Algemeen energiebeleid |
Berichten uit 2009 |
In januari sturen de vakbondsorganisatie FNV en de Stichting Natuur en Milieu hun plan ‘Green New Deal’ naar de Tweede Kamer en het kabinet, waarin wordt aanbevolen om de komende twee jaar ruim €3 miljard te investeren in een groen banenplan. Dat moet Nederland 100 duizend extra banen opleveren in onder meer de bouw, de auto-industrie en de metaalsector. In het plan pleiten de organisaties ervoor het btw-tarief op milieuvriendelijke goederen en diensten te verlagen van 19 naar 6 procent of van 6 naar 0 procent. Ook moeten mensen goedkoop kunnen lenen zodat ze daarmee hun huis kunnen isoleren. De organisaties gaan er vanuit dat hierdoor komende jaren een half miljoen woningen energiezuinig worden gemaakt. Ook pleiten beide organisaties ervoor geplande investeringen in de uitbreiding van het openbaar vervoer en windenergie naar voren te halen in navolging van Duitsland en Groot-Brittannië. Een opmerkelijk voorstel in het plan is om de markt voor elektrische auto’s stevig te stimuleren: de meerkosten van 10.000 elektrische auto’s ten opzichte van gewone auto’s moeten voorgefinancierd worden door de overheid.
Half januari wordt door het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van VROM het 'Klimaat-Energieakkoord tussen Rijk en provincies 2009-2011' ondertekend. De gezamenlijke provincies investeren tot 2011 ten minste €200 miljoen in klimaat- en energieprojecten. Het akkoord zich op de thema's duurzame energie, duurzame mobiliteit, verminderen van broeikasgassen, energie-innovatie, aanpassing aan klimaatverandering. Het ondertekende akkoord sluit aan bij de Rijksprogramma's Schoon en Zuinig en Adaptatie Ruimte en Klimaat (ARK) 2006-2014. De provincies werken in de ruim 80 projecten samen met gemeenten, waterschappen en bedrijfsleven.
Begin februari wordt door de directeur van het IEA het rapport ’Energy Policies of IEA Countries - the Netherlands 2008 Review’ gepresenteerd. Volgens het review moet Nederland snel in actie komen om zijn ambitieuze duurzame doelen waar te maken. Vooral het doel om in 2020 20 procent duurzame energie op te wekken, wordt als zeer ambitieus en prijzenswaardig gezien. Maar dat vraagt naast meer actie voor duurzame energie ook een snellere beslissing over de komst van meer kernenergie in Nederland. In het IEA-rapport wordt er op gewezen dat van alle 28 IEA-leden Nederland de zesde plaats van onderen inneemt qua aandeel duurzaam in de energiehuishouding. De Nederlandse steun voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie werd op zich geprezen door de IEA, maar een stabieler lange-termijn stimuleringsbeleid is essentieel voor het investeringsklimaat voor het bedrijfsleven. Nederland dient tot een breed gedragen consensus te komen over de inzet van nucleaire energie, omdat meer kernenergie leidt tot een belangrijke bijdrage aan de vermindering van de CO2-uitstoot. De coalitiepartijen hebben echter afgesproken dat deze regeerperiode geen besluit valt over de bouw van kerncentrales. Het IEA stelt die afspraak ter discussie. Het IEA is positief over de inzet van de Nederlandse regering voor een verduurzaming van de energievoorziening, positief over de concrete middellange- en lange-termijn doelen en positief over de steun voor energie-onderzoek. Ook de voortgang in de liberalisering van de markten voor elektriciteit en gas wordt geprezen, net als de Nederlandse rol in de verbetering van Europese energiezekerheid. De energie-efficiency in het Nederlandse transportwezen zou ook met meer voortvarendheid verbeterd kunnen worden.
