Beleid duurzame energie |
Berichten uit 2007 |
Uit in februari gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het aandeel duurzame energie in het Nederlandse energieverbruik in 2006 licht is gestegen. In 2006 was 2,6% van het totale verbruik uit duurzame binnenlandse bronnen afkomstig (2,4% in 2005). De oorzaak van de stagnatie is volgens het CBS waarschijnlijk het stopzetten van milieusubsidies per 1 juli. De groei komt op rekening van de toename in het aantal windmolens. De elektriciteitsproductie uit windenergie steeg in 2006 met een derde en draagt daarmee inmiddels 0,7% bij aan de Nederlandse energievoorziening. De totale toename van de duurzame energieopwekking viel enigszins tegen en had te maken met een daling (5%) van het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. Het aandeel van duurzame elektriciteit binnen de binnenlandse productie steeg van 6,1% van het totale elektriciteitsverbruik in 2005 naar 6,6% in 2006. Het kabinet streeft er nog steeds naar om in 2010 9% van de elektriciteitsproductie duurzaam te laten zijn. Voor energieopwekking ligt het streven op 5%. De import van groene stroom bedroeg in 2006 7,9 % van het Nederlandse elektriciteitsgebruik. Meer dan de helft van de in Nederland verkochte groene stroom is daarmee afkomstig uit het buitenland.
Tijdens de begin maart gehouden Europese top in Brussel probeert de Franse president Chirac via de duurzaamheidsdiscussie de weg te bereiden voor meer kernenergie in de EU. Daarmee gaat hij in tegen de Duitse bondskanselier Merkel die pogingen doet om EU-brede afspraken te maken over duurzame energie. Het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie tracht op de top een akkoord te bereiken over een bindende doelstelling dat in 2020 20% van de EU-energieconsumptie uit duurzame bronnen komt, zoals zon, wind en biomassa. Door het gebruik van duurzame bronnen reduceert de Unie de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2). President Chirac stelt kernenergie daarin ook een rol moet spelen. Zo'n 70% van de Franse stroom komt van kernreactoren, terwijl Frankrijk een sterke nucleaire industrie kent. Bij het opwekken van kernenergie komt weinig CO2 vrij. Landen als Oostenrijk, Duitsland, Italië, Groot-Brittannië en België zijn tegen meer kernenergie. Nederland heeft een meer neutrale opstelling. Steun krijgt Frankrijk van 'nieuwe' lidstaten als Tsjechië, Slowakije en Bulgarije. De Europese lidstaten spraken donderdag 8 maart wel een bindend doel af voor het aandeel dat duurzame energiebronnen in 2020 moeten leveren aan de totale Europese energieconsumptie.
Het stimuleren door de overheid van een meer duurzame energiehuishouding kan veel effectiever. Dat stelt de Algemene Energieraad (AER) in zijn advies ‘Energietechnologie voor de toekomst; Leren en stimuleren’ dat op 28 maart 2007 aan de ministers Cramer (VROM) en Van der Hoeven (EZ) is aangeboden. De overheid moet in het beleid een duidelijk onderscheid maken tussen het terugdringen van de CO2-emissies en het ontwikkelen van technologieën die kansrijk zijn op de mondiale markt. Voor het terugdringen van CO2-emissies zal bij voorkeur gebruik moeten worden gemaakt van verplichtingen, aangevuld met subsidies. Hierbij zullen mondiaal beschikbare technologieën moeten worden ingezet. De Nederlandse bijdrage aan de mondiale technologieontwikkeling zal zich met name moeten concentreren op technologieën waar Nederland een vooraanstaande positie kan innemen. Deze positie zal zich moeten kunnen vertalen in kansen voor Nederlandse bedrijvigheid. Aanleiding voor het advies was de overtuiging dat vernieuwing in de energietechnologie te traag verloopt. Uit gesprekken die de AER heeft gevoerd met vele deskundigen bleek brede overeenstemming over het feit dat de stimulering tot nu toe weinig effectief is geweest. Bovendien heeft het beleid weinig opgeleverd voor de bedrijvigheid in Nederland. Het ontbreken van een stabiel stimuleringsbeleid wordt al snel aangevoerd als de belangrijkste oorzaak van deze beperkte effectiviteit, maar de raad meent dat er ook dieper liggende oorzaken zijn. Zo ontbreken natuurlijke prikkels uit de markt. Zowel energiebesparing als nieuwe technieken voor de opwekking van stroom of warmte bieden de consument niet echt iets nieuws. De maatschappelijke zorg voor milieu en schaarste maakt technologische vernieuwing noodzakelijk. De overheid is onmisbaar om deze zorg te vertalen in druk op marktpartijen om tot innovatie en vernieuwing te komen.
