Splitsing

Berichten uit
2008

EZ-minister van der Hoeven heeft in januari een Expertgroep in het leven geroepen die publieke aandeelhouders van energiebedrijven gaat adviseren over de te nemen beslissingen over het aandeelhouderschap in het licht van de Wet Onafhankelijk Netbeheer. Als gevolg van deze wet zullen de komende jaren de geïntegreerde energiebedrijven worden gesplitst in een netbeheerder en een handels- en productiebedrijf. De expertgroep zal onafhankelijke en niet-bindende adviezen geven en staat onder voorzitterschap van Mr. A.W. Kist. Leden zijn Ir. N.G. Ketting, Ir. R. Willems, drs. F.J.M. Crone en Mr. D.F. Hudig.

De EU-ministers van Energie en Economische Zaken zijn het begin juni eens geworden over hervormingen op de Europese energiemarkt. Duitsland, Oostenrijk en Portugal hielden problemen met een aantal technische punten, die op een later tijdstip nog aan de orde zullen komen. Het uitgangspunt blijft dat gas- en elektriciteitbedrijven zich moeten splitsen in een netwerkbedrijf en een bedrijf dat energie produceert of levert aan de consument. Dat had de voorkeur van de meeste landen en is in Nederland al de praktijk. De oorspronkelijke plannen van EU-commissaris Neelie Kroes (Mededinging) zijn echter wel afgezwakt. Landen die niet willen splitsen, kunnen kiezen voor een optie waarbij ze gaan werken met een onafhankelijke netbeheerder. Daarmee komen de voorstanders van volledige splitsing tegemoet aan de bezwaren van Duitsland en Frankrijk, die hun eigen grote energiebedrijven als RDW, Gaz de France, RWE en EON wilden beschermen. Daarin werden ze gesteund door zes andere landen. Nederland is een van de meest uitgesproken voorstanders van het volledig opsplitsen van de bedrijven.

Een meerderheid van het Europees Parlement (EP) beslist half juni dat bedrijven die elektriciteit produceren geen eigenaar meer mogen zijn van de elektriciteitsnetten. De ontkoppeling moet de concurrentie tussen stroombedrijven in de EU bevorderen. Het EP gaat met zijn standpunt verder dan de gezamenlijke EU-landen die ook tevreden zijn met alleen een juridische ontkoppeling onder onafhankelijk toezicht. Het parlement moet over het standpunt, dat gevoelig ligt voor Duitsland en Frankrijk, nog onderhandelen met de gezamenlijke EU-landen.

De commissie-Kist doet eind juni verslag van haar onderzoek naar de kosten en baten en de publieke belangen van de Splitsingswet. De commissie adviseert provincies en gemeenten die aandeelhouder zijn van de Nederlandse energiebedrijven om een eventuele privatisering 'behoedzaam' aan te pakken. Volgens de commissie zitten de publieke belangen vooral in de netwerkbedrijven die de distributie van stroom en gas verzorgen en die wettelijk niet verkocht mogen worden. De behoedzaamheid waarmee overheden met de aandelen moeten omgaan, zou volgens de commissie kunnen inhouden dat vóór een eventuele verkoop wordt aangegeven wat de betrokken overheid met de opbrengst gaat doen. Het advies is ook om vooraf duidelijk te maken of de verkoop van aandelen gevolgen zal hebben voor de financiële steun die de verkopende overheid ontvangt van het Rijk. Een belangrijk deel van het advies gaat over de energienetwerken. De Rijksoverheid moet een grotere rol gaan spelen in het beheer van de netwerken, eventueel door zich in te kopen.

De commissie vindt dat de veertien energienetwerken die Nederland telt beter verkaveld moeten worden en teruggebracht zouden moeten worden tot hooguit 3 à 5 netwerken. De aandeelhouders van de twee grootste energiebedrijven, Essent en Nuon, willen hun aandeel in de commerciële bedrijfsonderdelen verkopen. Provinciale Staten van Groningen gingen deze week al akkoord met verkoop ‘op termijn’ van de 6% aandelen in Essent.