Begin februari besluit de ministerraad om €30 miljoen beschikbaar te stellen aan het programma ADEM (Advanced Dutch Energy Materials innovation lab). ADEM is een gezamenlijk initiatief van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en de drie samenwerkende Technische Universiteiten 3TU (Delft, Eindhoven en Twente). Het initiatief is erop gericht om de toepassing van nieuwe energietechnologieën aanzienlijk te versnellen. Het gaat dan bijvoorbeeld om materiaalontwikkeling voor zonnecellen, duurzame waterstofproductie, ontwikkeling van lichtgewicht materialen om de kosten van windturbines te laten dalen en betere materialen voor warmte- en koude-opslag en voor warmtepompen. Zowel de aanschaf van hightech apparatuur als de opleiding van jong toptalent maken deel uit van het programma. In totaal is een kleine €110 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan €30 miljoen naar de gebouwde omgeving gaat en nog eens €30 miljoen naar duurzame mobiliteit, €12,85 miljoen voor warmte en €6,67 miljoen naar groene grondstoffen. Bij gebouwde omgeving wordt het geld gebruikt om na onderzoek demonstratieprojecten op te zetten voor energiebesparing. Ook wordt een uitdagerskrediet ingesteld voor innovatieve ondernemers om hen te helpen bij marktintroductie. Voor duurzame mobiliteit wordt een heel breed programma opgesteld: hybride en elektrisch rijden in de stad, innovatie OV-bussen, rijden op waterstof, rijden op biogas en groen gas en duurzame mainports. Alles om Nederland in 2020 een van de meest efficiënte vervoerssystemen van Europa te maken. In het innovatieprogramma voor warmte gaat het om marktintroductie van nieuwe technieken voor duurzame warmte en koude en om benutting van restwarmte. Daarnaast omvat het programma kennisontwikkeling voor duurzame warmte en energiebesparing in de industrie. Vooral samenwerkingsverbanden van ondernemers, overheden en adviseurs moeten worden bevorderd. Tenslotte krijgt het onderzoek naar algen voor biobrandstoffen bij het innovatieprogramma groene grondstoffen ondersteuning. Later komen andere vormen van biomassa aan bod.
In een briefadvies aan het kabinet adviseert de Energieraad om minderheidsbelangen, bijvoorbeeld eenderde, in de gas- en elektriciteitsnetwerken te verkopen aan Nederlandse institutionele beleggers en het geld in een Klimaat- en Energiefonds te steken. Dat fonds is nodig om korte en lange termijnmaatregelen te financieren en zo de economie er weer bovenop te helpen. Ook moet het onderhoud en vervanging van netwerken naar voren worden gehaald. Institutionele partijen in Nederland zijn juist nu op zoek naar relatief veilige beleggingen met een relatief zeker rendement. Gedeeltelijke verkoop levert al een paar miljard op. Andere manieren om dit fonds te vullen zijn het inbrengen van een deel van de inkomsten van de verkoop van de energiebedrijven, en een kleine, tijdelijke extra heffing op energieproducten (motorbrandstoffen, elektriciteit of gas) voor particulieren zolang de olieprijs onder de $70 per vat blijft en in ieder geval niet langer dan twee jaar.
De EZ-minister vindt zo’n Klimaat- en Energiefonds niet nodig omdat er al een generiek instrumentarium beschikbaar is: de SDE (Stimuleringsregeling Duurzame Energie). Ze beloofde wel alert te zijn op eventuele problemen met de financiering van energie- en klimaatprojecten. De verkoop van een minderheidsbelang in grote transportnetwerken als Tennet en Gasunie is voor de minister niet bespreekbaar.
In maart komt het kabinet met een crisisakkoord. In totaal wordt €1,2 miljard euro extra in een duurzame economie gepompt: 160 miljoen extra voor wind, 320 miljoen voor energiebesparing in gebouwen, 65 miljoen voor een sloopregeling voor vuile auto's. En de SDE wordt voortaan gefinancierd via een opslag van het elektriciteitstarief. De duurzame energiesector bij monde van de Duurzame Energie Koepel is teleurgesteld over het grootste deel van de plannen om de economische crisis te lijf te gaan. Wel is men tevreden over het omzetten van de financiering van de SDE-regeling naar de elektriciteitsrekening. Uneto-VNI, de koepelorganisatie voor de installatiebranche en technische detailhandel, is ook maar matig enthousiast over de energiebesparingsplannen in het crisisakkoord. Wel is Uneto-VNI positief over de sloopregeling van oude bestelauto’s. De minister van VROM is verbaasd over de kritiek van milieuorganisaties op het crisisplan. Milieudefensie noemt bijvoorbeeld het besluit van de regering om de vliegtaks af te schaffen absurd. De milieuorganisatie is blij met de investeringen in duurzame energie, maar vindt dat dit weer teniet wordt gedaan door de versnelde infrastructurele projecten. De Stichting Natuur en Milieu vindt dat het kabinet geen keuze maakt:
