Waterstof |
Berichten uit 2008 |
Een reductie van 50 procent van de totale CO2-emissies, door de introductie van waterstof als energiedrager in de transportsector, tot 2050 is haalbaar. Binnen het HyWays project is een roadmap voor de introductie van waterstof als energiedrager ontwikkeld. Deze European Hydrogen Energy Roadmap is recentelijk door de Europese Commissie omarmd. De introductie van waterstof leidt tot een ontkoppeling van energievraag en energieproductie. Dit heeft een positief effect op de voorzieningszekerheid en schept nieuwe mogelijkheden voor het verder verduurzamen van de transportsector. Hoewel in de beginfase fors moet worden geïnvesteerd in het verder ontwikkelen van waterstoftoepassingen en het opbouwen van een infrastructuur, kan waterstof op de langere termijn kosteneffectief worden. De overgang naar een waterstofeconomie is niet vanzelf sprekend. Hiervoor is gerichte korte termijn bevordering in combinatie met een lange termijn stimuleringsbeleid essentieel. Zie voor meer informatie het persbericht van ECN of op de site van HyWays.
ECN is door technologieproducent TECHNIP KTI SpA gevraagd om een waterstofscheidingsmodule op basis van membranen te leveren voor het FISR-project. Het FISR-project onderzoekt of hoge temperatuurmembranen geschikt zijn voor de productie van waterstof voor de petrochemische industrie. Deze membranen worden toegepast om waterstof te onttrekken uit een mengsel van gassen. ECN maakt voor haar membranen gebruik van extreem dunne palladiumlagen, met een dikte van enkele microns. Hierdoor kan de nieuwe technologie (op termijn) concurreren met de bestaande scheidingstechnieken. Zie voor meer informatie het persbericht van ECN.
De totale olieconsumptie door wegtransport kan met waterstof in 2050 reduceren tot 40 procent. Dit blijkt uit de European Hydrogen Energy Roadmap die i.h.k.v. het HyWays project in april is gepubliceerd. In het HyWays-project werkten 10 Europese landen samen aan een routekaart en actieplan om waterstof te introduceren. Het actieplan heeft tot doel dat er in het jaar 2030 16 miljoen met waterstof aangedreven auto’s zijn. Daarvoor moeten de kosten van waterstoftoepassingen omlaag. Mits gebruik wordt gemaakt van CO2-afvang en opslag, kan de productie van waterstof uit fossiele brandstoffen de CO2-emissie significant reduceren. Daarbij helpt grootschalige inzet van windenergie voor het inzetten van hernieuwbare energie. Vanuit Nederland werkten ECN, Hygear en Energie Transitie mee aan de routekaart en het actieplan.
Het gebruik van waterstof in het wegverkeer zou gevolgen hebben voor de gezondheid iets wat tot nu toe weinig aandacht kreeg. Die gevolgen lijken gunstig: de luchtkwaliteit in steden zou vooruitgaan, wat grote gezondheidswinst kan opleveren. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een advies dat eind september wordt aangeboden aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Op veel plaatsen in de wereld wordt gewerkt aan de technologie om schone energie te produceren, die aan waterstof te binden, en daar auto's op te laten rijden. De insteek is tot nu toe geweest om een alternatief te zoeken voor fossiele brandstoffen. Maar niet alle gezondheidseffecten laten zich al goed voorspellen, en blijvende aandacht voor dit aspect, in alle fasen van de ontwikkeling en eventuele implementatie, is noodzakelijk. Het advies van de Gezondheidsraad is het eerste in een reeks waarin aandacht wordt besteed aan belangrijke thema's op het gebied van gezondheid en milieu. Waterstof zou op termijn een alternatief kunnen bieden voor benzine, diesel of gas in het wegverkeer. Hoe schoon rijden op waterstof zou zijn hangt af van de manier waarop de energie wordt gewonnen. Waterstof op basis van energie uit windmolens is schoon en duurzaam; waterstof uit aardgas en kolenstook zonder kooldioxideopslag is al minder schoon, en niet duurzaam. Als het lukt om een groot deel van het wegverkeer te laten rijden op duurzaam en schoon geproduceerde waterstof, dan zou dat gunstige gevolgen hebben voor de gezondheid, met name van mensen in stedelijke gebieden. Veel grootschaliger, zij het indirecter, is er ook gezondheidswinst te verwachten doordat veel minder wordt bijgedragen aan de opwarming van de aarde. Aan de andere kant zijn er ook risico's, die onder meer ontstaan door de brandbaarheid van waterstof en het explosiegevaar. Bij gebruik van brandstofcellen, de meest veelbelovende waterstoftechnologie, moet bovendien rekening gehouden worden met de stoffen uit brandstofcellen die kunnen vrijkomen bij ongevallen en in het afvalstadium. Omdat veel van de benodigde technologie nog (verder) moet worden ontwikkeld, laat de impact hiervan zich momenteel echter moeilijk voorspellen. Zoals bij alle nieuwe technologie is het daarom van belang om de vinger goed aan de pols te houden. Eventuele schadelijke gezondheidseffecten zullen voor een deel pas geleidelijk zichtbaar worden, na langdurige toepassing in de praktijk. Dat vergt een zorgvuldige aanpak, zodat tijdig bijgestuurd kan worden, mocht dat noodzakelijk zijn.
