Duurzame elektriciteit

Berichten uit
2008

In februari meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de productie van duurzame elektriciteit daalde van 6,5 procent van het binnenlands elektriciteitsverbruik in 2006 naar 6 procent in 2007. Deze daling komt volgens het CBS door een forse afname (bijna 50%) van het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. Een reden hiervoor kan liggen in de subsidietarieven die per 1 juli 2006 werden gewijzigd. De productie van windenergie lag 25 procent hoger dan in 2006 en nam daarmee de helft van de totale duurzame elektriciteitsproductie voor haar rekening. Eind 2007 was de opgestelde windcapaciteit met 1750 MW circa 12% meer dan een jaar eerder. Ook waaide het in 2007 meer dan in 2006. Naast de eigen productie van duurzame elektriciteit importeert Nederland ook groene stroom. In 2007 10,5 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik, een derde meer dan in 2006. De stijging van de import werd veroorzaakt door de gestegen binnenlandse vraag naar groene stroom, de daling van de binnenlandse productie en de gestegen voorraden van groenestroomcertificaten.

In april blijkt dat minstens de helft van de groene stroom, die aan Nederlandse huishoudens wordt verkocht, niet in Nederland wordt opgewekt. Energiebedrijven Essent, Nuon, Eneco en Oxxio kopen groenestroomcertificaten uit landen als Noorwegen en Zweden, waar met waterkracht duurzame elektriciteit wordt opgewekt. De Consumentenbond kwalificeert de zo aan Nederlandse energiegebruikers geleverde duurzame elektriciteit als 'nep-groene stroom'. De leverancier hoeft alleen maar een certificaat hoeft te kopen van een bestaande waterkrachtcentrale en het stijgende verbruik van groene stroom leidt daardoor niet automatisch tot extra investeringen in duurzame energie. De Europese Commissie wil hier een einde aan maken heeft daartoe een ontwerprichtlijn opgesteld die in mei in het Europees Parlement moet worden behandeld. Als de ontwerprichtlijn wordt aangenomen betekent dat het einde voor de Europese handel in groenestroomcertificaten. De Nederlandse energiebedrijven, die in 2007 circa 21% van de beschikbare certificaten in Europa afnamen, zullen dan in 2010 tegen een tekort aan groene stroom aankijken. Essent wekt 29% van zijn elektriciteit met duurzame bronnen op en iets meer dan de helft daarvan produceren ze zelf. Eneco is ook voor ongeveer 50% afhankelijk van import van groene certificaten. Voor Nuon is dat ongeveer 2/3.

Begin juli lijkt het er op dat de Europese Commissie onder druk van de EU-ministers van energie haar plannen om de handel in groencertificaten te beknotten moet wijzigen. Er was een grote meerderheid voor een voorstel van Duitsland, Polen en Groot-Brittannië dat een flexibeler benadering inhoudt voor de handel in certificaten voor de produktie van duurzame elektriciteit. EZ-minister van der Hoeven steunde het Brits-Duits-Poolse voorstel. Het biedt volgens haar de ruimte voor een systeem waarin scherpere regels gaan gelden voor groene certificaten.

CertiQ is de certificerende instantie voor duurzame elektriciteit in Nederland en een dochteronderneming van TenneT. De instantie heeft begin augustus haar website aangepast aan de veranderde omstandigheden en nieuwe regelingen, zoals de per 1 april ingevoerde subsidieregeling Stimulering Duurzame Energie (SDE). De website is nu onder meer op verzoek van de Tweede Kamer voorzien van een vereenvoudigd aanvraagformulier voor producenten van zonne-energie. De rol van SenterNovem is een andere belangrijke reden voor de restyling van de website van CertiQ. Aan het eind van dit jaar zal SenterNovem de lopende MEP subsidiedossiers van EnerQ overnemen. EnerQ, ook een dochter van TenneT, zal dan haar activiteiten staken. CertiQ heeft ervoor gekozen de herstructurering nu vooral te beperken tot de inhoud van de website. Als de SDE verder vorm heeft gekregen en de overdracht van de MEP-subsidie een feit is, wordt in 2009 ook het uiterlijk van de website geheel vernieuwd.

Nederlandse energiebedrijven, waaronder Essent, Eneco en Nuon, hebben €280 mln belastingvoordeel genoten voor groene stroom die niet groen was. Voor dit bedrag heeft de belastingdienst een naheffing opgelegd die verhoogd met boetes en heffingsrente op ongeveer €400 mln uitkomt. De energiebedrijven claimden tussen 1999 en 2004 €1,3 mld aan belastingvrijstellingen. omdat ze groene stroom geleverd hadden. Daarvan blijkt 20% (€280 mln) onterecht. De Belastingdienst ontdekte dat bedrijven ruim 20% meer ‘groene stroom’ verkochten dan ze op grond van het aantal in hun bezit zijnde groencertificaten hadden geproduceerd of ingekocht. Energiebedrijven konden niet altijd ‘hard’ maken dat de geleverde elektriciteit duurzaam werd geproduceerd, aldus de Belastingdienst. Vervolgens bleken de energiebedrijven ook een deel van de belastingvrijstelling, die bedoeld was voor de groenestroomproducenten, te hebben gehouden. En bedrijven hadden minder groenestroomklanten dan ze hadden gemeld.

