Biobrandstoffen |
Berichten uit 2007 |
De Europese Commissie (EC) meldt in januari dat het in de richtlijn voor biobrandstoffen een wettelijk bindend minimum van 10% wil opnemen voor het aandeel biobrandstoffen in 2020. Het ziet er namelijk niet naar uit dat de EU-landen de doelstelling van een minimumaandeel van biobrandstoffen van 5,75% in 2010 gaan halen. In haar analyse van beschikbare gegevens over het biobrandstoffengebruik constateert de EC dat in 2005 in 17 van de 21 lidstaten biobrandstoffen in gebruik waren. Het gemiddelde marktaandeel was 1%., maar de verdeling is onevenwichtig: het aandeel van Duitsland is 3,8% en van Zweden 2,2%. In 13 lidstaten zijn stimuleringsmaatregelen in de vorm van belastingvrijstellingen en in 8 lidstaten zijn verplichte biobrandstofpercentages in de wetgeving opgenomen. Desondanks schat de EC dat in 2010 een aandeel van 4,2% haalbaar is.
De energieministers van de Europese Unie zijn het 15 februari in Brussel eens geworden over het percentage biobrandstoffen dat in 2020 deel moet uitmaken van alle brandstoffen voor transportmiddelen. De Raad lijkt daarmee de Europese Commissie te volgen die in januari dit voorstel presenteerde als onderdeel van een uitgebreid pakket aan maatregelen om (onder meer) de CO2-uitstoot te reduceren. Voor 2010 is het te behalen percentage vastgesteld op 5,75%. De 10% doelstelling geldt weliswaar voor de Europese Unie als geheel, maar de verdeling over de lidstaten moet nog worden besproken. Verder willen de lidstaten zich alleen onder voorbehoud binden aan de 10%-doelstelling. De doelstelling is onder meer afhankelijk van de vraag of er voldoende biobrandstoffen op een duurzame manier beschikbaar komen en of er zogeheten tweede generatie biobrandstoffen op de markt komen. Ook lukte het de ministers niet om overeenstemming te bereiken over het voorstel van de Europese Commissie om bindend af te spreken dat in 2020 de bijdrage van duurzame energie aan het totale verbruik van energie in de Europese Unie 20% bedraagt. Ruim tien lidstaten waren voor bindende doelstellingen, waaronder Zweden, Denemarken, Italië en Spanje. Maar er was onder de 27 lidstaten ook een grote groep die alleen indicatieve doelstellingen wil, waaronder grote landen als het Verenigd Koninkrijk en Polen.
Brazilië, de Verenigde Staten, China en de EU hebben begin maart een initiatief gelanceerd ter bevordering van de ontwikkeling van biobrandstoffen op de internationale markt. Deze landen, inclusief de EU, willen samen met India en Zuid-Afrika een internationaal forum creëren dat de productie, de distributie en het gebruik van biobrandstoffen moet stimuleren. Volgend jaar wordt in Brazilië een belangrijke conferentie over het gebruik van biobrandstof gehouden. Het nieuwe forum zou daarin een belangrijke rol kunnen spelen.