Nuon meldt eind juni voorbereid te zijn op splitsing in een netwerkbedrijf en een productie- en leveringsbedrijf. Nuon heeft deze twee intern zelfstandig opererende bedrijven gevormd vooruitlopend op de splitsingswet. Tot de daadwerkelijke splitsing opereren beide bedrijven onder een financiële holding waarbinnen onder meer consolidatie en rapportage van de resultaten plaatsvindt. De Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) verplicht alle geïntegreerde Nederlandse energiebedrijven te splitsen vóór 1 januari 2011. Ook staat in de WON dat de netbeheerder per 1 juli 2008 een brede netbeheerder moet zijn. De brede netbeheerder beheert de gas- en elektriciteitsnetten, heeft het economische eigendom daarvan en voert alle beheerstaken zelf uit.

Ook de aandeelhouders van Essent stemmen in met de strategie om aansluiting te zoeken bij een internationale partner. Een toegenomen schaalgrootte draagt bij aan het vergroten van de betaalbaarheid en de betrouwbaarheid van de energielevering en de verduurzaming die Essent nastreeft. Essent is met een jaaromzet in 2007 van €7,4 mld het grootste energiebedrijf van Nederland.

Na Nuon en Essent zoekt energiebedrijf Eneco ook potentiële kopers voor het bedrijfsonderdeel waar klanten en centrales zijn ondergebracht. Eneco heeft volgens insiders een voorkeur om het commerciële bedrijfsonderdeel (de klanten en centrales) te verkopen aan een of meer ‘private equity’ bedrijven. Door in zee te gaan met een niet-strategische investeerder kan Eneco zijn eigen strategie, gericht op duurzame energie, in ongewijzigde vorm voortzetten.

Continuon Netbeheer gaat vanaf medio november verder onder de naam Liander. De nieuwe naam vloeit voort uit de splitsing van Nuon. De regionale netbeheerder Liander vormt de kern van het nieuwe netwerkbedrijf dat Alliander gaat heten. Onder Alliander vallen Liandon dat zich richt op aanleg en onderhoud van complexe energieinfrastructuren en Liandyn (nu Dynamicom) dat actief is in de markt voor verlichting van de openbare ruimte. Alliander telt ruim 5.000 medewerkers. Netbeheerder Liander heeft 2,7 miljoen klanten met aansluitingen in de provincies Gelderland en Noord-Holland en in grote delen van Flevoland, Friesland en Zuid- Holland. Als brede netbeheerder heeft Liander vanaf 1 juli 2008 het eigendom van de gas- en elektriciteitsnetten en voert zij het onderhoud, de uitbreiding en de innovatie van die netten zelf uit.

Het infrastructuur gedeelte van het energiebedrijf Eneco gaat per 1 januari 2009 verder onder de naam Joulz. De naam en huisstijl zijn ingegeven door de noodzaak om als infrabedrijf een duidelijk en herkenbaar eigen gezicht te krijgen op de commerciële markt en binnen de Eneco Holding. Het infrabedrijf heeft als belangrijkste taken advies over en ontwerp, aanleg en onderhoud van energie-infrastructuren (kabel- en leidingnetten) voor netbeheerders als Stedin en marktpartijen in de segmenten tuinbouw, vastgoed en industrie.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft eind november twee moties aangenomen die nieuwe barrières kunnen opwerpen bij de uitvoering van de plannen van Nuon en Essent inzake de splitsing en gedeeltelijke verkoop van hun bedrijven. De eerste motie leidt tot strengere solvabiliteitseisen voor de netwerkbedrijven van Nuon en Essent, die straks zelfstandig verdergaan. De tweede motie verkleint mogelijk het aantal buitenlandse gegadigden dat in aanmerking komt voor een overname van het productie- en leveringsdeel van beide bedrijven, dat deels (Nuon) of geheel (Essent) te koop staat. Volgens deze motie moet de regering een overname van een gesplitst Nederlands energiebedrijf door een ongesplitst energiebedrijf uit het buitenland verbieden. Onder meer Duitse en Franse energiebedrijven zijn niet gesplitst in een netwerkbedrijf en een productie- en leveringsbedrijf. Van deze bedrijven wordt vooral het Duitse RWE genoemd als potentiële koper van Nuon dan wel Essent. Met de overnamebeperking wil de indiener van de moties (Hessels, CDA) voorkomen dat er oneerlijke concurrentie ontstaat op de Nederlandse energiemarkt. Met een solvabiliteit van 70% in plaats van 50% voor de netwerkbedrijven wil hij zeker stellen dat deze na afsplitsing van het productie- en leveringsdeel voldoende ruimte houden voor investeringen in hun netten. Zowel Nuon als Essent heeft al laten weten fel gekant te zijn tegen de nieuwe solvabiliteitseis voor hun netwerkbedrijf. Nuon heeft een brief gestuurd naar de EZ-minister van der Hoeven, waarin wordt uitgelegd dat een hogere solvabiliteit automatisch leidt tot een minder stevige balans bij het productie- en leveringsbedrijf, en dat dit gevolgen heeft voor de investeringen die laatstgenoemde kan doen in klimaatvriendelijke energiebronnen. Nuon dreigt eventuele schade door nieuwe solvabiliteitseisen voor het netwerkbedrijf op de Staat te zullen verhalen.

