Kernenergie |
Berichten uit 2007 |
Half april meldt het energiebedrijf Delta dat het werkt aan Nederlands tweede kerncentrale. Een tweede kerncentrale in Borssele leek lang onbereikbaar, maar kernenergie is inmiddels weer bespreekbaar. De algemeen directeur van Delta verwacht zelfs dat er in 2016 een nieuwe kerncentrale staat. Door zorgen over de uitstoot van CO2 en de leveringszekerheid van gas en olie is het tij aan het keren. De bestaande kerncentrale in Borssele blijft tot 2033 open en de vorige VROM-staatssecretaris van Milieu, Pieter van Geel, noemde de kans op een nieuwe kerncentrale ‘aanzienlijk’.
Van 18 tot en met 22 juni 2007 heeft het International Atomic Energy Agency (IAEA) een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de veiligheid van de bedrijfsvoering van de kerncentrale Borssele. Volgens het onderzoeksteam is de bedrijfsvoering onverminderd van hoog niveau. Het IAEA constateert dat EPZ, eigenaar van de kerncentrale, de aanbevelingen en suggesties uit een eerder onderzoek in 2005 goed opvolgt. In 2005 onderzocht de IAEA onder meer het management en de organisatie, de bedrijfsvoering, het onderhoud, de stralingsbescherming en het noodplan van de kerncentrale. Het IAEA concludeerde toen ook al dat de veiligheid van de bedrijfsvoering van hoog niveau was. Ook stelde men vast dat de centrale goed werd onderhouden en beheerd. Daarnaast gaf het team adviezen voor verdere verbetering. Over enkele weken stuurt de IAEA het gedetailleerde rapport aan de Nederlandse regering, waarna het aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden.
De Kernfysische Dienst (KFD) heeft de kerncentrale Borssele vorig jaar (2006) flink op de vingers getikt. De KFD, die onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van VROM valt, maakte zich zorgen over de toename van het aantal storingen in de centrale in 2005, de hoge werkdruk, de verminderde aandacht voor de nucleaire veiligheid en de afstand tussen medewerkers en management. In 2005 meldde EPZ, de exploitant van de kerncentrale, dertien incidenten op de internationale schaal van nucleaire gebeurtenissen. In 2006 waren het er zeventien. In 2007 is tot dusver slechts één storing gesignaleerd. Bij al deze gebeurtenissen is de veiligheid nooit in het geding geweest. De KFD eiste n.a.v. de gebeurtenissen in 2006 een plan van aanpak om tot verbeteringen te komen. De KFD maakte haar zorgen kenbaar in een brief aan EPZ in juni 2006, dezelfde maand waarin werd bekrachtigd dat de kerncentrale Borssele - mede vanwege haar prestaties op veiligheidsgebied - tot 2033 open kan blijven. Volgens de woordvoerster van EPZ was de kerncentrale-exploitant vorig jaar al volop bezig verbeteringen tot stand te brengen, zowel technisch als op het gebied van de organisatie. Dat alles heeft effect gehad. Het Internationaal Atoom Energie Agentschap oordeelde in 2005 en 2006 positief over de gang van zaken bij de kerncentrale.
Nog dit jaar komt er een internationale commissie die tot 2033 gaat beoordelen of de kerncentrale in Borssele behoort tot de 25% veiligste kerncentrales ter wereld. VROM-minister Cramer heeft de oprichting van zo'n 'commissie benchmarking nucleaire veiligheid' van deskundigen in november aangekondigd. Zij deed dat in haar antwoord op schriftelijke vragen van het GroenLinks-Kamerlid Duyvendak. Het ministerie kon desgevraagd geen nadere toelichting op de instelling van de internationale commissie geven. Vorig jaar besloot het kabinet de kerncentrale in Borssele twintig jaar langer in bedrijf te houden, op voorwaarde dat zij tot de veiligste kerncentrales ter wereld zou blijven behoren.
Het ministerie van VROM meldt begin september dat het de mogelijkheden onderzoekt om via juridische weg extra geld af te dwingen van de huidige eigenaar van de kerncentrale in Dodewaard, om die te kunnen ontmantelen. De eigenaar, de Gemeenschappelijke Kerncentrale Nederland (GKN), schat de kosten op €130 miljoen. De door VROM voorgestelde nieuwe eigenaar, de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (Covra), denkt echter dat de ontmanteling €230 miljoen gaat kosten. COVRA, het enige bedrijf in Nederland dat radioactief afval verzamelt, verwerkt en opslaat, wil Dodewaard nog voor het einde van de vergunning in 2045 afbreken.
