Schoon en Zuinig |
Berichten uit 2007 |
Het kabinet heeft in het werkprogramma Schoon en Zuinig het voorgenomen energie- en klimaatbeleid uiteengezet. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft in samenwerking met het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) beoordeeld welke bijdrage het werkprogramma levert om de doelstellingen van het regeerakkoord te bereiken. Het energie- en klimaatbeleid van de overheid zet een flinke stap in de richting van de ambitieuze doelen die het kabinet in het Coalitieakkoord heeft gesteld. Maar de effecten zijn onzeker, concluderen ECN en MNP. Aanzienlijke beleidsinspanningen zijn nodig. De beoogde emissiereductie van broeikasgassen bedraagt 30% in 2020 ten opzichte van 1990. Daarnaast wordt ingezet op een verhoging van het energiebesparingstempo van de huidige 1 naar 2% per jaar en verhoging van het aandeel hernieuwbare energie van 2 nu naar 20% in 2020. Het bereiken van de gestelde doelen is mede afhankelijk van de ambities en het succes van Europees beleid. Naast Europese normering voor apparaten en voertuigen speelt het CO2-emissiehandelssysteem een belangrijke rol. Vooral de verwachte prijs van CO2-rechten is een bepalende factor voor de omvang en de kosten van energiebesparing en hernieuwbare elektriciteit. Alleen bij ambitieus en succesvol EU beleid komen de doelen binnen bereik: ongeveer 1,8% besparing per jaar en een aandeel van circa 16% hernieuwbare energie in 2020. Is het EU beleid minder ambitieus, dan leidt het werkprogramma tot ongeveer 1,5% besparing per jaar en een aandeel van hernieuwbare energie van circa 12%. Verder beoogt het kabinet een emissiereductie van 30% t.o.v. 1990. Een flink deel van die reductie kan door het voorgenomen beleid in het binnenland worden gereduceerd, maar tevens zal een aanzienlijk deel van de reductie in het buitenland gerealiseerd moeten worden. Vooral bedrijven, die deelnemen aan CO2-emissiehandel moeten veel rechten aankopen, wanneer zij een emissieplafond krijgen opgelegd van -30% t.o.v. 1990, zoals het werkprogramma voorstelt.