Broeikasgassen (emissie) |
Berichten uit 2007 |
In december 2006 hebben ECN en de in Dortmund gevestigde Uhde GmbH, onderdeel van Thyssen Krupp Technologies, een licentieovereenkomst op het gebied van N2O reductie in salpeterzuur productieprocessen getekend. Hiermee krijgt Uhde GmbH officieel een wereldwijde licentie voor het gebruik van ECN kennis op het gebied van katalytische reductie van N2O door middel van koolwaterstoffen in het Uhde EnviNOx proces. N2O (lachgas) is een broeikasgas dat 300 keer sterker is dan CO2. De reductie ervan is onderdeel van het Kyoto protocol. De meest belangrijke bronnen van N2O zijn de mondiaal verspreide salpeterzuurfabrieken. Het Uhde EnviNOx® proces, dat zowel N2O als ook NOx in afvalgas van een salpeterzuurfabriek kan reduceren, is reeds succesvol ingezet in verschillende grote, commerciële productie-installaties wereldwijd. Recentelijk is een EnviNOx® proces unit succesvol geïnstalleerd in de salpeterzuurfabriek van Abu Qir Fertilizer Company Egypte waardoor een reductie van N2O en NOx met meer dan 98% behaald is. Het EnviNOx® proces is een resultaat van het intensieve R&D programma op het gebied van gastechnologieën.
De milieucommissie van het Europees Parlement heeft eind januari de landen van de Europese Unie opgeroepen de uitstoot van CO2 met 30% te verminderen voor het jaar 2020, ook in het geval dat niet-Europese landen niet mee willen doen. De Europese Commissie had de EU-landen eerder deze maand nog een reductie van 20% voorgesteld, en 30% als andere niet-Europese landen wel meedoen.
De Nederlandse overheid steunt de voorstellen. Gezien de demissionaire status van dit kabinet is het aan het nieuwe kabinet om meer in detail aan te geven wat Nederland zelf als ambitie heeft. Het kabinet is ook van mening dat een ambitieus klimaat- en energiebeleid de concurrentiepositie van Europa zal versterken.
Half februari worden de 27 EU-landen het eens over bindende afspraken voor de vermindering van de uitstoot van CO2. De ministers van Milieu sloten zich daarmee aan bij een voorstel om in 2020 te komen tot een reductie van 20% ten opzichte van 1990. De Europese Commissie kreeg ook de steun voor haar voorstel om andere rijke landen er toe te bewegen een reductie van 30% in 2020 te realiseren. Nederland toonde zich teleurgesteld over de kritiek van EU-landen als Italië en Tsjechië op plannen om kooldioxide ondergronds op te slaan. Volgens VROM-staatssecretaris van Geel (Milieu) is die opslag echt nodig om de verdere opwarming van de aarde af te remmen. De conclusies van de Europese Milieuraad worden gebruikt voor de Europese Raad die op 8 en 9 maart bijeenkomt.
Begin februari maakt Schiphol bekend dat men maatregelen gaat nemen om de uitstoot van broeikasgassen aan te pakken. Het resultaat moet zijn dat de nationale luchthaven en de luchtvaartmaatschappijen over vijf jaar evenveel vervuilende stoffen produceren als nu, ondanks een groei van het vliegverkeer. De wereldwijde luchtvaartbranche is nu verantwoordelijk voor 3% van de totale uitstoot van broeikasgassen.
Eind maart publiceert het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) cijfers over de uitstoot van CO2. Voor het eerst sinds 1999 daalde in 2005 de uitstoot van koolstofdioxide (CO2). Ook de uitstoot van andere broeikasgassen is verminderd. De afgelopen tien jaar nam de uitstoot van CO2 met 10% toe, omdat er meer elektriciteit werd gebruikt en het personen- en goederenvervoer toenamen. In 2005 werd de stijging doorbroken. Volgens het MNP is er minder elektriciteit geproduceerd in Nederland en meer geïmporteerd. Ook zijn er meer duurzame energiebronnen (biomassa en wind) ingezet bij de Nederlandse elektriciteitsproductie. Verder zorgden het milde weer en beter geïsoleerde gebouwen voor een meevaller waardoor de CO2-uitstoot lager uitviel.