In 1957 werd het Euratom Verdrag over atoomenergie ondertekend. Terwijl de Europese Economische Gemeenschap (EEG, nu de Europese Unie) op samenwerking en de Duitse en Franse kool- en staalindustrie was gestoeld, richtte Euratom zich op de samenwerking op het gebied van onderzoek, levering en distributie van kernenergie. Onlangs is in een parlementaire hoorzitting gediscussieerd over de relevantie van dit Verdrag en in maart zal een verslag over dit onderwerp aan de orde komen. Aanvankelijk door zes landen ondertekend, is het Euratom Verdrag nu op alle 27 EU-lidstaten van toepassing. Het initiële universele optimisme over het gebruik van atoomenergie is vervaagd, de nucleaire wapenrace en de ramp met de Tsjernobyl reactor in 1986 hebben van atoomenergie een controversieel onderwerp gemaakt. Met de discussie over klimaatverandering en de zekerheid dat de voorraad fossiele brandstoffen eindig is, komt een CO2-vrije energievorm als nucleaire energie bij een aantal landen weer op de agenda te staan. Tijdens de hoorzitting werd gesteld dat een aantal uiterst belangrijke gebieden niet in het Verdrag zijn opgenomen. Dit omvat o.a. het omgaan met nucleair afval en de ontmanteling van energiecentrales. Ook blijft de nucleaire industrie in de EU in eerste instantie een nationale zaak. De leden van het Europees Parlement (EP) betreuren het feit dat geen van de aspecten van Euratom aan een nauwkeurig onderzoek van het Europees Parlement zijn onderworpen. In een rapport over dit onderwerp wordt gevraagd om algemene normen ten aanzien van de veiligheid van atoomenergie, het omgaan met radioactief afval en de ontmanteling van reactoren. Ook stelt het rapport voor om meer in onderzoek en training op het gebied van afvalbeheer te investeren en het Parlement een rol te geven bij wetgevingsmaatregelen voor de Europese nucleaire industrie. Het rapport, opgesteld door het Litouwse EP-lid Eugenijus Maldeikis (Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten) zal in maart door de parlementaire commissie industrie worden besproken.
De Nuclear Research and consultancy Group (NRG) heeft begin mei de nucleaire onderzoeksreactor (HFR) in Petten stilgelegd wegens lekkage in een leiding. De veiligheid was op geen enkele manier in het geding. De lekkage heeft zich voorgedaan in een zogenoemde drukvereffeningsleiding, die volgens de woordvoerder pas een functie krijgt bij een ongeval in de reactor. Medewerkers zagen tijdens de reguliere wachtronde druppeltjes uit de leiding lekken. NRG heeft een onderzoek ingesteld naar de precieze oorzaak van de lekkage. Hoewel voor de lekkage geen meldingsplicht bestaat, heeft het bedrijf de Kernfysische Dienst van het ministerie van VROM geïnformeerd. De reactor is naar verwachting enkele dagen buiten gebruik. NRG bestraalt in de onderzoeksreactor onder meer materialen voor medische isotopenproductie. De levering hiervan loopt voorlopig geen vertraging op, aldus het bedrijf.
Begin april wordt bekend dat kernfusie-onderzoekers van het FOM-instituut Plasmafysica Rijnhuizen er in zijn geslaagd om de plasmacondities, zoals die in toekomstige fusiereactoren als de ITER zouden voorkomen, na te bootsen in een experiment. Dit wordt gezien als een belangrijke doorbraak in het onderzoek naar de wisselwerking tussen waterstofplasma en reactorwanden. ITER is de volgende stap in het internationale kernfusieonderzoek. Doel is het aantonen van de wetenschappelijke en technische haalbaarheid van kernfusie als schone, veilige en onuitputtelijke energiebron. ITER moet aantonen dat het mogelijk is om langdurig energie op te wekken met kernfusie. In de fusiereactor smelten lichte atoomkernen (isotopen van waterstof) samen, waarbij veel energie vrij komt. Het fusieproces vindt plaats bij de extreem hoge temperatuur van 150 mln graden Celsius. De energie die vrijkomt bij de fusiereactie kan men gebruiken om elektriciteit op te wekken, of om bijvoorbeeld waterstof te maken. ITER is ontworpen om gedurende tien minuten ongeveer 500 MW op te wekken, tien maal meer dan wordt gebruikt voor het instandhouden van het hete fusieplasma. De onderzoekers behaalden de onverwacht hoge efficiëntie van de plasmabron en hoge temperatuur van het plasma door slim combineren van het magneetveld en een geoptimaliseerde uitstroomopening.
In een kennismakingsoverleg met de Tweede Kamer eind maart zei VROM-minister Cramer dat kernenergie geen verboden onderwerp is om over te praten. Hoewel het kabinet kernenergie voor het halen van zijn milieudoelstellingen uitsluit, staat ze toch open voor het advies van de Sociaal Economische Raad (SER) dat in juni zal worden gepubliceerd.
