Biomassa |
Berichten uit 2007 |
In januari presenteert de voorzitter van het InnovatieNetwerk het rapport ‘Bioport: Nederland als mainport voor biomassa’. In het rapport worden de noodzaak en de strategie voor een omslag van de Rotterdamse haven van een mainport voor olie naar een mainport voor biomassa beschreven. Op dit moment heeft Nederland, en dan vooral Rotterdam, een sterke positie als energiehaven, voornamelijk op basis van olie en gas. Biomassa is een van de mogelijke alternatieven als energiedrager en grondstof voor onder andere de chemie. Volgens het InnovatieNetwerk kunnen deze nieuwe economische activiteiten een sterke pijler worden voor het Rotterdams havengebied. Voor een omslag van olie en gas naar biomassa zijn compleet nieuwe concepten op het gebied van productie, verwerking en transport nodig.
Uit eind februari gepubliceerde cijfers van het CBS blijkt dat in de tweede helft van 2006 veel minder biomassa is gebruikt voor bijstook in elektriciteitscentrales. De hoeveelheid is ruimschoots gehalveerd. In de periode 2003-2005 verviervoudigde het meestoken van biomassa nog. De eerste twee maanden van 2006 zette die trend zich door, tot meer dan 1100 GWh in het tweede kwartaal van 2006. Daarna daalde het gebruik tot minder dan 500 GWh in de laatste twee kwartalen. De verklaring voor de terugval is dat er per 1 juli 2006 nieuwe tarieven voor de subsidieregeling Milieukwaliteit electriciteitsproductie (MEP) van kracht geworden. De subsidie voor grootschalige bijstook van biomassa is toen teruggebracht van €70 per MWh naar €25 per MWh. Toch draagt biomassa voor eenderde van het totaal bij aan duurzame energie. Van alle elektriciteit die in Nederland werd opgewekt is 6,6% duurzaam (6,1% in 2005). De stijging in absolute cijfers is 549 GWh (7020 GWh in 2005 en 7569 GWh in 2006). De doelstelling van 9% in 2010 is daarmee nog niet in zicht.
De Groningse Eemshaven wil bedrijvigheid ontwikkelen rond de aanvoer en verwerking van biomassa. Dat gaat zowel over de grondstof voor bijvoorbeeld bioethanol, als over de brandstof voor energiecentrales. In de spin-off van deze bulkmarkt hoopt het havenschap Groningen Seaports broedplaats te worden van bedrijven die van de bijproducten en andere biologische grondstoffen hoogwaardige producten willen maken. Bijvoorbeeld Methanor, in Delfzijl, dat 'groene' methanol gaat produceren; de energiecentrale op biomassa die er gaat komen; en de moutfabriek van Agrifirm en Bavaria. De Eemshaven weet zich als 'bioport' in het gezelschap van de havens van Rotterdam en Terneuzen, die in de voorbereidingen gezamenlijk optrekken. Groningen Seaports ziet als sterke kant dat het vlak bij de aanvoer én de verwerking van de biomassa zit. Niet alleen is er veel akkerbouw in de buurt, ook komt veel biomassa de haven binnen, uit bijvoorbeeld Archangelsk.
Eind april hebben de ministers Cramer van VROM en Koenders van Ontwikkelingssamenwerking en een vertegenwoordiger van het ministerie van Economische Zaken (DG Energie en Telecom) het rapport Toetsingskader voor duurzame biomassa in ontvangst genomen. In dit rapport staan criteria en indicatoren omschreven, die moeten waarborgen dat de productie van biomassa niet ten koste gaat van biodiversiteit of voedselproductie. Met zo’n certificeringssysteem kan de duurzaamheid van biomassa worden getoetst. Op de jaarlijkse VN-duurzaamheidsconferentie in New York in mei wordt meldt de minister van VROM dat er proefprojecten zullen worden opgezet in verschillende ontwikkelingslanden om daarmee de duurzame productie van biomassa stimuleren. De doelstelling is in eerste instantie CO2-reductie, maar tegelijkertijd wil men er voor zorgen dat het positieve effecten oplevert voor de lokale economie en dat negatieve gevolgen voor natuur en voedselproductie uitblijven.
Eind mei meldt ENECO Energie dat een belang genomen van 25% is genomen in het Nederlandse bedrijf BioShape Holding. BioShape is gespecialiseerd in de ontwikkeling, realisatie, beheer en exploitatie van bio-WKK’s, en het opzetten van biomassa productieketens. ENECO neemt een deel van de aandelen over van Kempen & Co. De kleinschalige biomassacentrales produceren duurzame stroom en warmte met als brandstof Puur Plantaardige Olie (PPO). BioShape hanteert hierbij de duurzaamheidcriteria voor biomassa van de Commissie Cramer als minimumnorm. Met de participatie van ENECO in BioShape kunnen wederzijdse kennis en ervaring op het gebied van ontwikkeling, beheer en exploitatie van decentrale duurzame energieprojecten worden gebundeld. ENECO heeft de ambitie om haar positie op dit terrein de komende jaren verder uit te bouwen.
