Aardgasbaten |
Berichten uit 2008 |
Om te voorkomen dat de overheid tijdelijke aardgasbaten structureel blijft uitgeven, moeten alle gasbaten buiten de lopende begroting worden gebracht. Dat kan door het oprichten van een Nederlands staatsfonds, vergelijkbaar met dat van Noorwegen en andere oliestaten. Op die manier kan het aardgasvermogen dat nog over is, worden behouden voor toekomstige generaties. Dit adviseert de Nederlandsche Bank (DNB) in een in augustus verschenen onderzoek naar de samenhang tussen de aardgasbaten en het gevoerde begrotingsbeleid. De studie komt op een moment dat in politiek Den Haag debat gaande is hoe om te gaan met de sterk stijgende aardgasbaten. Volgens ramingen van dit voorjaar stijgen de gasbaten volgend jaar sterk tot circa €13,5 miljard, dat is ruim boven de twee procent van het bruto binnenlands product.
Het Kabinet wijst het plan voor een aardgasfonds echter af. De ministers Bos (Financiën) en Van der Hoeven (EZ) bestrijden de aanname van de DNB. Formeel gebruikt het kabinet 60 procent voor aflossing van de staatsschuld en 40 procent voor duurzame versterking van de Nederlandse economie via investeringen uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). De gedachte om meer rendement uit de opbrengsten van het Nederlandse aardgas te halen, vloeit voort uit het besef dat vanaf 2025 de aardgasbaten zullen opdrogen. De beide ministers vinden dat de huidige opzet die doelstelling al voldoende nastreeft. Wel wil het kabinet de afdracht aan het FES stabieler maken, zodat het minder afhankelijk is van de fluctuerende olie- en gasprijzen.