Het kabinet ziet kernenergie niet als een optie om het klimaatprobleem aan te pakken. In het 4 mei gepresenteerde VN-klimaatrapport wordt kernenergie genoemd als een van de mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. VROM-minister Cramer maakte duidelijk dat Nederland daarvoor 'alles uit de kast moet halen', maar gaf tevens aan dat kernenergie geen optie is. Volgens de Nederlandse voorzitter van de internationale klimaatwerkgroep van de VN bleek tijdens de onderhandelingen over het rapport kernenergie het meest controversiële onderwerp te zijn. China, India, Canada en de Verenigde Staten zijn voor kernenergie, maar de IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) probeert de feiten weer te geven. Daarom is er in het rapport voor gekozen om te stellen dat kernenergie kan bijdragen om de uitstoot te beperken.
In opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) heeft Newcom ruim duizend mensen in Nederland gevraagd naar hun mening over elektriciteitsbronnen. Het blijkt onder meer dat 48% kernenergie ziet als een positieve bijdrage aan het verbeteren van klimaat en milieu. Het meest positief is men over wind- en zonne-energie (respectievelijk 95 en 94%. Daarna komt biogas, en op de vierde plaats kernenergie. Over kolen denkt 85% van de geënquêteerden negatief in relatie tot de bijdrage daarvan aan een verbetering van het klimaat. Als deze energiesoorten onder dezelfde prijs kunnen worden geleverd, gaat de voorkeur van de Nederlander vooral uit naar zonne- en windenergie (33 en 32%). Bij 15% heeft kernenergie de voorkeur.
Ondanks kritiek van onder meer de PvdA laat het kabinet opnieuw onderzoeken of vijf locaties in Nederland geschikt zijn voor de bouw van een kerncentrale. Het ministerie van Economische Zaken benadrukt dat dit niet betekent dat de centrales daadwerkelijk worden gebouwd. In het regeerakkoord staat namelijk dat er deze kabinetsperiode geen kerncentrales worden gebouwd en dat Nederland in 2020 de duurzaamste energievoorziening van Europa heeft. De mogelijke locaties voor kerncentrales zijn de Maasvlakte, de Eemshaven, de Moerdijk, de Westelijke Noordoostpolderdijk en Borssele, waar al een centrale staat. Deze plekken werden eerder aangewezen, een nieuw milieueffectenrapport moet uitwijzen of ze nog steeds geschikt zijn. Het gevolg van een aanwijzing voor de gebieden is dat daar niks mag gebeuren dat de eventuele vestiging van een centrale kan belemmeren, zoal de bouw van woonwijken. Half juli is door de ministers van EZ en VROM hierover een brief aan de Tweede Kamer verstuurd.
Eind augustus verscheen er een klimaatrapport van de Verenigde Naties (VN) met het advies om kernenergie als 'tegengif' in te zetten tegen de klimaatverandering. De schrijvers pleiten voor een extra investering van €108 mrd in duurzame energie en kernenergie tot 2030. Verschillende experts op het gebied van kernenergie in Nederland beamen de hernieuwde belangstelling voor kernenergie. De naderende terugkeer van kernenergie blijkt ook uit verhoogde activiteiten in de maakindustrie. Het blijkt dat grote reactorbouwers massaal zogenoemde 'slots' kopen bij producenten van reactordrukvaten waarmee ze er van verzekerd zijn dat ze bij een aantrekkende markt kunnen beschikken over de benodigde grote componenten. Zo toont Engeland interesse in nieuwe centrales, België ziet af van de afbouw van een oude centrale, en Italië heeft een groot belang in het Franse Enel. In maart 2007 lieten deze drie landen zich op de EU-top in Duitsland nog horen als tegenstanders van meer kernenergie. Ook in Nederland lijkt het aannemelijk dat er twee kerncentrales bijkomen. De vergunningsaanvraag voor de eerste, een European Pressurized Reactor (ERP) van 1,5 GW, wordt waarschijnlijk in 2008 ingediend door Delta.
