SDE |
Berichten uit 2008 |
Het ministerie van Economische Zaken zal begin maart 2008 de subsidiebedragen en uitvoeringsregels voor de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) te publiceren. De Europese Commissie heeft in december 2007 de regeling goedgekeurd. De SDE volgt de MEP-regeling op die op 18 augustus 2006 op nul is gesteld voor nieuwe aanvragen. De SDE is een belangrijk instrument in het bereiken van de doelstelling van twintig procent duurzame energie in 2020. Daarmee wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het verminderen van de CO2-uitstoot. Hiervoor wordt door de regering de komende 10 jaar een bedrag van ruim €2 mld beschikbaar gesteld.
De SDE roept vooralsnog bij de Tweede Kamerleden een flink aantal vragen en onduidelijkheid op, zo blijkt uit de 120 vragen die zij indienden. EZ-minister van der Hoeven heeft deze vragen beantwoord in een bijlage bij een brief die zij 22 februari naar de Tweede Kamer stuurde. In de brief meldt ze dat de doelstelling voor duurzame elektriciteit voor 2010 naar verwachting zal worden gehaald en dat de verwachte daling van het bij- en meestoken van biomassa in centrales meer dan gecompenseerd wordt door stijging in capaciteit van overige categorieën, zoals overige biomassa en windenergie.
Met ingang van 1 april kunnen investeerders in duurzame-energie-installaties subsidie aanvragen bij SenterNovem i.h.k.v. de SDE. Er is €1,3 mld beschikbaar voor de opwekking van duurzame energie. De producent van de duurzame elektriciteit krijgt een vergoeding om het onrendabele deel van zijn energieproductie te compenseren. De subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvraag. Aanvraag voor de subsidie is mogelijk van 1 april 2008 tot en met 31 december 2008. De subsidie wordt gegeven op de productie van duurzame energie uit biomassa, biogas, afvalverbranding, windturbines op het land en zonne-energie. De contracten voor windturbines op het land en zonne-energie hebben een looptijd van 15 jaar, die voor biomassa 12 jaar.
In mei meldt EZ-minister van der Hoeven in een brief aan de Tweede Kamer dat via de Voorjaarsnota 2008 €120 miljoen wordt toegevoegd aan het budget van de SDE tot en met 2015. De minister komt daarmee tegemoet aan de gewenste intensivering van de SDE-regeling. In totaal kwamen er de afgelopen maanden meer aanvragen binnen voor zonne-energie, biomassa en energie uit afvalverbrandingsinstallaties dan het subsidiebudget toelaat. Voor zonne-energie is er bijvoorbeeld ruimte voor 15 Megawatt, maar het totaal van de aanvragen liep op tot 17,8 Megawatt. In 2009 opent EZ waarschijnlijk een nieuwe subsidieronde, waarvoor belangstellenden opnieuw kunnen inschrijven.
Voor de SDE doen ECN en KEMA namens het ministerie van Economische Zaken onderzoek naar de kostprijs van duurzame opwekking van elektriciteit in Nederland voor de periode 2009-2010. Het in oktober uitgebrachte conceptadvies is in grote lijnen gebaseerd op het eindadvies voor de SDE voor 2008-2009 uit januari 2008. De basisbedragen voor de verschillende opties zijn licht gestegen vanwege gangbare prijsstijgingen (inflatie). Omdat er nog onvoldoende doorbraken zijn in de duurzaamheidsdiscussie rondom bio-olie, gaat dit advies slechts in op het gebruik van vloeibare reststromen. De prijs van vloeibare biomassa is internationaal zodanig gedaald dat het leidt tot een daling van het basisbedrag voor verbrandingsinstallaties op vloeibare biomassa. Bij windenergie bestaat nog steeds krapte in de gehele productieketen waardoor een prijsdaling vooralsnog uitblijft, terwijl bij zon-PV de schaarste op de grondstoffenmarkt wat af lijkt te nemen – hetgeen zich voor deze technologie vertaalt in prijsdalingen van installaties. Het ministerie van EZ werkt aan een regeling om optimaal warmtegebruik bij zelfstandige bioWKK te stimuleren. Hoewel deze regeling nog niet volledig uitgewerkt is, heeft ECN in het conceptadvies wel een voorzet gegeven voor de bepaling van de kosten en de opbrengsten bij verschillende warmtebenuttingsniveaus.
Naast marktpartijen beveelt nu ook het Regieorgaan Energietransitie Nederland om de SDE-regeling te vervangen in een systeem via de energieprijzen waarbij de maatschappelijke en milieukosten meer en meer in de energieprijzen worden verwerkt. Het Regieorgaan doet deze aanbeveling in het advies ‘Duurzame energie in een nieuwe economische orde’ dat aan de ministers Cramer (VROM) en van der Hoeven (EZ) is aangeboden. Het advies is mede bedoeld om naast voorrangsprikkels voor duurzaam opgewekte energie ook milieukwaliteit te laten meewegen in de prijs. Door dat op basis van een prijs-kwaliteitverhouding te doen. waarin ondermeer het gehalte aan geëmitteerde CO2 meeweegt, kunnen marktpartijen zelf de voor hen optimale investeringen doen. Eerder pleitten milieubeweging, energiebedrijven en bedrijfsleven gezamenlijk voor een nieuw stimuleringssysteem voor duurzame energie waarbij de subsidie via een opslag op het energietarief wordt geheven. Zodoende gaat de financiering buiten de begroting om en is het niet afhankelijk van mogelijk koopkrachtplaatjes, aldus deze partijen. Daarnaast pleit het Regieorgaan voor een meer leidende rol van de overheid in het energievraagstuk anders blijft het energiedebat te versnipperd en weet het bedrijfsleven niet waar ze aan toe is. De markt is gebaat bij heldere keuzes van de overheid om zo de juiste investerings-beslissingen te kunnen maken.