SDE |
Berichten uit 2007 |
De subsidie op ‘groene stroom’ keert terug, maar onder scherpere voorwaarden. Op voorstel van EZ-minister van der Hoeven heeft het kabinet half juli daarover een besluit genomen. In augustus 2007 werd de subsidiekraan - de zogenoemde MEP-regeling of Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie - dichtgedraaid omdat de doelstelling ook zonder die regeling gehaald zou worden. Als Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) komt de subsidie voor de productie voor duurzame energie terug. De subsidie is nu afhankelijk van de stroomprijs en er moeten meer soorten schone energie en innoverende bedrijven worden gestimuleerd. De SDE wordt ook niet een openeinderegeling zoals de MEP was. De SDE-regeling zal in het begin van 2008 van start gaan. De minister stelt een maximumbedrag (naar categorie) vast: in 2011 zou dat 160 miljoen euro zijn. Naast windenergie op land en op zee, biomassa en zonne-energie en warmtekrachtkoppeling (WKK) zal ook ‘groen gas’ onder de nieuwe steunregeling vallen. De subsidie voor biomassa is gekoppeld aan een rapportageverplichting om er zeker van te zijn dat deze brandstof duurzaam is geproduceerd. Er komt een koppeling aan de energieprijs om een explosie van de steun te voorkomen. De hoogte wordt jaarlijks gecorrigeerd. Bij een hoge energieprijs is immers minder subsidie nodig om de vaste opbrengst te realiseren. Van 2003 tot 2006 is voor bijna 1,5 miljard euro aan MEP-subsidies uitgekeerd.
Eind oktober is het Staatsblad het ‘Besluit stimulering duurzame energieproductie’ gepubliceerd, de opvolger van de MEP-regeling. Er moeten wel nog nadere regels worden vastgesteld, waaronder het subsidieplafond voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit uit WKK-installaties. Er wordt aangegeven dat de minister op aanvraag subsidie kan verstrekken ter compensatie van het (nadelige) verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende vorm van energieopwekking en de gemiddelde marktprijs in een bepaalde periode: de zogenaamde onrendabele top. Ook worden de voorwaarden aangegeven waaraan de te subsidiëren productie-installaties dienen te voldoen, en in welke gevallen er geen subsidie zal worden toegekend. Om volumegroei te realiseren wordt de subsidie gericht op opties met een lage onrendabele top. Daarmee wordt immers een hogere kosteneffectiviteit van de ingezette middelen bereikt. Bovendien zal de subsidie worden gespreid over verschillende conversietechnieken om te voorkomen dat juist op het verkeerde paard wordt gewed. Ook zal er extra aandacht zijn voor opties die een krachtige en kosteneffectieve bijdrage kunnen leveren. Het betreft hier innovatieve opties die op afzienbare termijn rendabel kunnen worden en een goed lange-termijnperspectief hebben. Verder wordt de mogelijkheid geboden om de duur van de subsidie te koppelen aan de verwachte gemiddelde technische levensduur van een productie-installatie, om kapitaalvernietiging te voorkomen, of de hoogte te variëren conform de variatie van de grondstofprijzen, om overstimulering dan wel stilvallen te voorkomen. Binnen vier jaar na inwerkingtreding van het besluit dient de minister een verslag te publiceren over de doeltreffendheid en effecten van het besluit. De feitelijke invulling van het Besluit SDE middels een ministeriële regeling wordt eind 2007 of begin 2008 verwacht. Vanaf 2012 gaat het om een jaarlijks structureel bedrag van 300 tot 350 miljoen euro. Tot nu toe was al bekend dat voor de jaren 2008 tot en met 2011 in totaal 326 miljoen beschikbaar is voor deze nieuwe subsidieregeling. In 2008 is dit 14 miljoen euro, in 2011 loopt dat op tot 160 miljoen euro.