Zon

Berichten uit
2007

21 december 2006 spreekt prof.dr. Herbert van Amerongen zijn inaugurele rede uit bij gelegenheid van de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Biofysica aan de Wageningen Universiteit. In zijn oratie ‘Biofysica, wetenschap van leven en dood’ gaat de hoogleraar in op recente ontwikkelingen in het onderzoek naar de manier waarop groene planten energie vastleggen. Het proces waarbij groene planten de energie uit zonlicht gebruiken om te groeien en reservestoffen te maken, fotosynthese, biedt ongekende mogelijkheden als toekomstige energiebron. Er is volgens hem geen enkele reden om te denken dat kunstmatige fotosynthese als duurzame energiebron minder kans van slagen heeft dan de miljarden euro’s eisende ontwikkeling van energie uit kernfusie. Ontwikkel daarom zonnecellen die de levende natuur nabootsen en rechtstreeks brandstoffen aanmaken. Hij ziet mogelijkheden in de ontwikkeling van kunstmatige bladeren - enigszins vergelijkbaar met het blad van planten - die rechtstreeks brandstoffen produceren. Voordeel van kunstmatige fotosynthese ten opzichte van de inmiddels populaire gedachte van de productie van energiegewassen (biomassa) is dat de efficiëntie van de energieomzetting van kunstmatige bladeren vele malen hoger is. Ook is het benodigde oppervlak - bij biomassa-energie immens - vele malen kleiner. Bovendien is deze milieuvriendelijke energieproductie flexibel voor het beoogde doel, bijvoorbeeld voor een huishouden, wijk, industrieterrein of stad en bindt mogelijk zelfs CO2. Daarnaast is het zeer onzeker of het kernfusieproces - op zich niet milieubelastend - ooit tot daadwerkelijk gebruik zal leiden, gezien de problemen met het proces zelf, de plaatsing van dergelijke centrales en de omzetting naar bruikbare energie. Dat laatste geldt overigens ook voor grootschalig gebruik van fotosynthese. De Biofysica-groep van de professor doet onder andere fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop, op moleculair niveau, groene planten in staat zijn zonlicht te gebruiken als energiebron voor alle chemische processen die in een plant plaatsvinden. Recent ontdekte de groep dat de eerste ultrasnelle moleculaire stappen waarop dat gebeurt in feite langzamer verlopen, terwijl het direct hierop volgende energieverlies wat groter is dan voorheen werd gedacht. Dit lijkt ongewenst voor de efficiëntie van het proces maar door op een ultrakorte tijdschaal wat energie op te offeren wordt de kans verlaagd dat de resterende energie weglekt.

Uit in april gepubliceerde cijfers van het CBS blijkt dat in 2006 voor 1,5 MW aan zonnepanelen is afgezet op de Nederlandse markt. Dit is vergelijkbaar met de afzet in 2005. De afzet van zonnepanelen voor stroom ligt al enkele jaren op een laag niveau, aldus het CBS. In de periode 2000-2004 lag het gemiddelde op 8 MW per jaar. Het jaar 2003 vormde met 20 MW een uitschieter dankzij de destijds geldende subsidieregelingen. De omzet van de bedrijven op de markt voor zonnestroomsystemen is in 2006 met de helft toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. Deze sterke stijging kwam door een toename van de handel met en de productie voor het buitenland. De totale bijdrage van zonnestroom aan de duurzame energie in Nederland kwam in 2006 uit op een kleine 0,4%.

6 juli tekenen ECN en het International Solar Energy Research Center Konstanz (ISC) met vier bedrijven uit Nederland en Duitsland een intentieverklaring voor de oprichting van het internationale onderzoeksinstituut FESTpv (Front-End Silicon Technology for Photovoltaics). Dat gaat zich richten op het optimaliseren van productietechnologieën voor silicium, specifiek voor de zeer snel groeiende fotovoltaische industrie om zo de kosten te drukken. De beide onderzoeksinstituten beschikken over een netwerk dat universiteiten, R&D centra, marktleidende bedrijven en investeerders plus internationale overheden combineert. Dit maakt dat het instituut zijn ambitie om een R&D wereldleider te worden op het gebied van silicium onderzoek en ontwikkeling voor zonne-energie toepassingen waar denkt te gaan maken. Het samenwerkingsverband met de industrie moet de aandacht richten op het eerste deel van het productieproces van kristallijn silicium zonnecellen. Daar is nog heel veel mogelijk op het gebied van kwaliteitsverbetering en efficiënter gebruik van silicium voor de productie van fotovoltaische zonnecellen. De interesse vanuit de zonne-energiebranche om deel te nemen is groot, mede omdat de partners onder meer directe invloed hebben op het onderzoekprogramma en mogen beschikken over de resultaten in de vorm van licenties. De huidige partners zijn Econcern, RENA Sondermaschinen GmbH, Scheuten Solar en Solland. Het instituut wordt gefinancierd vanuit de bijdragen van de partners en wellicht vanuit projectsubsidies vanuit de EU en andere bronnen. FESTpv zal waarschijnlijk eind dit jaar al starten op het grensoverschrijdende terrein Avantis bij Heerlen/Aken.

