Overheid en voorzieningszekerheid |
Berichten uit 2007 |
De Europese federatie van netbeheerders van nationale transportnetten voor elektriciteit (UCTE) meent in januari dat de leveringszekerheid in 2015 in gevaar komt tenzij meer wordt geïnvesteerd. Voor de periode 2015-2020 zal het netwerk volgens UCTE niet voldoende zijn vanwege de groei van duurzame energieopwekking, omdat centrales met fossiele brandstoffen gesloten worden en omdat de toekomst van kernenergie onzeker is. Hoewel verwacht wordt dat de groei van consumptie zal dalen is het ‘niet mogelijk het belastingsniveau te stabiliseren’, aldus UCTE. Het resultaat kan zijn dat er in 2020 50 GW te weinig capaciteit is. Hoewel geplande investeringen toereikend zouden moeten zijn voor de wereldwijde capaciteit blijven onzekerheden in aanvragen voor toekomstige ontwikkelingen, milieupolitiek en wetgeving voor ontmanteling van centrales een rol spelen. Op korte termijn bestaan er geen risico’s, omdat de huidge investeringsplannen leiden tot een netcapaciteit van 45 GW in 2010.
In een eind maart aan de Tweede Kamer verstuurde brief meldt EZ-minister Van der Hoeven, mede namens minister Bos van Financiën, over ontwikkelingen in de gasmarkt en de teruglopende productie uit de Nederlandse gasvelden. Daarvoor zijn investeringen nodig in het gastransportnet ten behoeve van de voorzieningszekerheid in de toekomst. Het gastransportnet moet worden versterkt, verbeterd en uitgebreid om het mogelijk te maken dat gas vanuit diverse bronnen naar de Nederlandse markt kan stromen. Daarmee kan Nederland een strategisch positie innemen in het Europese gasnet. Om die investeringen mogelijk te maken zullen de regels voor gastransporttarieven worden veranderd. Dan wordt het mogelijk om gastransportcontracten te sluiten met langjarige vaste tarieven. Zo kan Gasunie op een verantwoorde wijze investeringen van €1,1 miljard doen ten behoeve van de voorzieningszekerheid. Als gasaanlanding uit Noorwegen, waarover binnenkort besluiten worden genomen, in Nederland zal plaatsvinden, kan daar nog een investering van €0,7 miljard bijkomen.
EZ-minister Van der Hoeven heeft 8 juni een Memorandum of Understanding (MOU) met de vice-minister president en minister van Energie en Industrie uit Qatar ondertekend. Qatar beschikt over enorme gasreserves. Nederland wil de betrekkingen met energieproducerende landen aanhalen om daarmee in de toekomst verzekerd te zijn van energie. Ook het Nederlandse bedrijfsleven in Qatar profiteert van de overeenkomst. Het MOU is een eerste stap naar een Investering Bescherming Overeenkomst (IBO) met Qatar en een Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingaanslag tussen beide landen. In de overeenkomst wordt de intentie uitgesproken om nog dit jaar de genoemde verdragen te ondertekenen.
In juni verschijnt het rapport ‘EU Standards for Energy Security of Supply’ door ECN het Clingendael International Energy Programme (CIEP). De groeiende afhankelijkheid van energie-import vanuit een beperkt aantal landen maakt de energievoorziening in Europa kwetsbaar. Dit zorgt ervoor dat het veilig stellen van de beschikbaarheid van energie hoger op de politieke agenda komt. ECN en CIEP ontwikkelden een standaard voor voorzieningszekerheid waarmee beleidsmakers de impact van te nemen maatregelen kunnen analyseren en beoordelen. De methode biedt de afzonderlijke landen binnen de EU de mogelijkheid hun energiezekerheid te meten en onderling te vergelijken en kan op EU niveau helpen bij afstemming van het beleid op dit gebied. De methode houdt rekening met alle mogelijke factoren die de zekerheid kunnen bedreigen in de gehele toeleveringsketen. Onderdeel van de methode zijn twee indicatoren. Met de ‘Crisis Capability’ of CC index wordt het risico onderzocht van onvoorziene korte termijn tekorten die een land loopt en de mogelijkheid deze te beheersen. Daarmee kan worden bepaald of een land voldoende is voorbereid op een energiecrisis en kan worden nagegaan of de risico’s voor alle energieketens in voldoende mate worden beheerst. De tweede kwantitatieve indicator beoordeelt de balans tussen vraag en aanbod in de energievoorziening op midden en lange termijn. Deze ‘Supply/Demand Index’ of S/D Index gebruikt vier factoren. De twee meetbare factoren zijn enerzijds de energievraag van bepaalde sectoren plus het aandeel van bepaalde energiebronnen in de energiehuishouding van een land. En anderzijds de capaciteit en betrouwbaarheid in omzetting en transport van de energiedragers (elektriciteit, gas, transportbrandstoffen). De twee andere factoren zijn subjectiever, namelijk het relatieve gewicht dat wordt toegekend aan de diverse onderdelen van de energievoorziening en de beoordeling van de bijdrage van elke van deze onderdelen aan het voorzieningszekerheidrisico.
