Gasrotonde |
Berichten uit 2006 |
Uit de in september bekend geworden plannen van het Ministerie van Economische Zaken (EZ) blijkt dat Nederland het Europese en mondiale energietoneel vooral werk wil maken van twee projecten: Nederland als ‘gasrotonde’ in Europa en meer aandacht voor energie in het buitenlands beleid. Nederland maak in zijn buitenlandse betrekkingen ook steeds meer werk van voorzieningszekerheid door het afsluiten van bilaterale energieverdragen. Energierelaties met de EU en Rusland worden aangehaald en Nederlandse delegaties zullen meer aandacht besteden aan energie en de levering- en voorzieningszekerheid bij landenbezoeken en handelsmissies. Met de gasrotonde wil Nederland binnen Europa uitgroeien tot knooppunt op het gebied van gastransport. Als voorbeelden worden genoemd het aantrekken van investeringen in LNG-terminals en de al gerealiseerde deelname in de Noordwest-Europese Gaspijpleiding (NEGP). GTS (Gas Transport and Services) en de Nederlandse Gasunie hebben een grootschalig investeringsplan in het hoogcalorische gastransportnetwerk in voorbereiding. Het gaat om een groot project, waarvan de deelprojecten uiteindelijk samen de capaciteit moeten genereren waar de markt om vraagt. Volledige realisatie van de plannen is volgens GTS cruciaal voor de toekomstige leveringszekerheid en de positie van Nederland als gasrotonde. Het gepubliceerde Business Case document toont volgens GTS nut en noodzaak van de investeringsplannen en laat zien dat de economische dekking een beperkt effect op het tarief heeft. Het investeringsplan baseert zich op de ontwikkelingen in de Nederlandse gasmarkt. Deze ontwikkelingen worden vervolgens vertaald in volume- en capaciteitsscenario's. De capaciteitsscenario's zijn uitgewerkt in een drietal investeringsalternatieven, waaruit de meest optimale gekozen is. Bij een investering van € 470 miljoen voldoet de netbeheerder naar eigen zeggen aan zijn wettelijke taak: borgen van de leveringszekerheid voor de Nederlandse markt. Bij het tweede model moet € 1270 miljoen worden geďnvesteerd. Het derde model gaat uit van een sterke stijging van de vraag naar transitverkeer en een investering van € 1750 miljoen GTS heeft een voorkeur voor het tweede model waarin een uitbreiding van het transportsysteem wordt voorzien, waarmee een vermindering van de lokale productie, de additionele binnenlandse vraag en een beperkte hoeveelheid additionele transit opgevangen kan worden.
Begin september diende GTS (Gas Transport and Services) bij de toezichtsdienst voor de elektriciteitssector DTe een Business Case in waarin de benodigde investeringen (€ 1270 miljoen) in het hoogcalorisch gasnet worden uitgewerkt. De investeringen zijn nodig om van Nederland een internationale gasrotonde te maken, en betekent dat de transporttarieven omhoog gaan. DTe heeft het investeringsplan echter zelf ook doorgerekend en komt uit op een benodigde investering van € 740 miljoen. De DTe GTS heeft GTS verzocht om een tweede informele zienswijze in te dienen, waaruit blijkt dat ook de overige investeringskosten kunnen worden meegenomen in de tarieven. GTS en DTe zijn het wel eens over het feit dat de huidige transportcapaciteit op het hoogcalorische netwerk onvoldoende is om de leveringszekerheid in de toekomst veilig te kunnen stellen. Het binnenlandse gasaanbod is krimpende bij een groeiende binnenlandse vraag naar gas en een stijgende behoefte aan internationale transitocapaciteit.
Begin oktober informeert EZ-minister Wijn de Tweede Kamer over de relatie tussen regelgeving en betrouwbaar gastransport. Wijn wil de Nederlandse regelgeving met betrekking tot gastransport zodanig aanpassen dat onderscheid gemaakt kan worden tussen investeringen met een binnenlandse functie en investeringen voor transitstromen. Het moet worden voorkomen dat investeringen waar binnenlandse afnemers niet direct baat bij hebben worden afgewenteld op die afnemers. Daarvoor is volgens de minister aanpassing van de regelgeving noodzakelijk. Het nieuwe reguleringsmodel zal worden gebaseerd op de volgende uitgangspunten: (a) De kosten-baten analyse van investeringen in transitcapaciteit is primair een zaak van de investeerder; (b) Voor dergelijke investeringen ziet de overheid wel toe op het minimaliseren van risico’s voor de binnenlandse eindafnemers en het borgen van Europese kaders; (c) Beoordeling van nut en noodzaak van investeringen t.b.v. binnenlandse afname is mede een zaak van de overheid; (d) Bij het bepalen van het transporttarief wordt rekening gehouden met het tarief voor alternatieve routes; en (e) Bij afwezigheid van alternatieven wordt het transporttarief gebaseerd op kosten.