Het Consumentenplatform van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft 9 maart gesproken over het thema Voedsel versus (bio)energie, een dilemma? Onder bio-energie wordt verstaan de productie van elektriciteit, warmte en transportbrandstoffen uit biomassa. Biomassa is een verzamelbegrip voor alle grondstoffen van plantaardige of dierlijke herkomst. Het is een alternatief voor fossiele grondstoffen en kan een bijdrage leveren aan het verminderen van de CO2-uitstoot of andere broeikasgassen. Omdat voedsel en bio-energie vaak dezelfde grondstoffen gebruiken, kan er spanning ontstaan tussen voedsel en energie. Voorafgaand aan het Consumentenplatform is een enquête gehouden onder consumenten en zijn drie paneldiscussies georganiseerd. Een groot deel van de ondervraagden vindt het belangrijk dat biobrandstoffen als alternatief voor fossiele brandstoffen worden ingezet. De overgrote meerderheid van de ondervraagden vindt het onacceptabel om tropisch regenwoud te kappen voor de productie van bio-energie. Dat zelfde geldt voor duurdere levensmiddelen en energie in de Derde Wereld. Ze zouden zelf wel wat meer voor basisvoedingsmiddelen en schone energie/brandstoffen willen betalen. Uit de paneldiscussies bleek dat veel mensen schrokken van de hoeveelheid ruimte die de teelt van gewassen voor biomassa inneemt. Het vormt echter geen reden om tégen biobrandstoffen te zijn. Consumenten blijken slechts in beperkte mate bereid hun gedrag aan te passen. Het Consumentenplatform ziet de discussie over bio-energie als complex dilemma, met ethische, economische en ecologische kanten. Het platform stelt voor dit in de communicatie duidelijk te maken. Het platform vindt certificering van biobrandstoffen noodzakelijk. Verder pleit het platform voor investeringen in onderzoek en innovatie naar bio-energie in EU-verband. Positief aan bio-energie zijn de mogelijke kansen voor ontwikkelingslanden. Die hebben eindelijk iets wat de westerse wereld nodig heeft: ruimte. Het Consumentenplatform ging uitvoerig in op energiebesparing. Met alle publiciteit over klimaatverandering lijkt er nu een vruchtbare bodem te zijn voor gedragsverandering. Het platform vindt dat niet alleen consumenten op hun gedrag moeten worden aangesproken, maar ook de industrie, het transport en de overheid. De overheid moet zélf het goede voorbeeld geven. Het advies luidt: maak er echt een nationaal beleid van, want het gaat iedereen aan! Consumenten willen wel milieuvriendelijker handelen, maar niet in hun eentje. Ze moeten het gevoel krijgen dat alle kleine beetjes helpen, dat hun bijdrage een rol speelt. De overheid zou goed gedrag kunnen belonen. Of de maatregelen die makkelijk te regelen zijn, verplicht kunnen stellen.
In opdracht van de provincie Flevoland heeft adviesbureau FAPS in kaart gebracht welke mogelijkheden Flevoland biedt om op grote schaal bio-aardgas te produceren en transporteren. Biogas ontstaat bij het vergisten van organische stoffen. Door een aanvullende bewerking kan het de kwaliteit van aardgas krijgen; daarna heet het bio-aardgas. Uit de in maart gepresenteerde resultaten van het onderzoek blijkt dat de productie technisch en economisch haalbaar is. Grondstoffen kunnen komen uit de landbouw of uit afval en resten uit de voedingsmiddelenstroom. Technisch is het mogelijk om een beperkte hoeveelheid gas op een regionaal gasnet te leveren; niet op het hoofdnet. Het bouwen van de benodigde grote vergistingsinstallaties in het landelijk gebied is met de huidige regelgeving van provincie en gemeenten vrijwel niet mogelijk. Eén zeer grote installatie op een industrieterrein biedt meer kansen. FAPS wijst er op dat eigen gasnetten mogelijkheden bieden, zoals het initiatief rond Polderwijk in Zeewolde. Ook de afzet naar glastuinbouwbedrijven, waarbij aardgas vervangen wordt, kan perspectief bieden. Daarnaast biedt een eigen biogasaanvoer naar de elektriciteitcentrale bij Lelystad een mogelijkheid. Hierbij gaat het om ideeën die een nader onderzoek wenselijk maken.
De biodieselsector, verenigd in de European Biodiesel Board (EBB), stuurt in maart een brandbrief aan de commissaris van de Europese Commissie voor de handel, Mandelson. In de brief klagen de fabrikanten van biodiesel in Europa over de toestroom van goedkope biodiesel uit de Verenigde Staten en Argentinië. Ze vragen de eurocommissaris in actie te komen tegen de in hun ogen oneerlijke subsidiëring in de twee landen. Daarmee stellen ze een onbedoelde bijwerking van het Amerikaanse beleid om biodiesel te stimuleren aan de kaak. Sinds 2004 zit er een subsidie van een dollar per gallon (3,8 liter in de VS) op biodiesel die is gemengd met minerale diesel. Een druppeltje minerale diesel in een liter biodiesel levert zo'n 0,20 euro aan subsidie op, becijfert de EBB. Als een Amerikaanse producent dit product vervolgens exporteert naar de Europese Unie, krijgt hij er daar nog eens subsidie op, aldus EBB. Argentinië kent een soortgelijk subsidiebeleid voor biodiesel uit sojabonen. Volgens de koepelorganisatie moet de Europese Commissie (EC) dringend de steunmaatregelen onder de loep nemen. De EBB stelt de EC voor een importtarief op buitenlandse biodiesel in te voeren. De Europese lidstaten kent wel al een importtarief voor de biobrandstof bio-ethanol.
