Energietransitie |
Berichten uit 2006 |
In zijn oratie van 21 november aan de Vrije Universiteit Amsterdam concludeert prof.dr. J.J.C. Bruggink, dat hoewel het transitiebeleid er in is geslaagd veel draagvlak te creëren bij bedrijfsleven, onderzoek en maatschappelijk middenveld, dit ten koste is gegaan van heldere keuzes in de zin van concrete projecten, nieuwe beleidsinstrumenten en noodzakelijke financiële middelen. Om die keuzes te versnellen en te maken is meer daadkracht bij de overheid noodzakelijk. Bruggink is benoemd tot bijzonder hoogleraar Energietransities en Duurzame Ontwikkeling aan de Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen van de VU. Het transitiebeleid voor energie en milieu werd vijf jaar geleden gestart om Nederland op weg te helpen naar een duurzame energievoorziening via technologisch-institutionele innovaties die door overheid, bedrijfsleven en onderzoek gezamenlijk zouden worden opgepakt. Het begin dit jaar verschenen Transitieactieplan maakt echter nog weinig duidelijke keuzes wat betreft de prioriteiten voor transitie-experimenten en institutionele vernieuwing. Het scheppen van draagvlak bij een brede groep van maatschappelijke actoren is uitstekend gelukt, maar is wel op gespannen voet komen te staan met het tonen van daadkracht. De overlevingskansen van het transitiebeleid hangen nu af van die keuzes en om die keuzes te versnellen is meer regie van de overheid noodzakelijk. Het transitiebeleid heeft ook baat bij bezinning op de vraag of de overheid momenteel wel voldoende speelruimte heeft om doelstellingen van duurzaamheid te bereiken. Een krachtige regierol voor het op gang brengen van innovaties in nationale marktniches zou in meerdere opzichten wel eens onvoldoende kunnen zijn voor lange termijn resultaten. Transitiebeleid vereist op termijn ook herijking van het energie- en klimaatbeleid. Eén van de vragen die dan naar voren komt heeft te maken met hoe op een strategische manier omgegaan moet worden met de grote onzekerheden rond de wereldenergiemarkt en in het mondiale klimaatbeleid. Een strategie zou gebaseerd kunnen worden op een integraal prijsbeleid dat deze onzekerheden op een creatieve manier aan elkaar weet te koppelen zodat de prijzen stabieler worden en investeerders meer zekerheden hebben, bijvoorbeeld door het niveau van CO2-heffingen te koppelen aan het niveau van marktprijzen van energie. Een tweede mogelijke strategie richt zich op een grotere rol van internationale technologieverdragen die een complementaire rol kunnen spelen voor het huidige klimaatbeleid en de internationale verankering van het transitiebeleid invulling kunnen geven.