Uit een rapport van de European Environment Agency (EEA) blijkt dat Duitsland, Finland en Nederland koplopers waren bij de reductie van CO2-uitstoot tussen 2004 en 2005. De daling in Nederland is te verklaren uit minder verbruik van fossiele brandstoffen voor de opwekking van elektriciteit. In totaal daalden de emissies in de EU-15 (Westeuropa) met 0,8% in dezelfde periode; ten opzichte van 1990 zijn de emissies met 1,5% gedaald. De EEA noemt deze ontwikkeling ‘zeer positief’ omdat Noord Europa verantwoordelijk is voor bijna een kwart van de totale emissies in de EU. Overschakelen van kolen naar gas in de publieke energievoorziening en warmte/kracht droegen voor het grootste deel bij aan de reductie. De 15 EU-landen hebben in het Kyoto-protocol beloofd de CO2-emissies te reduceren met 8% in 2012 ten opzichte van 1990, maar tot nu toe is pas 1,9% bereikt. Echter, in de totale EU (27 landen) zijn de CO2-emissies al met 8% gereduceerd. Wel waarschuwt de EEA dat de reductie slechts 1 jaar vertegenwoordigt en niet representatief is voor de volledige periode.
Half mei presenteert het Wereld Natuur Fonds (WNF) het door Ecofys opgestelde rapport ‘A Low-Carbon Vision for The Netherlands’. Eén van de conclusies is dat het terugdringen van 80% van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 technisch haalbaar is voor vijf Nederlandse sectoren. De vijf sectoren (industrie, energie, transport, landbouw en gebouwde omgeving) kunnen daarmee via energiebesparing en de inzet van duurzame energie een substantiële bijdrage leveren aan het bestrijden van de gevolgen van klimaatverandering. Dat kost jaarlijks €2,3 miljard, evenveel als 0,4% van bruto nationaal product in 2005. Volgens het laatste VN-klimaatrapport moet de uitstoot van broeikasgassen in 2050 wereldwijd met 50 tot 80% zijn verminderd om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan.
Volgens een artikel van een internationaal team onderzoekers in de online-editie van het Amerikaans tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS) stijgt de mondiale uitstoot van CO2 veel sneller dan in de somberste prognoses (onder meer van het IPCC) was voorzien. De voornaamste oorzaak is de explosief groeiende economie van China, maar ook van India en enkele andere ontwikkelingslanden. Sinds het jaar 2000 ligt de jaarlijkse groei van de uitstoot op ruim 3%. In de periode 1990-1999 lag dat nog op 1% per jaar. Het IPCC publiceerde juist deze maand (mei) schattingen van de kosten van CO2-beperking aan de hand van optimistischer scenario’s. Het nieuwe onderzoek in PNAS wilde nagaan wat de belangrijkste verklaringen zijn voor de stijgende CO2-uitstoot. Het Amerikaanse ministerie van Energie leverde de voornaamste gegevens over nationaal gebruik aan energie en het aandeel steenkool, olie en gas daarin. Daarnaast is informatie van het IMF en van de VN gebruikt. De uitstoot van de VS en vooral die van Europa groeit veel minder maar is in absolute zin hoog. In de voormalige Sovjet-Unie kwam rond 2000 een eind aan het afnemende energieverbruik sinds 1989. Volgens het team is het verontrustend dat een eind is gekomen aan de daling van de energie-intensiteit van de voornaamste economieën. Het energieverbruik in relatie tot het bruto nationaal product stabiliseert nu of lijkt zelfs te groeien. Ook is in geen van de negen onderzochte landen en regio’s sprake van enige ‘decarbonisatie’ van betekenis; de benodigde energie wordt onverminderd vooral onttrokken aan fossiele brandstof. Naar schatting blijft tegenwoordig 48% van de geproduceerde CO2 achter in de atmosfeer. Voorheen lag dit getal wat lager, maar het lijkt erop dat planten en oceanen wat minder CO2 opnemen. In overeenstemming daarmee stijgt de CO2-concentratie van de atmosfeer de laatste jaren snel. Wat de gevolgen zijn voor de huidige klimaatverandering is nog onduidelijk.