De grootste biodieselfabriek van het land en misschien wel in de wereld, Biovalue in de Eemshaven in Groningen, nadert eind maart zijn voltooiing. Biovalue bestaat uit vier grote tanks van 6600 m3 voor de opslag van koolzaad en de fabriek moet zo’n 240 miljoen liter biodiesel per jaar produceren. Er wordt in juni begonnen met het proefdraaien en in augustus moet Biovalue volop in bedrijf zijn. De productie maakt gebruik van een bijzonder patent: van de bij de productie vrijkomende glycerine wordt een additief gemaakt dat weer aan de biodiesel kan worden toegevoegd.
Uit een rapport van SenterNovem dat EZ-minister Van der Hoeven eind maart naar de Tweede Kamer heeft gestuurd blijkt dat het vergroten van de productie van ‘groen’ gas op logistieke grenzen stuit. Om 1% van Nederland van groen gas te kunnen voorzien moet een oppervlakte ter grootte van de Flevopolder worden gebruikt voor de teelt van maïs. Als al het afval uit kippenmest, varkensmest, gft-afval en de vleesindustrie ook wordt opgestookt, kan nog eens 2% van de Nederlandse afnemers groen gas gebruiken. Gas uit biomaterialen telt niet mee als CO2-uitstoot. Pas als alle zeilen worden bijgezet kan biogas in 10% van de gasbehoefte voorzien. Dat vergt grote investeringen die pas ver na 2010 resultaat gaan opleveren. Overigens wordt veel van dat groene afval nu al gebruikt om groene stroom op te wekken. Zonder subsidie komt er van de ambitieuze plannen voor de productie van groen gas echter niets terecht. Van de maximaal haalbare productie van 5 miljard m3 biogas, zal dan slechts 13 miljoen m3 worden gerealiseerd.
Toepassing van biomassa in transportbrandstoffen moet voorrang krijgen boven bijstook in elektriciteitscentrales. Dat adviseert het energietransitieplatform Groene Grondstoffen in een groenboek dat half april is aangeboden aan minister Verburg van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV). In het Groenboek formuleert het Platform Groene Grondstoffen de ambitie om in 2030 30% van de fossiele grondstoffen te vervangen door groene grondstoffen voor de energievoorziening, transportbrandstoffen, materialen en chemicaliën Het Platform adviseert de overheid om samen met de markt een krachtige impuls te geven aan: (a) het vergroten van het binnenlandse aanbod van biomassa (optimaler gebruik reststromen, ontwikkeling gewassen en teelt op land en in het water); (b) het initiëren van een Nationaal Programma Duurzame Biomassa Import; (c) een versnelde ontwikkeling en toepassing van Bioraffinage, inclusief fermentatie en thermochemische omzettingstechnologie; (d) en het instellen van een publiek-privaat durfkapitaalfonds, bedoeld voor groeifinanciering van activiteiten op het gebied van groene grondstoffen.
Uit eind juni gepubliceerde cijfers van het CBS blijkt dat in 2006 67 miljoen liter biobrandstoffen voor het wegverkeer is verkocht, waarvan 38,1 miljoen liter biobenzine en 28,9 miljoen liter biodiesel. Dit komt overeen met 0,43% van de energie-inhoud van de verkochte benzine en diesel op de Nederlandse markt. Het gaat hierbij voornamelijk om biobrandstoffen die zijn bijgemengd in de gewone brandstoffen. In 2005 was het aandeel biobrandstoffen nog maar 0,02%. De toename in 2006 is een gevolg van een gedeeltelijke accijnsvrijstelling voor biobrandstoffen in dat jaar. In 2007 is de accijnsvrijstelling weer afgeschaft. In plaats daarvan zijn de leveranciers van transportbrandstoffen verplicht om 2% biobrandstoffen te verkopen. In 2010 wordt dit 5,75%.