EZ-minister van der Hoeven bezoekt van 1 tot en met 3 oktober tegelijk met een delegatie van zo'n 25 Nederlandse bedrijven Kazachstan. Doel van het bezoek is het versterken van de economische relaties en in het bijzonder het in stand houden en verder verbeteren van de relaties op het gebied van energie. Kazachstan is één van de opkomende energieproducerende landen en is volgens de minister daarom van belang voor de diversificatie van de energievoorzieningszekerheid. Ze zal onder meer een bezoek brengen aan de Kioge-beurs in Almaty, de grootste olie- en gasbeurs van Centraal Azië. Ook zal de minister onder meer spreken met de Kazachstaanse premier Masimov, energieminister Mynbayev, industrieminister Orazbakov en minister Tazhin van Buitenlandse Zaken.
In oktober hebben toezichthouders van de landen in Noordwest Europa het Memorandum ondertekend voor verdere regionale afstemming op de energiemarkt. De voorzitter van de North West Gas Regional Initiative en directeur van DTe noemt de ondertekening een belangrijke stap. Met het Memorandum kunnen huidige regels voor het toezicht op grensoverschrijdende zaken gecoördineerd worden. Ook is bepaald op welke manier toezichthouders elkaar op de hoogte houden. Het Memorandum is ondertekend door België, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Noord Ierland, Zweden, Denemarken en Nederland. De overeenkomst is voortgekomen uit het Gas Regional Initiative (GRI) en het platform van Europese toezichthouders (ERGEG). Het doel is om uiteindelijk een Noordwest Europese gasmarkt te bereiken. Het GRI werkt samen met de Europese Commissie, ministeries, netwerkbedrijven en marktpartijen. Er bestaat ook een samenwerking van toezichthouders en partijen uit Zuidwest Europa. Ook zij streven naar integratie zodat er een Europese gasmarkt kan ontstaan. Zie ook http://www.ergeg.org/.
De komende winter heeft Nederland slechts 2% reserve productiecapaciteit die veilig beschikbaar is om aan de elektriciteitsvraag te voldoen. Nederland is daarmee afhankelijk van stroomproductie uit het buitenland. Als er gebruik gemaakt kan worden van de grensoverschrijdende verbindingen is er voldoende stroom beschikbaar. Uit een rapport van de UCTE - een organisatie van Europese beheerders van elektriciteitstransportnetten - blijkt dat Nederland deze winter afhankelijk is van stroomimport. Dit is geen nieuwe situatie. Volgens de UCTE bedroeg de voorziene marge in de afgelopen winter 3%. Zolang er voldoende importcapaciteit en buitenlandse productiecapaciteit beschikbaar is hoeven we ons geen zorgen te maken over de stroomvoorziening. Onder normale condities is er volgens UCTE voldoende capaciteit. Wel blijkt uit het rapport dat zich twee ontwikkelingen kunnen voordoen die de beschikbare importcapaciteit kunnen verminderen: de opwekking van stroom door windmolens in Duitsland en de beperkte importcapaciteit op de grens tussen België en Frankrijk. De import/export capaciteit zal deze winter toenemen, wanneer de stroomkabel naar Noorwegen van 700 MW in gebruik wordt genomen. Volgens TenneT zal de kabel afhankelijk van de testresultaten en het weer, eind 2007 in gebruik worden genomen. Het moment van ingebruikname is eerder uitgesteld.