Voorzieningszekerheid |
Berichten uit 2009 |
Met ingang van 1 maart treedt de wijziging van de Elektriciteits-, Gas- en Mijnbouwwet in werking. In plaats van gemeentelijke bestemmingsplannen geldt dan een Rijksinpassingsplan, dat wordt vastgesteld door de ministers van EZ en VROM. De nieuwe wet maakt het mogelijk dat procedures gelijktijdig worden toegepast en inspraak wordt gebundeld. De minister van EZ krijgt dan ook doorzettingsmacht. De rijkscoördinatieregeling is van toepassing op diverse energieinfrastructuurprojecten van windenergie vanaf 100 MW tot opslag in de ondergrond en opsporing en winning van delfstoffen in gevoelige gebieden.
De ministeries van EZ en VROM sturen half maart deel 3 van het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) aan de Tweede Kamer. Daarin staat onder meer dat er meer ruimte moet komen voor grootschalige elektriciteitsproductie. Om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen zijn 23 vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitsproductie opgenomen. Ook zijn 37 globale trajecten aangewezen voor hoogspanningslijnen vanaf 220 kV. Borssele, Maasvlakte en Beverwijk zijn aangewezen als locaties waar de stroom van de windparken op zee aangesloten kan worden op het elektriciteitsnet van het vaste land. In de Nota Ruimte waren eerder al vijf locaties gereserveerd voor de eventuele bouw van kerncentrales in de toekomst. Dit geldt niet meer voor de locaties Westelijke Noordoostpolder en Moerdijk. Op de locaties Eemshaven, Maasvlakte 1 en Borssele blijft de reservering wel van kracht. De totale lengte van het bovengrondse net van hoogspanningsverbindingen mag niet meer toenemen. Komt er een uitbreiding van het 380 kV-net dan zal deze worden gecompenseerd door bestaande verbindingen op een lager spanningsniveau (110 of 150 kV) ondergronds te verkabelen of deze te combineren met het 380 kV-net.
Het kabinet besluit eind mei om in het kader van de Strategie Nationale Veiligheid een crisisplan op te stellen voor het geval de energievoorzieningen in Nederland uitvallen. Klimaatverandering en uitval van de energievoorzieningen zijn door het kabinet geoormerkt als twee van de zes belangrijkste risicothema's voor de Nederlandse samenleving. Verstoring van onze energievoorzieningen (elektriciteit, olie of gas) is een risico dat volgens het kabinet extra aandacht moet krijgen.
Tijdens een bijeenkomst van het Gas Exporting Countries Forum (GECF) in juni in Doha, Qatar, wordt besloten Nederland bij het GECF toe te laten als waarnemer. De minister van EZ toont zich verheugd over het Nederlandse waarnemerschap, omdat Nederland als belangrijk gasland de ambitie heeft om uit te groeien tot de gasrotonde van Noordwest Europa. Leden van het GECF zijn Rusland, Iran, Qatar, Algerije, Bolivia, Brunei, Egypte, Equatoriaal Guinee, Libië, Maleisië, Nigeria, Trinidad en Tobago en Venezuela. Naast Nederland zijn ook Noorwegen en Kazachstan waarnemers.
In een verslag van de minister van EZ aan de Tweede Kamer over de op 12 juni gehouden bijeenkomst van de Europese Raad voor Telecom en Energie wordt gemeld dat een politiek akkoord is bereikt over de herziening van de richtlijn strategische olievoorraden.. De Europese Commissie (EC) uitte haar teleurstelling over de afzwakking van haar oorspronkelijke voorstel op een aantal onderdelen, met name de positie van de agentschappen en de rapportagefrequentie van de commerciële olievoorraden. Desondanks vindt de EC de huidige tekst toch een verbetering ten opzichte van de huidige wetgeving, onder andere door een betere aansluiting op de IEA-systematiek en de grotere beschikbaarheid van de olievoorraden. Nederland gaf in zijn interventie aan in te kunnen stemmen met de tekst van de nieuwe richtlijn, maar was net als de EC teleurgesteld over het resultaat. De minimaal benodigde werkvoorraden kunnen nog steeds worden ingezet ter afdekking van de voorraadverplichting. Daarmee blijven er grote verschillen bestaan tussen de inspanningen die lidstaten plegen op gebied van voorraadvorming. Nederland riep lidstaten op om bij de implementatie van de richtlijn te streven naar volledige beschikbaarheid.
