Broeikasgassen

Berichten uit
2008

Op 19 februari heeft minister-president Balkenende ‘De Staat van het Klimaat 2007’ in ontvangst genomen. Deze brochure, samengesteld door het PCCC (Platform Communication on Climate Change), geeft een jaarlijks overzicht van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van klimaatonderzoek en klimaatbeleid. De brochure is bedoeld als bijdrage aan de brede maatschappelijke discussie op dit gebied en gaat in op de meest actuele onderwerpen, zoals de effecten van klimaatverandering; de betekenis van het IPCC-klimaatrapport van de Verenigde Naties; het nationale en Europese klimaat- en energiebeleid; nieuwe technieken om CO2-uitstoot te verminderen; en onderzoek naar het aanpassen aan klimaatverandering in Nederland. Verder worden recente ontwikkelingen gesignaleerd rondom waterbeheer, omgaan met een groter overstromingsrisico en klimaatbestendiger natuur. Naast feitelijke informatie worden in de brochure interpretaties gegeven van wetenschappelijke discussies die spelen rond de beschreven onderwerpen. Ook maatschappelijke discussies, al dan niet aangezwengeld door de media, worden in deze brochure in de context geplaatst van de huidige kennis op het gebied van klimaatverandering en klimaatbeleid. Het PCCC is een samenwerkingverband tussen KNMI, ECN, MNP, Wageningen UR, de Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit Utrecht en NWO, en heeft als doel om de kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit van de communicatie van Nederlands klimaatonderzoek te verbeteren.

Op voorstel van de Europese Commissie hebben de milieuministers van de EU-landen begin maart ingestemd met een systeem van gedifferentieerde normen, waarbij fabrikanten van grotere auto’s een grotere procentuele inspanning moeten leveren om de uitstoot van CO2 terug te brengen. De gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe personenauto’s mag in 2012 maximaal 130 gram per kilometer zijn. De Raad van Ministers zal dit akkoord verder uitwerken en zich buigen over het boete regime voor fabrikanten die hun verplichtingen niet nakomen. Uiteraard zal ook het Europese parlement dit voorstel voor wetgeving nog kritisch beoordelen.

SenterNovem ontwikkelt een stappenplan waarmee gemeenten en provincies hun organisatie klimaatneutraal kunnen maken en daarmee de eigen CO2-uitstoot compenseren. De gemeenten Maasluis en Haarlem en provincie Noord-Holland zullen dit stappenplan als eersten toepassen. Bijeenkomsten en een workshop met ambtenaren en managers moet resulteren in een beeld van de mogelijkheden en de benodigde stappen om klimaatneutraal te worden. Mogelijke maatregelen zijn dienstauto's op duurzame brandstof laten rijden het beperken van woon-werkverkeer van ambtenaren. SenterNovem heeft Build-Desk gevraagd voor het ondersteunen van de werkzaamheden die zij samen met de twee gemeenten en de provincie Noord-Holland willen uitvoeren. Uiteindelijk moet dit eind juni 2008 resulteren in een stappenplan voor een energieneutrale gemeentelijke of provinciale organisatie.

Nationale doelstellingen voor vermindering van uitstoot van broeikasgassen krijgen minder betekenis als de voorstellen van de Europese Commissie van begin 2008 jaar worden aangenomen. De verantwoordelijkheid voor het klimaatbeleid komt na 2012 sterker bij de Europese Commissie te liggen: nationale emissieplafonds voor broeikasgassen komen voor een deel te vervallen. Ook komt er meer ruimte voor het verhandelen van groencertificaten om taakstellingen op het gebied van hernieuwbare energie te halen. Dat blijkt uit de analyse ‘Consequences of the European Policy Package on Climate and Energy’ die het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) half april heeft uitgebracht. Er komt één emissieplafond voor alle industriële en energiebedrijven in de Europese Unie die onder het emissiehandelssysteem vallen. Deze sector valt onder het zogenaamde Emission Trading System (ETS) en beslaat in Nederland ongeveer 45 procent van de broeikasgasemissies. De Commissie zal daarom vanaf 2012 geen reductietaakstellingen voor nationale emissies meer opleggen. De huidige doelstelling van het 'Nederlandse Schoon en Zuinig' programma verliest hierdoor aan betekenis.

