Stadsverwarming

Berichten uit
2007

De Algemene Rekenkamer deed onderzoek naar het tarief dat energieproducenten in rekening brengen bij consumenten van stadsverwarming. Volgens het rapport (Tariefstelling stadsverwarming) komt het tarief voor stadsverwarming niet transparant en objectief tot stand. Hierdoor valt niet uit te sluiten dat sommige afnemers van stadsverwarming duurder uit zijn dan wanneer zij via een gasaansluiting in hun energievoorziening hadden kunnen voorzien, het zogenaamde ‘Niet-Meer-Dan-Anders’ principe. Dat principe is niet voldoende eenduidig om voor alle woningen te worden toegepast, zo blijkt uit het onderzoek. In de referentieberekening wordt rekening gehouden met conventionele, minder rendabele CV-ketels. Bewoners van nieuwe woningen met stadsverwarming worden daardoor benadeeld. De Rekenkamer vindt dat de afnemers van warmte moeten worden beschermd door wetgeving en onafhankelijke toezicht. Zowel EnergieNed als minister Van der Hoeven hebben al laten weten de aanbevelingen van de Rekenkamer te onderschrijven. Het rapport is op 24 april naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Tweede Kamerfractie van het CDA heeft 1 juni een nota van wijziging van het initiatief-wetsvoorstel Warmtewet ingediend in de Tweede Kamer. De wijziging komt tegemoet aan een belangrijk aantal opmerkingen van onder meer de Algemene Rekenkamer. Mogelijk komt hiermee opnieuw beweging in het initiatief-wetsvoorstel dat al bijna drie jaar geleden door het CDA werd opgesteld. De Algemene Rekenkamer publiceerde enkele weken geleden hierover een rapport. Het inititiatiefwetsvoorstel voorziet volgens de Rekenkamer in een duidelijke prijsstelling voor warmte, welke prijs op objectieve en transparante wijze zal worden vastgesteld, waarbij betaalbaarheid, economische doelmatigheid, duurzaamheid en continuïteit belangrijke publieke belangen zijn. Ook voorziet de Warmtewet in onafhankelijk toezicht op de toepassing door leveranciers van de wettelijk geregelde prijsstelling van warmte. Volgens de opstellers van het wetsvoorstel zijn warmteprojecten die niet rendabel kunnen worden geëxploiteerd binnen de randvoorwaarde van het nmda-principe (niet meer dan anders) maatschappelijk onwenselijk. De aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om in het wetsvoorstel regels op te nemen omtrent financiële verslaglegging en de daarbij te hanteren eenduidige waarderings- en resultaatsbepalingsgrondslagen zijn door de initiatiefnemers overgenomen. Voorts moeten de aan warmteprijzen ten grondslag liggende gegevens uit oogpunt van betrouwbaarheid worden voorzien van een accountantsverklaring.



Terug naar thema Energiebesparing 2007