook de lidstaatafhankelijke socio-economische drempels en mogelijkheden onderzocht zijn. Naast Nederland zijn ook Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië en Noorwegen geanalyseerd. De eerste fase is inmiddels afgerond en de voorlopige resultaten zijn beschikbaar. In de tweede fase zullen Finland, Groot-Brittannië, Polen en Spanje onder de loep genomen worden. De prognose van de ontwikkeling van het aantal auto’s op waterstof en de impact hierdoor op de energievoorziening, is een belangrijke uitkomst van de eerste fase. De industrie en de belanghebbenden van de diverse EU-lidstaten ontwikkelden, onafhankelijk van elkaar en voor elk deelnemend land, toekomstscenario’s over de mogelijke vraag naar waterstof. Hierbij is rekening gehouden met de opbouw van productiecapaciteit, de groei van de beroepsbevolking, de opzet van de infrastructuur, etc., en de levensduur en het vervangingstempo van auto’s. Een tweede belangrijke uitkomst betreft de verwachte kostprijsontwikkeling van een waterstofauto. Door grootschalige productie zullen de kosten dalen en, in een optimistisch scenario, kan een waterstofauto zelfs goedkoper geproduceerd worden dan een conventionele auto. Ook in een minder optimistische variant blijven de meerkosten beperkt in vergelijking tot een normale auto. Rond 2050 speelt waterstof in verkeer en vervoer een belangrijke rol, in 2020 is het aandeel nog beperkt. De introductie van waterstof draagt bij aan het terugdringen van de broeikasgas- en overige emissies zoals fijn stof, vermindert de afhankelijkheid van olie en biedt nieuwe mogelijkheden voor de Nederlandse industrie.

Medio februari 2006 heeft een unieke, volledig door waterstof aangedreven scooter op het testveld van Piaggio & Co. Spa in Italië een succesvolle testrit volbracht. Het EU project FRESCO, een samenwerking tussen ECN, Piaggio, CEA, Selin en Universiteit Pisa is hiermee succesvol afgerond. De ontwikkeling van de scooter en de succesvolle uitvoering van de test zijn mijlpalen in de transitie naar op waterstof gebaseerde duurzame mobiliteit. Scooters zijn mondiaal gezien de meest populaire voertuigen in steden en verstedelijkte gebieden. Emissiereductie en energiebesparing bij deze voertuigen zullen niet alleen een verbetering in de luchtkwaliteit laten zien, ook vanuit een ander milieuoogpunt (bv. geluidsoverlast) is het gebruik van waterstof in brandstofcelvoertuigen van groot voordeel. Efficiënte brandstofcellen voor een elektrische motor zullen het op lange termijn winnen van conventionele verbrandingsmotoren, terwijl waterstof meer en meer fossiele brandstoffen zal vervangen. Het ECN heeft samen met Piaggio & Co Spa. en de andere partners de scooter ontworpen, gebouwd en getest. De samenwerking tussen ECN en Piaggio werd ondersteund door Selin Sistemi Spa uit Italië, dat de elektromotor en de -bediening ontwikkelde, en CEA Valduc uit Frankrijk, dat de waterstoftank en vulinstallatie voor de scooter heeft gerealiseerd. De universiteiten van Pisa en Florence, en het bedrijf ESMA uit Rusland ontwikkelden en leverden additionele componenten voor de scooter. Begin 2006 werden de testen op het gebied van acceleratie, hoogst haalbare snelheid en afstand, geverifieerd. Binnen het project FRESCO werd voor het eerst de volledige voortstuwing van het voertuig gerealiseerd door een brandstofcel. Dit in tegenstelling tot eerder ontworpen prototypes, waarbij een brandstofcel aangedreven motor zorgde voor genoeg vermogen om diverse accu's op te laden, die op hun beurt weer voor de elektriciteit van de elektromotor zorgde.

Het kabinet gaat leveranciers van energie verantwoordelijk stellen voor de energiebesparing bij huishoudens en bedrijven. De energiebedrijven worden verplicht om bij bestaande woningen en bedrijfsgebouwen een bepaalde hoeveelheid energiebesparing te realiseren. De bedrijven moeten met zogeheten 'witte certificaten' aantonen dat ze hun doelstelling hebben gehaald. De certificaten worden vanaf 2008 verhandelbaar. De energiebedrijven zijn tegen de regeling. Maar volgens VROM-minister Dekker is het in steeds meer landen gebruikelijk dat energiebedrijven worden ingeschakeld voor besparing. Tegelijk met de invoering van de witte certificaten gaat het kabinet een 'energie -index' verplicht stellen voor alle bestaande gebouwen. Die index, in de vorm van een energieprestatiecertificaat, geeft aan hoe energiezuinig een woning of gebouw is. Huiseigenaren en verhuurders moeten bij verkoop zo'n certificaat kunnen tonen aan de koper.

Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten heeft de eerste auto met Nederlands brandstofcelsysteem gerealiseerd. Het hart van het systeem, de PEM-brandstofcel en het waterstofsysteem, zijn volledig in Petten ontwikkeld. De auto is een aangepaste versie van een bestaand elektrisch voertuig, de door Daimler Chrysler vervaardigde GEM. In zijn oorspronkelijke uitvoering is de GEM uitgerust met een accu, waardoor de actieradius beperkt is en het voertuig regelmatig langdurig aan het stopcontact moet worden opgeladen. De inmiddels door ECN tot HydroGEM omgedoopte waterstofversie heeft een sterk vergrote actieradius en kan snel worden bijgetankt. De brandstofcel produceert zoveel vermogen dat ook elektriciteit beschikbaar is voor bijvoorbeeld elektrische gereedschappen. De HydroGEM is stil en uitermate schoon, en kan daardoor worden toegepast in de hallen en op de perrons van vliegvelden, stations, bedrijven en distributiecentra. Of in natuurgebieden en zelfs in ziekenhuizen. Met de HydroGEM wil men onderzoeken hoe de door ECN ontwikkelde brandstofceltechnologie zich bewijst in de praktijk. In vergelijking met accuvoertuigen is de bedrijfstijd aanmerkelijk langer en behoren lange oplaadtijden tot het verleden. Het tanken van de waterstof duurt maximaal 10 minuten. Het voertuig heeft een elektronisch begrensde maximumsnelheid van 40 km/uur en heeft een laadvermogen van 400 kg. Het door ECN ontwikkelde systeem bevat een 5 kWe brandstofcel, welke gebruikt wordt in combinatie met het oorspronkelijke accupakket van 6.5 kWh. De waterstof is op een druk van 200 bar opgeslagen in brandstoftank met een inhoud van 76 liter. Dit is voldoende om tenminste 200 km te rijden.

VROM-staatssecretaris Van Geel (Milieu) heeft vrijdag 27 oktober het ECN Waterstoftankstation in Petten geopend. Het unieke tankstation voor waterstof wordt gebruikt voor de HydroGEM, de eerste in Nederland gemaakte waterstofauto. Van Geel heeft een rondrit gemaakt in deze HydroGEM en kreeg de rapporten ‘Waterstof: Brandstof voor Transities’ en ‘Waterstof op weg naar de praktijk’ aangeboden. De HydroGEM wordt gebruikt door de ECN Facilitaire Dienst en is daarmee het eerste waterstofbedrijfsvoertuig in Nederland in operationele dienst. Het waterstofvoertuig is een door ECN aangepaste versie van de door Daimler Chrysler vervaardigde GEM. In zijn oorspronkelijke uitvoering is de GEM uitgerust met een accu, waardoor de actieradius beperkt is, en het voertuig regelmatig langdurig aan het stopcontact moet worden opgeladen. Het ECN Waterstof Tankstation (ECN WT) is door aangeschaft bij Air Products, die dit tankstation speciaal voor kleinschalige toepassing uit zoveel mogelijk standaard componenten heeft ontwikkeld. Het door Air Products aanleverde waterstof wordt gefabriceerd uit aardgas. De voorraad van het tankstation is zo'n 1600 liter (2 pakketten van 800 liter) onder een relatief lage druk van 200 bar. De waterstoftank van de HydroGEM is in ongeveer acht minuten gevuld. De brandstofcel heeft zoveel vermogen dat het mogelijk is met een stopcontact in de HydroGEM, elektrische gereedschappen aan te sluiten. Naast de feestelijke opening van het ECN WT werd het rapport ‘Waterstof: Brandstof voor Transities’ gepresenteerd. Met dit rapport geeft het Platform Nieuw Gas haar toekomstvisie over waterstof, de toekomstige toepassingen ervan en de activiteiten die ontplooit dienen te worden om deze visie te realiseren. De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat waterstof kan bijdragen aan het vergroten van de energievoorzieningszekerheid, het verbeteren van de (stedelijke) luchtkwaliteit en het reduceren van emissies broeikasgassen zoals CO2. Daarnaast biedt waterstof grote innovaties en kansen voor de Nederlandse toeleverende en maakindustrie. Volgens de werkgroep Waterstof van het Platform Nieuw Gas, moet Nederland nu stappen zetten om waterstof als brandstof in te zetten in het vervoer. De luchtkwaliteit in de steden zal dan fors verbeteren doordat er minder fijnstof en broeikasgas vrijkomt. In Nederland zouden drie regio's moeten worden aangewezen waar waterstof als energiedrager tot ontwikkeling wordt gebracht. Die regio's zijn Petten en de Wadden, Arnhem en omgeving en Rijnmond. Het aanwijzen van de regio's moet een einde maken aan de versnippering die er nu is, zo vindt de werkgroep. Er zijn al veel organisaties en overheden die de mogelijkheden van waterstof aan het onderzoeken zijn. Het rapport 'Waterstof, brandstof voor transities' bevat een volledige lijst.



Terug naar thema Energiebesparing 2006