In een analyse van het programma Schoon & Zuinig door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wordt gesteld dat de maatregelen om het werkprogramma Schoon & Zuinig uit te voeren de klimaatdoelen op de langere termijn kunnen ondermijnen. Het gaat daarbij voornamelijk om de komst van gasgestookte centrales en de stimulering van huidige biobrandstoffen. Zo is de kans groot dat in de sector verkeer en vervoer meer biobrandstoffen zullen worden ingezet, maar op basis van de huidige technologie. En elektriciteitscentrales die werken op aardgas zullen weliswaar op de korte termijn bijdragen aan energiebesparing en CO2-vermindering, maar met het oog op de lange-termijn doelen zijn ze niet schoon genoeg. De toepassing van deze technologieën zou zelfs de gewenste systeeminnovatie voor elektriciteitsopwekking en voertuigtechnologie kunnen afremmen. Nieuwe installaties hebben immers een levensduur van vele tientallen jaren. Bovendien worden nieuwe belangen gecreëerd, die weerstand kunnen genereren tegen de noodzakelijke systeeminnovatie. Een verplichting van CO2-afvang en -opslag (CCS) voor nieuwe elektriciteitscentrales (en wellicht ook voor bestaande centrales) zou dit nadeel kunnen ombuigen tot een voordeel. CCS is namelijk essentieel is het behalen van de klimaatdoelen, maar de vraag is of 2020 te vroeg is voor deze technologie. De combinatie van bio-energie en CCS biedt mogelijk uitkomst. Dit is mogelijk bij meerdere manieren om de biomassa om te zetten in energie zoals waterstof, elektriciteit en biobrandstoffen voor het verkeer. Een dubbele CO2-winst treedt op doordat de CO2 uit de atmosfeer eerst wordt vastlegt in de biomassa en vervolgens wordt afgevangen en ondergronds opgeslagen bij de omzetting naar energie. Deze combinatie kan in een totaalpakket van maatregelen een belangrijke sleutel tot de oplossing van het klimaatprobleem zijn. En omdat de beide technologieën afzonderlijk van elkaar hun beperkingen hebben, raadt PBL aan nu al rekening te houden met combinatiemogelijkheden. De conclusie van PBL is dat Schoon & Zuinig bijdraagt tot het terugdringen van de broeikasgasemissies in 2020. Ook stimuleert het een afname van de luchtverontreiniging tot 2020 en de ontwikkeling van schone technologie op de lange termijn (2050). Maar de kosten zijn hoger (€8 tot 9 miljard in 2020 per jaar) dan de kostenbesparing oplevert: €45 tot 90 miljoen in 2020.
Uit de Duurzaamheidbarometer van PricewaterhouseCoopers (PwC) blijkt dat het crisispakket van de Nederlandse overheid geen duurzame ambitie uitstraalt. Het kabinet steekt te weinig geld in maatregelen die de economie duurzamer maken. De barometer is gebaseerd op de meningen van 269 directeuren, managers en beleidsverantwoordelijken op het terrein van duurzaam ondernemen. De barometer peilde in aanloop naar de Europese verkiezingen eenmalig de houding van deze spelmakers over Europa en regelgeving. 79% van de onderzochte bedrijven vindt dat Nederland achter loopt in Europa met duurzame stimuleringsmaatregelen. 67% vindt de €2 miljard die het kabinet extra investeert in duurzame energie - waarvan 160 miljoen in windmolens op zee - onvoldoende. 91% meent dat de overheid een grotere leidersrol moet gaan vervullen bij een omvattende strategie om de energie-, klimaat- en kredietcrisis het hoofd te bieden. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen stelt 95% van de spelmakers dat ook de EU meer moet doen om duurzaam ondernemerschap te bevorderen, omdat Europa op haar beurt weer terrein verliest op de Verenigde Staten. Ook zijn de respondenten sceptisch over de wereldwijde leidersrol van de EU op het gebied van klimaatverandering. 86% stelt dat de EU te ver van de ondernemer afstaat op het gebied van duurzaam ondernemen. Het thema duurzaamheid speelt volgens hen dan ook nauwelijks of geen rol bij de aanstaande Europese verkiezingen. Momenteel ligt het aandeel duurzaam in de Europese energievoorziening rond 7 procent. Nog ver achter de beoogde 20 procent in 2020. Naast een kredietgarantieregeling zou een groen btw-tarief op milieuvriendelijke goederen en diensten ook door een ruime meerderheid (81%) met instemming worden ontvangen. De aangekondigde invoering van het lage btw-tarief van zes procent voor huisisolatie is een goede eerste stap. Daarnaast moeten er volgens 90% van de respondenten meer garanties en stimuleringspremies voor energiebesparing in de woningbouw komen. Naast het gebrek aan stimulering spelen knelpunten ook een belangrijke rol voor bedrijven. 93% zou graag zien dat overheidsprocedures rondom duurzame projecten worden vereenvoudigd. De barometer meet per kwartaal de impact van de financiële crisis op duurzaamheidinitiatieven van bedrijven. Bijna driekwart (72%) van de onderzochte bedrijven heeft geen plannen om lopende initiatieven en investeringen op het gebied van duurzaamheid te wijzigen als gevolg van de huidige economische crisis. Een vijfde (20%) van de bedrijven heeft besloten zich juist meer toe te leggen op duurzaam ondernemen. Slechts een kleine groep (7%) heeft lopende investeringen gereduceerd of stopgezet. De percentages wijken niet significant af van de vorige meting in februari.
