Energy Valley |
Berichten uit 2007 |
Gasunie, Hanzehogeschool en TNO maken in januari bekend dat men in het kader van Energy Valley de krachten wil bundelen op het terrein van duurzame energiesystemen. Samen met diverse partners zal op dit thema worden gewerkt aan de opbouw en uitwisseling van kennis, het stimuleren van innovaties en het opleiden van studenten. Dit draagt bij aan de nationale ambitie op het gebied van energietransitie en de kenniseconomie en sluit aan op de ontwikkeling van Noord-Nederland als energieregio. Wereldwijd ontstaat een trend naar decentrale energievoorziening, waardoor op termijn sprake zal zijn van een toenemende inzet van intelligente, kleinschalige energieopwekking op lokaal niveau. Deze decentrale energiesystemen zullen de afnemers voorzien van warmte, koude en elektriciteit. Dit leidt tot een hogere energie-efficiency en maakt inpassing van duurzame opties eenvoudiger. Decentrale energievoorziening stelt wel andere eisen aan de infrastructuur dan de huidige centrale energievoorziening. De samenwerking van Gasunie, Hanzehogeschool en TNO is gericht op de doorontwikkeling en stimulering van decentrale energiesystemen. De samenwerking omvat een drietal pijlers waarbij onderzoek, ontwikkeling en onderwijs elkaar versterken. De eerste pijler is de oprichting van een laboratorium voor het ontwikkelen, testen, simuleren en demonstreren van decentrale energiesystemen, per 1 februari in Groningen. Diverse systemen zullen hier, afzonderlijk of in een cluster, worden beproefd. Hierbij moet onder meer gedacht worden aan systemen op basis van stirling- of gasmotoren, brandstofcellen, warmtepompen, gasturbines of wind- en zonnetechnologie. Door clustering van systemen kan bijvoorbeeld een woonwijk worden gesimuleerd of een virtuele elektriciteitscentrale worden bedreven. Centraal hierbij staat de ontwikkeling en toepassing van kennis van achterliggende technologieën, gebruikersaspecten en de gevolgen voor de energie- en ICT-infrastructuur. Tevens zal het gebruik van verschillende energiebronnen worden beproefd. Naast experimentele beproeving in het laboratorium zullen (grootschalige) praktijkproeven worden uitgevoerd. Uitvoering van praktijkexperimenten is de tweede pijler in het samenwerkingsverband. Op deze wijze kan de opgedane kennis in het laboratorium worden verdiept samen met provincies, gemeenten, projectontwikkelaars, energiebedrijven, MKB-bedrijven, e.d. De derde pijler betreft het opleiden van studenten. In een vroeg stadium kunnen studenten kennis maken met de energie- en ICT-sector en ervaring opdoen met 'state-of-the-art' technologieën in theorie en praktijk. Studenten kunnen zich op deze wijze verder ontwikkelen op dit thema, waardoor een betere aansluiting met het bedrijfsleven wordt gerealiseerd. Het samenwerkingsverband van Gasunie, Hanzehogeschool en TNO staat open voor geïnteresseerde bedrijven en instellingen. Gemeente en Provincie Groningen, alsmede de Investering- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland. NOM) hebben ondersteuning toegezegd in de ontwikkeling van het onderzoekscentrum. KEMA Nederland, ECN, een aantal energiebedrijven en fabrikanten hebben ook belangstelling getoond om in dit verband samen te werken.
EZ-minister Van der Hoeven VROM-minister Cramer hebben begin oktober een energieakkoord ondertekend met het publiek-privaat samenwerkingsverband Energy Valley (provincies Drenthe, Friesland, Groningen en Noord-Holland). Door onder andere energiebesparing, duurzame energie en biobrandstoffen moet in 2011 40 tot 50 Petajoule duurzame energie en 4,5 Megaton CO2-emissiereductie zijn gerealiseerd. Daarmee levert de Energy Valley-regio een forse bijdrage aan de realisatie van de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2020 van het kabinet in het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig. Nieuwe energie voor het klimaat' dat op Prinsjesdag is gepubliceerd. Ook wordt de economische ontwikkeling van Noord-Nederland gestimuleerd door het uitbouwen en versterken van innovatieve energieactiviteiten. Energy Valley werkt nauw samen met de platforms uit de EnergieTransitie, waaronder het platform Nieuw Gas en het platform Groene Grondstoffen. Door een gebundelde inzet van provinciaal en rijksbeleid moet het voor bedrijven en kennisinstellingen gemakkelijker worden om energieprojecten te realiseren. Het gaat om projecten op het terrein van: Energiebesparing in de gebouwde omgeving, glastuinbouw en industrie; Duurzame energie: onder andere biomassa, windenergie en zonne-energie; Biobrandstoffen en duurzame mobiliteit; Schone fossiele energie door het mogelijk maken van opslag van CO2; en het stimuleren van onderzoek en innovatie voor energie.