Duurzame elektriciteit

Berichten uit
2007

Uit half maart gepubliceerde cijfers van het CBS blijkt dat de elektriciteitsproductie uit windenergie in januari 2007 voor de derde opeenvolgende maand een recordhoogte heeft bereikt: 548 GWh, 5% van het binnenlandse elektriciteitsverbruik. Het windaanbod in januari 2007 was ruim twee keer zo hoog als in een gemiddelde maand en ruim 50% meer dan in een gemiddelde januarimaand. Op jaarbasis wordt de ontwikkeling van elektriciteitsproductie uit windenergie vooral bepaald door de capaciteitsuitbreidingen. Eind 2006 was de opgestelde capaciteit ongeveer 30% hoger dan eind 2005.

In april publiceert SenterNovem de resultaten van een onderzoek onder bedrijven die het afgelopen jaar gebruik hebben gemaakt van de Energie Investering Aftrek (EIA). Uit de cijfers blijkt dat Nederlandse bedrijven in 2006 €892 mln hebben uitgegeven aan elektriciteitsopwekking met biomassa-installaties. In 2005 was dat slechts €70 mln. De EIA is de belangrijkste fiscale stimuleringsregeling voor energiebesparing en duurzame energie. Vooral boeren blijken in 2006 met behulp van de EIA te hebben geďnvesteerd in biovergistinginstallaties. Deze installaties kosten tussen de €400.000 en €800.000 en hebben met steun van de EIA een terugverdientijd van 4-8 jaar. De regeling, die in 1997 van start ging, was in 2006 zo populair dat die door het ministerie van Financiën al in oktober werd stopgezet voor de rest van het jaar. Het EIA-budget voorziet in jaarlijkse maximale investeringen van ongeveer €1,5 mrd door het bedrijfsleven. In totaal blijkt vorig jaar voor €3,7 mrd aan aanvragen te zijn gedaan.

Uit het in april gepubliceerde duurzaamheidverslag van Nuon blijkt dat Nuon vorig jaar 100.000 'groenklanten' verloor en er eind 2006 nog 280.000 over had. In het piekjaar 2005 waren dat er nog 527.000. Eneco verloor ongeveer 25.000 groenklanten en had er begin dit jaar nog 300.000 over. Sinds 2005 is het energieconcern 150.000 groenklanten kwijtgeraakt. Het lijkt er dus op dat huishoudens groene stroom de rug hebben toegekeerd toen in 2005 de subsidies werden afgeschaft. Groene stroom werd daardoor duurder dan de niet milieuvriendelijk opgewekte grijze stroom. Essent is het enige energiebedrijf dat het aantal groenklanten zag toenemen: van 850.000 tot 925.000. Essent heeft zijn afnemers beloofd dat groene stroom even duur blijft als grijze stroom. Essent is met afstand de grootste producent van groene stroom.

TenneT bericht eind juni dat het bedrijf in 2006 alle elektriciteit die zij moet inkopen om de netverliezen in het 220/380 kV-net te kunnen compenseren, vergroent. Drie jaar geleden was TenneT al begonnen met het vergroenen van netverliezen. Bij het transport van elektriciteit gaat altijd een (klein) deel verloren (netverlies). TenneT verbruikt jaarlijks in het 220/380 kVnet zo'n 500 gigawattuur aan elektrische energie om netverliezen te compenseren, die optreden bij het transport van elektriciteit via het transportnetwerk. Vanuit haar maatschappelijke functie heeft TenneT er voor gekozen om enkel duurzame energie in te kopen ter compensatie van de netverliezen. Er wordt milieuvriendelijk ingekocht door de aankoop van garanties van oorsprong via CertiQ. Een garantie van oorsprong is het enige wettelijke bewijs dat elektriciteit op een duurzame wijze is opgewekt.

