Onderzoek

Berichten uit
2007

In juni schrijft de voorzitter van de raad van toezicht van ECN in het voorwoord van het jaarverslag dat nieuwe technologieën versneld moeten worden gerealiseerd en meer kennis moet worden opgebouwd. En er moet een einde komen aan de versnippering van kennis. Daarom heeft ECN in 2006 het initiatief genomen voor de oprichting van de ‘3TU-federatie’. Met de drie Technische Universiteiten (TU's) wordt het energieonderzoek afgestemd om zo versnippering en overlap te voorkomen. Volgens Lubbers loopt Nederland achter bij materiaalonderzoek voor nieuwe energietechnologieën. Hierin wordt dan ook fors geďnvesteerd. Er zijn al meer dan 60 promovendi op dit onderzoeksterrein aan het werk.

Half juni publiceert de KNAW haar advies 'Duurzaamheid duurt het langst' met de ondertitel ‘Onderzoeksuitdagingen voor een duurzame energievoorziening’. In het advies wordt gesteld dat Nederland onderzoek moet doen naar energiebesparing, en naar zonne-energie. De KNAW wil een systeemaanpak rond energiewinning en gebruik. Het onderzoek moet zich daarbij richten op de hele keten, van energiebron tot eindgebruiker, en slimmer gebruik maken van bestaande technologie. Om dat goed te kunnen doen, is multidisciplinaire samenwerking een vereiste. Hoewel Nederland op internationaal gebied een vooraanstaande rol speelt op dit terrein, kan die rol aanzienlijk sterker worden als er duidelijke keuzes in worden gemaakt. Onderzoek naar verbetering van efficiency en energiebesparing zal volgens de Akademie zowel op de korte als lange termijn het grootste effect hebben. Het moet daarbij naast onderzoek naar gedragsverandering, ook gaan over de mogelijkheden om het proces van omzetten en transport van energie zuiniger te maken. Er moeten teams komen met bčta-, technische en gammaonderzoekers, die gedurende een flinke periode een industrietak of energiegebied doorlichten. Op lange termijn is zonne-energie de belangrijkste duurzame energiebron, hoewel grootschalige toepassing nog veel onderzoek en technische ontwikkeling vergt. Nederland heeft een sterke onderzoekspositie op dit gebied en er is zeer veel te doen. Ook windparken op zee bieden goede kansen voor duurzame elektriciteitsproductie, maar fundamenteel onderzoek is daarvoor niet meer nodig. Wel pleit de KNAW voor een hechtere samenwerking tussen industrie en wetenschap in de windenergie. Bio-energie heeft grote potentie als duurzame energiebron, maar dit onderzoek staat in feite nog in de kinderschoenen. Het wetenschappelijk onderzoek moet er vooral toe leiden dat er een goede balans komt tussen gebruik van groene grondstoffen voor voeding, chemie en brandstoffen. Op het gebied van kernfusie is de Nederlandse bijdrage klein maar niet zonder betekenis. In Nederland is fysisch onderzoek naar kernsplijting op dit moment niet nodig, stelt de KNAW. Wel zou Nederland kunnen overwegen om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een nieuwe, veilige generatie kerncentrales.

ECN en de drie samenwerkende technische universiteiten in Delft, Eindhoven en Twente (3TU) maken in juni bekend een grootschalig onderzoeksproject naar tweede generatie energietechnologieën te willen starten: het Adem-project. Adem staat voor Advanced Dutch Energy Materials. Het samenwerkingsverband pleit er bij het ministerie van Economische Zaken voor om het initiatief te ondersteunen met een overheidsbijdrage van €58 miljoen. ECN en de drie TU's denken €28 mln nodig te hebben voor de aanschaf van apparatuur om materialen te produceren en te testen. De overige €30 mln wordt ingezet om een groep van zeventig toppromovendi op te leiden en aan te sturen. Met de resultaten van het Adem-project hopen ECN en 3TU het niveau van de huidige stand van de techniek in Nederland op te krikken en daarmee beter in staat te zijn om de overheidsdoelstellingen van 30% minder uitstoot van koolstofdioxide en 20% duurzame energieopwekking in 2020 te verwezenlijken.

ECN heeft begin juli in China twee samenwerkingsovereenkomsten getekend met de China Academy of Sciences (CAS). De twee organisaties gaan samen onderzoek doen naar windenergie, zonnepanelen en brandstofcellen. De ondertekening vond plaats tijdens een handelsmissie van het ministerie van Economische Zaken. ECN gaat met de academie de haalbaarheid onderzoeken van een gemeenschappelijk Wind Energy Research Centre in de Chinese stad Baodin. China is één van de snelst groeiende markten ter wereld op het gebied van windenergie. In een jaar of zes is China van een paar honderd megawatt vermogen gestegen naar een zesde plaats op de wereldranglijst, met ongeveer 2600 MW vermogen. De Sino-Dutch Wind Energy Research Centre moet resulteren in een grote testfaciliteit voor windturbinebladen en een proefveld om prototypes van windturbines te testen. Veel van de technologie die China gebruikt is afkomstig uit Europa. Inmiddels is China bezig om een eigen maakindustrie op te bouwen en een inhaalslag te maken op R&D-gebied. Met de samenwerking kan de China Academy of Sciences op korte termijn veel capaciteit opbouwen met behulp van onze kennis en ervaring. ECN krijgt hiermee toegang tot de snelgroeiende Chinese markt en kan op termijn Chinese wetenschappers betrekken bij eigen onderzoeksprojecten. De een dag later getekende overeenkomst biedt de kans om samenwerkingsmogelijkheden uit te werken op het gebied van onderzoek naar brandstofcellen, katalyse, afscheidingstechnologie voor CO2 en fotovoltaďsche zonne-energie. De overeenkomst moet inhoudelijk nog verder worden ingevuld, maar is een logisch vervolg op de al lopende samenwerking in het kader van Europese onderzoeksprojecten. Binnen die projecten wordt al enige tijd samengewerkt met het Dalian Institute of Chemical Physics (DICP is een instituut van de China Academy of Sciences) op het gebied van hoge temperatuur brandstofcellen en op het gebied van afscheidingstechnieken van CO2 bij grootschalige elektriciteitscentrales.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2007