Half juli wordt door het Europees Parlement en de Raad van Ministers een akkoord bereikt over het voorstel voor verbetering van de Europese gaszekerheid. Het akkoord moet Europa 60 dagen verzekeren van gas in de koudste winter in twintig jaar, indien Rusland de kraan dicht draait. In januari 2009 kwamen verschillende EU-lidstaten wekenlang zonder gas te zitten, toen Rusland de kraan naar Oekraïne dichtdraaide om het land te straffen voor onbetaalde gasrekeningen. 80% van het Europese gas komt via Oekraïne het Europa binnen. Rusland en Oekraïne maakten onlangs afspraken over de betalingen. Wel blijft het belangrijk dat de aanvoer van gas wordt gespreid, onder meer met behulp van de Nabucco-pijplijn door Turkije. Het akkoord voerziet onder meer in de instelling van een Gas Coördinatie-groep en het opstellen van nationale preventieplannen.
De landelijk netbeheerder TenneT meldt in augustus in haar rapport Monitoring Leveringszekerheid dat Nederland in de komende jaren een steeds groter exportpotentieel krijgt voor elektriciteit, doordat er veel plannen zijn voor onder meer nieuwe energiecentrales. Ook als slechts een deel van deze plannen wordt gerealiseerd, is er ruim voldoende capaciteit om te voorzien in de Nederlandse vraag naar elektriciteit. Uit het rapport blijkt verder dat de effecten van de huidige economische situatie op de bouwplannen onduidelijk zijn. Dit hangt mede af van de ontwikkeling van vraag en aanbod op de NW-Europese markt en de transportcapaciteit van buitenlandse netten. Maar ook ontwikkelingen als invoering van de elektrische auto en de vraag in hoeverre de economische crisis van invloed is op de realisatie van nieuwe centrales maken het toekomstbeeld onzeker. Aan de hand van deze monitor is niet te constateren wat de effecten zijn van de huidige economische situatie. Het economische tij heeft voor zover bekend bij TenneT niet tot afstel van bouwplannen geleid. De groei van de productie in Nederland betekent dat TenneT de komende jaren het transportnet flink moet uitbreiden.
Begin september publiceert de Energieraad haar advies De ruggengraat van de energievoorziening. Daarin pleit de Energieraad voor het opstellen van een ’nationaal energieinfrastructuurplan’. In de komende jaren moeten miljarden worden geinvesteerd in de infrastructuur voor gas en elektriciteit. Netwerkbedrijven moeten de zekerheid krijgen dat de werkelijke kapitaalslasten van investeringen volgens dit plan in de tarieven mogen worden doorberekend. Dit vergt aanpassing van de regelgeving en van de taak van de toezichthouder. Omdat netwerkbedrijven in overheidshanden blijven, bepleit de Raad een herijking van de taakverdeling tussen de toezichthouder en de (overheids-)aandeelhouders. De taak van de toezichthouder (in dit geval de Energiekamer van de NMa) zou, naast zijn werk rond de mededinging, beperkt moeten worden tot het efficiencytoezicht op de operationele kosten van de netwerkbedrijven en op de realisatie van de in het energie-infrastructuurplan opgenomen gereguleerde investeringen. De belangenorganisatie EergieNed onderschrijft het advies van de Energieraad over de energie-infrastructuur op hoofdlijnen. EnergieNed legt de nadruk op een lange-termijnplan, gericht op verduurzaming, het faciliteren van marktontwikkelingen en de marktintegratie met Europa. Ook vindt de organisatie dat een (aangepast) reguleringssysteem middelen moet bieden om netbeheerders te prikkelen tot efficiënt gedrag. EnergieNed is kritisch over initiatieven van netwerkbedrijven gezien de risico’s die dit kan opleveren voor het ‘level playing field’ tussen marktspelers. De Vereniging voor Energie en Milieu (VEMW) vindt de onderbouwing dat de huidige tariefregulering zal leiden tot onvoldoende investeringsruimte onvoldoende. Uit het rapport van de Algemene Rekenkamer blijkt juist dat netbeheerders grote overwinsten kunnen behalen. De investeringsruimte wordt volgens VEMW mede bepaald door de hoge dividenduitkeringen aan de aandeelhouders en het feit dat grote elektriciteitscentrales niet meebetalen aan de netkosten, maar die wel mede veroorzaken. De netbeheerders hebben een record aantal zeer grote investeringsbeslissingen genomen van miljarden euro’s die kennelijk mogelijk waren, zoals de BBL-gasleiding naar Engeland en de elektriciteitsinterconnectoren naar Noorwegen en Engeland. Volgens de VEMW wil de Energieraad met haar advies de minister van EZ carte blanche geven om de investeringen van de overheid als aandeelhouder terug te verdienen, met een risicopremie in de tarieven, maar zonder enig risico te willen lopen. De rol van de NMa wordt daarmee volgens de VEMW uitgehold.