De Minister van LNV heeft begin oktober de overheidsvisie 'De keten sluiten' naar de Tweede Kamer gestuurd. In de visie staat het optimaal gebruiken van groene grondstoffen voor onder andere transportbrandstoffen en energie centraal. Door klimaatverandering, uitputting op termijn van fossiele grondstoffen, en de wens een grotere energievoorzieningszekerheid te bereiken komt de ‘bio-based economy’ in een stroomversnelling. De overheid beschouwt het als haar taak om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de groene economie op het gebied van technologieontwikkeling, marktontwikkeling, logistiek, en de ontwikkeling van de productie van duurzame biomassa. De kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven liggen vooral in hoogwaardige toepassingen zoals plastic gemaakt uit aardappelschillen waarvan biologisch afbreekbare plantenpotten vervaardigd kunnen worden. Verder streeft de overheid er naar om mogelijke risico's, zoals concurrentie met voedselproductie, te minimaliseren. Ook moet de biomassa die wordt gebruikt duurzaam geproduceerd zijn. De overheid zal samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en NGO's vier onderdelen van de visie uitwerken: (1) efficiënter gebruik van biomassa; (2) stimuleren van de productie van groen gas en duurzame elektriciteit; (3) duurzame productie van biomassa wereldwijd; en (4) marktontwikkeling. Voor de landbouwsector wordt in de periode 2007-2011 €58 miljoen extra ter beschikking gesteld. Over aanvullende middelen voor innovatie wordt later besloten door middel van een aparte procedure in het kader van Fonds Economische Structuurversterking (FES). Het ministerie van LNV heeft dit voor de groene economie begroot op €80 miljoen en voor de glastuinbouw op €55 miljoen. De overheidsvisie past in de EnergieTransitie en in het programma Nieuwe energie voor het klimaat (werkprogramma Schoon en Zuinig) dat op Prinsjesdag 2007 is gepresenteerd.
Een grote groep bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen is in juni gestart met initiatieven om een certificeringssysteem voor biomassa op te zetten. Tegelijkertijd worden plannen voorbereid om productiecapaciteit voor duurzame biomassa te ontwikkelen. De overheid heeft haar volle medewerking aan de initiatieven toegezegd. Op 30 juni vond het Akkoord van Schokland plaats, een evenement op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en duurzaamheid. Eén van de 700 akkoorden die hier werd gesloten, was 'een certificeringssysteem voor duurzame biomassa'. Het werd ondertekend door het Partnerschap Verduurzaming Biomassa, een groep van bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen die zich bezighouden met biomassa, waaronder het Platform Groene Grondstoffen van de EnergieTransitie. In het akkoord hebben het partnerschap en de overheid vastgelegd dat ze op korte termijn de duurzaamheidcriteria van de Commissie Cramer (april 2007) gaan uitwerken in een certificeringssysteem. Een nog op te richten clearing house moet de certificaten gaan uitgeven. De criteria zullen in de komende jaren steeds verder worden uitgewerkt en aangescherpt. In aanvulling op het akkoord stuurde het Partnerschap Verduurzaming Biomassa eind juni een brief aan de ministers van VROM en Ontwikkelingssamenwerking. Hierin pleiten ze, naast de komst van een certificeringssysteem, voor de uitvoering van een serie pilotprojecten. Enerzijds zou hierin het certificeringssysteem kunnen worden getest. Anderzijds zou hiermee nieuwe productiecapaciteit voor duurzame biomassa kunnen worden ontwikkeld. Onderwerpen die in de projecten zouden moeten worden meegenomen, zijn het testen van geschikte teelten, het gebruik van reststromen, de integratie in aanwezige landbouwsystemen en de inzet van gedegradeerde gronden. Eind juli reageerden de ministers van VROM en Ontwikkelingssamenwerking buitengewoon positief op de voorstellen van het partnerschap. In een brief schrijven ze dat ze €150.000 hebben gereserveerd voor de uitwerking van een programmatische aanpak. De ministers zeggen in ieder geval toe dat de overheid een dialoog aangaat met producentenlanden. Tevens gaat de overheid zich inzetten voor internationale afstemming van criteria en certificering van duurzame biomassa.