Begin juli wordt door glasbedrijf Scheuten een proeffabriek, Sunrise genaamd, geopend waar glas wordt geproduceerd dat zonne-energie kan opwekken. Het Venlose glas- en zonne-energiebedrijf Scheuten heeft 1500 werknemers en een omzet van €300 miljoen, onder meer met de productie en verkoop van dubbel glas, veiligheidsglas, gepantserd glas, inbraakveilig glas, brandwerend glas, etc. Eind vorige eeuw ontstond het idee glas te combineren met zonne-energie. In het Duitse Gelsenkirchen staan inmiddels twee fabrieken die modulen en cellen produceren voor de ‘klassieke’ zonnepanelen. In de proeffabriek in Venlo wordt gewerkt met een nieuwe technologie voor de productie van zonne-energie. Het resultaat van het productieproces is een dunne, buigzame film met glasbolletjes. Ramen van kantoren of woningen kunnen gedeeltelijk worden bekleed met de folie om in de energiebehoefte te voorzien. De nieuwe fabriek heeft een piekproductie van 250 MW, vergt een investering van €150 miljoen en zal de komende jaren aan vijfhonderd mensen werk bieden. Op termijn is een gigawattfabriek voorzien met meer dan duizend werknemers. Er wordt zelfs een zonne-energiecampus gepland, soortgelijk aan de Eindhovense hightechcampus van Philips.

Uit cijfers van het Noorse Renewable Energy Corporation (REC) en het Duitse Solarworld, grote zonne-energiebedrijven in Europa, blijkt dat de omzet en winst over 2006 met tientallen procenten zijn gestegen. De omzet van REC voor zonnepanelen en grondstoffen steeg met 77% naar €534 mln. De verkoop bij Solarworld, dat een joint venture heeft met het Nederlandse zonnecellenbedrijf Scheuten in Venlo, steeg met 45% naar €515 mln. Beide bedrijven voorspellen dat de ingezette expansie en winstgevendheid de komende jaren doorgaan. Het personeelsbestand van REC steeg wereldwijd tot 1250 arbeidsplaatsen, Solarworld komt uit op 1350. De groei van beide buitenlandse producenten van zonnepanelen komt overeen met de Nederlandse situatie. Zowel Scheuten, Econcern als Solland in Heerlen groeien als kool.

Begin juli tekenen ECN en het International Solar Energy Research Center Konstanz (ISC) met vier bedrijven uit Nederland en Duitsland een intentieverklaring voor de oprichting van het internationale onderzoeksinstituut FESTpv (Front-End Silicon Technology for Photovoltaics). Het nieuwe instituut gaat zich richten op het optimaliseren van productietechnologieën voor silicium, specifiek voor de zeer snel groeiende fotovoltaische industrie om zo de kosten te drukken. Het samenwerkingsverband met de industrie biedt de mogelijkheid de aandacht te richten op het eerste deel van het productieproces van kristallijn silicium zonnecellen. De partners hebben direct invloed op het onderzoekprogramma en mogen beschikken over de resultaten in de vorm van licenties. De huidige partners zijn Econcern, RENA Sondermaschinen GmbH, Scheuten Solar en Solland. Het instituut wordt gefinancierd vanuit de bijdragen van de partners en wellicht vanuit projectsubsidies vanuit de EU en andere bronnen. FESTpv zal waarschijnlijk eind dit jaar al starten op het grensoverschrijdende terrein Avantis bij Heerlen/Aken.

Begin september publiceren Greenpeace en de Europese Associatie van de Photovoltaïsche Industrie (EPIA) voor de vierde keer het rapport Solar Generation. Daarin wordt onder meer voorspeld dat elektriciteit uit photovoltaïsche zonnecellen binnen enkele jaren prijsconcurrerend zal worden met andere vormen van stroomopwekking. De industrie rondom zonne-energie zal blijven groeien, met een geprognosticeerde winst van €300 miljard in 2020, 6,5 miljoen banen en 9,4% van de elektriciteitsvraag in de wereld.

De jaarlijkse race voor auto’s op zonne-energie in Australie is in oktober voor de vierde maal gewonnen door het Nuon Solar Team van de Technische Universiteit Delft. De zonneauto Nuna4 passeerde om 16.55 uur de finish in Adelaide.

Uit de plannen van het ministerie van Economische Zaken blijkt in december dat particulieren vanaf 2008 gebruik kunnen maken van een subsidieregeling voor zonne-energie. In de stimuleringsregeling wordt niet de aanschaf, maar het gebruik van panelen beloond. De regeling gaat volgend jaar in, als onderdeel van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE). Het gaat om een terugleververgoeding. Particulieren krijgen subsidie voor het aantal kilowatt-uren stroom dat ze met hun zonnepanelen opwekken. Hoe hoog de subsidie wordt is nog niet bekend en ook nog niet of het een 'permanente' regeling wordt. In Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en België bestaat al jaren een beloningssysteem voor het opwekken van elektriciteit met zonne-energie. Bedrijven en particulieren krijgen daar de eerste 20 tot 25 jaar een gegarandeerde, kostendekkende subsidie.



Terug naar thema Duurzame energie 2007