De minister van Economische Zaken stelt €7 miljoen beschikbaar voor EOS-demonstratieprojecten (Energie Onderzoek Strategie): projecten op het gebied van duurzame energie of energiebesparing die gebruik maken van een voor Nederland nieuwe of vernieuwende technologie, een nieuw systeem of een combinatie van nieuwe en bestaande technologie. De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van €800.000 per project. Voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf is de subsidie 50%. Om voor EOS-subsidie in aanmerking te komen moet het gaan om een demonstratieproject op het gebied van de volgende energiethema’s: biomassa, nieuw gas/schoon fossiel en efficiënt gebruik van gas, energie-efficiëntie in de industrie en landbouwsector, gebouwde omgeving of opwekking en netten. De subsidieregeling EOS-demonstratieprojecten maakt onderdeel uit van de Tijdelijke Energieregeling Markt en Innovatie, die op 23 juni 2009 in de Staatscourant is gepubliceerd. De regeling wordt uitgevoerd door SenterNovem.
Uit de al begin september bekend geworden Miljoenennota blijkt dat energie en klimaat één van de zeven ambities is, die dit kabinet voor de periode tot 2020 formuleert. Om fundamentele hervormingen te kunnen doorvoeren, gaan topambtenaren op twintig beleidsterreinen zoeken naar bezuinigingsmogelijkheden die per beleidsterrein moeten optellen tot een besparing van minimaal 20 procent. Volgens het kabinet volgen na de huidige financiële crisis de komende jaren nog een energie- en klimaatcrisis, maar ook een arbeidsmarktcrisis. De andere zes ambities zijn: het op orde brengen van de financiële sector; bestrijden van de werkloosheid en verhogen van de arbeidsparticipatie; revitalisering van het bestuur en beloningsbeleid van de (semi) publieke sector; groei van kennis, innovatie en ondernemerschap; herziening van het belastingstelsel; brede heroverwegingen op twintig beleidsterreinen. De zeven ambities en heroverwegingen op twintig beleidsterreinen moeten het maken van fundamentele keuzes vergemakkelijken. Waar mogelijk zal het huidige kabinet die al nemen, lukt dat niet, dan liggen de keuzemogelijkheden klaar voor een volgend kabinet, dat zijn eigen mix van bezuinigingen kan kiezen.