Econcern, ECN en Chemfo hebben in november een intentieovereenkomst ondertekend voor de bouw van een nieuw type biomassacentrale, die de tweede generatie biomassa pellets zal produceren: BO2pelletsTM. De huidige eerste generatie biomassapellets hebben een beperkte energiedichtheid, moeten overdekt worden opgeslagen en zijn lastig te verpulveren. Deze beperkingen worden allemaal opgeheven met de tweede generatie BO2pelletsTM, die een hogere energiedichtheid hebben, ook buiten opgeslagen kunnen worden en direct in kolenmolens verpulverd kunnen worden. De BO2pelletsTM kunnen worden gebruikt in grote kolencentrales, in biomassacentrales maar ook in speciale ‘pelletboilers’ en kachels van gewone huishoudens. Er bestaan ook grote mogelijkheden voor het vergassen van de BO2pelletsTM voor de productie van transportbrandstoffen. Econcern en Chemfo gaan nu samen met ECN de nieuwe technologie op de markt brengen via de eerste commerciële torrefactie centrale van hun joint venture BO2GO.
De Tweede Kamer heeft dinsdag, op ernstig afraden van EZ-minister van der Hoeven, ingestemd met een motie over verplichte duurzaamheideisen voor biomassa. De meerderheid vindt dat biomassa, dat wordt gebruikt voor de opwekking van warmte en groene stroom, aantoonbaar duurzaam geproduceerd moet zijn. Anders komt het niet in aanmerking voor subsidie in de nieuwe Stimuleringsregeling voor Duurzame Energie (SDE). De regeling moet in maart 2008 van start gaan. Van der Hoeven vindt dat er uiteindelijk ook eisen aan de productieketen voor biomassa gesteld moeten worden, maar daarvoor is het te vroeg. Initiatiefnemer van de motie (SP) is blij dat eindelijk hard wordt vastgelegd dat Nederland alleen duurzame biomassa toestaat. Hiermee wordt de fout uit de vroegere subsidieregeling, de MEP, voorkomen. Volgens de indiener van de motie werd ongeveer tweederde van het subsidiegeld (zo’n €500 mln) destijds toegekend aan dubieuze bijstook.
Biomassa kan door vergassing worden omgezet in gas dat geschikt is voor de productie van groen aardgas en toepassing in brandstofcellen, gasmotoren, gasketels en gasturbines. Met de nieuwe MILENA-biomassavergasser van ECN kan dit met een omzettingsrendement van vrijwel 100%. Deze 800kW pilot vergasser, die in november is geplaatst, heeft een aantal belangrijke voordelen: de calorische waarde van het gas verdubbelt en het deel brandbare stoffen in de as is nihil. De MILENA-vergasser vervangt de BIVKIN wervelbedvergasser die in 1996 is gebouwd. De omzetting van biomassa naar bruikbaar gas heeft een hoger rendement dan van andere biomassavergassers die momenteel ontwikkeld worden, maar het gas uit de MILENA bevat relatief veel teer. Teer levert problemen op tijdens het afkoelen van het gas. Het verontreinigt de installaties en vervuilt het proceswater. De bij ECN ontwikkelde OLGA-technologie is in staat om deze teren uit het gas te verwijderen en het gas geschikt te maken voor toepassing in bijvoorbeeld gasketels, gasmotoren of gasturbines. Het gas dat met de MILENA-vergasser geproduceerd kan worden, is verder bijzonder geschikt om katalytisch opgewerkt te worden naar BioSNG (Synthetic Natural Gas), het zogenaamde Groen Gas, maar kan ook gebruikt worden in brandstofcellen (SOFC). De MILENA-vergassingstechnologie is een verdere verbetering van de BIKVIN CFB technologie. Laatstgenoemde technologie wordt inmiddels commercieel ingezet door HoSt BV, een ingenieursbureau op het gebied van industriële energiebesparingen en de toepassing van duurzame energie. Wanneer zich tijdens de verdere montage geen problemen voordoen, zal de pilot installatie in de eerste helft van 2008 in bedrijf genomen worden. Later in het jaar zal de bestaande OLGA-gasreiniging gekoppeld worden. Voorbereidingen lopen om een 10 MWth demo te realiseren, gebaseerd op de ECN MILENA en OLGA-technologieën. Een deel van het gas zal omgezet worden naar SNG dat geïnjecteerd kan worden in het gasnet of ingezet kan worden als transportbrandstof. Het resterende gas gaat naar een warmtekrachteenheid (ketel en/of gasmotor) die warmte en elektriciteit produceert. De ontwikkeling is gedeeltelijk gefinancierd uit SenterNovem projecten.