Luchtverontreiniging

Berichten uit
2007

Op 1 januari is de wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (WvvS) van kracht geworden. De WvvS dient om verontreiniging van het mariene milieu door zeeschepen verder te voorkomen. Daarnaast is ook het onderliggende Besluit voorkoming verontreiniging door schepen (BvvS) in werking getreden. Hiermee zijn nieuwe en herziene internationale afspraken, die zijn gemaakt binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO, een agentschap van de Verenigde Naties) en de Europese Unie, in de Nederlandse wet opgenomen. Aanleiding voor de nieuwe wetgeving zijn drie internationale afspraken die de zeescheepvaart milieuvriendelijker maken. De eerste nieuwe internationale afspraak gaat over een nieuwe bijlage van een IMO verdrag (MARPOL Bijlage VI) met voorschriften om luchtverontreiniging door zeeschepen te voorkomen. De tweede nieuwe internationale afspraak gaat over het voorkomen van olieverontreiniging, de derde gaat over de regelgeving rond het transport van schadelijke en gevaarlijke vloeistoffen die in bulk worden vervoerd.

Half februari worden nieuwe lijsten met de top tien van zuinige auto’s gepubliceerd. De ANWB, het Wereld Natuur Fonds (WNF) en de Stichting Natuur en Milieu vragen de auto-industrie om ook zuinige dieselauto's standaard te voorzien van een roetfilter. Zuinige dieselauto's krijgen nu vaak geen roetfilter, omdat de autobranche ervan uitgaat dat zij toch al minder vervuilend zijn. Roetfilters worden mogelijk in 2009 verplicht. Sinds 1 juli 2006 kunnen dieselrijders een overheidssubsidie krijgen van €500 als zij een filter laten plaatsen.

In februari is het ‘Beleidsgeoriënteerd Onderzoeksprogramma Particulate matter’ (BOP) van start gegaan. De programma is in overleg met het ministerie van VROM opgezet en wordt uitgevoerd door ECN, TNO, RIVM en het MNP (Milieu- en Natuur Planbureau). Het voornaamste doel van het programma is het verminderen van de onzekerheid rondom de verspreiding van fijn stof. De gezondheidseffecten vallen niet binnen het onderzoek. Het programma richt zich naast PM10 (stofdeeltjes kleiner dan 10 µm) ook op PM2.5 met speciale aandacht voor situaties waarin vastgelegde grenswaarden worden overschreden. Blootstelling aan diverse milieufactoren, zoals luchtvervuiling en geluid, kan onze gezondheid ernstig beïnvloeden. In 2000 werd naar schatting 2 tot 5% van de ziektelast in Nederland veroorzaakt door o.a. korte-termijn blootstelling aan fijn stof en ozon. Nederland behoort in Europa tot de koplopers op het gebied van uitstoot aan 'fijn stof' per oppervlakte-eenheid. ECN werkt mee aan het in kaart brengen van kennis, bronnen en beleid. BOP is verdeeld in 3 werkpakketten te weten Metingen, Emissies en Modellen. ECN is verantwoordelijk voor het pakket Metingen. De doelstelling van dit pakket is het reduceren van de meetonzekerheid met betrekking tot overschrijding van grenswaarden. In 2005 hebben het MNP en het RIVM de feiten over fijn stof gepresenteerd in de publicatie ‘Fijn stof nader bekeken’. Dit document was het uitgangspunt bij het opstellen van BOP. De resultaten van BOP zullen worden gepubliceerd in de vorm van een aparte BOP-rapportenserie. Aan het einde van het project wordt een samenvatting voor beleidsmakers gemaakt. Het eerste rapport, over PM2.5, staat gepland voor najaar 2007.

Uit cijfers van het CBS blijkt in mei dat het personenautoverkeer minder vervuilend is dan werd gedacht. De uitstoot van fijn stof en stikstofoxiden is in de periode 1990-2005 5-15% lager dan tot dusverre was aangenomen. Dankzij nauwkeuriger gegevens over het aantal gereden kilometers en nieuwe inzichten over de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen per voertuigkilometer zijn de ramingen van de emissies van milieuverontreinigende stoffen door het wegverkeer over de genoemde periode naar beneden bijgesteld. De bijstellingen hebben niet tot wezenlijke veranderingen geleid in de trend van de emissies, wel in de niveaus.

Eind juni beslist het Europese Hof van Justitie dat Nederland niet mag eisen dat roetfilters op nieuwe dieselauto's verplicht worden voor het jaar 2009. Die beslissing heeft volgens de Landsadvocaat echter geen gevolgen voor de uitvoering van het Convenant Stimulering Schone Vrachtauto's en Milieuzonering van maart 2006. Het convenant is ondertekend door de ministeries van VROM en Verkeer & Waterstaat, 10 grote gemeenten en het bedrijfsleven. Op basis van dit convenant mogen sommige vrachtwagens (oude vrachtwagens en vrachtwagens zonder roetfilter) uit de binnensteden (de milieuzone) geweerd worden. Als motivering voor het negatieve oordeel over een plicht om roetfilters aan te brengen in nieuwe personenauto's wijst de Commissie op alternatieve, minder beperkende maatregelen, zoals de fiscale stimuleringsregeling op nieuwe personenauto's. De werking daarvan kan volgens de Commissie nog worden vergroot 'door deze maatregel aan te vullen met andere maatregelen zoals een selectief rijverbod in bepaalde gebieden voor dieselauto's die niet aan een bepaalde emissienorm voldoen'.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2007