De Europese Commissie (EC) heeft in juni een voorstel van de Nederlandse overheid over accijnsbelasting voor plantaardige en dierlijke vetten en oliën en vetzuren goedgekeurd. Indien deze materialen uitsluitend voor warmteopwekking worden ingezet, worden ze binnenkort niet langer met accijns belast. Na publicatie van het Koninklijk Besluit, waarschijnlijk nog vóór 1 juli 2007, kan de eerder aangenomen wet van kracht worden. Hiermee wordt de wijziging teruggedraaid die in 2004 van kracht werd bij implementatie van de Europese Energierichtlijn (nummer 2003/96). Het Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO) heeft zich vanaf 2004 sterk gemaakt voor dit terugdraaien omdat deze maatregel volgens MVO abusievelijk werd ingevoerd. Volgens het MVO was de maatregel in strijd met het Nederlandse beleid om Europese Richtlijnen beleidsarm te interpreteren, dat wil zeggen geen wijzigingen doorvoeren als dat niet door de Richtlijn wordt verlangd.
De provincie Gelderland heeft half juli van het ministerie van Economische Zaken een subsidie van ruim €2 miljoen gekregen om de eerste biogas-tankstations van Nederland te laten bouwen. Op korte termijn zullen 33 bussen op de duurzame brandstof gaan rijden, terwijl de provincie ook minstens 30% van het eigen wagenpark op het schone gas wil laten rijden. Biogas dat gewonnen wordt uit mest en organisch afval. In Gelderland zijn veel varkenshouderijen die de benodigde mest kunnen leveren. SenterNovem verwacht dat er op termijn ook op biogas gekookt zal worden.
Minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat heeft €12 mln subsidie toegekend aan 3 innovatieve projecten op het gebied van biobrandstoffen. De projecten ontvangen subsidie vanuit het programma ‘CO2-reductie innovatieve biobrandstoffen voor transport’. Via dit door SenterNovem uitgevoerde programma wil het ministerie de uitstoot van CO2 door de Nederlandse transportsector verder verlagen. De bedrijven die subsidie ontvangen gaan brandstoffen vervaardigen uit restproducten. Koninklijke Nedalco gaat bio-ethanol maken van tarwegries, een reststroom uit de voedingsindustrie. N2 Energy gaat met de subsidie bio-ethanol produceren uit cellulose houdende afvalproducten zoals bermgras, hout, takken en stro. Sunoil Biodiesel gaat biodiesel maken van frituurvet. Met deze projecten is een investeringsbedrag gemoeid van bijna €190 mln. De projecten leveren een jaarlijkse reductie op van 260.000 ton CO2 en zijn beoordeeld en gerangschikt door de Adviescommissie CO2-reductie Verkeer en Vervoer.
De consumptie van biobrandstoffen in de EU is het afgelopen jaar fors gegroeid, met bijna 80%, ten opzichte van 2005. Dat blijkt uit in juli gepubliceerde cijfers van het Observatorium voor hernieuwbare energiebronnen in Parijs (Observatoire des Energies Renouvelables). Toch zullen de meeste EU-landen het Europese doel van 5,75% biobrandstof op de totale brandstofconsumptie per 2010 niet halen, aldus het Observatorium. Onder biobrandstoffen vallen vooral biodiesel, maar ook bio-ethanol, plantaardige oliën en biogassen. De productie van biogas groeide vorig jaar met 13,6%, ten opzichte van 2005. Duitsland en Groot-Brittannië produceerden het meeste biogas. Voor Nederland waren geen recente of volledige gegevens beschikbaar.
In het gunstigste scenario is er in 2025 een economie die draait op biobrandstof. Dat stelt een betrokkene in de voorbereidingen voor de start van het onderzoeksprogramma CatchBio In dit programma zal worden gewerkt aan een mondiaal kennisnetwerk voor de omzetting van biomassa, afkomstig uit niet-eetbare grondstoffen zoals stengels, hout en stro. CatchBio is een afkorting van Catalysis for Sustainable Chemicals from Biomass. In het project, dat een looptijd van 8 jaar heeft, nemen 23 partijen deel, waaronder grote chemiebedrijven zoals Shell, Sabic, DSM, Dow en BASF. Daarnaast zijn er 8 universiteiten bij betrokken en enkele kleinere bedrijven en kennisinstellingen. Er is een budget van 29 miljoen euro beschikbaar, waarvan 16 miljoen uit overheidssubsidie afkomstig is.