In september wordt het ‘Sustainable Nuclear Energy Technology Platform’ (SNEP) opgericht voor verduurzaming van de kernenergie in de Europese energiemix. In dit platform wordt Nederland vertegenwoordigt dor de Nuclear Research and consultancy Group (NRG). Op dit moment is kernenergie de grootste energieproducent in Europa met ruim 33% van de elektriciteitsproductie. Er zijn 135 kerncentrales in bedrijf in de 27 Europese lidstaten. Om de klimaatdoelstellingen en CO2-reductie in Europa in 2020 en latere jaren te kunnen halen, zal het aandeel kernenergie in de Europese energiemix de komende decennia minimaal gelijk moeten blijven. Dit betekent dat alleen al de komende twintig jaar zestig tot zeventig nieuwe kerncentrales van de derde generatie in Europa gebouwd moeten worden. Deze generatie centrales produceert minder en minder langlevend afval en gebruikt circa 20% minder uranium. Vanaf 2020 zal de 4e generatie duurzame reactor, gebaseerd op snelle neutronen en een gesloten splijtstofcyclus, beschikbaar komen. Deze reactoren produceren een minimale hoeveelheid afval en gebruiken 60 maal minder uranium. In het nieuwe Europese platform slaan nucleaire onderzoeksinstellingen, elektriciteitsproducenten en industrie de handen ineen om deze duurzame bijdrage van kernenergie in Europa te realiseren. In ‘roadmaps’ voor de korte, middellange en lange termijn geven zij aan welke ontwikkelingen nodig zijn op het gebied van veiligheidsverbetering, radioactief afval en nieuwe reactortechnologie. Daarbij zijn vernieuwing van de nucleaire (onderzoeks)infrastructuur, het vergroten van de maatschappelijke acceptatie en het harmoniseren van trainingen en opleidingen in Europa cruciale aspecten. Aan deze breed gedragen Europese kernenergievisie levert NRG een belangrijke bijdrage met haar nucleaire expertise en de Hoge Flux Reactor (HFR) en in de toekomst de beoogde opvolger Pallas. De omliggende onderzoekslaboratoria spelen daarbij een belangrijke rol bij het onderzoek naar verduurzaming van kernenergie. Vooral op het gebied van vermindering van de levensduur van kernafval en ontwikkeling van innovatieve splijtstoffen en materialen levert ‘Petten’ een bijdrage van internationale betekenis.
De Sociaal Economische Raad (SER) heeft het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) een fact-finding studie laten uitvoeren waarin feiten en gegevens over kernenergie zijn verzameld. Op basis van deze studie bereidt de SER een advies voor over de rol van kernenergie in de toekomstige energievoorziening. Uitgangspunt van dit SER-advies is het streven naar een duurzame energievoorziening, die tegelijkertijd betrouwbaar, schoon, veilig, betaalbaar en toegankelijk is. In het rapport Fact Finding Kernenergie wordt antwoord gegeven op veelgestelde vragen over onder meer de risico’s die aan kernenergie zijn verbonden, de beschikbaarheid en herkomst van brandstof voor kerncentrales de kosten van kernenergie, en of nieuwe kerncentrales in de Nederlandse elektriciteitsvoorziening kunnen worden ingepast. Ondanks het feit dat het hoofdonderwerp kernenergie is wordt ook, weliswaar in beperkte mate, ingegaan op andere vormen van energie, zoals fossiele brandstoffen, windenergie en zonne-energie. De vergelijkingen moeten met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd, aangezien per energiebron vaak verschillende uitgangspunten en vooronderstellingen worden gehanteerd.
Begin oktober laat VROM-minister Cramer op een bijeenkomst bij Instituut Clingendael over duurzaam energiebeleid weten dat het kabinet tijdens deze regeerperiode geen vergunning zal verstrekken voor de bouw van een nieuwe, tweede kerncentrale in Nederland. Volgens haar is kernenergie 'geen optie', omdat de veiligheid van kerncentrales nog niet voldoende is en een oplossing voor kernafval nog niet voorhanden is. Energiebedrijf Delta, mede-eigenaar van de kerncentrale in Borssele, zal tijdens deze kabinetsperiode geen vergunning aanvragen voor de bouw van een nieuwe, tweede kerncentrale in Nederland, mede vanwege het feit dat er onvoldoende draagvlak is in de politiek en de maatschappij. Delta is het echter niet eens met Cramer dat er sprake is van een gebrekkige veiligheid en dat er geen oplossingen zouden zijn voor het probleem van kernafval.
Eind oktober stemt het Europees Parlement over de toekomst van de Europese energievoorziening. Als de Europese Unie in de toekomst over voldoende energie wil beschikken én zijn ambitieuze klimaatdoelen wil halen, dan is kernenergie onmisbaar. Het rapport waarover moest worden gestemd kreeg de steun van een overweldigende meerderheid in het Europarlement: 509 voor, 153 tegen en 30 onthoudingen. Volgens het rapport is kernenergie de schoonste bron van energie, omdat kerncentrales het minste CO2 uitstoten. Begin oktober concludeerde het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) nog dat kernenergie 'geen duurzame energie' is. Daarvoor moet de technologie eerst nog worden verbeterd, aldus het ECN. Verder waarschuwt het rapport dat Europa steeds afhankelijker zal worden van het importeren van energie van buiten de EU. In 2030 moet 65% worden geïmporteerd, als het Europese energieverbruik in hetzelfde tempo blijft groeien. Maar de invoer van olie en gas is erg onzeker, als gevolg van politieke crises in het Midden-Oosten en Centraal-Azië, en de groeiende energievraag vanuit andere continenten.