In de Agenda Energie 2007-2020 van EnergieNed, de federatie van energiebedrijven in Nederland wordt gesteld dat de energiebedrijven maatregelen gaan nemen die moeten leiden tot een structurele daling van de CO2-uitstoot met in totaal 33 miljoen ton in 2020. Met de uitvoering van het plan kan de totale CO2-uitstoot in Nederland in 2020 worden gereduceerd van de verwachte 250 naar de beoogde 150 miljoen ton. De energiebedrijven willen de hoeveelheid duurzaam geproduceerde elektriciteit uit met name wind en biomassa opvoeren tot 20% van de totale elektriciteitsproductie in 2020. Ook willen de energiebedrijven warmtelevering in nieuwbouw- en renovatiewoningen fors uitbreiden en 30% van de totale warmtelevering duurzaam en CO2-neutraal produceren. De energiebedrijven kondigen daarnaast aan dat zij efficiënter gaan produceren door de bouw van moderne en schone elektriciteitscentrales die minder CO2 uitstoten. Daarom zullen alle nieuwe kolencentrales vanaf 2010 geschikt zijn gemaakt voor de afvang en opslag van CO2. De agenda Energie 2007-2020 bevat bovendien een gedetailleerd plan voor energiebesparing in de gebouwde omgeving (woningen en utiliteitsgebouwen). Dit plan ‘Meer met Minder’ is opgesteld in een samenwerkingsverband van EnergieNed, Platform Energiebesparing Gebouwde Omgeving (PeGO), Aedes (vereniging van woningbouwcorporaties) en Bouwend Nederland (vereniging van bouwbedrijven). De benodigde maatregelen gaan gepaard met kosten die volgens EnergieNed vanaf 2007 oplopen tot een jaarlijks bedrag van circa €3 miljard in 2020. Het volledige maatregelenpakket kan daarom alleen tot stand komen als de overheid de kaders voor de financiering van deze onrendabele kosten regelt.
In een vertrouwelijk advies van ECN en het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) aan het ministerie van VROM wordt eind juni gemeld dat het klimaatbeleid €5 mrd per jaar te duur wordt. De coalitie heeft afgesproken om in 2020 de uitstoot van het broeikasgas CO2 met 30% terug te brengen, het gebruik van duurzame energie ruim te verdubbelen tot 20% van het totaal en energiebesparing te laten groeien van 1% naar 2% per jaar. Het realiseren van deze doelstellingen kost volgens het advies €8 tot 9 mrd per jaar. Als het kabinet zich richt op het terugdringen van de CO2-uitstoot op een zo efficiënt mogelijke manier, bedragen de kosten slechts €3 tot 4 mrd per jaar. De inzet van kernenergie levert een extra kostenbesparing van €1,2 mrd per jaar op. Ook de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) maakt zich zorgen over onnodige kosten om de klimaatdoelstellingen te realiseren. Zo is onder meer een aanpassing van het CO2-emissiehandelssysteem nodig om schone technologie zoals WKK daadwerkelijk te belonen en windfall profits weg te nemen.
De uitstoot aan vervuilende gassen was volgens begin augustus gepubliceerde cijfers van het CBS en het Milieu- en Natuurplanbureau in Nederland in 2006 3% minder dan in 1990. Volgens het Kyoto-verdrag moet Nederland in de periode 2008-2012 gemiddeld 6% minder broeikasgassen produceren dan in 1990. Vooral de emissie van CO2 in Nederland is gedaald. In 2006 bedroeg de CO2-emissie 172 miljard kg. In 2004 lag die uitstoot nog bijna 10 miljard kilo hoger. Ook de uitstoot van overige broeikasgassen zoals methaan, lachgas en fluorgassen nam verder af. De vermindering van de CO2-emissie kwam met name doordat de productie aan elektriciteit binnen Nederland is verminderd. Er is wel meer elektriciteit geïmporteerd om aan de stijgende vraag te voldoen. In 2006 kwam 22% van de verbruikte elektriciteit uit het buitenland. Verder was er in de zachte winter van 2006-2007 minder aardgas nodig voor de verwarming van huizen en werkplekken. Terwijl de uitstoot in de industriesector en de energiesector het afgelopen jaar flink daalde, nam de uitstoot van CO2 door het verkeer juist toe. Voor de kleinere sectoren, de raffinaderijen en de consumenten, bleef de uitstoor van broeikasgassen in 2006 redelijk constant.