Nederlandse energiebedrijven als Nuon, Essent en Eneco blijven bij de opwekking van duurzame elektriciteit ver achter bij hun Europese collega’s. De Nederlandse bedrijven hebben sinds 2002 hun capaciteit voor de opwekking van groene stroom nauwelijks weten te vergroten. Dat blijkt uit een in oktober gepubliceerde Europese studie van het adviesbureau Roland Berger. Nuon heeft in vier jaar als belangrijkste investering een windpark gebouwd in de Noordzee. Essent heeft geďnvesteerd in de bijstook van biomassa in zijn kolencentrales, maar kampt sinds dit jaar met problemen in de aanvoer van de biomassa. Eneco is net begonnen met het zelf opwekken van stroom en heeft slechts enkele windmolens in bezit. Europese bedrijven als Eon, RWE en Iberdrola slagen er beter in om windmolens of biomassacentrales te bouwen. De magere prestaties van de Nederlandse bedrijven staan in schril contrast met de reclamecampagnes die het groene imago moeten versterken. De bedrijven hebben dan ook meer klanten voor groene stroom dan waarvoor zij productiecapaciteit bezitten. De ontbrekende groene stroom moeten zij in het buitenland kopen. Door de geringe investeringen van de Nederlandse bedrijven is de uitstoot van broeikasgassen in vier jaar tijd niet of nauwelijks afgenomen. Bij Nuon en Eneco is sprake van een minieme stijging van de CO2-uitstoot. De uitstoot van Essent is vermoedelijk wel gedaald, maar cijfers daarover zijn niet beschikbaar. Bedrijven uit Spanje, Portugal en Duitsland investeren meer in de opwekking van groene stroom, constateert Roland Berger. Vooral grote bedrijven blijken veel geld te steken in duurzame energie. Nuon vindt de gegevens uit het rapport niet valide en wil verder niet reageren. Essent wijst er op dat het verstoken van biomassa bij het bedrijf in drie jaar is verdubbeld en dat de onderneming veruit de grootste producent van groene stroom is in Nederland. Volgens Essent heeft het instabiele investeringsklimaat in Nederland de groei mede geremd. Roland Berger wijst eveneens op het niet-consistente investeringsbeleid. De overheid heeft in de afgelopen jaren te vaak de subsidieregels gewijzigd. Volgens het adviesbureau doet de Nederlandse overheid er verstandig aan opnieuw een impuls te geven aan de opwekking met behulp van grootschalige en kleinschalige warmtekrachtcentrales.

Het aantal groene stroomgebruikers is in 2007 met 8% gestegen tot 2,4 miljoen huishoudens. Dat blijkt half december uit cijfers van de website Energieprijzen.nl. Sinds de afschaffing van de stimuleringsmaatregelen voor groene energie in 2003 en de liberalisering van de energiemarkt in 2004 neemt het aantal huishoudens met groene stroom voor het eerst sinds jaren weer toe. In 2004 waren er nog drie miljoen huishoudens die groene stroom afnamen. Volgens Energieprijzen.nl is de toename met name te danken aan de forse media-aandacht voor energie en klimaat. Ook komen leveranciers met acties rond groene stroom. Zo bieden ze onder meer stroom aan tegen een gunstig tarief.

Blauwe Energie

De Afsluitdijk wordt gezien als ideale plek om 'Blue energy' te winnen: stroom uit een natuurkundig proces dat optreedt als zoetwater en zeewater elkaar ontmoeten. De techniek die zal worden beproefd aan de voet van de dijk maakt gebruik van het verschil in zoutconcentratie. Dat verschil lokt een osmotische werking uit: de zoutdeeltjes trekken naar het zoete water dat door een membraam is gescheiden van het waddenzeewater. De deeltjes kunnen niet door het membraan heen. Het osmotische proces stokt dus, maar het zout geeft wel zijn elektrische lading af. Deze techniek, zogeheten ‘reversed electro dialysis’ (RED), wordt al op beproefd in Noorwegen en zal nu ook in Nederland worden uitgeprobeerd. Het bedrijf Redstack heeft begin november met energiebedrijf ENECO en Rijkswaterstaat een intentieverklaring getekend voor de ontwikkeling van een centrale op de Afsluitdijk. Het idee is om aan de zeezijde niet ver van de Friese kust een kleine installatie te bouwen met een vermogen van tussen de 10 en 50 kiloWatt, genoeg om ruim honderd huishoudens van stroom te voorzien. Een klein deel van de zoet/zout waterstroom is al genoeg om de proef uit te voeren en zelfs om een 200 Megawatt-centrale te laten draaien (vergelijkbaar met zo'n 60 exemplaren van de meest gangbare windturbine). Maar eerst wordt een studie verricht om de voorwaarden waaraan een RED-installatie ter plekke zou moeten voldoen op een rij te zetten. De kleine installatie zal 2008 worden gebouwd en tot 2010 worden getest. Als het project een succes blijkt, zal de capaciteit worden uitgebreid tot 1000 kW. Uiteindelijk streven is een volwassen centrale van 200 megawatt. In Nederland zijn genoeg zoet/zout-waterscheidingen voor een totaal Blue Energy vermogen van 3000 megawatt.



Terug naar thema Duurzame energie 2007