Europees beleid

Berichten uit
2007

The European Regulators Group for Electricity and Gas (Ergeg) presenteert begin januari het formele advies aan de Europese Commissie (EC) voor nieuwe energiewetgeving. Ergeg benadrukte opnieuw de noodzaak tot onafhankelijke regulering en splitsing van energiebedrijven. Het advies bestaat uit zes delen: splitsing (‘unbundling’), Europese regulering, ETXOplus en GIEplus, de macht en onafhankelijkheid van de nationale regulering en gecoördineerde markttransparantie. Ergeg is van mening dat splitsing van gas- en elektriciteitsnetten Europese wetgeving moet zijn. Bovendien geeft de groep de voorkeur aan een Europees reguleringssysteem boven een enkele Europese reguleerder in de vorm van interactie tussen de nationale reguleerders en Europese instituten.

10 januari presenteert de Europese Commissie (EC) het rapport An Energy Policy for Europe, een uitgebreid pakket aan maatregelen bedoeld om de concurrentiepositie van de energiemarkt in Europa te verbeteren en klimaatverandering te bestrijden. Het pakket aan maatregelen is gebaseerd op (1) een echte interne energiemarkt; (2) het versnellen van de emissiereductie; en (3) het doorvoeren van energiebesparing. Naast het nieuwe beleid zelf, wil de EC dat de Europese Unie één extern beleid ontwikkeld en zal ze proberen samenwerkingsverbanden te ontwikkelen met leveranciers gebaseerd op transparantie, voorspelbaarheid en wederkerigheid.

Uit verslagen van het overleg dat de lidstaten in Brussel in februari voeren over het zogeheten energiepakket blijkt weinig steun van de EU-lidstaten. Het voorstel houdt onder meer in dat in 2020 van alle in de EU verbruikte energie 20% duurzaam moet zijn. De onenigheid gaat over de hoogte van de doelstelling en over de vraag of dit een juridisch bindende verplichting moet zijn. Alleen landen als Denemarken, Zweden, Spanje, Italië en Nederland steunen het voorstel van de Commissie. Uit het verslag blijkt ook dat er onvoldoende draagvlak is voor het voorstel om energiebedrijven op te splitsen in een productie- en leveringsbedrijf én een netwerkbedrijf. Vooral landen als Duitsland en Frankrijk zijn tegen. Men wil de beslissing hierover doorschuiven naar juni.

Half september presenteert de Europese Commissie (EC) het zogenaamde ‘third package’ voor de energiemarkt onder de titel ‘Energising Europe’. Het pakket aan maatregelen en regelgeving is een vervolg ‘An Energy Policy for Europe’, het omvangrijke beleidsdocument dat de Commissie in januari 2007 presenteerde. De Commissie heeft voor ogen om met de nieuwe maatregelen het liberaliseringsproces te voltooien. De splitsing van geďntegreerde energiebedrijven heeft de hoogste prioriteit. Het enige alternatief voor de energiebedrijven is om het beheer van de netwerken onder te brengen in een volledig onafhankelijke entiteit. Daarnaast wil de Commissie de grensoverschrijdende handel van gas en elektriciteit bevorderen. De Commissie wil daarvoor een aparte Europese toezichthouder aanstellen: de Agency for Cooperation of Energy Regulators (ACER). Ook de samenwerking tussen TSO’s (Transmission System Operators) wil de Commissie een duidelijker structuur geven. De samenwerking van TSO’s wordt daarom door de EC verantwoordelijk gesteld voor een flink aantal zaken, waaronder de ontwikkeling van technische codes en de planning van grensoverschrijdende investeringen. De nieuwe ACER gaat toezien op de uitvoering van die verantwoordelijkheden. Verder gaat de Commissie het functioneren van de interne markt verbeteren via meer en verbeterde regels voor markttransparantie, toegang tot opslagfaciliteiten, toegang tot LNG-terminals en lange termijncontracten. Voor bedrijven buiten de EU wordt het moeilijker greep te krijgen op de energiemarkt in Europa. Volgens de Commissie mogen bedrijven van buiten de EU alleen energienetwerken overnemen als hun land een akkoord met de EU heeft waarin dat uitdrukkelijk is toegestaan. In de Verenigde Staten is onlangs ook wetgeving aangenomen voor de bescherming van eigen bedrijven met een belang van nationale veiligheid. De voorstellen van de EC vinden geen genade in Frankrijk en Duitsland en bij politici en industriëlen in Rusland. Frankrijk en Duitsland willen hun eigen energiebedrijven (het Duitse RWE en EON en het Franse EDF en Suez) beschermen. Landen die geen volledige splitsing van de energiebedrijven in een productie- en een transportdeel (pijpleidingen en hoogspanningskabels) wensen, kunnen ervoor kiezen om het netwerk onder toezicht van een onafhankelijke operator te stellen. EnergieNed meent juist dat de voorstellen een goede stap op weg zijn naar een gelijk speelveld voor alle partijen in Europa. De organisatie is wel kritisch over de afgezwakte optie voor splitsing. Die gaat gepaard met een woud aan regels en is niet transparant. Ook belangenbehartigers van grootverbruikers zijn positief over de strenge regels. VEMW en haar Europese zusterorganisatie IFIEC Europe zien de reguleringsvoorstellen als een noodzakelijke stap. Zowel VEMW als IFIEC Europe roepen de Europese beleidsmakers op om snel en effectief tot implementatie van de maatregelen over te gaan.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2007