Essent en Delta hebben, samen met Chrysalix Energy en Robeco, in juli een investeringsfonds opgericht voor de financiering van innovatieve bedrijven en projecten op het gebied van schone energie. Het Sustainable Energy Technology (SET) Fund zal in augustus 2007 starten met een startkapitaal van €50 miljoen van Essent Ventures en Delta Investeringsmaatschappij en wil dat bedrag verdubbelen door het aantrekken van andere investeerders. Het fonds gaat zich met name richten op jonge innovatieve bedrijven die actief zijn in de ontwikkeling van nieuwe technologieën voor schone energie productie, alternatieve brandstoffen, CO2-reductie en energiebesparing. Naast Chrysalix en Robeco zullen Essent en Delta hun kennis en ervaring op het gebied van duurzame energievoorziening en innovatieve technologieën inbrengen. Het SET Fund zal echter onafhankelijk van de financiers optreden. Robeco heeft een groot internationaal netwerk dat toegang geeft tot andere investeerders in deze sector. Het van oorsprong Canadese Chrysalix Energy is wereldwijd een actieve investeerder op het gebied van nieuwe schone energietechnologieën en heeft een vooraanstaande positie in het aantrekken van deals en het bouwen van ‘venture capital’ syndicaten voor de energie sector. Het fonds komt voort uit de afspraken die zijn gemaakt in het kader van het Borssele Convenant, gesloten tussen de Rijksoverheid (VROM en EZ) en Essent, Delta en EPZ.
Het aantal Europese technologieplatforms (ETPs) is in augustus uitgebreid met drie nieuwe fora op het gebied van energie: het Europese Technologie Platform voor Wind Energie (TPWind); het Europese Technologie Platform voor Biobrandstoffen (Biofuels); en het Europese Technologie Platform voor toekomstige elektriciteit netwerken (SmartGrids). Een ETP brengt de stakeholders in een bepaald technologiegebied bijeen om, onder leiding van de industrie, een gezamenlijke strategische onderzoeksagenda te formuleren en te implementeren. De belangrijkste doelstelling van een ETP is de onderzoeks- en industriële agenda’s, zowel op Europees, nationaal en regionaal niveau, te beïnvloeden.
In de september uitgebrachte begroting van het ministerie van VROM staat dat er weer een subsidieregeling komt waarmee de aanschaf van zonnepanelen, zonneboilers en warmtepompen kan worden gestimuleerd. Met de nieuwe regeling kunnen 100.000 bestaande woningen gebruik maken van duurzame energievoorzieningen. Hoeveel is nog niet duidelijk. De regeling heeft een beperkte looptijd en de bedragen per installatie worden jaarlijks aangepast. VROM-minister Cramer wil verder de (vrijwillige) afspraken over energiebesparing met de industrie aanscherpen. Tien bedrijfstakken, met als koplopers de papierindustrie en de chemie, moeten in 2030 de helft minder energie verbruiken. Cramer spreekt van een mix van maatregelen, van marktprikkels, normen en tijdelijke stimulering tot innovatie. In 2020 moet de uitstoot van broeikasgassen met 30% verminderd zijn ten opzichte van 1990. Nederland is daarvoor wel afhankelijk van Europa. Als de rest van de wereld niet meedoet, komt de lat lager te liggen. Dan moet de minister andere maatregelen overwegen, zoals herverdeling over andere sectoren, om het gat van 8 megaton CO2 te dichten. In dezelfde tijd moet 20% van het energieverbruik duurzaam (wind, zon) zijn en moet ook nog jaarlijks 2% energiebesparing gehaald worden.
Econcern meldt begin oktober dat het van plan is om in de komende vijf jaar circa €15 miljard te investeren in duurzame energieprojecten. Het energiebedrijf, dat al betrokken is bij het Q7-windmolenpark voor de kust van IJmuiden, brengt alvast vrijwel zeker een investeringsfonds van €500 miljoen tot stand waaraan ook vier grote Nederlandse financiële partijen meedoen. Op basis van dit fonds (Ampère) ontstaat ook een extra financieringscapaciteit van circa €1,5 miljard. In totaal bedraagt het investeringsbedrag €2 miljard voor zo’n twintig projecten op het gebied van windenergie, zonne-energie en biomassa. Econcern is uitgegroeid tot een onderneming die in 2007 rekent op een winst van ruim €55 miljoen bij een omzet van €500 miljoen. Het bedrijf is naast het voornoemde windmolenpark ook betrokken bij een duurzame diepwaterinstallatie voor de kust van Curaçao, dat koud zeewater aanvoert waarmee hotels op het eiland worden gekoeld. Econcern is eigendom van het eigen management en personeel, het SHV-concern en de C&A-familie Brenninkmeijer. In 2008 wil Econcern Delfzijl de grootste biobrandstoffabriek ter wereld openen.