Uit de half september gepubliceerde begroting van het minister van EZ voor 2010 blijkt dat €210 miljoen extra beschikbaar komt voor innovatie door bedrijven. De fiscale regeling Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) wordt in 2010 opgehoogd tot €700 miljoen. Voor verduurzaming in de industrie is €15 miljoen extra beschikbaar tot €48 miljoen. Ook wordt volgend jaar het budget voor de Innovatieprestatiecontracten verhoogd met €10 miljoen (totaal: €20 miljoen) en wordt €15 miljoen ingezet voor een uitbreiding van het innovatiekrediet (totaal: €48 miljoen) voor duurzame innovatieprojecten bij grote bedrijven. Verder wordt €100 miljoen ingezet in 2009 en 2010 om de hightech industrie (nano-elektronica, embedded systems, mechatronica, robotica en automotive) te stimuleren. Al eerder was bekend dat in samenwerking met het ministerie van V&W €65 miljoen extra wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van de elektrische auto. Dit gebeurt onder meer door de productie te stimuleren, de aanschaf door overheden te bevorderen en de elektrische infrastructuur neer te zetten. Voor de verbetering van de infrastructuur van windenergie op zee zal €15 miljoen extra in 2010 (in totaal €2,4 miljard voor de periode van 2014 tot en met 2029) beschikbaar komen om het eerder dit jaar geuite doel van 950 MW zeewindvermogen te kunnen realiseren. De overheidsondersteuning moet naar verwachting leiden tot 500 MW extra, die bovenop de al geplande 450 MW komt. Daarnaast wordt de vergunningverlening voor wind op land verbeterd zodat dit kan verdubbelen tot 4000 MW vanaf 2011. Andere punten uit de begroting zijn: (1) Hoewel de slimme meter niet verplicht kan uitgerold worden start EZ in 2010 een proefperiode waarbij de slimme meter gefaseerd zal worden ingevoerd; (2) Om Nederland te ontwikkelen tot gasrotonde van Noordwest Europa wordt het Platform Gasrotonde opgericht en zal een programma Gasrotonde worden uitgevoerd. Het programma is onder andere gericht op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Nederland als plaats om gas, dat is bestemd voor de Noordwest-Europese markt naar toe te brengen en te verhandelen. Doelstelling is om de gasvoorziening veilig te stellen en een bijdrage te leveren aan de continuïteit van de Europese gasvoorziening; (3) Ondersteuning bieden aan nieuwe grote STEG warmtekrachtkoppelingsinstallaties middels een vangnetregeling voor tegenvallende marktresultaten; (4) In het voorjaar van 2010 zal de uitwerking van de in het Energierapport geschetste scenario’s voor de mogelijke inzet van kernenergie aan de Tweede Kamer worden aangeboden, inclusief transparante en consistente randvoorwaarden, zodat een volgend kabinet op een verantwoorde wijze een besluit kan nemen over de brandstofmix.
Begin september presenteren ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) tijdens een door he georganiseerd mini-symposium verschillende opties waarmee de doelen voor energiebesparing en duurzame energie in 2020 kunnen worden gehaald. Deze opties worden opgenomen in een concept-Optiedocument. Eerder dit jaar kwamen beide instituten al met verontrustende cijfers dat het beleidsprogramma Schoon & Zuinig om de duurzame doelen te halen (30% CO2-reductie, 20% duurzame energie en jaarlijks 2% energiebesparing) met het huidige beleid niet voldoende is. Ook met extra beleid zullen deze doelen niet gehaald moeten worden. In de Milieubalans die vorige week verscheen, werd dat nog eens herhaald. ECN en PBL zijn daarom druk bezig met een nieuw Optiedocument, waarin mogelijkheden worden opgesomd voor dit kabinet om in de verschillende sectoren (industrie, energiesector, gebouwde omgeving en verkeer&vervoer) meer CO2-reductie en energiebesparing te realiseren. Uit het concept-Optiedocument blijkt al dat vooral in de industrie en energie-sector volop opties zijn die het kabinet nog kan nemen en niet zijn meegenomen in Schoon & Zuinig. Warmtekrachtkoppeling (WKK) is zo’n optie voor industriële bedrijven en energiebedrijven met een potentieel van 8 Mton CO2-reductie.Een meer omstreden optie is een extra kerncentrale van 2000 MW, die 10 Mton extra CO2-reductie oplevert. Andere opties, zoals energiebesparing en duurzame energie zijn wel meegenomen, maar worden door ECN en PBL geschaard onder Schoon & Zuinig hoog, oftewel ‘als alles meezit’. Van de mogelijke 104 Mton extra reductie is maar liefst 94 Mton nog niet gerealiseerd door de VROM-minister in vastgesteld beleid Wat betreft energiebesparing is tussen de 50 en 150 PJ energiebesparing in 2020 (van de afgesproken 600 PJ besparing) nog onzeker. In het energiebesparingsprogramma Meer met Minder voor de gebouwde omgeving moet 100 PJ energiebesparing worden gehaald. Daarvan is vooral een structurele aanpak van de particuliere bestaande bouw (koopwoningen) het grootste vraagteken, met name op het gebied van na-isolatie en labelling van woningen. Ook bij verkeer en vervoer moeten ingrijpende maatregelen worden genomen. Bijvoorbeeld door bijmenging van biobrandstoffen. Nog een ander optie is een CO2-norm op personenauto’s. Verplichtende maatregelen in plaats van verleiden zijn nodig.