Terwijl de economische groei piekt (48% groei in de afgelopen 10 jaar), neemt de milieuvervuiling niet meer toe. De twee grootheden zijn ontkoppeld, constateert het CBS begin september. Ontkoppelen is al jaren het streven van de overheid voor het bereiken van de ‘dubbeldoelstelling’: het streven naar zowel economische groei als een schoner milieu. Volgens economen en milieuactivisten zou dit niet mogelijk zijn. Eerder meldde het CBS al dat de afgelopen twee jaar de uitstoot van broeikasgassen is gedaald, mede als gevolg van twee zachte winters. Over een periode van tien jaar is de uitstoot van broeikasgassen als CO2 minimaal toegenomen. Nederland heeft echter in het verdrag van Kyoto vastgelegd de uitstoot met 20% te beperken ten opzichte van 1990. Op andere terreinen ziet het CBS echter grote vooruitgang. Wat betreft vervuiling met zware metalen, is er sprake van ‘ontkoppeling’ tussen de economische groei en de milieuvervuiling. De uitstoot is met 34% afgenomen. Wat betreft de aantasting van de ozonlaag ziet het CBS een verbetering van 40% ten opzichte van 1995. Opvallend is dat ondanks de recente discussie over fijn stof, er in de afgelopen tien jaar juist sprake is geweest van een daling van bijna 20% van de uitstoot. De belangrijkste verklaring voor de verbetering van het milieu is volgens het CBS de verschuiving naar een diensteneconomie. Ook zijn in de industrie veel productieprocessen schoner geworden. Een mogelijke verklaring voor deze verbetering is de verdere ‘vergroening’ van het belastingstelsel. In 2006 stegen de inkomsten uit de groene belastingen naar €18,7 miljard.
Het bedrijfsleven heeft zich verplicht om de uitstoot van broeikasgassen tot 2020 met minimaal 20% terug te dringen. Dat is de kern van het Duurzaamheidakkoord dat het kabinet begin november ondertekende met ondernemersorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO. Namens het kabinet zetten VROM-minister Cramer, EZ-minister Van der Hoeven en LNV-minister Verburg en de staatssecretarissen De Jager (Financiën) en Timmermans (Europese Zaken) hun handtekening. Ook minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat) en minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) zullen het akkoord ondertekenen. De reductiedoelstelling van 20% in 2020 komt overeen met de minimale doelstelling van de Europese Unie. Het kabinet streeft echter naar een reductie van 30%. Volgens Cramer zal het bedrijfsleven dezelfde richting opgaan, maar willen men eerst zekerheid over de Europese reductieplannen. De EU houdt de mogelijkheid om de uitstoot met 30% te verminderen namelijk nog open, omdat nog niet alle EU-landen daar duidelijk over zijn. De Stichting Natuur en Milieu (SNM) vindt de reductiedoelstelling van 20% in 2020 te mager en heeft de indruk dat het kabinet is gezwicht voor de belangen van VNO-NCW ten koste van klimaatverbetering. Het kabinet presenteerde bij haar aantreden de ambitie om de schoonste en meest zuinige economie van Europa te worden, maar dreigt nu af te zakken tot volger van de Europese middenmoot. Volgens SNM verdedigt VNO-NCW de belangen van achterblijvers onder het mom van 'het bewaken van een gelijk speelveld voor internationale bedrijven. Inmiddels hebben vele landen zoals Frankrijk, Japan, Engeland en Zweden een ambitieus klimaatbeleid afgekondigd.