De Nederlandse Gasunie bouwt haar activiteiten op het gebied van duurzame gasvoorziening uit. Zo wil het bedrijf onder meer een actieve rol spelen bij de invoering van groen gas. Ook wil Gasunie faciliteiten gaan bieden voor transport en eventueel opslag van CO2. De plannen maken deel uit van een beleidsplan waarmee Gasunie wil bijdragen aan de transitie naar een duurzame energievoorziening. Groen gas wordt in Nederland - nu nog op bescheiden schaal - gewonnen uit de vergisting van biomassa en uit het opwerken van gas afkomstig van vuilstortplaatsen. In het kader van klimaatdoelstellingen ambieert de Nederlandse overheid om in 2030 vijf miljard m3 groen gas deel te laten uitmaken van het totale gasverbruik in ons land. Gasunie onderzoekt de mogelijkheden om in de toekomst groen gas in haar eigen hogedruktransportsysteem in te nemen, zodat schaalvergroting van de inzet van groen gas mogelijk kan worden. Ook wil Gasunie groen gas gaan certificeren, waarbij het gaat om de kwaliteit en herkomst van het gas. Dit geeft gebruikers zekerheid over de herkomst van het gas. Vanwege de jarenlange ervaring van Gasunie in het veilig, duurzaam en onder economische voorwaarden aanleggen en beheren van gastransportsystemen, wil het bedrijf zich ook toeleggen op het transport van CO2. Gasunie is inmiddels in gesprek met verschillende partijen, waaronder energiecentrales, over pilot-projecten voor CO2-opslag en -transport. Verder wil Gasunie haar expertise en onderzoeksfaciliteiten sterker inzetten voor de ontwikkeling en verbreiding van schone energietoepassingen. Daartoe heeft Gasunie Engineering & Technology een Kenniscentrum Duurzame Gasinfrastructuur opgezet.
Driekwart van de wereldbevolking is bereid extra belasting te betalen op gas en olie, als dat geld gebruikt wordt voor het ontwikkelen van nieuwe, duurzame energiebronnen. Dat is een van de begin november gepubliceerde uitkomsten van een wereldwijde enquête uitgevoerd door opiniebureau Globescan in opdracht van de BBC. Medewerkers van Globescan ondervroegen ruim 22.000 mensen in 21 verschillende landen in de periode mei-juli 2007. 83% van de ondervraagden is er zich van bewust dat er op energiegebied grote veranderingen nodig zijn en dat men zijn leefstijl zal moeten aanpassen. De meerderheid is ook zeker bereid daarvoor in de buidel te tasten. Een overgrote meerderheid denkt ook dat de prijzen van brandstoffen die voor extra uitstoot van CO2 zorgen omhoog moeten. In Europa waren alleen de Italianen en Russen daar niet van overtuigd, en elders vielen Nigeria, Zuid-Korea en India uit de boot. Globescan vermoedt dat de inwoners van Nigeria en Rusland verwachten dat er in eigen land nog zulke grote energievoorraden zijn dat prijsverhogingen onwaarschijnlijk zijn. Elders, zoals in Italië, willen de inwoners na recente verhogingen voorlopig niks van prijsstijgingen weten. De prijs kunstmatig verhogen door middel van belastingen wordt maar matig gewaardeerd. Slechts de helft van de ondervraagden vindt deze mogelijkheid aanvaardbaar. De Chinezen blijken warme voorstanders van belasting op brandstof: 85% is vóór. Wereldwijd is echter 44% tegen een dergelijke belasting. Het percentage voorstanders stijgt echter in één klap naar 75 wanneer beloofd wordt dat de extra inkomsten gebruikt zullen worden voor de ontwikkeling van duurzame energiebronnen.
Wind, zon en andere duurzame energiebronnen breiden razendsnel uit in de wereld, blijkt uit een in december gepubliceerd rapport van brancheorganisatie REN21. Op aarde staat nu 90 GW aan windmolens, elf keer zoveel als tien jaar geleden. De capaciteit van 90 GW groeit jaarlijks nog 25 à 30%. Zonne-energie groeit zelfs 50 à 60% per jaar en is nu goed voor 8 GW. Met totaal zo'n 240 GW aan capaciteit komt inmiddels ruim 5,5% van de energie in de wereld van duurzame energiebronnen zoals wind, biogas of zonne-energie. Dat voorkomt 5 gigaton aan broeikasgas CO2 per jaar, zo berekende de organisatie.