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wil vanaf het najaar 2007 subsidie beschikbaar stellen voor de realisatie van tankstations voor alternatieve brandstoffen zoals aardgas, biogas en ethanol. Doel van het subsidieprogramma Tankstations Alternatieve Brandstoffen is een landelijk dekkend netwerk te realiseren van tankstations waar alternatieve brandstoffen voor iedereen verkrijgbaar zijn. In combinatie met de lokale en provinciale initiatieven op dit gebied is een landelijk netwerk haalbaar voor 2010. Het ministerie wil het gebruik van alternatieve brandstoffen stimuleren omdat hiermee aanzienlijk minder CO2 wordt uitgestoten. Bovendien vermindert daarmee de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Veel automobilisten en bedrijven zien nu af van de aankoop van een auto die rijdt op aardgas, biogas of ethanol omdat deze brandstoffen slecht verkrijgbaar zijn. l voordelen voor het milieu en de portemonnee van de automobilist (of de werkgever). SenterNovem heeft de opdracht gekregen om de subsidieregeling voor te bereiden.
Eind oktober vatten acht Nederlandse biodieselproducenten (Biodiesel Kampen, Dutch BioDiesel, Biopetrol Rotterdam, J & S BioEnergy, Biovalue Holding, Rosendaal Energy, Clean Energy, en Sunoil Biodiesel) het plan op samen te gaan werken in de Vereniging Nederlandse Biodiesel Industrie (VNBI) en daarmee het gebruik van biodiesel stimuleren. Binnen twee jaar moet Nederland dan een van de grootste producenten van Europa kunnen zijn. Samen gaan de fabrieken van de deelnemende bedrijven 1,5 miljoen ton biodiesel per jaar produceren. Daarmee kan Nederland volgens de organisatie al in 2009 zeker 10% van de diesel vervangen door biodiesel. Europa streeft ernaar minder afhankelijk te worden van de steeds moeilijker winbare aardolie en de uitstoot van het vervuilende CO2 de komende jaren drastisch te verminderen. Biodiesel, dat wordt gemaakt uit plantaardige olie, bespaart volgens de VNBI 30 à 50% op de CO2-uitstoot, is bijna zwavelvrij en helemaal biologisch afbreekbaar. Het wordt geperst uit raapzaad, waarvan het restant wordt gebruikt in de veevoederindustrie. In Nederland bevat diesel aan de pomp momenteel ongeveer 2% biodiesel. In 2010 moet de diesel in heel Europa verplicht voor 5,75% uit biodiesel bestaan, waarmee de Europese markt uitkomt op twaalf tot vijftien miljoen ton per jaar. In Nederland wordt op dit moment veel productiecapaciteit gebouwd. Vanwege de distributiemogelijkheden ligt het zwaartepunt daarvan in havens, zoals Rotterdam en Eemshaven. Drie van de acht deelnemende bedrijven zijn al in productie, de overige moeten in 2009 vol in bedrijf zijn. (eind juni 2008 was de site van de VNBI echter nog niet in de lucht).
Begin november meldt VROM-minister Cramer in een brief aan de Tweede Kamer dat het gebruik van palmolie voorlopig niet wordt meegenomen in de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE). Eerst moet de herkomst van palmolie worden gegarandeerd. De duurzaamheid van palmolie staat namelijk ter discussie, omdat tropische bossen gekapt zouden worden ten bate van palmolieplantages. Cramer ziet juridische en technische problemen op de weg, en wil het liefst een Europese of beter nog een wereldwijde aanpak. Dat heeft dan vooral betrekking op biobrandstoffen voor de transportsector. Het kabinet kiest ervoor om de vraag naar palmolie niet te stimuleren en gaat er impliciet van uit dat productie volgens duurzame criteria op gang komt zonder subsidie. Bovendien zal de vraag vanuit Nederland niet stagneren, want al toegekende MEP-subsidies blijven volgens EZ geldig.
De Europese Commissie zal waarschijnlijk op 23 januari 2008 een wetsvoorstel presenteren voor aanscherping van het beleid voor biotransportbrandstoffen. De lidstaten hebben in maart 2007 afgesproken dat biobrandstoffen in 2020 minimaal 10% moeten uitmaken van de benzine en diesel die door voertuigen worden gebruikt. Dat doel is een onderdeel van het algemene doel om in 2020 minimaal 20% energie te halen uit hernieuwbare bronnen. De Commissie heeft onder druk van milieugroepen aangegeven dat er specifieke criteria zullen komen voor biobrandstoffen. De Commissie heeft nog geen besluiten genomen over de duurzaamheidcriteria, aldus een vertegenwoordiger van de Commissie. Het doel is om een eenvoudig systeem te ontwikkelen dat voldoet aan de voorschriften van de wereldhandelsorganisatie WTO en rekening houdt met andere praktische aspecten.