In de op Prinsjesdag gepubliceerde rijksbegroting van het ministerie van EZ staat dat in 2010 diverse groepen moeten worden opgezet om de energiemarkt in de gewenste richting te helpen. De Wet onafhankelijk netbeheer leidt tot een gezamenlijk onderzoek naar de optimale inrichting van de netwerken. EZ neemt het initiatief om een onderzoeksgroep in te stellen in overleg met hun aandeelhouders. Die onderzoeksgroep moet vaststellen hoe netwerkbedrijven optimaal kunnen worden ingedeeld. Voor de aandeelhouders moeten de mogelijkheden voor professionalisering worden onderzocht. Het ligt in de bedoeling om ervoor te zorgen dat Nederland de gasrotonde wordt voor de Europese markt. Dit moet de beschikbaarheid van gas veiligstellen en de afhankelijk van Rusland als exporteur verkleinen.
Rusland en de EU hebben afspraken gemaakt over de levering van energie. In januari kreeg een aantal Europese landen wekenlang geen Russisch gas aangeleverd vanwege achterstallige betaling van het doorvoerland Oekraïne aan Rusland. De Europese Commissie heeft juli 2009 een nieuwe verordening vastgesteld om de leveringszekerheid voor gas te verbeteren. De verordening geeft invulling aan maatregelen die genomen moeten worden wanneer een gascrisis dreigt, zoals vorige winter tussen Rusland en Oekraïne. De afspraken die nu zijn gemaakt met Rusland moeten ertoe leiden dat de EU de maatregelen die zijn opgenomen in de verordening ook tijdig kan voorbereiden en uitvoeren. De afspraken hebben betrekking op de omstandigheden die het waarschuwingssysteem (‘early warning system’) activeren als gevolg van een op handen zijnde significante onderbreking van de levering van energie. Die onderbreking kan het gevolg zijn van onderhoud, ongevallen of commerciële geschillen. Het waarschuwingssysteem heeft betrekking op de gas-, olie- en de elektriciteitsvoorziening.
De minister van EZ zal de komende jaren aansturen op een herverdeling van het eigendom van elektriciteitsnetten. Hiermee wil ze een einde maken aan de versnippering van de netten. Volgens de minister is dit een logische en noodzakelijke vervolgstap op de splitsingsoperatie die Nederlandse energiebedrijven verplicht om vóór 2011 hun elektriciteits- en gasnetten af te scheiden van het bedrijfsdeel dat de energie levert. Begin december werd de omvangrijke splitsingsoperatie afgerond met de goedkeuring van het splitsingsplan van Eneco. Het opheffen van de versnippering in netbedrijven moet leiden tot een efficiënter en beter controleerbaar landschap van energietransporteurs. Met het plan om de versnippering van netbedrijven aan te pakken volgt de minister ook het advies van de commissie-Kist uit 2008. Die commissie concludeerde dat er vaak geen logische relatie bestaat tussen aandeelhouders en de regio's waarin de energienetten van hun bedrijven zich bevinden. Ook werd aanbevolen om over te gaan tot een 'herverkaveling', waarbij van de twaalf regionale gas- en elektriciteitsnetwerken er uiteindelijk drie tot vijf overblijven. De commissie vond het verder 'niet onlogisch' als het Rijk gaat deelnemen in de netten, onder meer om kleine aandeelhouders de mogelijkheid te bieden uit te stappen. Dat laatste wees de minister echter af.