De Europese Unie heeft een grootschalig initiatief aangekondigd om de waterstofeconomie te stimuleren. Voor het gezamenlijke initiatief wordt de komende zes jaar €1 miljard gereserveerd. Volgens EU-commissaris Potocnik, verantwoordelijk voor Wetenschap en Onderzoek, gaat het om een 'resultaatgericht initiatief' dat Europa onder meer moet helpen de milieuproblematiek het hoofd te bieden. Aan het zogenaamde Joint Technology Initiative (JTI) werken zestig ondernemingen en evenzoveel onderzoeksinstellingen en universiteiten mee. Zij hebben de opdracht gekregen de ontwikkeling van brandstofcellen en waterstoftechnologie te versnellen en deze tussen 2010 en 2020 in commerciële successen te vertalen. Volgens de Nederlandse voorzitter van het JTI voor Fuel Cells and Hydrogen, is de gekozen werkwijze essentieel voor de invoering van een waterstofeconomie: alle betrokken partijen dienen mee te werken om waterstof als brandstof commercieel aantrekkelijk te maken. Daar is niet alleen de productie van waterstof voor nodig, maar ook de distributie ervan en de ontwikkeling van brandstofcellen zijn noodzakelijk. De projectpartners zijn voor het eerst op 14 en 15 oktober in Brussel bijeengekomen om het initiatief formeel van start te laten gaan. Het JTI zou de ontwikkeltijd van nieuwe technieken voor de waterstofeconomie met twee tot vijf jaar moeten verkorten.
In Amsterdam is eind november de Nationale Waterstofcoalitie DutcHy opgericht. Rotterdam, Arnhem en Amsterdam tekenden samen met bedrijven en kennisinstellingen een intentieverklaring om het gebruik van waterstof in transport in een stroomversnelling te brengen. Voor de drie steden sluit de inzet op waterstof goed aan bij de ambitie om de CO2 uitstoot drastisch te verlagen. Waterstof biedt kansen voor de structurele verbetering van de stedelijke luchtkwaliteit en een antwoord op het energievraagstuk. Een sterke coalitie met bedrijven en kennisinstituten zorgt bovendien voor versterking van de concurrentiepositie van Nederland op het gebied van waterstof en brandstofceltechnologie. Met de oprichting geven de steden een vervolg aan de waterstofontwikkelingen die zij in juni in gang hebben gezet. Samen met de private partijen Nedstack, HyGear, APTS, Hytruck, Air Products, Linde, PlugPower, Shell Hydrogen en ECN wordt een netwerk gecreëerd van kennisinstituten, technologieontwikkelaars, gassenleveranciers, producenten en eindgebruikers. Door deze intensieve samenwerking kent DutchHy een goede internationale positie op het gebied van waterstof en brandstofceltechnologie. DutchHy gaat onder meer de regio Nederland vertegenwoordigen in Europese samenwerkingsverbanden, waaronder HyRamp en het Joint Technology Initiative Fuel Cells and Hydrogen.