Er is een grondige aanpassing nodig van het gas- en elektriciteitsnet om meer gebruik te kunnen maken van duurzame energie. In het in oktober gepresenteerde Actieplan Decentrale Infrastructuur van de platforms Duurzame Elektriciteitsvoorziening en Nieuw Gas worden dertien actiepunten geformuleerd om decentrale productie en decentrale opslag van energie mogelijk te maken. Drie daarvan zijn naar het idee van de werkgroep die het actieplan heeft opgesteld urgent. Allereerst zijn slimme meters nodig en additionele modules om allerlei decentrale toepassingen de gelegenheid te bieden te communiceren via een slimme meterkast. Een tweede speerpunt is een soort standaardcontract voor het invoeden van biogas in het aardgasnet, waarbij vooral het borgen van de kwaliteit goed geregeld is. Het derde urgente actiepunt is duurzame mobiliteit. Elektrische auto’s krijgen steeds meer aandacht, zeker van marktpartijen. Daar heb je slimme netten voor nodig, met slimme oplaadpunten. Het actieplan heeft een looptijd van vier jaar. Gedurende die periode zullen de netbeheerders met alle mogelijke partijen rond de tafel gaan om te praten en afspraken te maken over de in het actieplan verwoorde initiatieven en intenties.

In 2009 wordt waarschijnlijk de nieuwe Europese richtlijn Hernieuwbare Energie van kracht. Nederland heeft nu nog de grootste particuliere groene-stroommarkt van Europa (ongeveer 2,5 miljoen huishoudens), maar het zou wel eens kunnen zijn dat de Nederlandse consument juist door die Europese richtlijn straks nog maar weinig echte groene stroom te kiezen heeft. De oplossing ligt volgens een medewerker van ECN-Beleidsstudies in de introductie van groenlabels voor stroom. Zie voor een verdere en uitgebreide uitleg hierover het persbericht op de site van ECN.

Uit het jaarlijkse marktonderzoek van Energieprijzen.nl naar het aandeel van groene stroom, blijkt half november een stijging van 12% bij huishoudens. Volgens een woordvoerder van de prijzenvergelijkingssite komt deze stijging door de marketing inspanningen voor groene stroom. Ook de economische voorspoed en de rol van nieuwe groenleveranciers zijn belangrijke factoren. Het marktaandeel van groene stroom beweegt met de beleving van welvaart bij de mensen. Tot twee maanden geleden was die nog goed. Het wordt een spannend jaar voor groene stroom, maar je kunt met de overstap nog steeds een voordeel halen van 200 tot 250 euro per jaar. Energieprijzen.nl voorziet dat in Europa de vraag naar groene stroom ongeveer gelijk wordt aan het aanbod. Hiermee wordt dan bereikt dat elke stijging van de vraag in Europa zal leiden tot nieuwbouw van groene productie capaciteit.

Uit cijfers van het CBS blijkt dat Nederland het eerste halfjaar van 2008 bijna 2,5 keer zoveel duurzame stroom uit het buitenland importeerde dan in het eerste halfjaar van 2007: ruim 3600 GWh tegenover ruim 8000 GWh in 2008. Daarmee zet Nederland de trend door die in het laatste kwartaal van 2007 al was ingezet. Het is nog niet helemaal duidelijk uit welke duurzame bron dit wordt gehaald. De kans is groot dat het net als in 2007 om waterkracht gaat, gezien ook de goed lopende NorNed-leiding tussen Noorwegen en Nederland. Daarin wordt waterkracht-stroom uit Noorwegen uitgewisseld met warmtekrachtstroom uit Nederland. De cijfers tonen verder dat de binnenlandse groene stroomproductie vooral in absolute productie maar weinig stijgt ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In de eerste zes maanden van 2008 is voor 4342 GWh aan duurzame elektriciteit geproduceerd, terwijl dat in het eerste half jaar van 2007 1000 GWh minder was. Het aandeel wind nam daarvan toe met 22 procent tot 400 GWh. Alleen het eerste kwartaal 2008 is duidelijk beter dan dat van 2007, dankzij een verdubbelde bij- en meestook van biomassa in elektriciteitscentrales. Dit is vermoedelijk een gevolg van de hogere gasprijs, waardoor biomassa-stromen relatief goedkoper zijn. Of dat door zet hangt af van de gevolgen van de financiële en mogelijk economische crisis, want in crises neemt altijd de energievraag af.

Half december blijkt uit het akkoord tussen EU-voorzitter Frankrijk en het Europees Parlement over het energie- en klimaatbeleid dat energiebedrijven in Nederland certificaten voor groene stroom uit het buitenland kunnen blijven kopen. Daarmee kunnen ze elektriciteit als groene stroom blijven leveren aan de 2,5 miljoen Nederlandse huishoudens die nu een contract hebben voor afname van groene stroom. Het akkoord volgens een ingewijde in de energiesector een zachte landing voor de markt voor groene stroom. Volgens Europarlementslid voor de PvdA, Corbey, was in de oude situatie vanwege de handel in certificaten ‘misleidende dubbeltelling’ mogelijk van duurzaamheidscores. Dat kan met de nieuwe regeling niet meer. Elektriciteit, opgewekt uit hernieuwbare bronnen, telt alleen maar mee voor het EU-land waar de elektriciteit is opgewekt.



Terug naar thema Duurzame energie 2008