Het reguleringsproces van de elektriciteitssector moet veranderd worden om toekomstige investeringen en innovaties mogelijk te maken. Daarbij zal de aandacht moeten verschuiven van steeds lagere tarieven, zoals nu het geval is, naar een breder welvaartsbegrip. Dat concludeert Paul Nillesen begin december in zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Tilburg. Hij promoveert op de vergelijking van regulering in Europa, de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland. De privatisering en regulering van de elektriciteitssector in Nederland is sterk gericht op kostenbesparing en grotere efficiëntie. Afgezien van een slechte start is de regulering in Nederland succesvol geweest. Maar nieuwe ontwikkelingen dwingen toch tot herziening van de huidige regelgeving. De vraag naar energie blijft namelijk toenemen, waardoor investeringen in het netwerk nodig zullen blijven. Bovendien zijn de huidige netwerken aan vervanging toe. Verder zijn in het belang van duurzaamheid aanpassingen nodig in de structuur en aansturing van het netwerk, zoals het aansluiten van windmolens op het netwerk of de toepassing van kleine krachtcentrales in huis. Hoe moet de regulering van de elektriciteitssector worden aangepast? De promovendus concludeert dat regulering niet alleen gericht moet zijn op lagere tarieven, maar op een breder welvaartsbegrip. Het succes van regulering zou niet alleen afgemeten moeten worden aan de procentuele daling van de tarieven, maar aan het samenspel van enerzijds lage tarieven en anderzijds optimale voorbereiding op de toekomst. Bij het verschuiven van de aandacht naar investeringen en innovatie, zal de traditionele rol van benchmarking afnemen. De efficiency van de netbeheerders t.o.v. elkaar binnen het regulatorische kader is dan niet langer allesbepalend. Verder blijkt uit het onderzoek dat de eigendomsontbundeling tussen productie en levering van energiebedrijven en het gereguleerde netwerk in Nieuw Zeeland de efficiency van het netwerkbedrijf substantieel verbeterde. De concurrentie in de leveringsmarkt nam echter sterk af. Of dat ook in Nederland zal gebeuren, als de eigendomsontbundeling in 2011 van kracht is, valt echter moeilijk te zeggen. Het resultaat is volgens Nillesen sterk afhankelijk van de structuur in de sector en de vorm van regulering.

EZ-minister van der Hoeven en de Tweede kamer zijn het half december eens geworden over de splitsing van de energiebedrijven. De Tweede Kamer had tegen de zin van de minister hierover een motie aangenomen. Door de splitsing vallen de energiebedrijven uiteen in een publiek netwerkbedrijf en een commercieel bedrijf dat de energie levert. De Tweede Kamer vreesde dat de netwerkbedrijven in de nieuwe situatie onvoldoende kunnen investeren, als zij te weinig eigen vermogen meekrijgen. De minister dacht dat 30 procent van het balanstotaal voldoende moest zijn, de Kamer eiste 50 procent. Het wordt nu 40 procent, maar er komen aanvullende eisen aan het financiële beheer om ook in de eerste jaren na de start het eigen vermogen op peil te houden.



Terug naar thema Elektriciteits- en gasmarkt 2008