Uit het ECN-rapport ‘Trendanalyse Luchtverontreiniging’ blijkt dat het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig’ meer effect heeft op de uitstoot van broeikasgassen dan op de uitstoot van luchtverontreinigers als stikstofoxides en fijn stof. Daarmee is het programma minder schoon dan verwacht. Aanleiding voor de opdracht van het ministerie van VROM is dat de Europese Commissie bij het vaststellen van de EU-klimaatdoelen in januari 2008 ook zogenaamde NEC-richtlijnen (National Emission Ceiling) heeft vastgesteld. Dit zijn Europese richtlijnen voor het emissieplafond voor diverse luchtverontreinigende stoffen. Binnen Europa loopt echter een discussie over de mate waarin de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen leidt tot een reductie in de uitstoot van de zogenaamde NEC-stoffen: stikstofoxides, zwaveldioxide, vluchtige organische stoffen, ammoniak en fijn stof. ECN heeft daarom specifiek gekeken naar het effect van Schoon & Zuinig op de uitstoot van NEC-stoffen. Vanwege de verwachte grote invloed van de elektriciteitsopwekking op de uitstoot van broeikasgassen en NEC-stoffen, hebben de onderzoekers ook de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkt nader bekeken en geactualiseerd. Dit heeft geleid tot nieuwe schattingen voor de nieuwbouw en buitengebruikstelling van elektriciteitscentrales. De uitstoot van broeikasgassen en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen hangen beide voor een belangrijk deel samen met energiegebruik. Het zou dus voor de hand liggen dat de vermindering van NEC-emissies ongeveer gelijke tred houdt met die van de broeikasgassen. Toch blijven de effecten van klimaatbeleid op NEC-stoffen fors achter bij de effecten op broeikasgassen. Dat komt omdat op, enkele uitzonderingen na, alleen maatregelen die leiden tot minder verbrandingsprocessen ook bijdragen aan de vermindering van de NEC-emissies. Het gebruik van biomassa in elektriciteitscentrales in plaats van fossiele brandstoffen, vermindert bijvoorbeeld wel de CO2-emissies maar niet altijd de NEC-emissies. Uit het ECN-onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig’ heeft een groter effect op de uitstoot van broeikasgassen dan op de uitstoot van NEC-stoffen. Een effect op de uitstoot van SO2 (zwaveldioxide), en in mindere mate NOx (stikstofoxides), is wel aanwezig. Daar waar NEC-stoffen voortkomen uit elektriciteitsopwekking, hebben broeikasgasemissiereducties invloed op de uitstoot ervan. In een aantal gevallen is echter het gunstige effect op de NEC-emissies zeer klein en bestaat er zelfs een kans op een toename van de NEC-emissies. Gunstiger voor de reductie van NEC-emissies zijn vermindering van de vraag naar elektriciteit, warmte en transportbrandstoffen, en meer opwekking van elektriciteit met wind en zonne-energie. In een aantal gevallen kan het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig’ leiden tot een verschuiving van grootschalige opwekking naar kleinschalige opwekking van elektriciteit, onder meer bij hernieuwbare elektriciteit en WKK. Omdat momenteel voor kleinschalige opwekking minder strenge emissie-eisen gelden dan voor grootschalige opwekking, kan dit tot een toename van de NEC-emissies leiden.

In een interview met het dagblad De Pers spreekt de Nederlandse co-voorzitter van het VN-klimaatpanel, Bart Metz, de verwachting uit dat de mondiale CO2-uitstoot nog tussen de 40 en 100 procent zal stijgen. Pas rond 2050 treedt er een daling op. Metz, die september 2008 met pension ging, was medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en co-voorzitter van de IPCC-werkgroep voor maatregelen tegen opwarming van de aarde. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) ontving in december 2007 samen met Al Gore de Nobelprijs voor de Vrede. In Metz' verwachting zal de aarde eind deze eeuw met 1,5 tot 6 graden zijn opgewarmd. De geleidelijkheid van het proces en politieke verhoudingen frustreren effectiever ingrijpen. Toch is het technisch en economisch haalbaar om het anders te doen. Groene stroom groeit jaarlijks met 50 procent en er treedt volgens Metz een verandering van mentaliteit op. De goedkoopste maatregel is volgens hem het besparen van energie. De VS moet als grootverbruiker voorop lopen bij het bestrijden van de klimaatproblematiek.

Uit begin september gepubliceerde cijfers van het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat in 2007 in Nederland voor het derde jaar de uitstoot aan broeikasgassen is afgenomen. Met 205 miljard kg CO2 lag de uitstoot 4% onder het niveau van het basisjaar 1990. Nederland zou volgens het Kyotoprotocol in de periode 2008-2012 de emissies van broeikasgassen met 6% per jaar moeten verminderen. Daarbij mag een deel van de reductie in het buitenland worden uitgevoerd. Voor het basisjaar 1990 is de uitstoot vastgesteld op 213 miljard kg CO2-equivalenten. Vanaf 2005 kwam de uitstoot daar voor het eerst onder. Deze afname heeft zich in de volgende jaren doorgezet. Daarbij is de afname van 2 miljard kg CO2 equivalenten in 2007 vooral bereikt door vermindering van de uitstoot van lachgas bij de salpeterzuurfabrieken. Ook de methaanemissie uit vuilstortplaatsen is gedaald. Door de grotere vraag naar elektriciteit hebben centrales 3 miljard kg CO2 meer uitgestoten. Maar door de zachte winter van 2007 is er 1,5 miljard kg CO2 minder geëmitteerd door huishoudens. In het verkeer is de uitstoot aan CO2 met bijna 2% gedaald door het gebruik van biobrandstoffen.

Op 18 november lanceren Corporate Facility Partners en Stimular de ’Nationale CO2 Benchmark’, de eerste landelijke database en waarmee de uitstoot van CO2. Hiermee kunnen bedrijven en organisaties het effect beoordelen van hun inspanningen voor CO2-reductie. Via de site kunnen bedrijven hun gegevens over energie en mobiliteit achterlaten. Op basis daarvan wordt de CO2-footprint van de organisatie vastgesteld en vergeleken met andere soortgelijke organisaties in Nederland.

Uit cijfers van het Global Carbon Project blijkt dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 wereldwijd veel sneller stijgt dan in het meest pessimistische scenario. De stijging is sinds 2000 vier maal zo snel als in het decennium daarvoor. De uitstoot bereikte in 2007 het record van 10 miljard ton per jaar, waarvan 8,5 miljard ton voor rekening komt van de fossiele brandstoffen en de cementproductie, de rest door grootschalige ontbossing. In het Kyoto-protocol uit 1997 hebben 38 landen zich verplicht hun uitstoot in 2012 met meer dan 5% te reduceren t.o.v. 1990. Die doelstelling lijkt niet te worden gehaald. China is sinds 2006 de grootste producent van CO2 en de Verenigde Staten nemen de tweede plaats in. Rusland is nog derde, maar wordt snel ingehaald door India. Japan staat op de vijfde plaats. De opname van CO2 door de oceanen verloopt steeds langzamer.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2008